Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voor Kwaliteit en Creativiteit aan onze Universiteit Beleidstekst n a. v de rectorverkiezing

Dovnload 1.45 Mb.

Voor Kwaliteit en Creativiteit aan onze Universiteit Beleidstekst n a. v de rectorverkiezing



Pagina5/18
Datum05.12.2018
Grootte1.45 Mb.

Dovnload 1.45 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

Situering

Deze tekst bevat beleidsvoorstellen die ik de afgelopen maanden gecompileerd heb uit tientallen gesprekken met studenten, (post-)docs, collegae en medewerkers van onze universiteit, maar ook door te praten met vele mensen daarbuiten. Hen wil ik op de eerste plaats van harte bedanken.


Beleid vanuit status questionis

Het is niet zonder meer een beleidstekst met beleidsvoorstellen allerhande, maar eigenlijk ook een status questionis: Waar zijn we aan toe ? Wat hebben we geleerd? Wat zouden we kunnen doen in de (nabije) toekomst ?


Met deze beleidstekst wil ik het academisch debat over de toekomst van de universiteiten in het algemeen, en van de onze in het bijzonder, mee stofferen. In die zin is het ook geen beleidsplan, dat top-down zou kunnen worden uitgevoerd. Dat zou zeer pretentieus zijn en de inherente democratie van onze instelling, waar traditioneel zeer veel in overleg gebeurt, geweld aandoen. Integendeel, vele van de punten die ik aanhaal, zouden naderhand bediscussieerd moeten worden in de daartoe geschikte beleidsorganen van onze universiteit, vooraleer we ze ook daadwerkelijk in één of andere vorm zouden kunnen implementeren.
Een goed beleid begint met het stellen van de juiste vragen. Daarom ook behandelt deze tekst – hoe uitgebreid ook – niet alle mogelijke dimensies van onze grote (letterlijk zowel als figuurlijk) universiteit, maar enkel diegene die op korte termijn onze aandacht vragen. De verantwoordelijkheid over de formuleringen en de intenties voor beleidsacties die daaruit voortvloeien, zijn uiteindelijk volledig de mijne.

I
Drievoudige missie van universiteit


n tegenstelling tot pakweg enkele decennia geleden, vervullen universiteiten vandaag meerdere functies: zij worden niet langer enkel beschouwd als instellingen voor opleiding, maar ook als onderzoeksinstellingen, als voedingsbodem voor nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en technologie en als expertisecentra in maatschappelijke problematieken. M.a.w., we werken aan een instelling waar kennis wordt gecreëerd en vermeerderd, waar we die kennis ook verspreiden naar andere wetenschapsbeoefenaars en de maatschappij, waar we die kennis doceren in onze opleidingen aan studenten, en waar we tenslotte kennis ten dienste stellen van de samenleving. De opdrachtverklaring van onze universiteit reflecteert deze drievoudige missie.
In onze steeds complexere samenleving, met haar kenniseconomie, waarin oude zekerheden verbrokkelen onder invloed van modernisering, informatisering, migratie, multiculturaliteit, globalisering, vergrijzing, ...., waarin velen op zoek zijn naar nieuwe vormen van houvast, nieuwsoortige ‘communities’, en nieuwe waarden om te delen, leiden onvoldoende kennis en vaardigheden onvermijdelijk tot achterstelling en conflicten. Onderwijs en opleiding zijn onontbeerlijk, maar vormen ook de kiem van een nieuwe sociale breuklijn. Het onderwijs in Vlaanderen is goed, maar vele landen slagen erin een bijna even hoge onderwijskwaliteit te bereiken met veel minder onderling verschil tussen leerlingen en studenten. M.a.w., we moeten er niet zozeer naar streven de beste te zijn: het is veel duurzamer – zeker in onze onderwijsdimensie – om ernaar te streven zo uniform mogelijk beter te zijn ! De kennisweerbaarheid, zoals ze door sommigen in het verleden werd omschreven, is essentieel om te leren omgaan met cultuurconfrontaties en –veranderingen, geïnduceerd door de mondialisering en informatisering, een toenemende migratiedruk en een grotere diversiteit in samenlevingsvormen.
M
Wetenschap

als dimensie van de samenleving
aar ook de rol van de wetenschap in onze maatschappij is drastisch veranderd: Wetenschap is een dimensie geworden, in alle mogelijke sociaal-economische, financiële, technologische, maatschappelijke processen die zich afspelen in onze samenleving. Bovendien zijn de ethische, juridische en democratische implicaties van wetenschappelijke vindingen onmiddellijk en pervasief. Dit impliceert dat op vele manieren de eens zo geroemde onafhankelijkheid en ongebondenheid van de universiteit, zwaar op de proef wordt gesteld, en dat we moeten leren hoe we een betere, meer adequate en wellicht meer relevante invulling moeten geven aan de academische vrijheid binnen de steeds grotere verwevenheid van wetenschap en samenleving.
Bovendien manifesteert de universiteit zich aan en in de maatschappij in verschillende gedaanten.
D
Science Push “ universiteit
e ‘science push’ universiteit is deze van het diepgaand en uiterst gespecialiseerd wetenschappelijk onderzoek, onderzoek dat ‘performantie gedreven’ is en waarvan de kwaliteit kwantitatief kan gekarakteriseerd worden (bvb. door bibliometrische analyses of andere domeinspecifieke maar kwantitatieve parameters). De ‘science push’ universiteit aardt goed binnen de bestaande structuren. Het is het soort onderzoek waarrond uiteindelijk spin-off bedrijven kunnen worden opgericht, waar discussies over bescherming van ‘intellectual property’ relevant zijn en waarin onderzoeksploegen bijzonder competitief kunnen zijn. Het is ook het soort onderzoek dat zonder al te grote problemen middelen vergaart in de bestaande financieringskanalen. Het geheel van maatregelen om voor de ‘science push’ onderzoekers een gunstig klimaat te scheppen, valt onder wat in modern jargon ‘het innovatiebeleid’ wordt genoemd. De ‘science push’ universiteit is in toenemende mate een belangrijke bron van onze
welvaart.
M
Society Pull “ universiteit
aar er is ook een andere universiteit, die ik de ‘society pull’ universiteit zou willen noemen. De grote uitdagingen en problematieken waarmee onze samenleving wordt geconfronteerd, zijn meerdimensionaal en complementair aan de economische dimensie. Voorbeelden zijn globalisering en mondialisering, de exponentiële groei van de Aziatische tijgers (China, India,...), sociale ongelijkheid, gezondheidszorg en de verzorgingsstaat (witte woede), vergrijzing, verrechtsing en verzuring, multiculturaliteit, interreligiositeit, armoede, duurzame ontwikkeling met subthemata zoals broeikaseffect, energievoorziening, genetische modificatie, ethische, democratische en juridische deficits in alle wetenschaps- en technologiedomeinen, enz. Aan een wetenschappelijke onderbouw van deze themata bestaat in onze samenleving een grote behoefte (vandaar de ‘society pull’). Het zijn stuk voor stuk themata die grensoverschrijdend, multi- en cross-disciplinair zijn. Het zijn ook die themata waar de geesteswetenschappen, die het ‘archief’ (de universiteit als collectief geheugen) en de ‘gist’ zijn van onze cultuur, een bijzondere rol zouden kunnen spelen. In tegenstelling tot wat sommigen schijnen te denken, is innovatie immers niet enkel een kwestie van technologische vernieuwing, maar ook en vooral van cultuurdenken, geschiedenis en filosofie. Het zijn themata waar cultuur, ethiek, zingeving raken aan de wetenschap en technologie van de ‘science push’ universiteit. De zogenaamde ‘alfa-lectuur’ van de samenleving, vanuit de gedrags-, geestes- en cultuurwetenschappen is essentieel, omdat ze, in tegenstelling tot de wat trotse ‘beta-lezing’, open is, onzeker, vol mogelijkheden en interpretaties en aarzelend. Dergelijke lectuur confronteert met het complexe, het niet-te-reducerene, het ongrijpbare. In die zin is de ‘society pull’ universiteit een belangrijke speler in het algehele welzijn. Maar de horizontale ‘society pull’ onderzoekslijnen zijn ook degene die zeer moeilijk toegang vinden tot de financieringskanalen (Bij welk van de 33 commissies van het FWO moeten interdisciplinaire onderzoeksvoorstellen worden ingediend ?). Het is ook het soort themata dat opbotst tegen de muren van de huidige universitaire structuur (departementen, faculteiten, groepen) en waar, zeer typerend, kwaliteit van onderzoek niet zondermeer kwantificeerbaar is. De ‘science push’ universiteit draagt bij tot welvaart, de ‘science pull’ bestudeert het welzijn.
O
Elsification “
mdat wetenschap een dimensie is geworden van onze samenleving, zijn de debatten over de interactie tussen en verwevenheid van wetenschap en samenleving zeer actueel en levendig. Sommigen hebben het over de co-evolutie van wetenschap en maatschappij. De ethische, juridische, democratische en maatschappelijke aspecten van deze interactie worden aangeduid met het Angelsakische neologisme elsification (ethical, legal and social implications).
En dit plaatst ons in een grote paradox: onze universiteit – als volwaardige en volledige universiteit2 – is uitstekend uitgerust om dergelijke horizontale onderzoekslijnen op de kaart te zetten. Zo bijvoorbeeld moet innovatiebeleid niet enkel technologische vernieuwing impliceren, maar dient het te worden ondersteund door economische, culturele en zelfs filosofische onderbouwing. Onze hedendaagse maatschappij is vragende partij voor dergelijke integrerende visies en projecten, maar om één of andere reden blijft deze opportuniteit voor en in onze universiteit onaangeboord.
E
Academische vrijheid
r is ook nog een ander imminent gevaar: nl. de universiteit wordt in toenemende mate getoetst aan haar
utiliteitswaarde voor de maatschappij. We moeten hard nadenken over de maatschappelijke taak van de universiteit, maar we moeten onze academische vrijheid – eigenlijk het enige maar belangrijkste privilege dat ons rest – vooral revitaliseren om binnen de universiteit kritisch na te denken, over de economische vooruitgang, maar ook over de culturele, maatschappelijke, menselijke en alle andere randvoorwaarden. Wat met waarden, normen en ethiek ? Wat met rechtvaardigheid ? Wat met religie en interreligiositeit ? Wat met algeheel welzijn ? Waarom wordt zo oppervlakkig gedacht over kennis, vooruitgang, economie ? Wat is onze rol in Europa en de wereld? Wetenschap kan een bron zijn van ‘edutainment’, wetenschap kan utilitaire doelen dienen, maar ook en vooral moeten we de ‘Wetenschap als Cultuur’ terug op de kaart zetten.
D
De ‘K’ van K.U.Leuven
e universiteit moet er de maatschappij aan herinneren dat ze, precies als universiteit, de plicht heeft om onbevangen vragen te stellen en er antwoorden op te zoeken. Wellicht is dit de beste invulling die we kunnen geven aan de ‘K’ van ‘K.U.Leuven’. Deze ‘K’ is vanzelfsprekend eerst en vooral de historische ‘K’, waarvan sommigen opperen dat we ze zouden moeten laten vallen, omdat de oorspronkelijke betekenis ervan niet langer relevant is voor de moderne universiteit. Een interessante suggestie, die tot interessante discussies leidt. Toch stel ik voor om de ‘K’ te houden.
Religie, geloof en zingeving zijn nu eenmaal, wellicht meer nog dan vroeger, belangrijke dimensies van de samenleving, net zoals wetenschap er één is. De recente debatten over de herwaardering van de inbreng van religie in de publieke ruimte (o.a. door Steve Stevaert) zijn niet nieuw: men zou ze kunnen catalogeren onder een reëel pluralisme, dat staat tegenover een grijs, liberaal pluralisme dat alle groeps- en waardeverschillen tussen mensen als onbetekend naar de privé-sfeer verbant. M.a.w. er is geen nette opdeling tussen een zogenaamde ‘neutrale’ publieke sfeer en een privé-sfeer waarbinnen individuen hun preferenties kunnen uitleven. Religie is immers een sociale kracht. Ze is gemeenschapsvormend, draagt bij tot de bevordering van sociaal en spiritueel kapitaal3, begrippen die ook in het werk van de Nobelprijswinnaar economie Gary Becker naar voor komen. Religie is een kracht die sociale verbanden en waarden conserveert, doorgaans op een positieve manier. Precies omdat de politiek vandaag quasi volkomen geseculariseerd is, moeten de bronnen van zin en waarden van buiten de politiek komen, van religies en levensbeschouwingen. Zelfs zeer prozaïsche politieke beslissingen hebben ethische en existentiële gevolgen. We moeten echter wel de vraag durven stellen of de grote, bij ons dominerende levensbeschouwingen, het katholicisme en de vrijzinnigheid, vandaag de dag nog wel de vitaliteit en samenhang hebben om hun in die zin gedefinieerde publieke taak te vervullen. Hierin ligt dus een grote uitdaging voor onze universiteit ! 4
W
De ‘K’ van Kwaliteit, Kennis, Kritisch, Kansen
at niet wil zeggen dat we ook nog andere eigentijdse invullingen kunnen geven aan de ‘K’ van K.U.Leuven. Een ‘K’ die staat voor
christelijke inspiratie, waardoor we ons laten leiden bij het werk van alle dagen, zij het als onderzoeker, lesgever, clinicus, in vragen van ethiek en zingeving. Deze inspiratie levert ons de waarden en normen waarmee we onze drievoudige missie naar de civitas toe, het algemeen belang van de maatschappij, trachten waar te maken. Daardoor ook staat de ‘K’ voor Kwaliteit, niet zozeer als doelstelling op zich, maar wel als plicht. Daardoor ook staat de ‘K’ voor (K)Confrontatie: onze universiteit – in haar volwaardigheid - is de enige in Vlaanderen, en één van de weinige in Europa, waar zo onbevangen – en met zoveel expertise – over alle maatschappelijke dimensies kan gereflecteerd en gedebatteerd worden. Niet óf geloof óf wetenschap, maar én geloof én wetenschap. Niet óf wetenschap óf zingeving, maar én wetenschap én zingeving ! 5 Of ook grote vraagstukken waar de Kerk mee worstelt: de positie van de vrouw, de verhouding met andere godsdiensten, de ontwikkeling van de bio-ethiek, de geneeskunde en de biotechniek, sociale ongelijkheid, centralisatie versus decentralisatie, de rol van de paus, enz.

De ‘K’ ook, van kenniscreatie en -vergaring, en de valorisatie ervan in de authentieke betekenis van het woord (‘waarde geven aan’): hoe onze expertise en verworven inzichten ten dienste stellen van de maatschappij waarin onze universiteit is ingebed ? Een ‘K’ ook, die staat voor ‘kritisch’: is er wel voldoende reflectie over de vraag hoe onze universiteit haar rol in de moderne samenleving kan definiëren, hoe wij deze rol behoorlijk kunnen spelen, en hoe dit alles op een menselijke manier, zowel extra- als intra-muros, kan gerealiseerd worden ? De ‘K’ ook van Kansen, en vooral gelijke kansen, ervoor zorgen dat eenieder hetzelfde recht deelt op persoonlijke ontplooiing volgens eigen profiel en talenten. Een ‘K’ tenslotte van ‘Krediet’, of ook ‘respect’, voor het persoonlijke profiel van elke werknemer aan onze universiteit, weze het ZAP, ATP, onderzoeker of student, van welke religieuze overtuiging dan ook6, de ‘K’ van kwaliteit van de werkomgeving, de algemene werksfeer ook en de intra-muros verhoudingen, waarbij de instelling haar werknemers koestert.


U
Rekenschap
niversiteiten in het algemeen – en de onze in het bijzonder – moeten – veel méér dan voorheen – voldoen aan steeds grotere verwachtingen. Onze universiteit is een instelling geworden met een onwaarschijnlijke pleiade aan opdrachten, waarop zij ook wordt afgerekend en waarvoor zij verantwoording verschuldigd is aan haar ‘stakeholders’. Nochtans zijn de middelen waarmee we de universiteit moeten bestieren beperkt: we moeten al onze stuurmanskunst aanwenden om deze schaarse middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Hoewel dit economische aspiraties zijn, kan niemand ontkennen dat deze invalshoek zeer belangrijk is. Veel meer nog dan vroeger, vraagt dit om een gecentraliseerde beleidsvoering, aan onze instelling vooral geïncorporeerd door het Gebu. Creativiteit en innovatie ontstaan ‘onderaan’, bij de individuele onderzoekers en onderzoeksploegen, maar de moderne universiteit kan niet overleven als een pure iuxtapositie van onderzoeksgroepen en departementen. Beleid dus, om efficiënt te kunnen omgaan met mensen en middelen, maar beleid dat paradoxaal genoeg ook, in toenemende mate, de creativiteit schijnt te hinderen. Dit vraagt om nieuwe evenwichten tussen ‘stuwen’ (van onder uit, ‘bottom-up’) en ‘sturen’ (van boven uit, ‘top-down’).
D
Paradoxen
e toenemende complexiteit manifesteert zich in de talrijke paradoxen waarmee we moeten leren omgaan. Zij resulteren in een zekere ‘hybriditeit’ van onze instelling. Enkele voorbeelden zijn:

  • De vraag naar toenemende autonomie en responsabilisering vanwege de universiteit, versus de vraag naar een grotere ‘accountability’ vanwege de overheid, resulterend in een te logge bureaucratie zowel intra- als extra muros.

  • Een relatief stagnerende eerste geldstroom versus een groeiende tweede, wat resulteert in een schrijnende erosie van de eerste geldstroom, met drastische gevolgen op werkingsmiddelen, gebouwenpatrimonium, logistiek en infrastructuur.

  • De (schijnbare) tegenspraak tussen academische vrijheid en de (succesvolle?) zoektocht naar een efficiëntere en slagvaardiger bestuursstructuur, in een omgeving die sui generis dynamisch is (onderzoeksdisciplines komen en gaan), met een overheid die onvoorspelbaar is.

  • Het daaruit resulterend conflict (i.p.v. conflux) tussen hiërarchie en democratie (bvb. aanduiden van beleidsfuncties, versus verkiezen ervan), tussen drang naar efficiëntie en grote behoefte aan meer communicatie en overleg, of ook het conflict tussen opleggen van structuren ‘top-down’ (i.e. defederaliseren) versus ‘bottom-up’ (i.e. confederaliseren). Nog anders gezegd, hoe moeten ‘bottom-up’ initiatieven, die onze rijkdom uitmaken en de bron zijn van creativiteit, gerijmd worden aan ‘top-down’ initiatieven die onze impact en slagkracht kunnen vergroten ?

  • De pogingen om zowel onderwijsprogramma’s als onderzoeksgroepen in één en dezelfde structuur te wringen, een structuur die in het verleden ‘organisch’ gegroeid is, en vandaag soms als star overkomt en vele (virtuele) problemen veroorzaakt.

  • Meer geld voor wetenschappelijk onderzoek versus minder tijd voor onderzoek; Kunnen we creatief zijn onder permanente tijdsdruk, met doelstellingen die steeds hoger gesteld worden? Het volstaat niet langer om goed tot uitstekend te zijn, excellentie is de nieuwe norm.

  • Enerzijds door de associatievorming en het wegwerken van alle mogelijke drempels (flexibilisering) een substantiële verbreding van de instroom nastreven en anderzijds ambitieuze plannen koesteren voor kwalitatief hoogstaand – zelfs excellent – onderzoek dat een Europese toetsing kan doorstaan.

E
Opportuniteiten


r zijn nochtans geweldige opportuniteiten die we moeten aangrijpen. Een greep:


  • De basiskwaliteit van het Vlaamse secundair onderwijs is uitstekend, zoals recent nog enkele internationale studies hebben aangetoond. Dit garandeert een instroom van goed opgeleide (Vlaamse) scholieren. De onderwijsparticipatie is nog nooit zo groot geweest als vandaag.

  • Onze professoren, senior en junior onderzoekers zijn hardwerkende en bijzonder gemotiveerde wetenschappers.

  • De omkadering vanuit de ondersteunende diensten wordt geleidelijk aan zeer professioneel. Ook hier heel veel inzet en goodwill, hardwerkende en gemotiveerde medewerkers.

  • De onderwijsrevolutie die we net achter de rug hebben, levert uitstekende initiële condities om verder op te bouwen.

  • Hoewel de eerste geldstroom achterblijft, zijn de tweede en derde geldstroom de afgelopen jaren drastisch toegenomen. De Vlaamse financiering van onderzoek situeert zich boven het EU-gemiddelde. Vlaanderen heeft zich geëngageerd om de 3% norm van Lissabon te halen tegen 2007.

  • Voor wat betreft valorisatie van wetenschappelijk onderzoek en technologietransfer naar de bedrijfswereld en de samenleving, is onze universiteit een rolmodel. De klinische dienstverlening van onze ziekenhuizen staat internationaal zeer hoog aangeschreven.

  • Last but not least, onze universiteit is een volwaardige (volledige) universiteit die vele disciplines uit de domeinen Nature, Life, Society and Culture’ omvat, bestudeert en er over doceert. Dit schept opportuniteiten die anderen ons benijden.


Structuur van de tekst

Deze beleidstekst is gestructureerd als volgt:





    • I. Sleutelen aan de beleidscultuur


In dit hoofdstuk worden vijf voorstellen gedaan die onze universiteit moeten omvormen tot een mens- en gezinsvriendelijke instelling, waarin de tevredenheid van alle werknemers de beste garantie vormt voor kwaliteitsvol onderwijs en onderzoek.



    • II. Strategische invulling van beleid


Hier doen we concrete voorstellen voor een beleid rond onderzoek, internationalisering en onderwijs, met speciale aandachtspunten rond persoonlijke ontplooiing van studenten en onderzoekers.



    • III. De structuur van de universiteit


We bespreken de opportuniteiten en mogelijke zwakheden van de recente –bij wijlen controversiële – structuurhervormingen aan onze universiteit. Ook beleidsdoelstellingen met betrekking tot de Campus Kortrijk en de Universitaire Ziekenhuizen komen aan bod.


    • IV. Daadwerkelijk wegen op de politiek


De rector en zijn ploeg hebben een belangrijke verantwoordelijkheid naar buiten toe. In dit hoofdstuk bespreken we de verdere inhoudelijke en organisatorische invulling van de Associatie, en onze standpunten over grote beslissingen die ons te wachten staan in het Vlaams en Europees onderwijs, wetenschaps- en technologiebeleid.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

  • Beleid vanuit status questionis
  • Drievoudige missie van universiteit
  • Wetenschap als dimensie van de samenleving
  • Science Push “ universiteit
  • Society Pull “ universiteit
  • De ‘K’ van Kwaliteit, Kennis, Kritisch, Kansen

  • Dovnload 1.45 Mb.