Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voor Kwaliteit en Creativiteit aan onze Universiteit Beleidstekst n a. v de rectorverkiezing

Dovnload 1.45 Mb.

Voor Kwaliteit en Creativiteit aan onze Universiteit Beleidstekst n a. v de rectorverkiezing



Pagina6/18
Datum05.12.2018
Grootte1.45 Mb.

Dovnload 1.45 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

Sleutelen aan de beleidscultuur




    1. Academische vrijheid: wel willen, niet kunnen !

W
Grote veranderingen


e kunnen veel leren uit de nogal turbulente periode die we achter de rug hebben en die we met zijn allen, onder het verzetten van gigantische hoeveelheden werk, met relatief succes hebben doorsparteld. De veranderingen die ons de voorbije vijf jaar zijn te beurt gevallen, zijn fenomenaal en zeer ingrijpend. Op onderwijsgebied zijn er de BAMAs, de Associatievorming en het flexibiliseringsdecreet. Op onderzoeksgebied is er de sinds tien jaar drastisch toegenomen financiering, met meer ruimte in bestaande en bijkomende opportuniteiten in nieuwe financieringskanalen. Aanzienlijke verwezenlijkingen ook in de wetenschappelijke en maatschappelijke dienstverlening, de professionalisering van valorisatie en technologietransfer, de creatie van spin-offs. Zelfs in de logistieke ondersteuning van de pleiade aan activiteiten zijn de veranderingen fenomenaal: de introductie van SAP en KULOKET, Toledo, kortom, de toenemende informatisering, die ons noopt tot andere manieren van werken. Er zijn ook neveneffecten: een enorme toevloed aan informatie, websites, beleidsnota’s, ‘call for proposals’, rapporteringsmechanismen en evaluaties, een duidelijk exponentieel toenemende bureaucratisering. Tijd nodig hebben voor alles en tijd over hebben voor niets. Manifest gebrek aan duidelijke beslissingslijnen en gebrek aan heldere communicatie van doelstellingen en de timing daarvan, met veel improvisatie tot gevolg. Het overdreven kwantificeren van performantie, zelfs in domeinen en disciplines waar dit niet relevant is.
Vooral de snelheid van die veranderingen de voorbije jaren7, heeft ons naar adem doen happen. De huidige beleidsploeg heeft veel – sommigen zeggen té veel – op de kaart gezet en daarbij soms een duidelijke communicatie rond objectieven en motivaties uit het oog verloren. Zelfs in deze periode van lopende zaken, worden nog talloze initiatieven genomen, zoals bijvoorbeeld de nogal overhaaste invoering van nieuw groepsbesturen. Velen onder ons hebben het gevoel dat er geen adequate referentiekaders meer zijn, en dat we sinds een vijftal jaar in een situatie van crisismanagement zijn beland.
I
Homo docilis
n dit proces werd vooral de academische vrijheid opgeofferd, niet zozeer omdat we dit privilege niet meer zouden willen, maar ook en vooral omdat er gewoon geen tijd meer overblijft8 ! Velen van ons zijn voortaan een soort ‘homo docilis’, die ervoor zorgt in orde te zijn met alle ‘deadlines’ en administratieve verplichtingen. Vooral wie daar in slaagt, wordt goed geëvalueerd. Het hoeft geen betoog dat dit recurrent gevoel van tijdsdruk een zware domper zet op de creativiteit. Het is alsof ieder van ons elke week enkele uren in zijn of haar agenda moet reserveren voor creativiteit. Of, hoe creatief zijn op bevel ?


Oorzaken van tijdsdruk



Wanneer we de geroofde tijd voor creativiteit en academische vrijheid willen herwinnen, moeten we inspelen op de oorzaken van het verlies:
Externe veranderingsprocessen: De universiteit en het hele onderwijslandschap zijn in volle beweging. Van vele van deze transities was vijf jaar geleden nog geen spoor. Denken we maar aan de BAMA’s, de associaties, het flexibiliseringsdecreet. Het extra werk dat hiervoor – met de nodige loyauteit aan onze universiteit – moest verzet worden was fenomenaal, en kwam terecht op de schouders van degenen die de verantwoordelijkheid daartoe hebben opgenomen. Bovendien ontbrak het soms aan duidelijke referentiekaders, planning en heldere communicatie.
Financiering: De afgelopen 10 jaar zijn de inkomsten voor de basisfinanciering (eerste geldstroom) slechts zeer matig gestegen, met ongeveer 25 %. Door de, in 1995 door de Vlaamse regering geïnitieerde inhaalbeweging voor wetenschappelijk onderzoek, zijn de kredieten in de tweede geldstroom meer dan verdubbeld. Goed is dat we daardoor beschikken over veel meer jonge onderzoekers – PhD en postdoc – dan pakweg 10 jaar geleden9. De keerzijde is echter dat de inspanningen voor begeleiding, opvolging, administratie en fondsenwerving, navenant gestegen zijn.
Toegenomen centralisatie van beleid: Om de grote veranderingsprocessen binnen de universiteit te kunnen kanaliseren, moet steeds meer centraal aan beleidsconceptie en –planning gedaan worden. ‘Centraal’ wordt daarvoor ook zorgvuldig aan ‘capaciteitsinschatting’ gedaan (Hoeveel menskracht is nodig om welke taken tegen wanneer tot een goed einde te brengen ?). Denken we maar aan de recente onderwijshervormingen (BAMA), waarvoor de laatste vijf jaar een heuse onderwijsadministratie is uitgebouwd. Of de toch wel fenomenale informatisering van de laatste tien jaar, met een serieuze uitbouw van ICTS, Ludit, het Anemoon project, enz. Maar wanneer dat centraal geconcipieerd beleid moet worden uitgevoerd, in vele gevallen door het ZAP en medewerkers, wordt er blijkbaar niet aan capaciteitsinschatting gedaan, worden ‘deadlines’ ‘top-down’ opgelegd en is er ook praktisch geen beleidscoördinatie (bvb. afstemming van ‘deadlines’ tussen onderwijs- en onderzoekscoördinatie). M.a.w. er wordt zeer onzorgvuldig omgesprongen met de tijdsbesteding van het ZAP, tijd die daar blijkbaar als ‘elastisch’ wordt beschouwd.
Interne veranderingsprocessen: In onze universiteit lopen op elk moment zeer veel veranderingsprocessen parallel en door mekaar: de introductie van SAP, de informatisering van de onderwijsinformatie en –omgeving, evaluatiemechanismen en functiewegingen voor ATP, e.d. Daar waar in bedrijven, en ook bij de overheid, specifieke functies bestaan, zoals transitiemanagers, die dergelijke processen stroomlijnen, komt dit aan onze universiteit allemaal neer op ZAPpers.
Geïndividualiseerde en kwantitatieve evaluaties: In de verschillende dimensies van onze activiteiten – onderwijs, onderzoek en dienstverlening – worden we in toenemende mate geëvalueerd en worden de verwachtingen steeds hoger. Het probleem met deze verwachtingspatronen is dat ze telkens vanuit één enkele dimensie worden gedefinieerd: de verschillende evaluaties – bvb. onderwijs en onderzoek – verlopen los van elkaar, en zijn in vele gevallen zelfs nog eens in vele kleine stukjes opgesplitst (bvb. elk individueel onderzoeksvoorstel). De evaluaties en performantiecriteria zijn in toenemende mate kwantitatief. Dergelijke spierballenrollerij is op grote delen van de universiteit niet echt van toepassing. Het gebrek aan domeinspecifieke evaluatiecriteria werkt demotiverend en frustrerend.
Ondergewaardeerde beleidsfuncties: ZAPpers die – soms ten node – verkozen of geroepen worden tot een beleidsfunctie (departementsvoorzitter, programmadirecteur, decaan, lid van allerlei commissies in het onderwijs- en onderzoeksbeleid (bvb. onderzoeksraad, FWO,...)) halen zich hiermee heel wat werk op de hals, waarbij vaak elke vorm van ondersteuning – en jammer genoeg ook soms waardering – ontbreekt.
Gebrekkige communicatie: In vele gevallen is de communicatie van beleidsbeslissingen ondermaats (dit zou nochtans gemakkelijk op te lossen zijn via het K.U.Leuven intranet), of zijn de ‘doorstroomtijden’ nodeloos lang. Soms is er ook teveel sprake van wat wel eens als een ‘cenakel-cultuur’ wordt omschreven. In andere gevallen is de communicatie overdadig en daardoor ook inefficiënt (i.e. beleid via ‘email-attachments’).
Toegenomen complexiteit en nieuwe initiatieven: Heel wat activiteiten bestonden tien jaar geleden niet: infosessies allerhande, abituriëntendagen, SIDins, open deur dagen, wetenschapsweek, dag van de technologie, ..... Hierop is steeds de aanwezigheid van ZAP vereist. Er zijn ook talloze voorbeelden van processen die van oudsher bestaan, maar waarvan de complexiteit drastisch toegenomen is. Denken we maar aan de deliberaties met individueel aangepaste jaarprogramma’s (wat nog zal verergeren met het flexibiliseringsdecreet), de groeiende instroom van buitenlandse studenten, de overdreven rapporteringsvereisten in Europese onderzoeksprogramma’s, enz.

D
Roofbouw op gezin ?


e academische vrijheid is trouwens niet het enige slachtoffer van het pervasief gebrek aan tijd. Een ZAPper die zich wil waarmaken, moet wel degelijk een duizendpoot zijn, en moet wel roofbouw plegen, niet alleen op de kwaliteit van zijn of haar onderzoek, maar ook op zijn/haar gezinsleven10. Of, zoals het met een meer academische understatement wordt uitgedrukt in het jaarverslag van onze universiteit: ‘Dat creëert een sterk toenemende werkdruk bij het vaste kader en het risico voor suboptimale begeleiding bij de jonge vorsers.’ M.a.w. de hiernavolgende voorstellen zijn ook broodnodig om onze instelling om te vormen tot een mens- en gezinsvriendelijke universiteit.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18


Dovnload 1.45 Mb.