Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voor leidinggevenden en personeelsmedewerkers Laatste update: 4 januari 2017Inhoudstafel

Dovnload 1.28 Mb.

Voor leidinggevenden en personeelsmedewerkers Laatste update: 4 januari 2017Inhoudstafel



Pagina14/53
Datum04.04.2017
Grootte1.28 Mb.

Dovnload 1.28 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   53

4.2Proeftijd




4.2.1Visie

De proeftijd is een bijzondere periode in de loopbaan van de medewerker waarin getoetst wordt of de verwachtingen en competenties van de medewerker overeenstemmen met de verwachtingen en vereisten die de organisatie stelt aan de functie waarin de betrokkene is aangesteld of waarnaar hij is bevorderd. De proeftijd heeft tot doel op korte termijn een inschatting te maken van de geschiktheid van de medewerker voor de functie, alsook het leerpotentieel en de nodige ontwikkelacties te bepalen.


Er zijn twee redenen waarom de stad gebruik maakt van een proeftijd. Enerzijds kan de leidinggevende zo oordelen of de medewerker geschikt is voor de functie. Mogelijk beschikt de medewerker nog niet meteen over alle competenties die vereist zijn voor de functie. De proeftijd is de tijd waarin de medewerker kan groeien tot ‘de juiste persoon op de juiste plaats’. De medewerker kan aan de leidinggevende tonen welke competenties hij beheerst en waarin hij nog kan groeien. In die zin kan de proeftijd beschouwd worden als een verlengstuk van de selectie. Anderzijds kan de medewerker tijdens de proeftijd ook zelf oordelen of de functie en de bijbehorende taken zich liggen.
Aangezien de proeftijd een verlengstuk is van de selectie, heeft de leidinggevende hierin een belangrijke rol en verantwoordelijkheid. Indien de geschiktheid van de medewerker onvoldoende blijkt of de medewerker zijn verwachtingen niet vervuld ziet, wordt de tewerkstelling gedurende of op het einde van de proeftijd beëindigd.

4.2.2Duur van de proeftijd

De proeftijd start vanaf de datum waarop de medewerker op proef wordt aangesteld. Indien de medewerker statutair op proef werd benoemd, bedraagt de proeftijd twaalf maanden. Voor een contractuele medewerker is de maximale duur van de proeftijd 6 maanden.




Contractuele arbeiders en bedienden (onbepaalde duur)

Alle niveaus: 6 maanden

Contractuele bedienden bepaalde duur of vervangers

Contract 12 maanden  3 maanden proeftijd

Contract 6 maanden  3 maanden proeftijd

Contract 3 maanden  1 maand proeftijd

Vervangingscontract  3 maanden proeftijd



Statutaire medewerkers

Alle niveaus 1 jaar




Juridische teksten:

Rechtspositieregeling, deel 4 titel 4.1

Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007, artikel 32 tem 37

Wet 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten


4.2.3Verkorte proeftijd

De duurtijd die hierboven is vastgelegd van proeftijden die starten na 1 februari 2012 kunnen als gunstmaatregel uitzonderlijk verkort worden op basis van objectieve redenen. Dit kan enkel op vraag van de medewerker zelf én na beslissing van de stadssecretaris als aanstellende overheid.

Het aantal maanden waarmee de proeftijd wordt verkort, is individueel te bepalen en kan voor een contractuele medewerker nooit minder zijn dan het wettelijke minimum dat de wetgeving voorschrijft, namelijk een maand voor bedienden, zeven dagen voor arbeiders.


4.2.4Verlenging van de proeftijd

De stadssecretaris kan als aanstellende overheid uitzonderlijk in individuele gevallen en gemotiveerd beslissen om de proeftijd van een statutaire medewerker een keer te verlengen. Het aantal maanden waarmee de proeftijd wordt verlengd is individueel te bepalen. Reden voor verlenging kan bijvoorbeeld een langdurige periode van ziekte of afwezigheid zijn tijdens de proeftijd.



4.2.4.1Schorsing van de proeftijd voor het opnemen van een andere functie

Indien de statutaire of contractuele medewerker tijdens de proeftijd in een andere functie op proef wordt aangesteld, wordt de eerste proeftijd geschorst. De medewerker heeft het recht om de geschorste proeftijd te hervatten tot op het moment dat hij wordt benoemd (statutair) of de proeftijd afloopt (contractueel) in de andere functie.





Juridische teksten:

Rechtspositieregeling van de stad, deel 4 titel 4.1

Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007, artikel 32 tem 37

Wet 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten




Andere info:

Over de schorsing van de proeftijd van contractueel personeel lees je meer op: http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=3582


4.2.5Waardering tijdens en na proeftijd




4.2.5.1Criteria

Een medewerker krijgt zowel tijdens als na de proeftijd op zijn prestaties en gedrag feedback en wordt daarop (eventueel al tussentijds) gewaardeerd. De chef-waardeerder schat in of de medewerker over de juiste competenties beschikt om de taken op een kwalitatieve manier uit te voeren. De medewerker stapt in een jaarlijkse functioneringscyclus waarin hij tussentijds feedback krijgt in het planningsgesprek en via tussentijdse feedback.


Tegen het einde van de proeftijd krijgt de medewerker een eindwaardering waarin de chef-waardeerder de sterke en zwakke punten aanhaalt. Het is belangrijk, zeker wanneer de proeftijd negatief is, dat de chef-waardeerder de waardering uitgebreid motiveert. Het moment van de eindwaardering valt samen met het einde van de duurtijd die hierboven werd besproken. Dit moment verschilt dus naargelang het type contract of het statuut van de medewerker.


4.2.5.2Waarderingsresultaat proeftijd

Na de proeftijd zijn er twee mogelijke waarderingsresultaten: gunstig en ongunstig.


Als het waarderingsresultaat van de proeftijd gunstig is, wordt de statutaire medewerker benoemd of bevorderd. Een statutaire medewerker op proef blijft na afloop van de proeftijd op proef aangesteld tot de aanstellende overheid beslist over vaste benoeming. De aanstellende overheid neemt de beslissing zonder uitstel. De proeftijd van een contractuele medewerker loopt automatisch af nadat de termijn verstreken is.
Is het waarderingsresultaat van de proeftijd ongunstig, dan keert de medewerker terug naar de vorige functie of eindigt de loopbaan bij de stad.

4.2.5.3Tussentijdse waardering

Wanneer de chef-waardeerder van oordeel is dat de medewerker niet optimaal functioneert, kan er na minstens drie maanden proeftijd een tussentijdse waardering plaatsvinden. Als het heel duidelijk is dat de medewerker niet goed functioneert kan deze tussentijdse waardering ongunstig zijn. Dan keert de medewerker terug naar de vorige functie of eindigt de loopbaan bij de stad. Zie ook het volgende hoofdstuk over waardering.



4.2.5.4Ontslag tijdens of op het einde van de proeftijd

Een statutaire medewerker die ontslagen wordt tijdens of op het einde van de proeftijd heeft geen recht op een opzegtermijn of verbrekingsvergoeding. Wanneer hij voor deze proeftijd in dienst was bij de stad, keert hij terug naar de vorige functie of een gelijkaardige functie in dezelfde graad.

Een contractuele medewerker die ontslagen wordt tijdens of op het einde van de proeftijd heeft recht op een verkorte opzegtermijn of verbrekingsvergoeding volgens de arbeidsovereenkomstenwet.

Deze termijnen worden besproken in het deel einde dienstverband.



4.2.5.5Proeftijden gestart voor 1 februari 2012

Deze proeftijden vallen onder de bepalingen van het reglement of de rechtspositieregeling die van kracht waren op het moment van de start van de proeftijd.




Juridische teksten:

Rechtspositieregeling, deel 4 titel 4.1

Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007, artikel 32 tem 37

Wet 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   53

  • 4.2.2Duur van de proeftijd
  • 4.2.3Verkorte proeftijd
  • 4.2.4Verlenging van de proeftijd
  • 4.2.4.1Schorsing van de proeftijd voor het opnemen van een andere functie
  • 4.2.5Waardering tijdens en na proeftijd
  • 4.2.5.2Waarderingsresultaat proeftijd
  • 4.2.5.3Tussentijdse waardering
  • 4.2.5.4Ontslag tijdens of op het einde van de proeftijd
  • 4.2.5.5Proeftijden gestart voor 1 februari 2012

  • Dovnload 1.28 Mb.