Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voor leidinggevenden en personeelsmedewerkers Laatste update: 4 januari 2017Inhoudstafel

Dovnload 1.28 Mb.

Voor leidinggevenden en personeelsmedewerkers Laatste update: 4 januari 2017Inhoudstafel



Pagina17/53
Datum04.04.2017
Grootte1.28 Mb.

Dovnload 1.28 Mb.
1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   ...   53

4.6Goedkeuring

Als een medewerker een vorming wenst te volgen, bespreekt hij dit eerst met zijn leidinggevende en de deskundige vorming van zijn bedrijf. Zo kan er gekeken worden welke vorming het meest geschikt is voor het medewerker. Vervolgens wordt er een aanvraag vorming & opleiding (AVO) ingevuld voor de vorming, die op advies van de leidinggevende en de deskundige vorming al dan niet door de bedrijfsdirecteur wordt goedgekeurd. De vormingscoördinator heeft altijd het laatste beslissingsrecht.



4.7Borg en scholingsbeding

De stad wil dat de investering in de medewerker zich vertaald naar de werkvloer. Zeker voor volledig functionele opleidingen waarvoor de stad een hoge kostprijs betaalt, wil de stad een garantie dat de investering optimaal rendeert. Daarom kan hiervoor zowel aan een contractuele als aan een statutaire medewerker een scholingsbeding worden opgelegd of een borg worden gevraagd.




  • Een borg kan bij aanvang van de vorming gevraagd worden en wordt terugbetaald als je het attest/diploma/getuigschrift hebt behaald. Zo wordt de medewerker gestimuleerd om zich volledig in te zetten voor de opleiding. De toepassing en de hoogte van de borg wordt bepaald per opleiding en bedraagt nooit meer dan 20% van de totale opleidingskosten.




  • Een scholingsbeding houdt in dat een gedeelte van de opleidingskosten terugbetaald moet worden als een medewerker binnen een bepaalde periode (maximum drie jaar) de stad verlaat. Een scholingsbeding treedt echter pas in werking op het moment dat het diploma/attest/getuigschrift is behaald.

De toepassing van het scholingsbeding is gebonden aan bepaalde voorwaarden:

  • Het jaarloon (niet geïndexeerd) van de medewerker moet minstens 16.100 euro bedragen;

    • Dit loonbedrag moet je aanpassen aan het indexcijfer. Deze index vind je in artikel 22bis van de arbeidsovereenkomstenwet. Het geïndexeerde loonbedrag wordt op 1 januari 2012 op €31.467 gebracht.

  • Het moet gaan om een vorming die ook bruikbaar is buiten de stad. Het mag dus niet gaan over een stadsspecifieke opleiding;

  • De duur van de opleiding bedraagt minstens 80 uur of de kosten van de opleiding bedragen minstens €2887,08;

    • Dit laatste bedrag is reeds geïndexeerd op basis van de index van 1 mei 2011. Bij ingang van een nieuwe index, kan je het geïndexeerde bedrag steeds terugvinden in CAO 43. Dit bedrag moet je dan nog wel twee keer vermenigvuldigen.

De toepassing van een borg of scholingsbeding gebeurt op advies van de deskundige vorming, maar wordt steeds beslist door de vormingscoördinator.


Als een personeelslid dat een scholingsbeding heeft lopen, een structurele verlofvorm aanvraagt, dan zal de duur van het scholingsbeding zal opgeschort worden met de duur van de structurele verlofvorm. Zo wordt vermeden dat het personeelslid de terugbetaling van de vorming ontloopt.

4.8Deelname

Als een medewerker zich inschrijft voor een vormingsactiviteit moet hij aanwezig zijn. Soms kan hij niet deelnemen aan een vormingsactiviteit waarvoor hij is ingeschreven. Hij kan daarom tot drie weken voor aanvang annuleren. Enkel in geval van ziekte of overmacht kan hij op een later tijdstip annuleren. Hij moet hiervoor een geldige reden opgeven en de chef en de deskundige vorming hiervan zo snel mogelijk verwittigen. Zo kan een andere medewerker de plaats innemen en hoeft de stad geen opleiding te betalen waaraan niemand heeft deelgenomen.



4.9Evaluatie

Het is de bedoeling dat de investering die de stad maakt maximaal rendeert op de werkvloer. Daarom moet de medewerker de vorming samen met zijn leidinggevende/team bespreken en opvolgen. Om de kwaliteit en doeltreffendheid van de vorming na te gaan, evalueert de medewerker ook elke vorming die de stad organiseerde of financierde.




Juridische teksten:

Rechtspositieregeling, deel 4, titel 4.4

Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007, artikel 54

Wet 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, artikel 22 bis (ook van toepassing op statutaire medewerkers)

Collegebeslissing van 6 februari 2009 over dienstreizen

Beslissing van het managementteam van 31 augustus 2011 over het vormingsvademecum

Beslissing van de stadssecretaris van 8 september 2011, waarmee de bedrijfsdirecteur van personeelsmanagement vormingscoördinator wordt

Dienstnota van 16 maart 2009 die bepaalt dat opleidingcheques niet kunnen worden gebruikt voor functionele opleidingen

4.10Administratieve anciënniteiten

De administratieve anciënniteiten worden uitgedrukt in jaren en volle kalendermaanden. Ze nemen een aanvang op de eerste dag van een maand. Als de diensten geen aanvang hebben genomen op de eerste dag van een maand of geen einde hebben genomen op de laatste dag van een maand, worden de gedeelten van maanden weggelaten.


Er zijn vier soorten administratieve anciënniteit:


  • dienstanciënniteit;

  • graadanciënniteit;

  • niveauanciënniteit;

  • schaalanciënniteit.



4.10.1Dienstanciënniteit



Dienstanciënniteit is de totale tijd die een medewerker sinds het begin van zijn proeftijd bij de stad heeft gewerkt.

4.10.2Graadanciënniteit



Graadanciënniteit is de totale tijd die een medewerker sinds het begin van zijn proeftijd in een bepaalde graad voor een overheid heeft gewerkt. Een graad verwijst naar een groep gelijkwaardige functies binnen hetzelfde niveau (A, B, C, D en E), zoals bijvoorbeeld ’consulent’ of ‘afdelingschef’ binnen het A-niveau. Deze anciënniteit is relevant voor de deelname aan mobiliteitsprocedures.

4.10.3Niveauanciënniteit

Niveauanciënniteit is de tijd die een medewerker sinds het begin van zijn proeftijd in een of meer graden van een bepaald niveau heeft gewerkt. Deze anciënniteit is relevant voor de deelname aan bevorderingsprocedures.



4.10.3.1Berekening van de graad- en niveauanciënniteit

Welke tijd wordt in aanmerking genomen voor graad- en niveauanciënniteit, wanneer de medewerker in dezelfde graad of op hetzelfde niveau bij een ander bestuur heeft gewerkt? Er vindt een vergelijking plaats over de voorwaarden en de functiebeschrijving tussen de diensten bij een ander overheid en de functie waarin de medewerker aangesteld wordt. De medewerker levert zelf de bewijsstukken voor de diensten die hij bij een andere overheid presteerde.


Werkelijke diensten zijn alle diensten bij een overheid die een medewerker recht geven op een salaris of gelijkgesteld zijn met dienstactiviteit.

Met overheid bedoelen we alle diensten en instellingen van:




  • de provincies, de gemeenten en de OCMW’s van België en de instellingen die ertoe behoren;

  • de diensten en instellingen van de federale overheid, van de gemeenschappen en van de gewesten;

  • de diensten en instellingen van de Europese Unie;

  • de diensten en instellingen van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;

  • de lokale overheden van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte.



4.10.4Schaalanciënniteit

De schaalanciënniteit is de anciënniteit verworven bij een bestuur in een bepaalde salarisschaal van de functionele loopbaan van een bepaalde functie.

Alle voltijdse en deeltijdse prestaties die recht geven op een salaris geven ook recht op de toekenning van schaalanciënniteit. De schaalanciënniteit blijft behouden bij interne mobiliteit en bij ambtshalve herplaatsing bij een horizontale verschuiving naar een andere functie als Medex oordeelt dat een medewerker medisch ongeschikt is om te werken. Schaalanciënniteit blijft ook behouden bij ambtshalve herplaatsing naar een lagere graad na een ongunstige waardering na bevorderingsproeftijd en bij ambtshalve herplaatsing naar een lagere graad bij functionele of persoonlijke redenen.
Beroepservaring uit de privésector of als zelfstandige rekent de stad niet mee voor de toekenning van graadanciënniteit, niveauanciënniteit, dienstanciënniteit en schaalanciënniteit.
Deze anciënniteit is nuttig voor het doorlopen van de functionele loopbaan.


Juridische teksten:

Rechtspositieregeling, deel 4, titel 4.5

Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007, Titel 3, Hfdst.7, artikel 55-61

Gemeenteraadsbesluit van 22 september 2008 (jaarnr.1522)

Gemeenteraadsbesluit van 16 februari 2009 (jaarnr.242)



Andere info:

Formulier: aanvraag validering anciënniteit vorige werkgevers

Informatie ‘aanvraag validering anciënniteit vorige werkgevers’



1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   ...   53

  • 4.7Borg en scholingsbeding
  • 4.8Deelname
  • 4.9Evaluatie
  • 4.10Administratieve anciënniteiten
  • 4.10.1Dienstanciënniteit
  • 4.10.3Niveauanciënniteit
  • 4.10.4Schaalanciënniteit

  • Dovnload 1.28 Mb.