Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voor leidinggevenden en personeelsmedewerkers Laatste update: 4 januari 2017Inhoudstafel

Dovnload 1.28 Mb.

Voor leidinggevenden en personeelsmedewerkers Laatste update: 4 januari 2017Inhoudstafel



Pagina21/53
Datum04.04.2017
Grootte1.28 Mb.

Dovnload 1.28 Mb.
1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   53

4.15Mandaatsysteem

Een medewerker kan tijdens zijn loopbaan ook een mandaat opnemen. Aan een mandaatfunctie worden duidelijk omschreven resultaten gekoppeld die hij in een bepaalde periode moet bereiken. Een mandaathouder is verantwoordelijk voor het bereiken van deze resultaten.

Een mandaat vervullen kan voor één van de volgende functies:


  • de zogenaamde ‘decretale’ graden (dit is op dit moment niet van toepassing bij de stad Antwerpen):

  • alle functies van niveau A en – uitzonderlijk – B.



4.15.1Voorwaarden


Een mandaat kan je pas opnemen nadat een vacature bij mandaat is open verklaard. Een huidige functie kan dus niet zomaar omgevormd worden tot een mandaatfunctie. Het beginsel van gelijke toegang tot het openbaar ambt geldt.
Voor de invulling van mandaatfuncties gelden dezelfde aanstellings- en bevorderingsvoorwaarden als voor aanwerving, bevordering of mobiliteit (zie deel 2 instroom).

4.15.2Statutair/contractueel


Een statutaire medewerker blijft ook statutair in dienst tijdens de mandaatfunctie. Een contractuele medewerker of een externe kandidaat wordt tijdens de uitoefening van de mandaatfunctie contractueel aangesteld.

4.15.3Proeftijd


De proeftijd voor een statutaire medewerker die een mandaatfunctie bekleedt, duurt twaalf maanden. De proeftijd van een mandaathouder kan niet worden verlengd. Voor een contractuele medewerker gelden de regels uit het deel proeftijd.

4.15.4Duur van het mandaat


Als een medewerker een ‘decretale graad’ gaat uitoefenen, duurt het mandaat minstens zeven jaar. Een mandaat in alle andere functies van niveau A en B duurt minstens vijf jaar. Het mandaat is verlengbaar volgens de modaliteiten die het college heeft vastgesteld.

4.15.5Criteria voor de jaarlijkse waardering van de mandaathouder


Als mandaathouder wordt een medewerker jaarlijks gewaardeerd op zijn gedrag en zijn functioneren, zoals wordt besproken in het deel waardering. Het moment waarop de mandaathouder wordt gewaardeerd kan eventueel apart worden vastgelegd. Een mandaathouder die een negatieve waardering krijgt, wordt van zijn mandaat ontheven zonder verbetertermijn.

4.15.6Eindevaluatie


Op het einde van een mandaat krijgt een mandaathouder nog een bijkomende evaluatie op zijn volledige mandaatopdracht. Dit gebeurt binnen de zes maanden voor het mandaat wordt beëindigd. Het is een eindevaluatie van de resultaten tijdens een mandaatperiode. Er wordt dan ook rekening gehouden met vroegere waarderingen.
Als de eindevaluatie gunstig is, wordt het mandaat verlengd voor zover dit is voorzien.

Is de eindevaluatie ongunstig? Dan wordt het mandaat stopgezet, er wordt geen verbetertermijn opgestart. De statutaire mandaathouder die voorheen in dienst was bij de stad keert terug naar zijn vorige graad. Hij behoudt dan de schaalanciënniteit. Een mandaathouder die voorheen niet in dienst was bij de stad of die contractueel is aangesteld in het mandaat wordt uit de mandaatfunctie ontslagen conform de wettelijke bepalingen. Een contractuele mandaathouder die voorheen een contractuele functie had bij de stad, heeft in die vorige functie mogelijk een verlofvorm opgenomen. In dat geval kan deze verlofvorm stopgezet worden en kan hij terug een functie in de vorige graad opnemen.



4.15.7Salarisschaal


Een medewerker krijgt de eerste salarisschaal van de functionele loopbaan die hoort bij de functie die tijdens het mandaat wordt uitgeoefend. Als een medewerker al schaalanciënniteit heeft, krijgt hij de bijhorende salarisschaal. Verder doorloopt hij de gewone functionele loopbaan van de graad.

4.15.8Toelage


Een medewerker krijgt een toelage om het mandaat uit te oefenen. Voor meer concrete informatie hierover zie deel salaris, toelagen en vergoedingen.


4.15.9Redenen voor stopzetting van het mandaat


Een mandaat kan worden stopgezet als:

  • de mandaatperiode afgelopen is (tenzij ze wordt verlengd);

  • de tussentijdse waardering of eindevaluatie onvoldoende of ongunstig is;

  • een medewerker ambtshalve wordt herplaatst;

  • een medewerker een nieuwe functie gaat uitoefenen;

  • een medewerker op pensioen gaat;

  • een medewerker zelf wil dat zijn mandaat wordt stopgezet.



4.15.10Na stopzetting


Dezelfde gevolgen zijn van toepassing als degene die hierboven zijn omschreven bij een ongunstige eindevaluatie. De mandaathouder die terugkeert naar zijn vorige graad behoudt de waardering die hij kreeg vóór het mandaat.

4.15.11Overgangsmaatregelen


De mandaten toegekend voor 1 februari 2012 vallen onder de bepalingen van het reglement of de rechtspositieregeling die van kracht waren op het moment van de openverklaring van de vacature bij mandaat.


Juridische teksten:

Rechtspositieregeling, deel 4, titel 4.10, en deel 6 (Salaris en vergoedingen)

Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007, artikel 80 tem 91

Gemeenteraadsbesluit van 27 april 1998 (jaarnummer 00463) over de mandaatopdracht

Besluit stadssecretaris van 17 juni 2010 (jaarnummer 01637) betreffende de criteria voor mandaatfuncties



4.16Detachering

De stad kan medewerkers detacheren naar andere rechtspersonen of instanties binnen de grenzen van de wettelijke en decretale bepalingen. De VVSG heeft hierover uitgebreide nota’s geschreven die gepubliceerd zijn op hun website.


De gedetacheerde medewerkers leveren geen rechtstreekse prestaties voor de stad maar wel voor een andere juridische werkgever. Zij blijven juridisch gezien in dienst van de stad en vallen onder de rechtspositieregeling. Zij vallen echter onder het “feitelijk” gezag van de organisatie waarnaar ze zijn gedetacheerd. Deze organisatie kan hun arbeidsregime bepalen. Zij oefent ook het toezicht uit op het ziekteverlof van de medewerker, en staat ook in voor de arbeidsveiligheid en de preventie op het werk.
Volgende detacheringsvormen zijn mogelijk:

  • de stad kan medewerkers inzetten in het kader van een dienstverleningsovereenkomst, zonder overdracht van werkgeversgezag;

  • de stad kan onder bepaalde voorwaarden medewerkers ter beschikking stellen aan een autonoom gemeentebedrijf of een vzw, met overdracht van werkgeversgezag).

Over de waardering van een gedetacheerde medewerker bij de stad kan je meer informatie vinden onder het deel ‘waardering’ van deze tekst.

Daarnaast kan de stad bijvoorbeeld verlof voor opdracht geven aan een medewerker om elders te gaan werken, de arbeidsovereenkomst schorsen of medewerkers van de stad overdragen ingeval er bepaalde delen van de stad worden verzelfstandigd. In dat geval spreken we niet over detachering en gelden er andere regels. Voor de toepassing van verlofstelsels vind je meer info onder het deel Aan- en afwezigheden. Voor overdracht van medewerkers geldt specifieke wetgeving.



Juridische teksten:

Rechtspositieregeling, deel 4, titel 4.11

Gemeentedecreet, artikel 230

Wet van 24 juli 1987 op de tijdelijke arbeid

Nieuwe Gemeentewet, artikel 144 bis


1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   53

  • 4.15.2Statutair/contractueel
  • 4.15.4Duur van het mandaat
  • 4.15.5Criteria voor de jaarlijkse waardering van de mandaathouder
  • 4.15.9Redenen voor stopzetting van het mandaat
  • 4.15.11Overgangsmaatregelen
  • 4.16Detachering

  • Dovnload 1.28 Mb.