Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voor leidinggevenden en personeelsmedewerkers Laatste update: 4 januari 2017Inhoudstafel

Dovnload 1.28 Mb.

Voor leidinggevenden en personeelsmedewerkers Laatste update: 4 januari 2017Inhoudstafel



Pagina6/53
Datum04.04.2017
Grootte1.28 Mb.

Dovnload 1.28 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   53

1.9Tucht

1.9.1Straffen en procedure

Een tuchtstraf is het laatste middel om foutief gedrag van een statutaire medewerker bij te sturen. Tucht is geen doel op zich, maar er moet wel worden opgetreden tegen gedrag dat de goede werking en de goede naam van de stad in het gedrang brengt en het welzijn van klanten en collega’s aantast.


De tuchtregeling vind je terug in het gemeentedecreet. In deze handleiding tref je enkel de grote lijnen aan.
De volgende handeling of gedraging kan aanleiding geven tot een tuchtstraf:

  • een tekortkoming aan de beroepsplichten;

  • de waardigheid van het ambt in het gedrang brengen;

  • een overtreding van de rechtspositieregeling.

De volgende tuchtstraffen kunnen worden opgelegd:



  • blaam;

  • inhouding van salaris;

  • schorsing;

  • ontslag van ambtswege;

  • afzetting (deze straf wordt niet meer toegepast).

Medewerkers die een tuchtstraf opgelegd krijgen en hierdoor in financiële moeilijkheden zouden komen, kunnen aan de stadssecretaris vragen voor een alternatieve uitvoering van de tuchtstraf (bv. extra prestaties leveren, inleveren historische overuren).


De stadssecretaris treedt op als tuchtoverheid voor medewerkers waarvoor de rechtspositieregeling van toepassing is.
Wanneer de stadssecretaris geïnformeerd wordt over een tuchtfeit dient hij binnen de zes maanden een leidinggevende aan te duiden als tuchtonderzoeker en start hij de tuchtprocedure op. Die tuchtonderzoeker voert het tuchtonderzoek, stelt een tuchtverslag op en stelt een tuchtdossier samen.
Voor een tuchtstraf kan worden opgelegd, wordt de medewerker gehoord. Hij mag zich laten bijstaan door een verdediger. Dit kan ofwel een advocaat zijn, ofwel een vakbondsafgevaardigde. Voor de hoorzitting ontvangt hij een tuchtverslag en een kopie van het tuchtdossier. Hij kan de openbaarheid van de zitting vragen.
De tuchtoverheid kan ambtshalve en op verzoek van de medewerker getuigen horen. De hoorzitting waarin getuigen worden gehoord is besloten, tenzij de medewerker om de openbaarheid van de zitting verzoekt. De getuige kan echter vragen om achter gesloten deuren te worden gehoord. De tuchtoverheid beslist of de getuige achter gesloten deuren wordt gehoord.
De tuchtoverheid brengt met een aangetekende brief de medewerker op de hoogte van zijn beslissing. De medewerker kan in beroep gaan tegen de opgelegde tuchtstraf bij de bevoegde beroepsinstantie. Deze kan beslissen om de straf te verlagen, maar zij kan de straf ook verhogen.

1.9.2De preventieve schorsing

De tuchtoverheid kan een medewerker in uitzonderlijke gevallen preventief schorsen. Dit wil zeggen dat de medewerker wordt verwijderd van de werkvloer en gedurende de periode van deze schorsing geen werkprestaties mag verrichten. De preventieve schorsing is geen tuchtstraf, maar een ordemaatregel die de stad oplegt in het belang van de dienst.


Dit kan als er tegelijk aan twee voorwaarden is voldaan:



  • er loopt tegen de medewerker een strafrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek;

  • de aanwezigheid van de medewerker is onverenigbaar met het belang van de dienst.

De preventieve schorsing kan samengaan met een inhouding van salaris. Deze inhouding mag niet meer dan de helft van het salaris bedragen. Een minimumloon gelijk aan het leefloon wordt in alle gevallen gegarandeerd.


De preventieve schorsing wordt uitgesproken voor maximaal vier maanden, maar kan telkens met maximaal vier maanden worden verlengd als er tegen de medewerker een strafrechtelijk onderzoek loopt.
De medewerker wordt vooraf gehoord over de preventieve schorsing en over de eventuele verlenging ervan, en ook over de inhouding van salaris die ermee gepaard kan gaan.
In hoogdringende gevallen kan de tuchtoverheid de preventieve schorsing onmiddellijk uitspreken, maar de medewerker moet dan wel binnen acht dagen worden gehoord.
In de loop van de preventieve schorsing wordt de tuchtzaak behandeld. Er zijn dan twee gevallen mogelijk: ofwel legt de stad geen straf op, of althans geen straf die de inhouding van salaris tot gevolg heeft (de blaam), ofwel legt de stad wel een straf op die de inhouding van salaris tot gevolg heeft.
Legt de stad geen tuchtstraf of de tuchtstraf van de blaam op na de preventieve schorsing met inhouding van salaris? Dan heeft de preventieve schorsing geen gevolgen en zal de afdeling loonadministratie het tijdens de preventieve schorsing ingehouden salaris bijbetalen.

Legt de stad na de preventieve schorsing met inhouding van salaris de straf van de inhouding van salaris, de schorsing zonder salaris of het ontslag van ambtswege op? Dan zal de stad, wanneer de straf van de inhouding van salaris en de schorsing zonder salaris wordt opgelegd, het salaris bijbetalen voor de periode van de preventieve schorsing, maar van deze bijbetaling het bedrag afhouden dat gelijk is aan het salaris dat wegens de straf niet wordt uitbetaald. Indien de straf van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd, dan gaat deze in op de dag van de preventieve schorsing. In dat geval wordt er geen salaris meer bijbetaald.


Een medewerker die preventief wordt geschorst bevind zich in de staat van dienstactiviteit en bouwt wel vakantie- en ziektekredietdagen op.

1.9.3Gevolgen van de tuchtstraf

Voor elke medewerker die een tuchtstraf krijgt, wordt een intern strafblad opgemaakt. Dit is van belang voor de negatieve gevolgen van de straf in de toekomst. Afhankelijk van de opgelegde straf kan de bestrafte medewerker voor een bepaalde duur niet bevorderen. Het personeelslid kan wel deelnemen aan een selectieprocedure, maar komt niet in aanmerking voor bevordering zolang de tuchtstraf niet is doorgehaald. De medewerker kan zich wel horizontaal heroriënteren in de eigen graad via mobiliteit.


De termijn waarin de medewerker niet meer in aanmerking komt voor bevordering gaat in:

  • ofwel op de datum waarop de tuchtoverheid de tuchtstraf uitsprak;

  • ofwel na beroep, vanaf de datum dat de Beroepscommissie voor Tuchtzaken een straf heeft opgelegd.

Deze termijn eindigt wanneer de tuchtstraf wordt doorgehaald. Daarna komt de medewerker opnieuw in aanmerking voor bevordering:


Personeelsleden op proef die tijdens de proeftijd een tuchtstraf opliepen komen niet in aanmerking voor vaste benoeming totdat de tuchtstraf is doorgehaald.


Let wel, als de medewerker later voor feiten van dezelfde aard opnieuw wordt gestraft, kan er een zwaardere straf worden opgelegd. Dit is niet aan een bepaalde termijn gebonden.


Juridische teksten:

Gemeentedecreet, artikel 119 tot en met 144

Besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   53

  • 1.9.2De preventieve schorsing
  • 1.9.3Gevolgen van de tuchtstraf

  • Dovnload 1.28 Mb.