Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voornaamwoorden

Dovnload 23.19 Kb.

Voornaamwoorden



Datum02.08.2017
Grootte23.19 Kb.

Dovnload 23.19 Kb.

Voornaamwoorden

Persoonlijk voornaamwoord

Verwijst naar een persoon, een groep, personen, voorwerpen of onzichtbare zaken.



Bezittelijk voornaamwoord

Geeft een bezit aan!



Aanwijzend voornaamwoord

Kan in plaats van het lidwoord staan voor een zelfstandig naamwoord. Het aanwijzend voornaamwoord verwijst naar het zelfstandig naamwoord.



Betrekkelijk voornaamwoord

Heeft betrekking op/verwijst naar een woord dat er vlak voor staat. Staan aan het begin van een bijvoeglijke zin. Voorbeelden zijn die, dat, wie, wat, hetgeen en welke.



Vragend voornaamwoord

Dit zijn wie, wat, welke, wat voor, etc. Vragend voornaamwoorden staan vaak aan het begin van een vraagzin.


Persoonlijk voornaamwoord


1: Ik ben helemaal gek op de woordsoorten.

2: Jij houdt daar ook heel erg van.

3: Of moet ik u tegen jou zeggen?

4: Dat maakt mij niet uit hoor.

5: U zegt dat maar.

6: Piet houdt niet zo van het persoonlijk voornaamwoord, hij vindt het pers. vnw. nog erg moeilijk. Ik geef hem altijd extra opdrachten.

7: Wij doen er alles aan om dat zo makkelijk mogelijk te maken voor jullie.

8: Laten jullie dan wel aan ons weten wat jullie er van vinden?

9: Dat stellen we erg op prijs.

10: Zelfs wanneer u mompelt, luisteren wij graag naar uw advies.




Bezittelijk voornaamwoord


1: Mijn kamer is een grote bende terwijl zijn kamer erg schoon is.

2: Van onze ouders moet ik mijn kamer schoonmaken. En voor straf ook hun kamer.

3: Jouw schrift lag in hun kamer en ons boek lag daar ook.

4: Op het schrift stonden de woorden 'uw huis is niet het uwe'.

5: Ik wil jouw schift houden, want jij hebt nog steeds mijn nieuwe spelcomputer.

6: Ik heb nu de spelcomputer van jouw zusje geleend, maar ze wil haar spelcomputer graag terug.

7: Ik wil dus snel mijn computer terug, het is ook de mijne!

8: Een jongen uit mijn klas heeft ook een leuk spel, maar het is eigenlijk van zijn vader.

9: Die vader is gek op games en alle spellen in hun huis zijn dan ook de zijne.

10: Maar ik ga nu eindelijk die kamer poetsen met uw schoonmaakspullen.





Aanwijzend voornaamwoord


1: Ik vind deze opdracht niet moeilijk.

2: Niet iedereen heeft naar Lingo gekeken op die avond.

3: Uiteraard is dat programma nog te bekijken op internet.

4: Dat lieve meisje is erg vrolijk.

5: Ik heb het boek Chatrooms gelezen, dat boek is geschreven door Helen Vreeswijk.

6: Dit boek is erg mooi en waarschuwt veel jongens en meiden.

7: Die schrijfster heeft meer boeken geschreven.

8: Deze week ga ik een ander boek lezen.

9: Ik ga Sproetenliefde lezen, Maren Stoffels is de schrijfster van dat boek.

10: Iemand had mij het boek aangeraden, die leerling had het zelf ook gelezen.




Betrekkelijk voornaamwoord


1: Ik vind de opdracht die we hebben gekregen niet moeilijk.

2: Niet iedereen heeft naar Lingo gekeken op die avond dat deze site werd genoemd.

3: Ik heb een heel leuk cadeau gekocht dat ik morgen aan mijn moeder ga geven.

4: Het programma dat ik iedere maandagavond kijk, is heel erg grappig.

5: De schrijfster van het boek dat ik heb gelezen, heeft alles zelf meegemaakt.

6: De krant die ik iedere morgen lees, komt de laatste tijd wel erg laat.

7: De krantenbezorger die de krant bezorgt, verslaapt zich erg vaak.

8: Het prachtige boek dat ik gelezen heb, heet Alleen op de Wereld.

9: Het geleende boek dat ik nog terug moet geven, ligt al weken op de tafel.

10: De lastige test die ik gisteren gemaakt heb, is nog niet nagekeken.




Vragend voornaamwoord


1: Wie gaat morgen onze konijnen eten geven?

2: Wat zijn de kosten van dit pakket?

3: Wie heeft het hoogste cijfer voor Nederlands?

4: Wie gaat als eerste zijn spreekbeurt houden?

5: Welke winkel heeft de mooiste kleren?

6: Wat voor test krijgen we morgen?

7: Weet jij wat de voordelen van leren op de computer zijn?

8: Wat ga jij doen om je cijfers op te halen?

9: Hoe weet ik welk busstation ik moet hebben?

10: Ik wil weten wie dat heeft gedaan!

  • Persoonlijk voornaamwoord
  • Bezittelijk voornaamwoord
  • Aanwijzend voornaamwoord
  • Betrekkelijk voornaamwoord
  • Vragend voornaamwoord

  • Dovnload 23.19 Kb.