Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vooropdracht

Dovnload 0.55 Mb.

Vooropdracht



Pagina1/17
Datum01.08.2017
Grootte0.55 Mb.

Dovnload 0.55 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

Vooropdracht



1a

  • Houd een dag bij wat je ziet aan muzisch agogische interventies:

    • ij maken gebruik van liedjes voor verschillende momenten op een dag. Zoals het aan tafel gaan, het opruimen en naar huis gaan. Hierdoor weten de kinderen wat er gaat gebeuren. Het zorgt voor structuur en duidelijkheid;

    • Wij maken gebruik van picto’s en foto’s om sommige dingen uit te leggen. Als het kind bijvoorbeeld voor speltherapie wordt meegenomen, gebruikt diegene die spelbegeleiding geeft een foto van haar en een picto van spel;

    • Wij maken ook gebruik van gebaren om gesproken taal visueel te ondersteunen. Tijdens de kring gebruiken we bijvoorbeeld het woord ‘goedemorgen’ en daar maken we een gebaar bij;

    • Tijdens het spelen probeer ik vaker de kinderen te stimuleren in hun spraak- en taalontwikkeling. Ik ga erbij zitten als een kind bijvoorbeeld met de dieren van de boerderij aan het spelen is. Daarna benoem ik tijdens zulke momenten de dieren bij naam of ik vraag aan het kind wat voor een dier ik in mijn handen heb;

    • Wij maken binnen het kindercentrum de Timp gebruik van thema’s. Wij hebben een thematafel in de hal. De groepsruimtes worden op de thema’s aangepast. De begeleiding past zich ook op het thema aan. Tijdens de kring die bijna elke ochtend plaats vindt zingen we liedjes over het thema. Op die manier zorgen we voor structuur en duidelijkheid. Onder andere door middel van zingen kunnen we ook hun spraak- en taalontwikkeling stimuleren;

    • Wij ondersteunen de liedjes tijdens de kring door middel van voorwerpen. Wij gebruiken bijvoorbeeld een spiegel om het zelfbesef en het lichaamsbesef te versterken. Op deze manier zorgen we ook voor duidelijkheid omdat er een voorwerp als ondersteuning wordt gebruikt.

  • Experimenteer met muzische middelen bij een cliënt:

    • Ik probeer bij een buitenlands jongetje de Nederlandse woordenschat te vergroten. Daarbij gebruik ik een boekje en plaatjes. Zo probeer ik zijn Nederlandse spraak- en taalontwikkeling te stimuleren.

  • Ontdek: wat werkt wel en wat niet:

    • Ik heb gemerkt dat hij een kort en eenvoudig boekje nodig heeft zodat hij het begrijpt en om de aandacht erbij te houden. Ook is het belangrijk dat ik deze activiteit in een prikkelvrije ruimte geef zodat hij niet afgeleidt wordt. Ik eindig met iets wat de jongen leuk vind, bellen blazen. Ik kijk naar zijn interesses. Ik gebruik een mapje met plaatjes. Deze plaatjes zijn verdeeld onder verschillende thema’s. Hij heeft een jonger broertje en ik heb ook plaatjes uitgezocht die passen bij het thema baby.

  • Observeer hierin een aantal cliënten. Beschrijf de reacties van de cliënten:

    • Sommige kinderen kunnen in bepaalde situaties door middel van humor worden afgeleid. Wij hebben een jongen op de groep die een eetprobleem heeft, daardoor is hij hoofdzakelijk met eten bezig. Ik kan hem afleiden met humor. Hij gaat dan lachen en is even afgeleid.

    • We maken tijdens de kring gebruik van een doek. Dat doek doen we over het hoofd van een kind en dan zingen we een liedje. Het komt voor dat kinderen dat eng vinden. Ik heb er wel eens voor gekozen om er zelf ook onder te gaan. Zo lijken ze het minder eng te vinden;

    • Nadat ze aan het begin van de dag even gespeeld hebben, zingen wij een liedje om de spullen op te ruimen. Door het gebruik van structuur en dit liedje weten ze wat er gaat volgen en pakken sommige kinderen automatisch hun stoel om in de kring te gaan.

  • Beschrijf 3 van deze uitgevoerde muzisch-agogische interventies.

    • Er is een jongen die een achterstand heeft in de spraak- en taalontwikkeling. Bij hem heb ik gemerkt dat hij een woord kan oppikken doordat ik of anderen het meerdere keren benoemen. We gebruiken bij hem foto’s om dingen te verduidelijken. Een aantal dagen geleden zei hij verschillende woorden zoals luie (luier) en apeflap (appelflap). Dit is bijzonder dat hij dit gezegd heeft;

    • We hebben een jongen met een eetprobleem. Bij ons op de groep, eet de jongen bijvoorbeeld maar een paar stukjes fruit, een halve boterham en een klein papje en koekje. Soms heeft hij een goede dag, op die dag kan hij bijvoorbeeld 2 boterhammen eten. Hij kan ook heel erg lusteloos kijken onder het eten. Hij slaat zijn eten op in een hoek van zijn mond. We weten nog niet of er een medische reden is. Ik probeerde hem wel eens te stimuleren door middel van een wedstrijd. Hij gaat hierdoor helaas niet meer eten. Ook heb ik hem geprobeerd te stimuleren door hem te laten zien hoe hij moet kauwen. Dit is voor een paar seconden een stimulans. Na een paar seconden laat hij het eten achter in 1 hoek van zijn mond.


1b

  • Casus:

    • Ik probeer bij een buitenlands jongetje de Nederlandse woordenschat te vergroten. Zo probeer ik zijn Nederlandse spraak- en taalontwikkeling te stimuleren. Op welke manieren kan ik hem stimuleren? Op welke manier kan ik het leuk houden?

      • Ik dacht zelf aan het gebruik van muziek en voorwerpen.

  • Casus:

    • Een jongen bij ons op de groep heeft een eetprobleem. Hij vindt het niet leuk om te eten. Dit merk ik doordat hij vaker woorden/zinnen herhaalt om bevestiging te krijgen bijvoorbeeld om zeker te weten dat hij echt geen fruit hoeft te eten. Hij eet geen brood maar pap. Ook eet hij yoghurt, daar mogen geen stukjes inzitten anders zou het kunnen zijn dat hij het eten er weer uitspuugt. Op dit moment eet hij het middageten buiten de groep hoofdzakelijk onder begeleiding van de logopedist. Zo willen wij voorkomen dat het onrustig wordt op de groep omdat het jongetje in paniek kan raken tijdens het eten van de pap. Doordat hij het niet leuk vindt om te eten komt hij niet toe aan spel. We weten niet zeker of er absoluut geen medische oorzaak is voor het eetprobleem. Ook praat hij verschillende mensen na. We hebben hem hier al vaker op aangesproken maar toch blijft hij dit doen. Hierop moeten we hem meerdere malen toespreken.

      • Misschien dat ik uit zou kunnen proberen om samen met hem te spelen of om zijn gedrag te spiegelen?


Terugkomdagen Muzisch Agogische Methodiek
Informatie over de crisisopvang de Rotonde in Amersfoort

De doelgroep:

De Crisisopvang is bedoeld voor mensen die tijdelijk onderdak en begeleiding nodig hebben. Dat kan om verschillende redenen zijn. Bijvoorbeeld door financiële problemen, maar ook door relationele of identiteitsproblemen. We zijn er voor iedereen vanaf 16 jaar, ook voor ouders met kinderen.


Tijdens het verblijf word de cliënt persoonlijk begeleid. We bekijken waar de cliënt het beste op zijn/haar plek is. 

Het Opvanghuis is gevestigd in een villa met een grote tuin even buiten het centrum van Amersfoort. Er zijn in totaal elf kamers. Iedere bewoner heeft zijn eigen gestoffeerde kamer. Daarnaast zijn er ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik. Er zijn altijd twee medewerkers aanwezig die de bewoners advies kunnen geven, of gewoon om een praatje mee te maken.


Mijn taak als stagiere:

In de Crisisopvang werk ik met een gevarieerde doelgroep. Ik maakt deel uit van een gevarieerd team met betaalde medewerkers, vrijwilligers en stagiaires vanuit verschillende opleidingen. De werkzaamheden van het Opvangteam bestaan onder meer uit het begeleiden van cliënten, zowel individueel als in de groep, het behandelen van telefonische aanvragen, het voeren van intakegesprekken en het organiseren van het dagelijks leven in de opvang.


Vooropdracht.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

  • Experimenteer met muzische middelen bij een cliënt
  • Ontdek: wat werkt wel en wat niet
  • Observeer hierin een aantal cliënten. Beschrijf de reacties van de cliënten
  • Beschrijf 3 van deze uitgevoerde muzisch-agogische interventies.
  • 1b Casus
  • Casus
  • Terugkomdagen Muzisch Agogische Methodiek Informatie over de crisisopvang de Rotonde in Amersfoort De doelgroep
  • Mijn taak als stagiere
  • Vooropdracht.

  • Dovnload 0.55 Mb.