Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voorwoord De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2015

Dovnload 0.67 Mb.

Voorwoord De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2015



Pagina1/9
Datum05.04.2017
Grootte0.67 Mb.

Dovnload 0.67 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

Voorwoord

De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2015 (Cicero/Plinius), een vertaling en aantekeningen bij de teksten in de vorm van voetnoten. De Latijnse teksten zijn overgenomen van internet (http://www.thelatinlibrary.com), en waar nodig aangepast aan de teksten zoals die in de examenbundel opgenomen zijn. Soms zijn dat tekstuele aanpassingen. In de meeste gevallen is de tekstindeling aangehouden zoals die in de bundel staat die op het Johan de Witt-gymnasium gebruikt wordt: hoofdstuktitels, subtitels/paragraaftitels, met zoveel mogelijk dezelfde tekstuele lay-out als in de bundel. De regelnummers corresponderen dus met die in het boek dat op het Johan de Witt-gymnasium gebruikt wordt.

De vertaling wordt, evenals de aantekeningen in de noten, gedoseerd aangeleverd, zodat leerlingen niet alles ineens voorgeschoteld krijgen. De dosering is gericht op de leerlingen (zesdeklassers) van het Johan de Witt-gymnasium. In overleg met de lesgevende docenten wordt tekst op superlatijn.nl geplaatst.


CICERO-tekst

PLINIUS-tekst

Links staat steeds de Latijnse tekst, rechts een werkvertaling. De kopregel bij de die bij de Pliniusteksten

In de Latijnse tekst is via opmaak getracht een aantal grammaticale zaken te highlighten. Zo wordt een coniunctivusvorm steeds in kleur gedrukt. Probeer zelf steeds te ontdekken waarom daar een coniunctivus gebruikt wordt. De lay-out wijkt niet significant af van die van vorig jaar (2014, Ovidius), hoewel daar sprake was van poëzie. Bijzinnen worden voorafgegaan door een neerwaartse pijl . De tekst van de bijzin zelf is in grijs gezet, en is 2 punten kleiner (Calibri 10). Daardoor is de bijzin ook in een print te onderscheiden van de hoofdzin. Een bijzin wordt normaal gesproken ingeleid door een voegwoord of door een betrekkelijk voornaamwoord. Er zijn nog andere mogelijkheden, zoals een indirect vragend voornaamwoord. Alle typen inleidende woorden worden, in grijs dus, gecursiveerd. Let wel: het gaat om de bijzinnen in de Latijnse tekst. De corresponderende bijzinnen in de vertaling worden in principe niet op dezelfde manier weergegeven: dat is een keuze. Wie veel Latijn leest, weet natuurlijk ook, dat bijvoorbeeld participia in het Latijn ook wel eens in de Nederlandse vertaling als een bijzin worden weergegeven: die bijzinnen zijn geen vertalingen van Latijnse bijzinnen en ze worden dus op de normale wijze weergegeven.

Bij verwijzingen naar specifieke tekst wordt, gezien het gegeven dat we hier met proza te maken hebben, gebruik gemaakt van de term regel. De gebruikelijke afkorting is r (voor één enkele regel) dan wel rr (voor meerdere regels).

Bij de voetnoten worden Latijnse woorden of zinsdelen vet weergegeven. Stijlmiddelen en verteltechnische middelen, die in de diverse methodes en examenbundels nogal wisselend gerubriceerd worden, staan in klein kapitaal. Specifieke, vernederlandste of Nederlandse grammaticale terminologie wordt gecursiveerd. Als er rijtjes worden opgegeven, staan die in de gebruikelijke volgorde van NOM, GEN, DAT, ACC, ABL (bij naamwoorden) en 1,2,3 (bij werkwoorden). Jaartallen in het Cicero-gedeelte zijn van vóór Christus, die in het Pliniusgedeelte van ná Christus, tenzij anders aangegeven.

Marc de Hoon, webmaster superlatijn.nl

Veel gebruikte afkortingen:

NOM=nominativus GEN=genitivus DAT=dativus ACC=accusativus ABL=ablativus VOC=vocativus

SG=singularis (enkelvoud) PL=pluralis (meervoud)

M=masculinum (mannelijk) F=femininum (vrouwelijk) N=neutrum (onzijdig)

HZ=hoofdzin BZ=bijzin

GRV=gerundivum GRD=gerundium

PR=praesens IMPF=imperfectum FUT=futurum

PF=perfectum PLQP=plusquamperfectum FUT EX=futurum exactum

IND= indicativus CON=coniunctivus INF=infinitivus IMP=imperativus PTC=participium SUP=supinum

ACT=activum (bedrijvende vorm) PASS=passivum (lijdende vorm)

PPA= participium praesens activum PPP=participium perfectum passivum PFA=participium futurum activum

ADI= adiectivum (bijvoeglijk naamwoord) SUBST=substantivum (=zelfstandig nw) ADV=adverbium (bijwoord) PRON=pronomen (voornaamwoord) DEP=deponens

PREP= prepositie (voorzetsel)

POS=positivus (stellende trap) COMP=comparativus (vergrotende trap) SUPERL=superlativus (overtreffende trap)

AcI=accusativus cum infinitivo-constructie

NcI=nominativus cum infinitivo-constructie

AcP=accusativus cum participio-constructie

ABL abs=ablativus absolutus-constructie



H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA > 2.2 Arme Terentia! > Ad Familiares 14.2, 1-4 (p.24); a. Terentia, wat heb ik …. (1)

Scr1. Thessalonicae2 a.d. III. Non. Oct3. an. 58

TULLIUS S.D.4 TERENTIAE ET TULLIOLAE5 ET CICERONI SUIS

Noli6 putare me ad quemquam longiores7 epistulas

scribere, nisi quis ad me plura scripsit, cui puto

rescribi oportere. Nec enim habeo, quid scribam8, nec

hoc tempore quicquam difficilius9 facio10.



In Thessaloniki geschreven op 5 oktober 58

TULLIUS GROET ZIJN TERENTIA EN ZIJN TULLIAATJE EN CICERO

Denk niet dat ik aan iemand (wat) langere brieven

schrijf, tenzij iemand er aan mij meer heeft geschreven, van wie ik meen dat aan hem

teruggeschreven moet worden. Want ik weet niet, wat ik moet schrijven, en ook

doe ik op dit moment niet iets moeilijkers.





H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA > 2.2 Arme Terentia! > Ad Familiares 14.2, 4-11 (p.24); a. Terentia, wat heb ik …. (2)

Ad te11 vero et ad

5 nostram Tulliolam non queo sine plurimis lacrimis

scribere. Vos enim12 video esse miserrimas, quas ego

beatissimas semper esse volui13, idque14 praestare debui15 et,

nisi tam timidi fuissemus16, praestitissem17. Pisonem

nostrum18 merito eius amo plurimum. Eum, ut potui, per

10 litteras cohortatus sum gratiasque egi, ut debui19. In novis

tribunis pl20. intellego spem te habere.



Aan jou echter en aan

onze Tullia'tje kan ik niet zonder heel veel tranen

schrijven. Want ik zie dat jullie heel ongelukkig zijn, van wie ik

altijd heb gewild dat ze heel gelukkig waren, en dat moest ik voor elkaar krijgen en,

als we niet zo bang waren geweest, had ik het ook voor elkaar gekregen. Onze Piso

heb ik door zijn verdienste zeer hoog zitten. Hem heb ik, naar vermogen, per

brief aangespoord en ik heb hem dank betuigd, zoals ik moest. Op de nieuwe

volkstribunen heb jij, begrijp ik, je hoop gevestigd.





H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.2 Arme Terentia! > Ad Familiares 14.2, 12-15 (p.24); a. Terentia, wat heb ik … (3)

Id21 erit firmum, si Pompei22 voluntas erit; sed Crassum23

tamen metuo. A te quidem omnia24 fieri fortissime et

amantissime video, nec miror, sed maereo casum eius

15 modi, ut tantis tuis miseriis meae miseriae25 subleventur26.



Dat zal standvastig/realistisch zijn als de wil van Pompeius dat zal zijn; maar voor Crassus heb ik angst. Ik zie dat door jóu alles op zeer dappere wijze en

op zeer liefdevolle wijze gedaan wordt, en ik ben er niet verbaasd over, nee, ik betreur de situatie van dien aard, dat door jóuw zo grote ellende míjn ellende verlicht wordt.





H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.2 Arme Terentia! > Ad Familiares 14.2, 16-22 (p.24); a. Terentia, wat heb ik … (4)

Nam ad me P. Valerius, homo officiosus27, scripsit28, id

quod ego maximo cum fletu29 legi, quem ad modum a

Vestae30 ad Tabulam Valeriam ducta esses31.

Hem32, mea lux33, meum desiderium, unde omnes opem

20 petere34 solebant, te35 nunc, mea Terentia, sic vexari, sic

iacere36 in lacrimis et sordibus, idque fieri mea culpa37, qui

ceteros38 servavi, ut nos periremus39!


Want P. Valerius, een gedienstig man, heeft aan mij geschreven, dat

wat ik met het grootste verdriet/met zeer veel tranen gelezen heb, hoe jij

van de tempel van Vesta naar de Tabula Valeria gebracht was.

Ach, mijn licht, mijn verlangen/geliefde, aan wie allen hulp

plachten te vragen, (wat erg) dat jij nu, mijn Terentia, zo gekweld wordt, zo

terneer ligt in tranen en rouwbeklag, en dat dat gebeurt door mijn schuld, (ik) die

anderen gered heb, (zo)dat wij te gronde gingen!




H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.2 Arme Terentia! > Ad Familiares 14.2, 1-10 (p.26); b. Zoek hulp voor … (1)

Quod de domo scribis, hoc est de area40, ego vero tum

denique mihi videbor restitutus41, si illa42 nobis erit43

restituta. Verum haec non sunt in nostra manu; illud44

doleo, quae impensa facienda est, in eius partem te

5 miseram et despoliatam venire. Quod si conficitur

negotium45, omnia consequemur; sin eadem nos fortuna

premet, etiamne reliquias tuas misera46 proicies? Obsecro

te, mea vita47, quod ad sumptum attinet, sine alios48, qui

possunt, si modo volunt, sustinere; et valetudinem

10 istam infirmam49, si me amas, noli vexare.



Wat jij schrijft over het huis, dat wil zeggen over het terrein, ik zal werkelijk dan

pas de indruk hebben gerehabiliteerd te zijn, als dat aan ons zal zijn

teruggegeven. Maar deze zaken liggen niet in onze hand; dát

betreur ik dat jij opdraait voor die onkosten die gemaakt moeten worden,

armzalig en berooid als je bent. Maar als de zaak/taak wordt volbracht,

zullen wij alles voor elkaar krijgen; maar als hetzelfde lot ons in de problemen zal (blijven) brengen, zul jij, armzalige, dan ook jouw restantjes weggooien? Ik bezweer

je, mijn leven, wat de uitgaven betreft, laat anderen, die

het kunnen, als ze tenminste willen, die dragen/op zich nemen; en die verrekte

zwakke gezondheid moet je, als je van mij houdt, niet kwellen/belasten.




H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.2 Arme Terentia! > Ad Familiares 14.2, 11-20 (p.26); b. Zoek hulp voor … (2)

Nam50 mihi ante

oculos dies noctesque versaris. Omnis51 labores te

excipere video; timeo, ut52 sustineas, sed video in te esse

omnia53. Quare, ut id, quod speras et quod agis54,

consequamur, servi valetudini55. Ego, ad quos scribam56,

15 nescio, nisi ad eos, qui ad me scribunt, aut ad eos, de



quibus ad me vos aliquid scribitis57. Longius58, quoniam ita

vobis placet, non discedam; sed velim  (ut)quam saepissime

litteras mittatis, praesertim si quid est firmius59, quod

speremus60. Valete, mea desideria61, valete, D. a. d. III.

20 Non. Oct. Thessalonica.


Want voor mij

bevind je je dag en nacht voor ogen. Alle inspanningen zie ik jou

op je nemen; ik ben bang dat je het niet volhoudt, maar ik zie dat van jou

alles afhangt. Daarom, opdat wij datgene waar jij op hoopt en wat je doet,

bereiken, zorg voor je gezondheid. Ik weet niet, aan wie ik moet schrijven,

behalve aan diegenen die aan mij schrijven, of aan diegenen, over wie

jullie iets aan mij schrijven. Verder weg zal ik, aangezien

het jullie zo behaagt, niet gaan; maar ik zou willen dat jullie zo vaak mogelijk

brieven sturen, vooral als er iets zekerders is, waarop

we kunnen hopen. Gegroet, mijn geliefden, gegroet. Geschreven op 5 oktober

vanuit Thessaloniki.




H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.4 Ik schaam mij, maar er is hoop > Ad Familiares 14.3, 1-9 (p.30); a. Ik schaam mij … (1)

Accepi ab Aristocrito62 tris epistulas, quas ego lacrimis

prope delevi63. Conficior enim maerore, mea Terentia, nec

meae me miseriae magis64 excruciant quam tuae

vestraeque65. Ego autem hoc miserior sum quam tu, quae

5 es miserrima66, quod ipsa calamitas67 communis est

utriusque68 nostrum, sed culpa mea propria est. Meum

fuit officium vel legatione69 vitare periculum vel diligentia

et copiis resistere vel cadere fortiter70. Hoc71 miserius,

turpius, indignius72 nobis nihil fuit.


Ik heb van Aristocritus drie brieven ontvangen, die ik door/in mijn tranen

bijna kapot gemaakt heb. Want ik word verteerd door verdriet, mijn Terentia, en niet

kwelt míjn ellende mij meer dan die van jou en die

van jullie. Maar hierin ben ík ongelukkiger dan jij, die

zeer ongelukkig bent, dat de ramp zelf gemeenschappelijk is

aan ons beiden, maar de schuld die van mijzelf/mijn eigen (schuld) is. Mijn

taak was het om ofwel via een gezantschap gevaar te vermijden ofwel door oplettend-

heid en (financiële/militaire) middelen weerstand te bieden ofwel dapper te sneuvelen.

Niets was ongelukkiger, schandelijker, onwaardiger voor ons dan dit.




H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.4 Ik schaam mij, maar er is hoop > Ad Familiares 14.3, 1-9 (p.30); a. Ik schaam mij … (2)

Qua re cum dolore73

10 conficiar, tum etiam pudore74. Pudet enim me uxori [meae]75

optimae, suavissimis76 liberis virtutem et diligentiam non

praestitisse77. Nam mi ante oculos dies noctesque

versatur squalor78 vester et maeror et infirmitas

valetudinis79 tuae. Spes autem salutis80 pertenuis

15 ostenditur. Inimici sunt multi, invidi paene omnes81.

Eicere nos magnum fuit, excludere facile82 est. Sed tamen,

quam diu vos eritis in spe, non deficiam, ne omnia mea

culpa cecidisse videantur83.



Daarom zal ik niet alleen door verdriet

verteerd worden, maar ook door schaamte. Want ik schaam mij ervoor dat ik [mijn]

beste vrouw, mijn allerliefste kinderen niet moed/geestkracht en oplettendheid

betoond heb. Want voor mij bevinden zich dag en nacht voor ogen

jullie rouw en verdriet en de zwakte

van jouw gezondheid. Maar er wordt een hele kleine hoop op redding getoond/er is

zeer kleine hoop op redding zichtbaar. Vijandig zijn er velen, jaloers bijna allen.

Ons/mij verbannen was lastig, ons/mij buiten houden is gemakkelijk. Maar toch,

zolang als jullie hoop zullen koesteren, zal ik niet opgeven, om te voorkomen dat alles

door mijn schuld/toedoen lijkt te zijn gebeurd/voorgevallen.



Schema m.b.t. het verschil en de overeenkomsten in een SHAME-culture en een Guilt-culture.

schuld

Andere mensen denken

Ik denk

Nee, ik heb dat niet gedaan

Ja hoor, ik heb dat gedaan

Nee, ik heb dat niet gedaan

Probleem opgelost

Ik benadruk mijn onschuld en vecht de onterechte beschuldiging aan

Ja hoor, ik heb dat gedaan

Ik zou me schuldig moeten voelen, hoewel anderen denken, dat ik dat niet ben

Ik ben schuldig en verdien straf



schaamte

Andere mensen denken

Ik denk

Nee, ik heb dat niet gedaan

Ja hoor, ik heb dat gedaan

Nee, ik heb dat niet gedaan

Probleem opgelost

Ik schaam me en voel me onheus bejegend doordat men gelooft dat ik dat gedaan heb

Ja hoor, ik heb dat gedaan

Niemand weet ervan, dus ik schaam me nergens voor

Ik ben schuldig en verdien straf



H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.4 Ik schaam mij, maar er is hoop > Ad Familiares 14.3, 1-8 (p.32); b. Ik ben hier veilig (1)

Ut tuto84 sim, quod laboras, id mihi nunc facillimum est,

quem etiam inimici volunt vivere85 in tantis miseriis. Ego

tamen86 faciam, quae praecipis. Amicis, quibus voluisti,

egi gratias et eas litteras Dexippo87 dedi meque de eorum

5 officio scripsi a te certiorem esse factum88. Pisonem

nostrum89 mirifico esse studio90 in nos et officio et ego per-

spicio et omnes praedicant. Di faxint, ut tali genero91 mihi

praesenti tecum simul et cum liberis92 nostris frui liceat93!



Dat ik veilig ben, waarover je je zorgen maakt, dat is nu voor mij heel gemakkelijk,

van wie zelfs mijn vijanden willen dat ik in zo'n grote ellende in leven blijf. Ik

zal toch doen, wat je voorschrijft. Aan de vrienden, aan wie je dat wilde,

heb ik dank betuigd en die brieven heb ik aan Dexippus gegeven en ik heb geschreven

dat ik over hun vriendendienst op de hoogte ben gesteld door jou. Dat onze Piso

van een buitengewone toewijding en plichtsbetrachting jegens ons is zie ik én zelf

én allen verklaren dat. Moge de goden maken/ zorgen dat het mij mogelijk is in eigen persoon samen met jou en met onze kinderen van zo'n schoonzoon te genieten.




H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.4 Ik schaam mij, maar er is hoop > Ad Familiares 14.3, 9-18 (p.32); b. Ik ben hier veilig (2)

Nunc spes reliqua94 est in novis tribunis pl. et in

10 primis95 quidem diebus. Nam, si inveterarit, actum est. Ea

re ad te statim Aristocritum misi96, ut ad me continuo

initia97 rerum et rationem totius negotii98 posses scribere;

etsi Dexippo quoque ita imperavi, statim ut recurreret99,

et ad fratrem100 misi, ut crebro tabellarios mitteret. Nam

15 ego eo nomine sum Dyrrhachi101 hoc tempore, ut quam

celerrime, quid agatur102, audiam, et sum tuto; civitas enim

haec semper a me defensa est. Cum inimici nostri venire

dicentur103, tum in Epirum ibo.



Nu is de overige hoop gevestigd op de nieuwe volkstribunen en met name

op de eerste dagen. Want als de nieuwsgierigheid eraf is, is het gedaan. Daarom

heb ik onmiddellijk Aristocritus naar jou toe gestuurd, opdat je aan mij direct

het begin van de zaken en de voortgang/een verslag van de hele kwestie kon schrijven;

ook al heb ik ook Dexippus zo opgedragen, namelijk om zich meteen terug te haasten,

heb ik ook mijn broer een brief gestuurd, om veelvuldig bodes te sturen. Want

om die reden ben ik momenteel in Dyrrhachium, om zo snel mogelijk

te horen, wat er aan de hand is, en ik ben in veiligheid; want deze stad

is altijd door mij verdedigd. Wanneer van mijn vijanden zal worden gezegd dat ze eraan komen, dan zal ik naar Epirus gaan.

  1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Veel gebruikte afkortingen
  • H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA > 2.
  • H2 – BRIEVEN VANUIT BALLINGSCHAP AAN TERENTIA. 2.

  • Dovnload 0.67 Mb.