Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voorwoord De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2016

Dovnload 0.73 Mb.

Voorwoord De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2016



Pagina4/10
Datum12.03.2017
Grootte0.73 Mb.

Dovnload 0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10



H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (Aeneas’ zoektocht naar Creüsa) > 2.752-759 (p.97); Aeneas’ zoektocht naar Creüsa (2)

752 Principio421 muros obscuraque limina portae,

753 qua gressum extuleram, repeto422 et vestigia423 retro

754 observata sequor per noctem et lumine424 lustro:

755 horror ubique animo, simul ipsa silentia terrent.

756 Inde domum, si forte pedem425, si forte426 tulisset427,

757 me refero428: inruerant Danai et tectum429 omne tenebant430.

758 Ilicet ignis edax431 summa ad fastigia vento

759 volvitur; exsuperant flammae, furit432 aestus ad auras.



Eerst zoek ik de muren en donkere drempels van de poort,

waarlangs ik naar buiten was gegaan, opnieuw op en volg ik mijn voetsporen,

na ze goed bekeken te hebben, in de nacht terug en ik bekijk ze (goed) met mijn ogen:

overal is er schrik voor mijn hart, tegelijk maakt juist de stilte mij bang.

Daarna/vandaar keer ik naar mijn huis, stel dat ze misschien, dat ze misschien daarheen was gegaan, terug: de Grieken waren binnengedrongen en hielden het hele huis bezet. Meteen draait het vraatzuchtige vuur door de wind naar de nok omhoog;

de vlammen slaan hoog uit, de hitte woedt de hemel in.





H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (Aeneas’ zoektocht naar Creüsa) > 2.760-767 (p.97); Aeneas’ zoektocht naar Creüsa (3)

760 Procedo433 et Priami sedes arcemque reviso:

761 et iam434 porticibus vacuis Iunonis asylo435

762 custodes436 lecti Phoenix et dirus437 Ulixes

763 praedam adservabant. Huc undique Troia gaza438

764 incensis erepta439 adytis, mensaeque deorum

765 crateresque440 auro solidi441, captivaque442 vestis

766 congeritur443. Pueri et pavidae longo ordine matres444

767 stant circum.445



Ik ga voort en zoek opnieuw het paleis van Priamus en de burcht op:

en reeds bewaakten in de lege zuilengangen in de tempel van Juno

de tot wachters uitgekozen Phoenix en de wrede Ulixes

de buit. Hierheen wordt van alle kanten de Trojaanse schat,

weggerukt/geroofd uit de in brand gestoken tempels, namelijk de tafels van de goden

en de massief gouden mengvaten, en buitgemaakte kleden

verzameld. Kinderen en doodsbange moeders staan er in een lange rij

omheen.




H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (De schim van Creüsa) > 2.768-774 (p.97); De schim van Creüsa (1)

768 Ausus446 quin etiam447 voces iactare per umbram448

769 implevi clamore vias, maestusque Creusam449

770 nequiquam ingeminans iterumque iterumque vocavi450.

771 Quaerenti et tectis451 urbis sine fine ruenti452

772 infelix453 simulacrum atque ipsius454 umbra Creusae

773 visa mihi455 ante oculos et nota maior imago456.

774 Obstipui457, steteruntque comae et vox faucibus haesit458.


Ja zelfs heb ik, omdat ik het aandurfde hard te roepen door de duisternis,

de straten met mijn geschreeuw gevuld, en bedroefd459 heb ik Creüsa,

(haar naam) tevergeefs herhalend en opnieuw en opnieuw, geroepen.

Voor mij verscheen, terwijl ik aan het zoeken was en eindeloos langs de huizen van de stad

rende, het ongelukkige beeld en de schim van Creüsa zelf

voor ogen en een gestalte groter dan de bekende/dan die ik kende.

Ik stond verbijsterd, en mijn haren stonden recht overeind en mijn stem stokte in mijn keel.


http://www.hellenicaworld.com/greece/literature/virgil/en/images/sfv04.jpg

H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (De schim van Creüsa) > 2.775-784 (p.97); De schim van Creüsa (2)

775 Tum sic460 adfari461 et curas his demere dictis:462

776 ‘Quid tantum insano iuvat indulgere dolori,

777 o dulcis coniunx? Non haec sine numine divum463

778 eveniunt; nec te comitem hinc portare Creusam

779 fas464, aut ille sinit465 superi regnator Olympi.

780 Longa tibi exsilia et vastum466 maris aequor arandum,

781 et terram Hesperiam venies467, ubi Lydius arva

782 inter opima virum leni fluit agmine Thybris468.

783 Illic res laetae regnumque et regia469 coniunx

784 parta470 tibi; lacrimas dilectae pelle Creusae471.



Dan spreekt zij mij als volgt toe en neemt mijn zorgen weg met deze woorden:

“Wat helpt het om zo erg/veel toe te geven aan een waanzinnig verdriet,

o lieve echtgenoot? Niet gebeuren deze dingen zonder de wil van de goden;

maar dat jij Creüsa als metgezellin hiervandaan mee neemt

is niet geoorloofd, of staat die heerser van de hoge Olympus dat/het toe.

Voor jou zal er een langdurige ballingschap zijn en een uitgestrekte zeevlakte zal door jou doorkliefd moeten worden en je zult in het Avondland komen, waar de Lydische Tiber

tussen de vruchtbare/vette akkers van de mensen stroomt met een kalme stroming.

Daar is voor jou voorspoed én een koningschap én een koninklijke echtgenote

bestemd; verdrijf je tranen om je geliefde Creüsa.




H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (De schim van Creüsa) > 2.785-794 (pp.97-98); De schim van Creüsa (3)

785 Non ego Myrmidonum sedes Dolopumve superbas472

786 aspiciam aut Grais servitum473 matribus ibo474,

787 Dardanis et divae475 Veneris nurus476;

788 sed me magna deum genetrix his detinet oris477.

789 Iamque vale478 et nati serva communis479 amorem.’

790 Haec480 ubi dicta dedit, lacrimantem481 et multa volentem

791 dicere deseruit482, tenuesque recessit in auras.

792 Ter conatus ibi collo dare bracchia circum;

793 ter483 frustra comprensa manus484 effugit imago,

794 par levibus ventis volucrique simillima485 somno486.



Niet zal ik de trotse woonplaats van de Myrmidoniërs of van de Dolopiërs

zien of zal ik gaan om Griekse moeders te dienen/slavin te zijn voor Griekse moeders, ik afstammelinge van Dardanus/Trojaanse en schoondochter van de goddelijke Venus;

nee, mij houdt de grote moeder der goden vast op deze kusten/in deze streken.

En nu vaarwel en bewaar de liefde voor onze gemeenschappelijke zoon.”

Zodra zij deze woorden gezegd had, liet zij mij terwijl ik huilde en nog veel wilde

zeggen achter, en week zij terug in de ijle lucht.

Driemaal probeerde ik daar mijn armen om haar hals te slaan;

driemaal ontvluchtte haar schim, tevergeefs gegrepen, mijn handen,

gelijk aan de lichte windvlagen en compleet gelijk aan de gevleugelde slaap.




H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (De groep overlevenden) > 2.795-804 (p.98); De groep overlevenden (1)

795 Sic demum487 socios consumpta nocte488 reviso.

796 Atque hic ingentem comitum adfluxisse novorum

797 invenio admirans numerum, matresque virosque489,

798 collectam exsilio490 pubem, miserabile491 vulgus.

799 Undique convenere animis opibusque492 parati

800 in quascumque velim pelago deducere493 terras.

801 Iamque iugis summae surgebat494 Lucifer Idae

802 ducebatque diem, Danaique obsessa tenebant

803 limina portarum, nec spes opis495 ulla dabatur.

804 Cessi et sublato montes genitore petivi.496



Zo ga ik uiteindelijk als de nacht voorbij is terug naar mijn makkers.

En hier ontdek ik verbaasd dat een enorm aantal nieuwe metgezellen

is toegestroomd, én moeders én mannen,

mensen verzameld voor ballingschap, een beklagenswaardige massa/menigte/bevolking.

Van alle kanten zijn ze samengekomen met hun harten en middelen gereed/bereid (te gaan) naar welke landen ik ze ook maar over zee zou willen/wil brengen.

En reeds verrees Lucifer/de Morgenster boven de bergruggen van de top van het Ida-gebergte en bracht de dag/het daglicht en de Grieken hielden de poortgebouwen/de drempels van de poorten bezet, en er werd geen enkele hoop op hulp gegeven.

Ik ging weg en na mijn vader te hebben opgetild trok ik richting de bergen.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.1-8 (p.118); Vertrek (1)

1 Postquam497 res Asiae Priamique evertere gentem

2 immeritam498 visum superis499, ceciditque superbum

3 Ilium et omnis humo fumat500 Neptunia501 Troia,

4 diversa exsilia502 et desertas quaerere terras

5 auguriis503 agimur divum, classemque sub ipsa

6 Antandro et Phrygiae molimur montibus Idae,

7 incerti504 quo fata ferant, ubi sistere detur505,

8 contrahimusque506 viros.



Nadat de goden besloten hadden om het rijk van Azië en het volk van Priamus onverdiend

te gronde te richten, en het trotse Ilium/Troje gevallen was

en heel Troje van Neptunus rookt vanaf de grond,

worden wij gedwongen op zoek te gaan naar een afgelegen verbanning en verlaten landen door de voortekens van de goden, en spannen wij ons in om precies onder Antandrus en aan de voet van het gebergte van de Phrygische Ida een vloot te bouwen,

onzeker (als we zijn) waarheen het lot (ons) voert, waar het (ons) gegeven wordt ons te vestigen, en brengen we onze mannen bijeen.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.8-12 (p.118); Vertrek (2)

8 Vix507 prima inceperat508 aestas

9 et pater Anchises509 dare fatis vela510 iubebat511,

10 litora cum patriae lacrimans512 portusque513 relinquo

11 et campos ubi Troia fuit514. Feror515 exsul516 in altum

12 cum sociis natoque penatibus et magnis dis517.


Nauwelijks was het begin van de zomer begonnen

of mijn vader Anchises gaf het bevel de zeilen (het schip) aan het lot (over) te geven,

waaarop ik wenend de kusten van mijn vaderland verlaat en de havens

en de velden waar Troje (eens) was/stond. Ik begeef mij als balling de volle zee op

samen met mijn makkers en met mijn zoon en met de Penaten en met de grote goden.


http://3.bp.blogspot.com/-oqnj2q4inka/ttdtruikt3i/aaaaaaaampe/wjatfoyrrcs/s1600/troje%2bcopy%2b%25286%2529.jpg

H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.13-18 (p.118); Aankomst in Thracië (2)

13 Terra procul vastis518 colitur Mavortia519 campis

14 (Thraces520 arant) acri quondam regnata521 Lycurgo522,

15 hospitium antiquum Troiae sociique penates

16 dum fortuna fuit523. Feror524 huc525 et litore curvo

17 moenia prima loco fatis ingressus iniquis526

18 Aeneadasque meo nomen de nomine fingo527.



Ver weg wordt het land van Mars met zijn uitgestrekte velden bewoond/bebouwd

(Thraciërs ploegen het), eens geregeerd door de grimmige/felle Lycurgus,

een oude (plaats van) gastvriendschap van/met Troje en verbonden Penaten

zolang er een gunstig lot was. Hierheen begeef ik mij en op het bochtige strand

plaats ik mijn eerste stadsmuren, nadat ik het land onder een ongunstig lot binnen ben gekomen, en ik vorm de naam Aeneaden naar mijn eigen naam.


http://www.stilus.nl/oudheid/wdo/geo/kaart/thrac.gif

H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.19-26 (p.119); De lugubere …… Polydorus (1)

19 Sacra528 Dionaeae529 matri divisque ferebam

20 auspicibus coeptorum operum, superoque nitentem530

21 caelicolum regi531 mactabam532 in litore taurum.

22 Forte533 fuit iuxta tumulus534, quo cornea summo

23 virgulta et densis hastilibus535 horrida myrtus536.

24 Accessi537 viridemque ab humo convellere silvam

25 conatus538, ramis tegerem539 ut frondentibus aras,

26 horrendum et dictu540 video mirabile monstrum541.



Offers bracht ik aan Dione’s dochter, mijn moeder, en aan de goden

als beschermers van het begonnen werk, en voor de hemelse koning van de hemelbewoners slachtte ik een glanzende stier op het strand.

Toevallig lag daar vlakbij/naast een heuvel, op de top waarvan struikgewas van kornoeljehout (was/groeide) en een mirte, ruig door dichte takken.

Ik ging er naar toe en toen ik probeerde het groene struikgewas van de grond los te trekken, om het altaar met bladerrijke takken te bedekken,

zie ik een huiveringwekkend teken en wonderbaarlijk om het te zeggen/vertellen.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.27-36 (p.119); De lugubere …… Polydorus (2)

27 Nam542 quae prima543 solo ruptis radicibus544 arbos

28 vellitur, huic atro liquuntur sanguine545 guttae

29 et terram tabo maculant546. Mihi frigidus horror

30 membra quatit547 gelidusque548 coit formidine sanguis549.

31 Rursus550 et alterius551 lentum convellere vimen

32 insequor et causas penitus temptare552 latentes;

33 ater et alterius553 sequitur de cortice sanguis.

34 Multa554 movens animo Nymphas venerabar agrestes

35 Gradivumque patrem555, Geticis qui praesidet arvis,

36 rite secundarent visus omenque levarent.



Want de eerste struik die, na het breken van de wortels, uit de grond

losgerukt wordt, hieruit vloeien druppels met donker bloed

en ze bevlekken de grond met geronnen bloed. (Voor) mij doet een koude rilling

mijn ledematen beven en ijskoud stolt door/van angst mijn bloed.

Opnieuw ga ik door ook van een andere (struik) de buigzame twijg los te trekken

en de verborgen oorzaken diep binnenin te (onder)zoeken;

donker bloed volgt ook van de andere (twijg) vanuit de bast/schors.

Terwijl ik vele dingen in mijn geest overwoog, smeekte/bad ik de nimfen van het veld

en vader Gradivus, die de Getische velden bestuurt,

om mijn aanblik/wat ik zag goedgunstig te steunen en het voorteken ten goede te keren.





H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.37-43 (p.119); De lugubere …… Polydorus (3)

37 Tertia556 sed557 postquam maiore hastilia nisu

38 adgredior558 genibusque adversae obluctor harenae,

39 (eloquar an sileam559?) gemitus lacrimabilis560 imo

40 auditur tumulo et vox reddita fertur ad aures:

41 ‘Quid miserum, Aenea, laceras561? Iam parce sepulto562,

42 parce563 pias564 scelerare565 manus. Non me tibi566 Troia

43 externum567 tulit aut cruor hic de stipite manat.


Maar wanneer ik met grotere krachtsinspanning een derde tak/bos takken

aanval en met mijn knieën worstel met / mij schrap zet in het zand tegenover mij,

(moet ik het zeggen of moet ik het verzwijgen?) is er een klaaglijk gekreun te horen uit het diepst van de heuvel en wordt er een reagerende stem naar mijn oren overgebracht:

“Waarom, Aeneas, vermink jij (mij) ongelukkige? Spaar nu/eindelijk de begravene,

laat na je vrome handen te bezoedelen. Niet heeft Troje mij voor jou

als vreemde voortgebracht of stroomt dit bloed uit een boom(stam).





H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.44-52 (p.119); De lugubere …… Polydorus (4)

44 Heu fuge crudeles568 terras, fuge569 litus avarum:

45 nam Polydorus ego570. Hic confixum ferrea texit

46 telorum seges et iaculis increvit acutis571.’

47 Tum vero ancipiti572 mentem formidine pressus

48 obstipui steteruntque comae et vox faucibus haesit573.

49 Hunc574 Polydorum auri quondam cum pondere magno

50 infelix575 Priamus furtim mandarat576 alendum577

51 Threicio regi578, cum iam diffideret armis

52 Dardaniae cingique urbem obsidione videret.


Ach, ontvlucht het/dit wrede land, ontvlucht de hebzuchtige kust:

want ik ben Polydorus. Hier heeft een ijzeren gewas van wapens mij, doorboord als ik ben, bedekt en het is omhoog gekomen/gegroeid met scherpe speren.”

Toen pas echt door een dubbele angst in mijn geest bedrukt

stond ik verstijfd, en mijn haren stonden recht overeind en mijn stem stokte in mijn keel.

Deze Polydorus had eens met een groot gewicht aan goud

de ongelukkige Priamus heimelijk toevertrouwd om hem op te voeden

aan de Thracische koning, toen/omdat hij geen vertrouwen meer had in de wapens

van Troje en hij zag dat de stad omringd werd door/met een beleg(ering).





H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.53-59 (pp.119-120); De lugubere …… Polydorus (5)

53 Ille579, ut opes fractae Teucrum580 et Fortuna recessit581,

54 res Agamemnonias victriciaque arma secutus

55 fas omne abrumpit582: Polydorum obtruncat583, et auro584

56 vi potitur585. Quid non mortalia pectora cogis586,

57 auri sacra587 fames!588 Postquam pavor ossa reliquit589,

58 delectos590 populi ad proceres primumque parentem591

59 monstra deum refero, et quae sit592 sententia posco.


Die schendt, wanneer de macht van de Trojanen gebroken is en de fortuin/het geluk is geweken, de kant van Agamemnon en de zegevierende wapens volgend,

elk goddelijk gebod: hij slacht Polydorus af, en van het goud maakt hij

zich met geweld meester. Tot wat/ Waartoe dwing jij niet de menselijke harten,

vervloekte honger naar goud! Nadat de angst mijn botten verlaten heeft,

leg ik aan de voornaamsten van het volk die uitgekozen waren en als eerste mijn vader

de voortekens van de goden voor, en ik vraag/wil weten wat hun / de mening is.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (Aeneas’ zoektocht naar Creüsa) > 2.760-767 (p.97);
  • H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (De schim van Creüsa) > 2.768-774 (p.97);
  • H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (De schim van Creüsa) > 2.775-784 (p.97);
  • H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (De schim van Creüsa) > 2.785-794 (pp.97-98);
  • H6 – DE VAL VAN TROJE Aeneis 2 (De groep overlevenden) > 2.795-804 (p.98);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.1-8 (p.118);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.8-12 (p.118);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.13-18 (p.118);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.19-26 (p.119);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.27-36 (p.119);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.37-43 (p.119);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.44-52 (p.119);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.53-59 (pp.119-120);

  • Dovnload 0.73 Mb.