Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voorwoord De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2016

Dovnload 0.73 Mb.

Voorwoord De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2016



Pagina5/10
Datum12.03.2017
Grootte0.73 Mb.

Dovnload 0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10



H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.60-68 (p.120); De lugubere …… Polydorus (6)

60 Omnibus idem animus593, scelerata excedere594 terra,

61 linqui pollutum hospitium595 et dare classibus Austros596.

62 Ergo597 instauramus598 Polydoro funus, et ingens

63 aggeritur tumulo599 tellus600; stant Manibus601 arae

64 caeruleis maestae vittis atraque cupresso,

65 et circum Iliades crinem de more solutae602;

66 inferimus tepido spumantia cymbia603 lacte

67 sanguinis et sacri pateras, animamque sepulcro

68 condimus604 et magna supremum voce ciemus.


Allen hebben hetzelfde idee, (namelijk) weg te gaan uit het door misdaad ontwijde land,

dat de geschonden gastvriendschap verlaten wordt en de Zuidenwind aan de schepen te geven. Dus hernieuwen wij de begrafenis voor Polydorus, en een enorme hoop

aarde wordt op de/een heuvel gestapeld; voor zijn schim staan altaren,

in rouw door donkere linten en een zwarte cipres,

en rondom/eromheen (staan) Trojaanse vrouwen, naar gewoonte met loshangend haar;

we offeren drinkschalen schuimend van warme/lauwe melk en offerschalen

van/met gewijd bloed/het bloed van een offerdier, en in een graf begraven we

zijn ziel en we roepen hem voor de laatste maal met luide stem aan.





H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.69-77 (p.120); Vertrek naar … gastvrije ontvangst (1)

69 Inde605 ubi prima fides pelago, placataque venti

70 dant maria et lenis crepitans vocat Auster606 in altum,

71 deducunt socii naves et litora complent607;

72 provehimur portu terraeque urbesque recedunt608.

73 Sacra mari colitur medio gratissima tellus609

74 Nereidum matri et Neptuno Aegaeo,

75 quam pius610 arquitenens611 oras et litora circum612

76 errantem Mycono e celsa Gyaro613que revinxit,

77 immotamque coli dedit et contemnere614 ventos.


Zodra er vervolgens het eerste vertrouwen is in de zee, en de winden een gladde

zee geven en een zacht ruisende zuidenwind (ons) naar de volle zee roept,

trekken mijn makkers de schepen in zee en vullen de stranden;

wij varen de haven uit en landen en steden wijken terug.

Midden in de zee is een heilig land gelegen, zeer geliefd

bij de moeder van de Nereïden en bij de Egeïsche Neptunus,

dat de boogdrager/-schutter, toen het rond de kusten en stranden zwierf, dankbaar

aan het hoog oprijzende Mykonos en aan Gyaros heeft vastgebonden, en hij stond toe/gaf dat het, onbeweeglijk als het was, bewoond werd en dat het de winden veracht.





H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.78-83 (p.120); Vertrek naar … gastvrije ontvangst (2)

78 Huc feror615, haec616 fessos617 tuto placidissima618 portu

79 accipit; egressi619 veneramur620 Apollinis urbem.

80 Rex Anius, rex idem hominum Phoebique sacerdos621,

81 vittis et sacra622 redimitus tempora623 lauro624

82 occurrit; veterem Anchisen625 agnovit amicum.

83 Iungimus hospitio626 dextras et tecta627 subimus.



Hierheen begeef ik mij, dit ontvangt (ons) vermoeiden zeer kalm in een veilige haven; na van boord te zijn gegaan bewijzen wij eer aan de stad van Apollo.

Koning Anius, zowel koning van de mensen alsook priester van Phoebus/Apollo,

komt ons, zijn slapen bekranst met linten en heilige laurier,

tegemoet; hij herkent zijn oude vriend Anchises.

In/op basis van gastvriendschap geven wij elkaar de rechterhand en betreden zijn woning.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.84-92 (p.120); De voorspelling van Apollo (1)

84 Templa628 dei saxo venerabar structa vetusto629:

85 ‘Da propriam, Thymbraee630, domum631; da632 moenia fessis633

86 et genus et mansuram634 urbem; serva altera Troiae

87 Pergama635, reliquias Danaum atque immitis Achilli636.

88 Quem sequimur637? Quove ire iubes? Ubi ponere sedes?

89 Da638, pater, augurium atque animis inlabere nostris.’

90 Vix ea fatus eram: tremere omnia visa repente639,

91 liminaque laurusque dei, totusque moveri

92 mons circum et mugire640 adytis cortina reclusis.


Ik toonde mijn respect aan de tempel van een god, gebouwd op een oude rots:

“Geef, (Apollo van) Thymbra, (ons) een eigen huis; geef muren aan (ons) vermoeiden

en een nageslacht en een stad die zal blijven; bescherm Trojes tweede

burcht, de overblijfselen/wat overgebleven is van de Danaï/Grieken en de wrede Achilles.

Wie moeten we volgen? Of waarheen beveelt u ons te gaan? Waar onze woonplaats te vestigen? Geef, vader, een teken en dring binnen in onze geest.”

Nauwelijks had ik die dingen gesproken: alles leek plotseling te beven/trillen,

zowel de deur(en) als de laurier van de god, en het hele gebergte leek rondom te trillen en de drievoet (leek) te dreunen, toen het allerheiligste van de tempel geopend was.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.93-101 (pp.120-121); De voorspelling van Apollo (2)

93 Summissi petimus641 terram et vox fertur ad aures:

94 ‘Dardanidae642 duri643, quae vos a stirpe parentum

95 prima tulit tellus644, eadem645 vos ubere646 laeto647

96 accipiet648 reduces649. Antiquam exquirite matrem.650

97 Hic domus651 Aeneae cunctis dominabitur oris

98 et nati natorum et qui nascentur ab illis652.’

99 Haec Phoebus; mixto653que ingens exorta tumultu

100 laetitia, et cuncti quae sint ea moenia quaerunt,

101 quo Phoebus vocet errantes iubeatque reverti.


Gebogen knielen we op de grond en een stem bereikt onze oren:

“Stoere afstammelingen van Dardanus, het land dat u als eerste heeft voortgebracht vanaf het geslacht/de stam van uw voorouders, datzelfde (land) zal jullie aan haar welige boezem

bij jullie terugkeer ontvangen. Zoekt uw oude moeder.

Hier zal het huis van Aeneas heersen over alle kusten/landen

en de zonen van zijn zonen en zij die uit hen geboren zullen worden.”

Dit sprak Phoebus; en er is een enorme vreugde ontstaan, met vermengde opwinding/vermengd met opwinding, en allen vragen welke stadsmuren (dat) zijn,

waarheen Phoebus (ons) rondzwervenden roept en opdraagt om naar terug te keren.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.102-110 (pp.121-122); De voorspelling van Apollo (3)

102 Tum genitor654 veterum volvens monimenta virorum655

103 ‘audite, o proceres656,’ ait ‘et spes discite vestras657.

104 Creta Iovis658 magni medio iacet insula ponto,

105 mons Idaeus ubi et gentis cunabula659 nostrae.

106 Centum urbes habitant magnas660, uberrima regna661,

107 maximus unde pater662, si rite audita recordor663,

108 Teucrus664 Rhoeteas primum est advectus in oras,

109 optavitque locum regno. Nondum Ilium et arces

110 Pergameae steterant; habitabant vallibus imis.


Vervolgens zegt mijn vader, die zich de overgeleverde geschiedenis van de mannen van weleer voor de geest haalt: “Luistert, o voornaamsten, en leert uw verwachtingen kennen.

Kreta, het eiland van de grote Jupiter, ligt midden in de zee,

waar het Idagebergte is en de wieg van ons volk.

Ze bewonen honderd grote steden, zeer vruchtbare rijken,

waarvandaan onze stamvader Teucer, als ik mij juist herinner wat ik gehoord heb,

voor het eerst zeilde naar de Rhoeteïsche kusten,

en een plaats uitkoos voor zijn rijk. Nog niet waren Ilium/Troje en de Trojaanse burcht(en) ontstaan; ze woonden in het diepste gedeelte van de dalen.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.111-115 (p.122); De voorspelling van Apollo (4)

111 Hinc665 mater666 cultrix Cybeli667 Corybantia668que aera669

112 Idaeumque670 nemus, hinc671 fida silentia sacris672,

113 et iuncti currum dominae673 subiere674 leones675.

114 Ergo676 agite et divum ducunt qua iussa sequamur677:

115 placemus ventos et Cnosia678 regna679 petamus680.


Hiervandaan kwam de moeder die de Cybelus bewoont en de koperen bekkens van de Corybanten en het woud van de Ida, hiervandaan het nauwgezette zwijgen bij de rituelen, en (hier) lieten de leeuwen zich als span onder de wagen van hun meesteres inspannen.

Dus komaan (jullie) en laten wij volgen waarlangs de bevelen der goden (ons) leiden:

laten we de winden gunstig stemmen en laten we het rijk van Knossos opzoeken.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.116-120 (p.122); De voorspelling van Apollo (5)

116 Nec longo681 distant cursu: modo682 Iuppiter adsit,

117 tertia lux683 classem Cretaeis sistet684 in oris.’

118 Sic fatus685 meritos686 aris687 mactavit honores,

119 taurum Neptuno688, taurum689 tibi690, pulcher Apollo691,

120 nigram Hiemi692 pecudem693, Zephyris694 felicibus albam695.


En het is niet ver weg door een lange zeereis: als Jupiter (ons) maar bijstaat,

(dan) zal de derde dag de vloot doen landen op de Kretenzische kusten.”

Na zo gesproken te hebben heeft hij waardige/de juiste offerdieren geslacht op de altaren,

een stier voor Neptunus, een stier voor u, mooie Apollo,

een zwart schaap voor de Storm(god), voor een gunstige westenwind een wit (schaap).




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.506-511 (p.129); Vertrek uit Epirus (1)

506 Provehimur pelago vicina Ceraunia696 iuxta697,

507 unde iter Italiam cursusque brevissimus undis698.

508 Sol ruit interea et montes umbrantur opaci699;

509 sternimur optatae700 gremio701 telluris ad undam

510 sortiti remos702 passimque in litore sicco

511 corpora curamus, fessos sopor inrigat703 artus704.



Wij varen uit over zee langs het naburige Ceraunische gebergte,

vanwaar de tocht naar Italië en de reis over de golven het kortst is.

De zon snelt intussen voort en de bergen worden beschaduwd zodat ze donker worden;

wij leggen ons neer bij het water in de schoot van het land waarnaar verlangd is

nadat we de roeiriemen bij loting hebben toegewezen, en verspreid over het droge strand verzorgen wij onze lichamen, slaap verkwikt onze vermoeide ledematen.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.512-520 (p.129); Vertrek uit Epirus (2)

512 Necdum orbem medium705 Nox Horis706 acta subibat707:

513 haud segnis708 strato surgit709 Palinurus et omnes

514 explorat ventos710 atque auribus aëra711 captat;

515 sidera cuncta notat tacito labentia caelo,

516 Arcturum712 pluviasque Hyadas geminosque Triones,

517 armatumque auro circumspicit Oriona713.

518 Postquam cuncta videt caelo constare sereno714,

519 dat clarum e puppi signum; nos castra movemus

520 temptamusque viam et velorum pandimus alas715.


En nog niet naderde de Nacht, voortgedreven door de Uren, het midden van de baan:

niet traag staat Palinurus op van zijn rustplaats/bed en alle winden

verkent hij en met zijn oren probeert hij de lucht/elk briesje op te vangen;

aandachtig bekijkt hij alle sterren die langs de stille hemel glijden,

de berenhoeder en de regenbrengende Hyaden en de tweelingen Grote en Kleine Beer,

en rondkijkend ziet hij de met goud uitgeruste Orion.

Zodra hij ziet dat alles rustig is aan de heldere hemel,

geeft hij een helder signaal vanaf het achterdek; wij breken ons kamp op

en wagen ons op weg en we spannen de vleugels van de zeilen.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.521-529 (p.129); Italië in zicht! (1)

521 Iamque rubescebat716 stellis Aurora717 fugatis

522 cum718 procul obscuros colles humilemque719 videmus

523 Italiam. Italiam primus conclamat Achates,

524 Italiam720 laeto socii clamore salutant.

525 Tum pater Anchises721 magnum cratera722 corona

526 induit implevitque mero723, divosque vocavit

527 stans celsa in puppi:724

528 ‘Di maris725 et terrae tempestatumque potentes726,

529 ferte viam vento facilem et spirate secundi727.’


En na het verjagen van de sterren werd Aurora al rood,

wanneer wij in de verte in vage contouren heuvels en het laag gelegen

Italië zien. “Italië” juicht als eerste Achates,

Italië begroeten mijn makkers met een blij geschreeuw.

Vervolgens omgaf mijn vader Anchises een groot mengvat met een krans

en hij vulde het met zuivere wijn, en hij riep de goden

terwijl hij op de hoge achtersteven staat:

“Goden van de zee en van het land en heersers over de stormen,

brengt een gemakkelijke reis met de wind en blaast gunstig.”


H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.530-538 (p.129); Italië in zicht! (2)

530 Crebrescunt optatae728 aurae portusque patescit

531 iam propior729, templumque apparet in arce Minervae730;

532 vela legunt731 socii et proras ad litora torquent.

533 Portus ab euroo fluctu curvatus in arcum,

534 obiectae salsa spumant aspergine cautes,

535 ipse732 latet: gemino demittunt bracchia muro

536 turriti scopuli refugitque733 ab litore templum734.

537 Quattuor hic, primum omen, equos735 in gramine vidi

538 tondentes736 campum late, candore nivali737.


De gewenste winden nemen toe/zwellen aan en de haven komt

al meer in zicht, en op de burcht verschijnt de tempel van Minerva;

mijn makkers reven de zeilen en wenden de voorstevens richting kust.

De haven ligt, beschut tegen de golfslag van de oostenwind, boogvormig,

(en) de klippen die ervoor liggen schuimen door het opspattende zeewater,

(maar) zelf is hij verborgen: torenvormige rotsen lopen aan elke kant af met een muur

die (de haven) omarmt en de tempel ligt op enige afstand van de kust.

Hier zag ik vier witte paarden, een eerste voorteken, in het gras

wijd en zijd de vlakte afgrazen, van een sneeuwwitte kleur.




H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.539-547 (pp.129-130); Italië in zicht! (3)

539 Et pater Anchises ‘bellum, o terra hospita738, portas:

540 bello armantur equi, bellum739 haec armenta minantur740.

541 Sed tamen741 idem olim curru succedere sueti

542 quadripedes et frena iugo concordia742 ferre:

543 spes et pacis743’ ait. Tum numina sancta precamur

544 Palladis armisonae744, quae prima accepit ovantes745,

545 et capita ante aras Phrygio velamur746 amictu,

546 praeceptisque Heleni, dederat quae maxima, rite

547 Iunoni Argivae747 iussos748 adolemus honores749.


En mijn vader Anchises zei: “oorlog, o gastvrij land, brengt u:

voor/tot oorlog worden paarden bewapend, met oorlog dreigen deze kuddes.

Maar toch zijn dezelfde viervoeters gewend een andere keer de wagen te trekken

en de teugels, eendrachtig door het juk, te dragen:

er is ook hoop op vrede.” Dan bidden wij tot de heilige goddelijke macht

van Pallas met haar kletterende wapens, die als eerste ons juichend/gejuich heeft ontvangen, en voor het altaar bedekken we onze hoofden met onze Phrygische mantel,

en naar de voorschriften van Helenus, die hij als belangrijkste had gegeven, offeren wij

volgens juist gebruik aan de Argivische Juno de offerdieren die zijn opgedragen.





H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.548-553 (p.130); De reis wordt voortgezet (1)

548 Haud mora750, continuo perfectis ordine751 votis752

549 cornua velatarum obvertimus antemnarum753,

550 Graiugenumque754 domos suspectaque755 linquimus756 arva.

551 Hinc sinus Herculei757 (si vera est758 fama) Tarenti

552 cernitur, attollit se diva Lacinia759 contra760,

553 Caulonisque arces et navifragum761 Scylaceum762.



(Er is) geen oponthoud, (en) meteen nadat de geloften zoals voorgeschreven ingelost zijn,

wenden wij de nokken van de ra’s, voorzien van zeilen, naar de wind,

en wij verlaten de verblijfplaatsen van de Grieken en de verdachte velden/streken.

Hiervandaan wordt de golf van het Herculische (als het gerucht waar is) Tarente

waargenomen, ertegenover verheft zich de Lacinische godin,

en de burcht van Caulon en het schepenverbrijzelende Scylaceum.





H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.554-557 (p.130); De reis wordt voortgezet (2)

554 Tum procul e fluctu763 Trinacria764 cernitur765 Aetna,

555 et766 gemitum767 ingentem pelagi pulsataque768 saxa

556 audimus longe769 fractasque ad litora voces770,

557 exsultantque771 vada772 atque aestu773 miscentur harenae.



Dan wordt in de verte vanaf zee de Sicilische Etna waargenomen,

en van ver horen wij het geweldige gebulder van de zee en het beuken op de rotsen

en (het geluid van) de tegen het strand brekende/gebroken golven,

en de ondieptes springen op en het zand mengt zich met de branding.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.69-77 (p.120);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.78-83 (p.120);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.84-92 (p.120);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.93-101 (pp.120-121);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.102-110 (pp.121-122);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.111-115 (p.122);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Van Troje naar Kreta) > 3.116-120 (p.122);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.506-511 (p.129);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.512-520 (p.129);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.521-529 (p.129);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.530-538 (p.129);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.539-547 (pp.129-130);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.548-553 (p.130);
  • H8 – OP ZOEK NAAR EEN NIEUW VADERLAND Aeneis 3 (Op weg naar Italië) > 3.554-557 (p.130);

  • Dovnload 0.73 Mb.