Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voorwoord De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2016

Dovnload 0.73 Mb.

Voorwoord De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2016



Pagina7/10
Datum12.03.2017
Grootte0.73 Mb.

Dovnload 0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Niet zo’n aantrekkelijke mededeling van Mercurius voor Aeneas. Hoe moet die boodschap met droge ogen aan Dido overgebracht worden? Praktisch als Aeneas is laat hij alvast de vloot gereed maken. Alleen komt het Gerucht (Fama) daar natuurlijk meteen achter en die/dat gaat lekker klikken bij Dido. Dido confronteert haar lover met diens voorbereidingen om weg te gaan, weg te gaan bij haar! Ze noemt hem wreed en ontrouw en smeekt hem te blijven. Ze voelt zich door hem verraden in haar morele overtuigingen omdat ze vindt dat ze haar trouw aan haar eerste echtgenoot Sychaeus voor een relatie met Aeneas, dus voor de kat zijn viool, zoals het er nu naar uitziet, overboord gezet heeft. Dan heeft ze het niet verdiend in de steek gelaten te worden. Een opmerkelijk verwijt is dat ze in alle ellende dan nog liever een kind van Aeneas had gehad, dat haar aan hem zou blijven herinneren. Merkwaardige manier om hem uit te nodigen nog een keer plezier te maken. Aeneas verzet zich tegen zijn eigen gevoelens van liefde voor Dido en uit zijn dankbaarheid jegens haar. Hij had haar niet willen bedriegen en ook willen vertellen dat hij weg moest gaan, tegelijkertijd zag hij zichzelf niet als haar echtgenoot zoals Sychaeus dat was geweest. Aeneas komt bij de diep geraakte en pisnijdige Dido niet veel verder dan dat Apollo hem opgedragen had naar Italië koers te zetten en dat zelfs de bode van de goden aan hem verschenen was om hem op te dragen te vertrekken. Hij wil daarnaast zijn zoon niet te kort doen. Het herbouwen van Troje is altijd voor hem prioriteit numero 1 geweest, zijn wens. Nu de goden hem een order hebben gegeven zal hij gaan, ook al heeft hij diep in zijn hart gevoelens voor Dido. Aeneas slaat met zijn weerwoord diepe wonden. Dido gelooft niet dat de hemelgoden zich met dit soort dingen bezig houden. Ze zinspeelt op haar dood als gevolg van deze ontwikkelingen, om Aeneas nog op een oneigenlijke manier over te halen te blijven. Emotionele chantage dus. Het helpt haar niets. Ook haar zus Anna kan Aeneas niet op andere gedachten brengen: ondanks dat de wind niet goed staat voltooit Aeneas zijn voorbereidingen. Dido geeft haar pogingen op om Aeneas bij zich te houden en beraamt haar zelfmoord. Ze zegt van een priesteres het advies gekregen te hebben om alle spullen die haar aan haar relatie met Aeneas herinneren en diens in de haast achtergelaten eigendommen te verbranden op een brandstapel. Alles wordt inderdaad op die brandstapel gelegd. Aeneas wil eigenlijk wachten tot het ochtend is, maar wordt door een nieuwe verschijning van Mercurius opgepord om sneller te vertrekken, namelijk meteen. Dido zou plannen hebben om door het dreigen met zelfmoord Aeneas toch nog aan zich te binden. Aeneas geeft gehoor aan de nieuwe oproep en vertrekt meteen. Dido ziet de vloot wegvaren en vervloekt Aeneas en zijn volk. Wat haar betreft zal er nooit vrede zijn tussen de nakomelingen van Carthago en die van de Trojanen (teleologie!!). Uiteindelijk doodt ze zichzelf op die brandstapel met het zwaard van Aeneas. Anna is tegen haar zin hulpje bij deze dramatische uitvoering.

In boek 5 komen Aeneas en zijn mannen aan op Sicilië. Bij het wegvaren van de Afrikaanse kust hebben ze de vlammen van de brandstapel van Dido weliswaar gezien, maar ze weten niet dat Dido daar op dat moment gestorven is. Er vinden op Sicilië lijkspelen plaats voor Anchises die een jaar daarvoor immers daar overleden was. De Trojaanse vrouwen hebben het ondertussen wel een beetje gehad met dat varen zonder doel en, overgehaald door een door Juno (die het natuurlijk geen probleem vond dat de Trojanen weer tegenslag opliepen) gestuurde oude Trojaanse vrouw (eigenlijk Iris) besluiten ze de schepen in de fik te steken. Met brandhout kun je niet varen, en dat is geen onlogische gedachte. Aeneas smeekt Jupiter om een forse regenbui om de vlammen te doven en die komt er natuurlijk. Vervolgens sticht Aeneas ter plekke, op advies van een ziener en door een verschijning van Anchises, een stad voor degenen die niet meer verder willen varen, o.a. die vrouwen en een aantal bejaarden. Anchises geeft zijn zoon in dezelfde droom instructies om hem in de Onderwereld op te zoeken. Daarvoor moet hij in Cumae, in Italië dus, in contact treden met de Sibylle die hem door de Onderwereld zal leiden. Oké, prima, gaan we doen. Venus vraagt vervolgens nog aan Neptunus om de Trojanen nu wel een veilige tocht naar Italië te gunnen. Neptunus wil dat doen in ruil voor de dood van Palinurus, de stuurman van Aeneas. De god van de slaap bezoekt Palinurus, bedwelmt hem en laat hem overboord vallen. In de voetnoot bij Aen.3, 513 kun je lezen wat er met hem gebeurde.

In boek 6 bezoekt Aeneas inderdaad de Onderwereld, begeleid door de Sibylle van Cumae. In Cumae had Apollo een tempel en daar ontmoet hij dan ook Apollo’s priesteres, de Sibylle. Zij voorspelt hem zware strijd en een lastige toekomst in Italië. Bij het Lacus Avernus dalen de twee af en dan begint voor Aeneas een ontmoeting met zijn verleden en tegelijkertijd met zijn toekomst. Hij ontmoet de schim van de nog niet begraven (want ergens aangespoelde en vervolgens doodgemepte) Palinurus. Aeneas zal Palinurus de juiste begrafenis geven. Vervolgens ontmoet hij Dido’s schim aan wie hij nogmaals zijn beweegredenen wil uitleggen voor zijn vertrek: het was niet zijn persoonlijke keuze, maar de wil van de goden. Dido luistert niet naar Aeneas en draait zich, zonder ook maar één woord te spreken, boos om en verdwijnt in de bossen waar de schim van Sychaeus op haar wacht. De volgende die hij ontmoet is zijn oude vriend Deïphobus. Die heeft zich bij Troje doodgevochten terwijl Aeneas toen, op advies van Hector, vluchtte met vrouw, vader en kind. Aeneas voelt zich daar schuldig over, maar Deïphobus neemt hem niets kwalijk en wenst hem zelfs geluk met zijn mooie toekomst. Uiteindelijk is het de beurt aan de schim van zijn vader Anchises, die dit keer geen foute route genomen heeft. Eerst legt Anchises zijn zoon uit hoe het zit met de ziel na de dood en vervolgens laat hij Aeneas de toekomst van Rome zien. Aeneas ziet de koningen van Alba Longa tot aan Romulus aan zich voorbijtrekken. Vervolgens wijst Anchises zijn zoon meteen op Augustus die gouden tijden terug zal brengen. Daarna komen de andere belangrijke Romeinen langs, Romulus, Brutus (stichter van de republiek), Cato, Scipio (overwinnaar van Hannibal), Caesar, Pompeius. Anchises eindigt zijn exposé met de roeping van de Romeinen: de wereld besturen, orde en gezag brengen en tenslotte vrede. Een kleine vergelijking tussen Grieken en Romeinen krijgt Aeneas als toetje. De Grieken mogen dan superieur zijn bij het beeldhouwen, speechen en wetenschap bedrijven, de Romeinen waren superieur in het besturen, in het brengen van beschaving en vrede. Met deze positieve bespiegelingen geeft Anchises zijn zoon weer moed, vertrouwen en kracht zodat die vervolgens als een fris hoentje de laatste etappe van zijn tocht in gaat. Samen met de Sibylle verlaat Aeneas de Onderwereld en gaat richting Caieta waar hij aan land gaat. Het is tijd voor boek 7 en de laatste passages van het examenpensum. Caieta is de naam van de voedster van Aeneas die aan het begin van boek 7 het loodje blijkt te hebben gelegd. Aitiologisch gezien heeft zij haar naam aan de plaats Caieta gegeven. Caieta heet nu Gaeta

De eerste zes boeken van de Aeneis zitten er op: de verwijzingen naar de Odyssee (virum) zijn talloos, en in de laatste zes boeken moeten dan de arma spreken. Nog een compositiefoefje van Vergilius: je moet voortdurend meedenken: waar zitten we ook al weer? De Aeneis begint met arma virumque cano, en vervolgens wordt in de paar verzen direct daarna eerst een uitwerking gegeven van de virum, daarna van de arma. Kijk je op hoger niveau, dan blijkt arma niet de Trojaanse oorlog te zijn maar de confrontatie met Turnus, en dan blijkt de tocht van de virum ook wat ingewikkelder dan die van Odysseus, die immers alleen maar naar huis terugvoer. Boeken 1 t/m 6 gaan vervolgens in op de virum, en de boeken 7 t/m 12 op de arma. Kantelpunt is boek 6, waarin de tocht in de Onderwereld voor Aeneas duidelijk maakt hoe hij in het grote “plaatje” van de vervulling van het fatum past. Over arma in de tweede helft van de Aeneis gesproken: hoewel al in boek 7 wapengeweld klettert barst de echte grote strijd pas later los, in boek 9. Aan het begin van Aen.7 (verzen 37-45) roept de dichter nogmaals de Muze aan. Had hij voor de tweede helft meer inspiratie nodig? Er zijn ook andere parallellen met het eerste boek van de eerste helft, Aen. 1 dus. Ook in Aen. 7 grijpt Juno namelijk persoonlijk in. In Aen. 1 deed zij een beroep op Aeolus om een storm te ontketenen, waarna de Trojanen, aangespoeld op de kust van Noord-Afrika, vriendelijk ontvangen werden door Dido en haar Carthagers. In Aen.7 doet ze een beroep op de wraakgodin Allecto die ze uit de Onderwereld oproept om haat en tweedracht te zaaien tussen Trojanen en de Latijnen van koning Latinus. En die laatste had nou juist ook weer de Trojanen vriendelijk ontvangen in zijn rijk.

H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.5-14 (p.180); Langs de kust van Circe (1)

5 At912 pius913 exsequiis Aeneas rite solutis914,

6 aggere composito tumuli, postquam alta quierunt

7 aequora, tendit iter velis portumque relinquit.

8 Aspirant915 aurae in noctem nec candida cursus

9 luna negat916, splendet tremulo917 sub lumine pontus.

10 Proxima Circaeae918 raduntur litora terrae,

11 dives inaccessos ubi Solis filia lucos

12 adsiduo resonat cantu919, tectisque920 superbis921

13 urit odoratam nocturna in lumina cedrum

14 arguto tenues percurrens pectine telas922.



Maar de plichtsgetrouwe Aeneas stuurt, nadat de begrafenisplechtigheid naar behoren is uitgevoerd, na het oprichten van een grafheuvel, nadat de volle zee

tot rust is gekomen, zijn tocht met de zeilen en verlaat de haven.

De winden waaien tot diep in de nacht en de heldere maan

belemmert de koers niet, de zee glanst onder het trillende licht.

Er wordt zeer dicht langs de kusten van Circe’s land gescheerd,

waar de rijke dochter van de Zon ontoegankelijke heilige wouden

van aanhoudend gezang doet weerklinken, en in haar trotse paleis

welriekend cederhout brandt voor nachtelijke verlichting,

terwijl ze de snorrende weefkam door de fijne weefsels laat schieten.




H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.15-24 (p.180); Langs de kust van Circe (2)

15 Hinc923 exaudiri924 gemitus iraeque925 leonum

16 vincla recusantum et sera sub nocte rudentum926,

17 saetigerique927 sues atque in praesepibus ursi

18 saevire928 ac formae929 magnorum ululare930 luporum,

19 quos931 hominum ex facie dea saeva potentibus herbis932

20 induerat Circe in vultus ac terga ferarum.

21 Quae933 ne monstra pii934 paterentur935 talia Troes

22 delati in portus936 neu litora dira subirent,

23 Neptunus ventis implevit vela secundis,

24 atque fugam dedit et praeter vada fervida vexit.



Hiervandaan was het grommen en woede van leeuwen te horen

die de boeien weigerden en tot diep in de nacht brulden,

en borstels dragende zwijnen en beren in stallen

gingen tekeer en gedaanten van grote wolven huilden,

die de gemene godin Circe met krachtige kruiden vanuit het uiterlijk van mensen had voorzien van gezichten (koppen) en ruggen van wilde dieren.

Opdat de plichtsgetrouwe Trojanen niet deze zodanige (zulke) wonderlijke veranderingen zouden ondergaan, nadat ze naar de havens gedreven zijn, en niet de gruwelijke kusten zouden naderen, vulde Neptunus de zeilen met gunstige winden,

en gaf hun de (mogelijkheid tot) vlucht en voerde hen langs de bruisende branding.




H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.25-28 (p.181); Aeneas landt bij de Tiber (1)

25 Iamque rubescebat937 radiis938 mare et aethere ab alto

26 Aurora in roseis fulgebat lutea bigis,

27 cum939 venti posuere omnisque repente resedit

28 flatus, et in lento luctantur marmore tonsae940.



En reeds werd de zee rood door stralen en vanaf de hoge hemel

straalde de goudgele dageraad in haar rozerode tweespan,

toen de winden gingen liggen en alle wind plotseling bedaarde,

en in het vertragende strakke zeeoppervlak worstelen de roeiriemen.



c:\users\marc\pictures\dageraad.jpg c:\users\marc\pictures\aurora.jpg

Aurora

H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.29-36 (p.181); Aeneas landt bij de Tiber (2)

29 Atque941 hic Aeneas ingentem942 ex aequore lucum

30 prospicit943. Hunc inter944 fluvio Tiberinus amoeno945

31 verticibus rapidis et multa flavus946 harena

32 in mare prorumpit. Variae circumque supraque

33 adsuetae ripis volucres et fluminis alveo947

34 aethera mulcebant cantu lucoque volabant.948

35 Flectere iter sociis terraeque949 advertere proras

36 imperat et laetus950 fluvio succedit opaco.



En hier ziet Aeneas vanuit zee in de verte een enorm heilig woud.

Hier doorheen baant zich de Tiber met bekoorlijke stroom,

geel(bruin) door de snelle draaikolken en door het vele zand,

een weg naar de zee. Eromheen en erboven

streelden verschillende vogels, gewend aan de oevers en aan de bedding van de rivier,

de lucht met hun gezang en vlogen rond in het woud.

Hij beveelt zijn makkers de tocht (koers) te buigen en de voorstevens naar het land te richten en blij vaart hij de schaduwrijke rivier op.




H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.37-45 (p.181); De dichter roept de Muze aan … groter werk verrichten

37 Nunc age951, qui reges, Erato952, quae tempora, rerum

38 quis Latio antiquo fuerit953 status, advena954 classem

39 cum primum Ausoniis exercitus appulit oris,

40 expediam955, et primae956 revocabo exordia pugnae.

41 Tu vatem957, tu, diva, mone. Dicam horrida bella958,

42 dicam959 acies actosque animis in funera reges960,

43 Tyrrhenamque961 manum totamque962 sub arma coactam

44 Hesperiam. Maior963 rerum mihi nascitur ordo,

45 maius opus moveo.


Nu komaan, Erato, welke koningen, welke omstandigheden er waren,

wat de stand van zaken was in het oude Latium, toen voor het eerst het vreemde leger zijn vloot de Ausonische kusten deed naderen,

zal ik verkondigen, en ik zal het begin van het eerste gevecht in herinnering terugroepen. Inspireert u, u, godin, de dichter (hiertoe). Ik zal spreken over gruwelijke oorlogen, ik zal spreken over veldslagen en koningen door hun toorn tot moorden gedreven, en de Tyrrheense/Etruskische troep en heel het Avondland bijeengebracht onder de wapenen.

Een grotere reeks van gebeurtenissen rijst voor mij op/ontstaat voor mij,



een groter werk onderneem ik.

Nu vertelt Vergilius verder over koning Latinus. Die regeert, samen met zijn vrouw Amata (letterlijk “de beminde”, mooi toch, hè?) in vrede over het gebied waar Aeneas aangekomen is. Amata had ervoor gezorgd dat hun enige overgebleven kind, dochter Lavinia, uitgehuwelijkt werd aan de in de regio als aanzienlijk geldende Turnus, koning van het volk der Rutuliërs. Dit alles tegen de zin van papa Latinus die uit een aantal voortekens wist dat Laviniaatje niet met een inlander maar met een buitenlander zou trouwen. Latinus’ vader Faunus kon namelijk de toekomst voorspellen en dat deed hij dan ook geregeld. Over Lavinia’s toekomstige echtgenoot was in de hele regio al ophef door toedoen van Faunus’ luide en duidelijke voorspellingen. Turnus had er dus ook politiek gezien belang bij Lavinia in bed te krijgen. Het zou de stabiliteit in de regio niet bepaald ten goede komen als er een vreemde zou komen die allerlei aanspraken zou laten gelden. Wat moet je met iemand die beweert dat ie door het fatum gestuurd is om jouw regio te destabiliseren en ook nog je vriendin te kapen? Nog even over die Faunus: hij zou de zoon geweest zijn van Picus. Picus, zo lazen we in een voetnoot bij Aen.VII, 19, werd door Circe in een specht veranderd omdat hij de moed had haar avances af te wijzen en trouw te blijven aan zijn vriendinnetje Canens. De wereld is klein. Picus zou de zoon zijn van Saturnus, en dat is ook geen klein minigodje. Alles bij elkaar opgeteld moet die Circe een behoorlijk ouwe taart geweest zijn. Als Latinus met een huwbare dochter (maar dat waren de dametjes vroeger al op 12- 13-jarige leeftijd) een jaar of 32 was, dan was zijn pappie Faunus op het moment dat Aeneas langs kwam wapperen dus pak ‘m beet 50 en diens vader Picus (die ook nog het probleem had dat ie specht was geworden) een jaar of 70. Dus toen Circe met Picus wilde rollebollen was hij natuurlijk een jonge en vrijwel zeker viriele “god”. Circe dus ook, alleen was zij de dochter van de Zonnegod en dus behoorlijk onsterfelijk. We moeten dus aannemen dat Circe toen Aeneas langs haar eiland voer al behoorlijk oud was. De parallel met Homerus’ Odyssee is duidelijk. Beiden komen bij Circe in de buurt, alleen ging Odysseus wel op bezoek en Aeneas niet. Waarom dan deze uitweiding over Circe, als Aeneas er toch niet mee de koffer in dook? Om toch weer een parallel te hebben met Homerus’ epen. Ook Odysseus komt Scylla en Charybdis tegen, Polyphemus en dus ook Circe. Omdat we niet alles van Vergilius’ Aeneis lezen, krijgen we ook niet helemaal precies hoogte van hoever de parallellen gaan tussen de Ilias/Odyssee enerzijds en de Aeneis anderzijds.

H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (De bestemming bereikt) > 7.107-115 (p.182); De bestemming bereikt (1)

107 Aeneas primique duces et pulcher Iulus964

108 corpora sub ramis deponunt arboris altae,

109 instituuntque dapes et adorea liba965 per herbam

110 subiciunt966 epulis967 (sic Iuppiter ipse monebat968)

111 et Cereale solum pomis agrestibus augent.

112 Consumptis969 hic forte970 aliis, ut vertere morsus

113 exiguam in Cererem971 penuria972 adegit973 edendi,

114 et violare974 manu malisque975 audacibus orbem

115 fatalis976 crusti patulis nec parcere quadris977:


Aeneas en de eerste/belangrijkste leiders en de mooie Julus

leggen hun lichamen neer onder de takken van een hoge boom

en ze richten een maaltijd aan en in het gras leggen zij koeken

van spelt onder de maaltijd (zo gaf Jupiter zelf (dat) in)

en de bodem van graan vullen ze met vruchten van het land.

Toevallig op dit moment, toen de andere dingen opgegeten waren, toen het

gebrek aan het eten (hen) ertoe bracht hun tanden te zetten in de dunne (kleine) bodems,

en met hun hand en hun brutale kaken de ronding

van het noodlottige baksel te schenden en de platte bodems niet te sparen,




H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (De bestemming bereikt) > 7.116-123 (pp.182-183); De bestemming bereikt (2)

116 ‘Heus978, etiam mensas979 consumimus?’ inquit Iulus,

117 nec plura, adludens980. Ea vox audita981 laborum

118 prima tulit finem982, primamque983 loquentis984 ab ore

119 eripuit pater ac stupefactus numine985 pressit986.

120 Continuo987 ‘salve988 fatis mihi debita tellus

121 vosque’ ait ‘o fidi989 Troiae salvete penates:

122 hic domus, haec990 patria est. Genitor991 mihi talia namque

123 (nunc repeto) Anchises fatorum arcana reliquit:



zei Julus: “Hé, eten we zelfs de tafels op?’,

alleen dit, voor de grap. Dit woord, toen het werd gehoord,/het horen van deze woorden bracht als eerste een eind aan de ellende, en direct pikte de vader het op uit de mond van hem die sprak/de spreker en hield het, verbijsterd door de goddelijke macht, vast.

Onmiddellijk zei hij: “gegroet, land door het lot voor mij voorbestemd,

en jullie, welkom, o trouwe Penaten van Troje:

hier is het/ons huis, hier het/ons vaderland. Mijn vader Anchises immers

(nu herhaal ik het) liet mij dergelijke/deze geheimen van het lot na:





H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (De bestemming bereikt) > 7.124-132 (p.183); De bestemming bereikt (3)

124 “Cum992 te, nate993, fames ignota ad litora vectum994

125 accisis995 coget dapibus consumere mensas,

126 tum sperare996 domos defessus, ibique memento

127 prima locare manu molirique aggere tecta997.”

128 Haec erat illa fames998, haec999 nos suprema manebat

129 exitiis1000 positura1001 modum1002.

130 Quare agite et primo laeti cum lumine solis

131 quae loca, quive habeant1003 homines, ubi moenia gentis1004,

132 vestigemus et a portu diversa petamus.


“Wanneer jou, zoon, als je naar vreemde kusten bent gevaren, de honger zal dwingen, wanneer de maaltijd heeft plaatsgevonden, de tafels op te eten,

hoop dan, terwijl je vermoeid bent, op een woonplaats/huizen, en gedenk daar

met je hand/eigenhandig de eerste huizen te plaatsen en met een wal te versterken.”

Dit was die honger, deze wachtte ons als laatste

om/bestemd om een eind te maken aan onze ellende.

Daarom komaan en laten we met het eerste licht van de zon blij onderzoeken

welke gebieden (dit zijn), of welke mensen er wonen, waar muren zijn van een volk,

en laten we vanaf de haven naar verschillende kanten gaan.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.5-14 (p.180);
  • H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.15-24 (p.180);
  • H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.25-28 (p.181);
  • H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.29-36 (p.181);
  • H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (Aankomst in Latium) > 7.37-45 (p.181);
  • H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (De bestemming bereikt) > 7.107-115 (p.182);
  • H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (De bestemming bereikt) > 7.116-123 (pp.182-183);
  • H11 – DE BESTEMMING BEREIKT Aeneis 7 (De bestemming bereikt) > 7.124-132 (p.183);

  • Dovnload 0.73 Mb.