Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vorstscade in de boomkwekerij

Dovnload 111.52 Kb.

Vorstscade in de boomkwekerij



Pagina1/2
Datum05.12.2018
Grootte111.52 Kb.

Dovnload 111.52 Kb.
  1   2

VORSTSCADE IN DE BOOMKWEKERIJ

Het risico op vorstschade in de boomkwekerij is in de winter 2011/2012 weer pijnlijk duidelijk geworden. Dit kan zich uiten in complete uitval van de plant of kwaliteitsverlies (bijv. dode scheuten). Dit kennisdossier zet op een rij hoe vorstschade ontstaat en wat je er tegen kunt doen.



De volgende onderwerpen worden behandeld:

  • Hoe ontstaat vorstschade?

  • Afharden van planten

  • Klimaatverandering

  • Risicofactoren in de teelt

  • Een goede winterbescherming

HOE ONTSTAAT VORSTSCHADE? 
Vorstschade kan zowel bij het ondergrondse deel als bij het bovengrondse deel ontstaan. Directe vorstschade ontstaat als de temperatuur zover daalt dat er ijskristallen ontstaan in de plantencellen, waardoor deze beschadigen.
Een indirecte vorm van vorstschade is uitdroging. Bij harde wind of enige instraling verdampt de plant vocht. Als de wortelkluit dan bevroren is, kan de plant dit vochttekort niet aanvullen en droogt de plant uit.

De temperatuur waarbij kristallen ontstaan is afhankelijk hoeveel opgeloste stoffen er in de plantencel aanwezig zijn. Opgeloste stoffen als suikers, nutriënten, etc. fungeren als antivries, waardoor een lagere temperatuur kan worden doorstaan. Daarnaast speelt de hardheid van het weefsel een rol.


Een indirecte vorm van vorstschade bij bladhoudende gewassen is uitdroging. Bij harde wind of enige instraling verdampt de plant vocht. Als de wortelkluit dan bevroren is, kan de plant dit vochttekort niet aanvullen en droogt de plant uit.

Vorstschade door temperatuursverschillen
Bij vorstschade is niet alleen de temperatuur zelf belangrijk, maar vooral ook temperatuurverschillen. Als de temperatuur in het najaar geleidelijk naar beneden gaat, ontstaat een goede winterhardheid. Bij een warm najaar en een plotselinge overgang naar temperaturen (ver) onder nul ontstaat grote schade. Vroeg in het voorjaar kan de winterrust doorbroken zijn door voldoende kou. De plant begint dan te groeien en wordt dan gevoeliger voor latere perioden met vorst. Ook grote temperatuurverschillen tussen wortelkluit en gewas kan tot schade leiden. Bij bladhoudende gewassen kan door instraling de bladtemperatuur makkelijk oplopen tot 15°C, terwijl de wortelkluit nog bevroren is. Hierdoor ontstaat verdamping in het blad, maar de wortels kunnen de watervraag niet leveren, waardoor de plant bovengronds verdroogt. Zodra de instraling stopt, kan de bladtemperatuur zeer snel dalen tot beneden 0°C, wat ook schade kan opleveren. Temperatuurschommelingen in de winter moeten dus zoveel mogelijk voorkomen worden.

Wortels zijn gevoeliger
De wortels van planten zijn relatief gevoelig voor vorst. Als voorbeeld kan Pyracantha genoemd worden. De takken kunnen -25°C verdragen, volwassen wortels -19°C, terwijl jonge wortels al schade oplopen bij -6°C
Daar komt bij dat jonge wortels vaak aan de buitenkant van de potkluit zitten, waar de kou meer vat op heeft. Als alleen jonge wortels stukvriezen kan een plant het wel overleven, maar dergelijke planten lopen in het voorjaar langzamer uit en lopen zo groeiachterstand op. De gevolgen van wortelschade door vorst kan soms pas in het voorjaar duidelijk worden als de plant een grotere watervraag krijgt.
Bij natte potten is de kans op vorstschade groter. Door uitzetting van het water bij bevriezing worden de wortels kapot gedrukt. Dit resulteert in dode en rotte wortels. Wortels in een drogere pot kunnen tot 7 graden lagere temperaturen doorstaan dan wortels in natte pot. Het vochtgehalte in de pot moet echter hoog genoeg blijven om water te kunnen opnemen bij verdamping.

Bovengrondse symptomen van vorstschade
Bovengronds kan vorstschade snel zichtbaar zijn door gekrulde of slaphangende bladeren. Knoppen en oculaties die aan het eind van de winter of in het voorjaar vorstschade hebben opgelopen, zien er bij het doorsnijden glazig uit. Binnen enkele uren verkleurt de knop van glazig naar bruin tot zwart. De buitenste bladeren van een knop blijven echter vaak in leven, maar de knop zal niet meer uitlopen. Als alleen de bloemknop bevroren is, kan de knop vaak nog wel vegetatief uitlopen. Vorstschade in het hout uit zich in verschillende symptomen. Het bastweefsel is bruin verkleurd, doordat de cellen beschadigd zijn. Ook kunnen er vorstscheuren ontstaan. Deze ontstaan door spanningen in het hout door grote temperatuurverschillen. Door de warmte van de zon kan de stam aan de ene kant sterk opwarmen, terwijl de temperatuur aan de andere kant onder het vriespunt blijft. Vorstscheuren lopen in de lengte van de stam. Lees meer (bestand ontstaan vorstscheuren)

AFHARDEN VAN PLANTEN
Vaak wordt er gesproken over het ‘afharden’ van planten, maar wat is dit nu eigenlijk? De overgang van een plant van het groeistadium naar het winterharde stadium heet het afhardingsproces. Dit proces bestaat uit verschillende fases. In de eerste fase komt de groei van een plant tot stilstand. De groeistilstand van planten ontstaat onder invloed van korter wordende dagen, afnemende temperaturen. Gedurende het afhardingsproces neemt de hoeveelheid water in de plant af, zodat lagere temperaturen beter worden doorstaan. Het hormoon abcissinezuur (ABA) speelt een rol in dit proces. Onder invloed van ABA gaan de huidmondjes verder open staan, zodat water makkelijker kan verdampen. Tegelijkertijd neemt in de wortels de weerstand toe om water op te nemen. Om de tweede fase van afharden op gang te brengen, zijn temperaturen onder het vriespunt nodig. Vooral lichte vorst ’s nachts en zonnige perioden overdag zijn hiervoor gunstig. Er ontstaan veranderingen in de structuur van celmembranen en wordt de doorlaatbaarheid van water groter. Hoge suikerniveau’s in de cellen zorgen er veelal voor dat het afhardingsproces beter verloopt.

KLIMAATVERANDERING


De winters in Nederland zijn in afgelopen 40 jaar zachter geworden. Dit heeft gevolgen gehad voor het sortiment. Er worden nu soorten geteeld, die indertijd als onvoldoende winterhard werden ervaren voor Nederlandse omstandigheden, bijv. Prunus laurocerasus. Nederland werd ingedeeld in zone 8 en 7b (midden in 8a en kustgebied in 8b en Noordoost Nederland in zone 7b). Op basis van de klimaatgegevens van 1978-2007 valt Nederland nu volledig in zone 8.

RISICOFACTOREN IN DE TEELT

Er zijn een aantal factoren in de teelt die een invloed hebben op de kans op vorstschade:



  • Potgrond

  • Bemesting

  • Snoeien

  • Potmaat en potvorm

  • Ondergrond van containerveld

Potgrond
Een goed drainerende, luchtige potgrond is gunstig voor de overwintering. Door de neerslagoverschot in het najaar blijven potten langer nat. Hierdoor is meer risico op wortelrot. Bovendien bevriezen natte potten makkelijker, waarbij door het uitzetten van het water de wortelcellen kapot worden gedrukt. Luchtige potgrond isoleert tegelijk beter. Planten die in het najaar één of meerdere weken droog hebben gestaan, kunnen bij een plotseling invallende koudeperiode een temperatuur verdragen die 7°C lager ligt dan van planten die natter waren.

Bemesting
Bemesting is ook een factor die veel invloed kan hebben op de winterhardheid. Door late stikstofbemesting kan de groei van een gewas te lang doorgaan, waardoor het afhardproces te laat op gang komt. Een element als kali heeft een gunstig effect op het afharden van planten. Cellen blijven kleiner en celwanden worden sterker door kalium. Er wordt geadviseerd om in de containerteelt vanaf half augustus het mestschema aan te passen en mogelijk een stikstofarme meststof te gebruiken.

Snoeien
Snoeien net voordat de groei tot stilstand komt, stimuleert hergroei en zorgt dus voor het later op gang komen van het afhardproces, waardoor er alsnog flinke vorstschade kan ontstaan in het gewas.

Potvorm en potmaat
In vierkante potten treedt minder vorstschade op dan in ronde potten. Vierkante potten sluiten beter op elkaar aan, waardoor vorst minder kans heeft. Het verschil kan wel 6 graden bedragen. De potmaat heeft verschillende invloeden. In een relatief grotere pot zal de temperatuur bij niet langdurige vorstperioden minder ver dalen, zeker in het midden van de pot. Zodra de vorst voorbij is, zal de pottemperatuur echter ook weer langzamer stijgen. In een relatief grotere pot hebben planten relatief een sterker wortelstelsel, waardoor de kans op vorstschade kleiner is. Anderzijds kan in een grote pot  vanuit het najaar vaker een grotere hoeveelheid voeding aanwezig zijn, waardoor deze planten minder goed in winterrust gaan. In die situatie kan er sneller vorstschade optreden.
  1   2

  • HOE ONTSTAAT VORSTSCHADE
  • Vorstschade door temperatuursverschillen
  • Wortels zijn gevoeliger
  • Bovengrondse symptomen van vorstschade
  • AFHARDEN VAN PLANTEN
  • RISICOFACTOREN IN DE TEELT
  • Potvorm en potmaat

  • Dovnload 111.52 Kb.