Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vorstscade in de boomkwekerij

Dovnload 111.52 Kb.

Vorstscade in de boomkwekerij



Pagina2/2
Datum05.12.2018
Grootte111.52 Kb.

Dovnload 111.52 Kb.
1   2

Ondergrond containerveld
Uit Duits onderzoek blijkt dat het type recirculerend containerveld grote invloed heeft op de pot- en luchttemperatuur in de overwinteringstunnel. Er zijn vier varianten vergeleken, namelijk containerveld op zand, lava (15 cm dik), Floramat en Delta-Terra XX Drainmat. De planten stonden in een lage tunnel met thermovlies M85 of folie. Bij een vorst van -17°C (luchttemperatuur boven een niet afgedekt containerveld) was de minimum luchttemperatuur in een tunnel met folie -8,9°C, op het lavaveld -11,8°C, gevolgd door Delta-Terra XX Drainmat (-12,4°C) en Floramat (-15°C). Bij de minimale pottemperatuur was een vergelijkbaar beeld te zien, zie onderstaande tabel.

Type containerveld Minimale substraat-temperatuur(oC)

Containervelden op zand zonder bescherming -14,8

In tunnel op containerveld op zand -9,0

In tunnel op Delta terra XX drainmat -12,0

In tunnel op lavaveld -12,3

In tunnel op floramat -14,7

Verder was ook opvallend dat er bij de Floramat grotere temperatuurschommelingen gemeten werden gedurende het seizoen. Bij een containerveld op zand was dit duidelijk minder. De beide anderen lagen hier tussen in. Bij een containerveld met Floramat worden dus lagere temperaturen gehaald, zodat een goede winterbescherming daar veel belangrijker is. Bij een containerveld direct op zand wordt meer geprofiteerd van de warmte in de grond. De Floramat is opgebouwd uit schuim, waardoor deze isolerend werkt t.o.v. de ondergrond. Ook bij beide andere containerveldtypen wordt minder geprofiteerd van de warmte in de ondergrond. Bij sterke instraling liep de pottemperatuur op lavaveld echter ook weer sneller op dan in potten op een containerveld op zand (4,7°C t.o.v. 3,4°C). In de praktijk wordt schuimbeton als teeltvloer ook als erg vorstgevoelig ervaren.



OVERWINTERING IN DE BOOMKWEKERIJ

Bij het overwinteren van boomkwekerijgewassen zijn er een aantal mogelijkheden:



  • Tunnels

  • Afdekmaterialen

  • Kassen

  • Bodemwarmte;

  • Overwinteren in koelcel

Tunnels
Lage tunnels zijn de goedkoopste manier van winterbescherming met een redelijk tot goed resultaat. Door melkwit folie te kiezen wordt een te grote temperatuurstijging voorkomen. Bij transparant folie is er een grotere instraling, waardoor de temperatuur sneller oploopt. Bij afdekmaterialen met perforaties is er meer uitwisseling met de buitenlucht, waardoor de temperatuur en de luchtvochtigheid beter wordt geregeld (zie ook kopje afdekmaterialen). Lage tunnels hebben relatief meer randen, waar sneller vorstschade ontstaat. De temperatuurverschillen tussen het midden en de rand kunnen wel oplopen tot 12°C. Isolatie langs de randen aanbrengen kan dit probleem verkleinen. Ook het afdekken van de potten met een mulch materiaal zorgt dat er minder vorstschade aan de wortels ontstaat.

Hoge tunnels (tot 2,5 meter) zijn vaak in gebruik als permanente tunnels en zijn vaak duurder. Hoge tunnels hebben een grotere luchtbuffer (=isolerend). Door het relatief grotere grondoppervlak zijn er minder randen, waar de vorst vat op kan hebben. Omdat er vaak transparant folie gebruikt wordt, kunnen er grotere temperatuurverschillen optreden tussen dag en nacht. Met name de dagtemperatuur loopt hoger op door instraling. Tijdens langdurige vorstperioden zal de minimumtemperatuur gelijk zijn aan lage tunnels. Wel kunnen er makkelijker hete luchtkanonnen gebruikt worden om de kou te weren uit de tunnel. De beste overwinteringsresultaten zijn behaald als in de tunnel tijdelijk een tweede folielaag is aangebracht met melkwitfolie.



AFDEKMATERIALEN
Afdekmaterialen hebben de functie om temperatuurverschillen tussen dag en nacht te verkleinen, een te lage minimumtemperatuur te voorkomen en te beschermen tegen wind (uitdrogen). Tunnels van witte folies gaven in het algemeen goede resultaten. Echter bij strengere vorst (lager dan -5°C) kan ook in de tunnel de temperatuur te laag worden. Het is dan verstandig om dikkere en dichtere materialen te gebruiken, zoals thermovlies, thermodeken, antiworteldoek of noppenfolie. Zodra de strenge vorst verdwenen is, moet dit materiaal weer op tijd verwijderd worden.


Als winterbescherming zijn materialen als vliesdoek, tunnels met wit folie en geweven doeken prima geschikt. Bij strengere en langdurige vorstperioden is het verstandig om de planten extra af te dekken met zwaardere doeken of noppenfolie. Zodra de vorstperiode verdwijnt moeten deze snel weer verwijderd worden, omdat de temperatuur anders makkelijk weer te hoog kan oplopen.

In de winter 1986/1987 zijn er proeven gedaan met verschillende afdekmaterialen op lage tunnels. De standaard was wit PE-folie. Er zijn vergelijkingen gemaakt met vliesdoek (Terram 3000) en twee schermdoeken (PLS-50 en PLS-70). De warmtehuishouding in de tunnel wordt beïnvloed door de lichtdoorlatendheid voor zowel zichtbaar licht als infrarood licht. Infrarood licht is een warmtestraling. Hierbij speelt reflectie in twee richtingen, namelijk van buiten naar binnen (m.n. overdag) en van binnen naar buiten (m.n. ’s nachts).


Nadelen van wit PE-folie: het materiaal is luchtdicht, waardoor sneller smucht optreedt (hoge luchtvochtigheid). Op zonnige dagen loopt de temperatuur snel op. Bij harde wind kan het folie scheuren en het folie gaat 1 á 2 jaar mee. Voordeel is de relatief lage prijs.
In de proef zijn 4 gewassen getest, nl. Chamaecyparis, Cupressocyparis, Euonymus en Pyracantha. De winter veroorzaakte in deze proef in alle behandelingen schade (nov en dec zacht, januari erg koud), maar er was wel verschil tussen de afdekmaterialen. PLS-50 kwam het beste uit de test. Dergelijke schermdoeken zijn wel relatief duur. Bij Chamaecyparis voldeden wit folie en vliesdoek even goed. Bij de andere gewassen was PLS-50 het beste, gevolgd door vliesdoek. PLS-70 scoorde bij alle gewassen het slechts, hoewel onder dit materiaal de temperatuur het beste afgevlakt werd. In het najaar bleef de temperatuur onder dit materiaal hoger dan onder de andere afdekmaterialen.

Recent zijn in Duitsland drie afdekmaterialen vergeleken, namelijk een groen net, folie (Lochfolie T150) en Thermovlies M85. Het groene net bleek weinig bescherming te bieden. Het verschil tussen wel of geen afdekking was hooguit 1°C bij nachtvorsten van -10°C. Folie en Thermovlies boden betere bescherming, want de minimumtemperatuur lag dan 4 graden hoger. Het verschil tussen folie en thermovlies werd niet duidelijk. In het ene jaar was folie beter en in het volgende jaar thermovlies. Het verschil was ca. 1-2°C.

In 1979 kwam een thermodeken van microschuim (0,6 cm) goed uit een proef als afdekmateriaal. Zonder bescherming liep de pottemperatuur terug tot -10 °C, waarbij alle vier geteste gewassen schade opliepen. Overwintering in een lage tunnel met wit folie reduceerde de schade. De minimumtemperatuur in de pot bleef soms 3 graden hoger, maar in sommige nachten was er geen temperatuurverschil met onbedekte potten. Het beste resultaat in die proef werd behaald met een thermodeken plus een transparant folie. Hieronder werd substantieel minder vorst gemeten, namelijk -3 °C t.o.v. -10 °C bij onbedekt. Zodra de zon richting het voorjaar echter weer meer kracht heeft kan de temperatuur snel oplopen onder dit afdekmateriaal.

In Amerika zijn rond 1990 in een proef 4 afdekmethoden vergeleken, namelijk een tunnel met wit folie (2 meter hoog), 2 doeken van polypropyleen (non woven) die de hele winter op het gewas lagen en een transparant folie wat alleen bij vorstperioden over het gewas gelegd werd. De tunnel met wit folie gaf de beste bescherming bij Ilex crenata en Euonymus fortunei, gevolgd door het transparante folie. De temperatuur onder het transparante folie kon echter snel oplopen bij enige instraling. De beide doeken gaven wel enige bescherming, maar te weinig voor deze gewassen.


In de boomkwekerij wordt ook gebruik gemaakt van vliesdoeken en geweven doeken. Deze laten lucht en vocht door, waardoor er onder het doek een beter klimaat ontstaat.

Een natuurlijk afdekmateriaal is sneeuw. Sneeuw bevat veel lucht, dat sterk isoleert. Het gewas onder de sneeuw wordt prima beschermd. Daarentegen koelt het onder een heldere hemel vlak boven de sneeuwlaag veel sterker af dan boven een onbedekte bodem. Takken en stammen die boven de sneeuwlaag uitsteken zullen dus bij strenge vorst grotere schade oplopen.



Kassen
Grofweg kunnen de kassen in twee verschillende types worden ingedeeld: de glazen kassen en tunnelkassen. De overwintering in foliekassen is de goedkoopste manier. Er worden over het algemeen vorstgevoelige gewassen overwinterd. Zeer vorstgevoelige gewassen kunnen het beste in een vorstvrije kas worden overwinterd.

Een kas heeft als voordeel dat de teelt beter in de hand is te houden dan in tunnels. De buffer is groter, zodat eventuele temperatuurverschillen beter worden opgevangen. Luchten en verwarmen is in de kas vaak beter te realiseren dan in de meeste tunnels. De kas wordt in de meeste gevallen verwarmd om vorstvrij te houden. Dit verwarmen gebeurt vaak met een zogenaamde heater. Planten zijn in een kas beschermd tegen de wind, waardoor uitdroging minder snel optreedt. Ook in de winter kan het belangrijk zijn om te schermen, door de zonnestraling kan de temperatuur overdag hoog oplopen. Er zijn bij sommige gewassen ook goede ervaringen opgedaan met stoken onder nul. Dan wordt bijvoorbeeld een minimumtemperatuur gehanteerd van -4°C en het gewas vervolgens afgedekt met doek.

Bij verschillende gewassen kan gedurende de winterperiode schimmelvorming optreden door een te hoge luchtvochtigheid. Vaak wordt dit behandeld met een gewasbeschermingsmiddel. Een ontwikkeling van de laatste jaren is het plaatsen van ventilatoren in overwinterings kassen. Door middel van ventilatoren wordt er meer luchtbeweging gecreëerd. Het microklimaat rondom de planten wordt droger en de kans op schimmelvorming is daarmee veel kleiner.

Bodemwarmte
In 1996 en 1997 zijn er proeven uitgevoerd naar de toepassing van bodemwarmte in lage tunnels op containervelden om de risico op vorstschade te verkleinen. In deze proef is een elektrisch verwarmingselement gebruikt. De verwarming zorgde ervoor dat de pottemperatuur niet beneden de -2 graden kwam; er werd verwarmd tot maximaal +5°C. In de proef deden Pieris, Viburnum tinus en Ilex aquifolium mee in kleine potmaten (P9). Tussen half december en half januari was er een vorstperiode, waarin in de tunnels zonder bodemverwarming temperaturen tot -10°C werden gemeten. In de tunnels met bodemverwarming kwam de luchttemperatuur niet lager dan -3°C. De planten die niet op bodemverwarming stonden waren in het voorjaar allemaal dood, terwijl de planten op bodemwarmte het grotendeels overleefd hadden. De oorzaak van de uitval in de vakken met bodemwarmte wordt gezocht in te droge kluiten. In de tunnels met bodemwarmte stonden ook enkele planten op de isolatieplaat naast de bodemwarmte. Deze planten waren niet dood, maar waren duidelijk van minder kwaliteit. De kieming van de wortels was minder op gang gekomen en het gewas was nog niet actief.

Bij dit thema kan ook een andere interessante proef genoemd worden, waarbij bodemwarmte bij de overwintering in de kas is gebruikt. De worteltemperatuur bleef gemiddeld 5 graden warmer dan zonder bodemwarmte. Alle vijf geteste gewassen (Cotinus, Hydrangea, Magnolia, Rhododendron en Viburnum) hadden in het voorjaar een duidelijk beter ontwikkeld wortelstelsel. De groei in de bodemwarmtebehandeling was in mei bij alle gewassen met gemiddeld 40% toegenomen.

Bodemwarmte op het containerveld lijkt technisch dus goede perspectieven te bieden. Energiekosten zijn een punt van aandacht. Tegenwoordig zijn er echter meer mogelijkheden met warmtepompen. Het zou interessant zijn om na te gaan of in de zomer warmte van het containerveld geoogst kan worden (=koeling), die in de winter wordt gebruikt voor verwarming.

Overwinteren in een koelcel
Boomkwekerijproducten zijn levende producten en ademen dus. Hierbij produceren ze vocht en warmte. Om de ademhaling te kunnen remmen, moeten gewassen bij lage temperaturen worden bewaard. Dit kan bereikt worden door gewassen in een koelcel te bewaren. Koelen is in feite niks anders dan het omlaag brengen en houden van de temperatuur door de overtollige warmte af te voeren.
Overwintering in de koelcel is de best gecontroleerde overwintering van alle methoden. Hiermee kan er een betere planning gemaakt worden voor het voorjaar. Men is minder afhankelijk van het weer, waardoor er een grotere arbeidsspreiding te krijgen is.

Het afvoeren van warmte uit een koelcel door de koelinstallatie heeft tot gevolg dat het product uit kan drogen. Dit is te verklaren door de werking van een koelcel. Als de temperatuur oploopt, begint de koelmachine te werken. Wanneer de cellucht weer wordt afgekoeld, slaat het vocht in de lucht vervolgens neer tegen de koude verdamper. Vervolgens komt de afgekoelde lucht de verdamper weer uit en stroomt langs het product. Deze lucht neemt warmte en vocht op uit het product. Hiermee ontstaat er enige uitdroging van het gewas.



Om uitdroging te beperken, moet er op een aantal zaken worden gelet:

  • goed verpakkingsmateriaal, bijvoorbeeld plastic.

  • de koelcel goed vullen, in een halflege cel verliest een product meer vocht.

  • het aantal koelacties (draaiuren van de koelmachine) beperken.

Schimmelvorming kan een ander probleem zijn bij de bewaring van boomteeltgewassen in de koelcel. Vooral Botrytis (of grauwe schimmel) kan zich goed ontwikkelen op een nat product. Om de kans op schimmelvorming zo klein mogelijk te maken kan op het veld een preventieve bestrijding worden uitgevoerd. Ook is het belangrijk om goed afgeharde planten zonder blad op te slaan, dit scheelt aanzienlijk in aantasting. De koelcel kan het beste gevuld worden in porties van 10-15% van de cel inhoud per dag. Hierdoor wordt de bewaartemperatuur sneller bereikt en hebben schimmels minder kans.
1   2

  • OVERWINTERING IN DE BOOMKWEKERIJ
  • AFDEKMATERIALEN
  • Overwinteren in een koelcel

  • Dovnload 111.52 Kb.