Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vraagstuk 1 Borstkanker Vraag 1 Intreeluchtkerma kan afgelezen worden in Figuur 2

Dovnload 162.45 Kb.

Vraagstuk 1 Borstkanker Vraag 1 Intreeluchtkerma kan afgelezen worden in Figuur 2



Pagina2/2
Datum16.11.2017
Grootte162.45 Kb.

Dovnload 162.45 Kb.
1   2

Vraag 1


Activiteit wordt veroorzaakt door de drie isotopen U-234, U-235 en U-238. De bijdrage aan de specifieke activiteit van natuurlijk uranium door U-234 wordt berekend met behulp van de gegevens uit de nuclidenkaart:

De bijdrage is dus bijna de helft van de totale specifieke activiteit van natuurlijk uranium (=25,1 kBq∙g–1), ondanks dat dit in aantallen atomen de minst voorkomende isotoop is.


Alternatieve uitwerking:

De activiteit is evenredig met de verhouding van abundantie en halveringstijd:



234U 0,0054 / 2,455105 = 2,2010–8

235U 0,7204 / 7,038108 = 0,1010–8

238U 99,2742 / 4,468109 = 2,2210–8

Totaal = 4,5210–8


Bijdrage van 234U tot de specifieke activiteit van uranium is dus:

25,1 [Bqg–1]  2,20 / 4,52 = 12,2 Bqg–1


Vraag 2

75 kg uranium met AS = 25,1 kBq∙g–1 geeft een totaal geloosde activiteit van 1,88 GBq.

De activiteit van 1 Re = ARe = 1 / e (50)ing = 1 [Sv] / 4,0∙10–7 [Sv∙Bq-1] = 2,5∙106 Bq.

De correctiefactor voor lozing in water CRW voor langlevende nucliden zoals uranium is 100.

De lozing bedroeg 100 ∙ (1,88∙109 [Bq] / 2,5∙106 [Bq]) = 7,5∙104 gewogen Reing.
Vraag 3

Activiteitsconcentratie: C = 12 [g∙l–1] ∙ 2,51∙104 [Bq∙g-1] = 3,0∙105 Bq∙l–1.

Binnengekregen 0,05 l, dus 1,5∙104 Bq.

E (50) = e (50)ing Ain =4,0∙10–7 [Sv∙Bq–1] ∙ 1,5∙104 [Bq] = 6∙10–3 Sv = 6 mSv.
Vraag 4

De grond van de moestuin bevatte voor het besproeien 2 mg·kg–1 uranium. Door het besproeien met rivierwater is hier 8 mg·kg–1 uranium aan toegevoegd zodat de grond in totaal 10 mg·kg–1 uranium bevat.

In Tabel 2 kan worden afgelezen dat de okraplant bij een uraniumconcentratie van

10 mg·kg–1 uranium in de bodem gemiddeld 5,11 mg·kg–1 uranium zal bevatten.


De tuinier eet 5 kg okra. Hiermee krijgt hij circa 25 mg uranium binnen.

Ain = 25∙10–3 [g] ∙ 2,51∙104 [Bq∙g–1] = 6,3∙102 Bq.

E (50) = e (50)ing Ain = 4,0∙10–7 [Sv∙Bq–1] ∙ 6,3∙102 [Bq] = 2,5∙10–4 Sv ≈ 0,3 mSv.

Puntenwaardering:

Vraagstuk 3




Vraag

Punten

1

5

2

4

3

4

4

5

Totaal


18


Vraagstuk 4 Hartkatheterisatiekamer
Vraag 1

Aantal straal-uren per jaar: 4 uur/dag  200 dagen/jaar = 800 uur/jaar.

H*(10) per jaar op 1 meter afstand in richting van pijl 2: 800 h  3000 μSvּ h-1 = 2400 mSv.

Op 315 cm afstand (punt 3) zonder afscherming: 2400/(3,15)2 = 242 mSv/jr.

Transmissie loodscherm: in fig.2 Y-as aflezen bij 1,5 mm Pb en 100 kV: 810-3.

100 kV-lijn snijdt Y-as bij 9,6. Transmissie is dus: 810-3 / 9,6 = 8,310-4.

H*(10) per jaar op hoofd medewerker is: 242  8,310-4= 201 μSv/jr = 0,2 mSv/jr

Vraag 2

H*(10) per jaar op 1 meter afstand in richting van pijl 2: 800 h  4000 μSvּ h-1 = 3200 mSv.

De afstand tot punt 4 is 280 cm. De intreedosis op punt 4 is: 3200/(2,8)2 = 408 mSv/jr.

Bijdrage ten gevolge van verstrooiing aan het plafond is op hoofdhoogte (punt 3):

2,1 %: -> 408  0,021 = 8,6 mSv/jr.
Vraag 3

Maximale bijdrage van de strooistraling uit het plafond mag zijn : 1,0 – 0,20 = 0,8 mSv/jr.

De bijdrage zonder afscherming is 8,6 mSv/jr. De transmissie van de extra loodafscherming mag dus maximaal zijn: 0,80 / 8,6 = 9,310-2.

Omdat in figuur 2 de 100 kV-lijn de Y-as snijdt op 9,6, moet men voor de transmissie de waarde op de Y-as gebruiken: 9,310-2  9,6 = 8,910-1. Aflezen bij de 100 kV-lijn geeft een benodigde looddikte van 0,05 cm Pb, ofwel 0,5 mm Pb.



Puntenwaardering:

Vraagstuk 4




Vraag

Punten

1

6

2

4

3

6

Totaal


16




- -
1   2

  • Totaal

  • Dovnload 162.45 Kb.