Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vragenuur Aan de orde is het mondelinge vragenuur

Dovnload 59.8 Kb.

Vragenuur Aan de orde is het mondelinge vragenuur



Datum25.10.2017
Grootte59.8 Kb.

Dovnload 59.8 Kb.

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Van Oosten

Vragen van het lid Van Oosten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht waarin burgemeesters in Brabant de macht van criminelen zien groeien en zich door criminelen geïntimideerd voelen.

De heer Van Oosten (VVD):


Voorzitter. Afgelopen weekend stond in de Volkskrant een alarmerend artikel. Twee burgemeesters uit Brabant luiden de noodklok. Zij stellen last te hebben van een toenemende ondermijning door criminelen van het gezag. Heldere taal wordt door deze burgemeesters niet geschuwd. Criminelen zouden infiltreren in het openbaar bestuur. Burgemeesters worden stelselmatig bedreigd. Gemeenteraden worden beïnvloed en er heerst angst onder politici en ambtenaren. Er staat zelfs te lezen dat een burgemeester vreest voor het lot van zijn eigen kleinkinderen, als er niets verandert.

Daarom stel ik vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken. Ik stel deze vragen aan hem, omdat hij de hoeder is van het openbaar bestuur. Ik heb de volgende vragen. Herkent de minister dit beeld? Is de geschetste problematiek werkelijk zo ernstig als wordt voorgesteld, zowel in aard als qua omvang? Doet deze zich met name voor in bepaalde delen van ons land? Mijn laatste vraag ligt wellicht voor de hand: wat gaat de minister doen? Ik wacht de antwoorden met belangstelling af.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zijn beantwoording van deze vragen.

Minister Plasterk:


Voorzitter. Ik ben blij met deze vragen, want ik deel de grote zorg van de heer Van Oosten. Er is een groot risico op ondermijnende activiteiten. Ik denk zelf dat je kunt concluderen dat er sprake is van ondermijnende activiteiten. Soms komen die voort uit de vastgoedsector, soms zijn ze drugsgerelateerd. Denk aan de wietteelt, motorbendes en vrouwenhandel. Er is dus sprake van diverse criminele achtergronden die het bestuur raken en kunnen ondermijnen. We moeten daarbij bovendien beducht zijn voor een waterbedeffect. Het heeft helemaal geen zin om het in één gemeente op te lossen, want dan gaat men vervolgens naar andere gemeenten toe.

Het staat bij mij op het netvlies. Gisteren is er een overleg geweest met de commissarissen van de Koning, waarin dit onderwerp ook op de agenda stond. De commissarissen van de Koning bevestigden dat zij in hun provincies zorgen hebben over dit fenomeen. De minister van V en J zal natuurlijk voornamelijk acteren als het gaat om criminaliteit en de wijze waarop men daarmee moet omgaan. Hierbij zijn de politie en het OM in beeld. Het onderwerp van de bedreigde bestuurders en de wijze waarop we daarmee moeten omgaan, is echter een zorg voor mij, als minister van Binnenlandse Zaken. Ik vind het een belangrijk beleidspunt voor de komende tijd.

Ik zal met burgemeesters rondetafelgesprekken organiseren, om in bredere kring dit onderwerp bespreekbaar te maken. In het artikel waar de heer Van Oosten naar verwees, viel mij op dat een van de twee burgemeesters zei dat hij weleens een collega sprak die zei dat dit soort zaken bij hem niet voorkwam. Die burgemeester vroeg zich af of hierbij niet sprake was van een ontkenningsfase of van wegkijken. Op het terrein van veilig werken in de publieke sector is stap één dus altijd om onder ogen te zien en bespreekbaar te maken dat het weleens bij jou in de buurt kan gebeuren. Laten we bij die stap beginnen. Dan kan ik ook een beter gefundeerd antwoord geven op de vraag hoe vaak het voorkomt, ook vanuit het perspectief van de burgemeesters. Dan kunnen we er ook verdere actie op ondernemen.

Ik kan er nog één ding aan toevoegen. Ik heb onlangs een training aangeboden aan 24 burgemeesters uit Limburg en Noord-Brabant. Zij hebben die training, met het thema "hoe om te gaan met bedreiging en intimidatie", ook gevolgd. Het betrof dus precies dit punt. Bij de evaluatie bleek dat de burgemeesters deze training als buitengewoon nuttig hebben ervaren. Ik kan dus melden dat dit programma beschikbaar zal komen voor alle burgemeesters in Nederland. Het zal vanuit de begroting van BZK worden betaald en worden aangeboden via het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.

De heer Van Oosten (VVD):
Ik dank de minister voor de eerste beantwoording van de vragen die ik heb gesteld. Ik denk dat het heel goed is dat de minister zijn verantwoordelijkheid pakt en een rondetafel organiseert om met elkaar in dialoog te gaan, en om met elkaar te bespreken hoe we dit kunnen aanpakken en in hoeverre de aard en omvang werkelijk zo ernstig is als wordt geschetst. Want als dat zo is, moeten we echt ingrijpen, omdat het openbaar bestuur in ons land dan vreselijk onder druk staat.

Ik wil graag een ander citaat uit het artikel opbrengen. Ik plaatste de burgemeesters wellicht in een wat negatief daglicht, maar zij hebben wel degelijk de goede drive, want zij willen de criminelen opjagen, zij willen dat ze opzouten en zij willen ze uitroken. Daar moet ook de minister van Binnenlandse Zaken zijn verantwoordelijkheid in pakken. Ik ben er blij om te horen dat hij dat wil. Om te voorkomen dat we het er nu met elkaar over hebben en vervolgens niet meer, vraag ik wel of de Kamer een terugkoppeling kan krijgen, in de vorm van een brief of anderszins, waaruit wij kunnen herleiden wat er is besproken en welke concrete actiepunten dat wellicht tot gevolg heeft.

Minister Plasterk_:_Dat_lijkt_mij_een_uitstekende_gedachte_en_dat_zeg_ik_toe;_dat_zal_ik_doen._Mevrouw_Van_Toorenburg'>Plasterk:
Allereerst denk ik dat het goed is om het over de hele breedte aan te pakken, juist om het waterbedeffect te voorkomen, want men gaat onmiddellijk weg als men in de gaten heeft dat in een gemeente de grond onder de voeten warm wordt. Op de concrete vraag over de terugkoppeling is het antwoord dat ik dat toezeg. Ik kom dus met een brief hierover.

De heer Van Raak (SP):


Als bestuurders worden geïntimideerd, hebben we één voordeel: we weten wie de boeven zijn. Bestuurders en rechercheurs in Brabant zeggen: dit zijn zaken die we kunnen oplossen, als we de capaciteit, het geld en de middelen maar hebben om door te rechercheren. Maar nu liggen ze vaak op de plank. Ik vind het fantastisch dat de minister een rondetafelgesprek wil organiseren, maar daar zullen die boeven niet heel bang van worden. Is de minister dus bereid om er samen met de minister van Justitie voor te zorgen dat er voldoende recherchecapaciteit is, zodat de boeven die bekend zijn en de zaken die zij ondernemen en de intimidaties die zij doen, worden doorgerechercheerd?

Minister Plasterk:


Het is goed om een onderscheid aan te brengen tussen twee verschillende thema's, die ook met twee verschillende portefeuilles moeten worden aangepakt. Het ene is de burgemeesters zodanig equiperen dat zij de intimidatie het hoofd kunnen bieden, dat zij weten wat ze ermee moeten doen, hoe ze ermee om moeten gaan, waar ze het aan de orde moeten stellen en dat zij zich realiseren dat ze het zich niet hoeven te laten gebeuren. Dat is de verantwoordelijkheid die ik naar mij toe trek. De vraag om de recherchecapaciteit is echt een vraag aan Justitie. Die wil ik met alle plezier doorgeleiden aan de collega.

De voorzitter:


Als u die vraag doorgeleidt, wil de Kamer daarover graag geïnformeerd worden. Kunt u dat ook toezeggen?

Minister Plasterk:


Ik heb al een brief toegezegd en kan me zomaar voorstellen dat ik die samen met de collega van Justitie stuur.

De voorzitter:


Hartelijk dank.

De heer Recourt (PvdA):


Ik wil op dit punt nog even verder doorpakken, want het is onbestaanbaar dat de onderwereld het overneemt van de legale overheid. Dat moeten we hard aanpakken. Gelukkig hebben twee burgemeesters, echte jannen, dat aan de orde gesteld. Ik hoop dan wel dat de minister, als hoeder van zijn burgemeesters, het iets breder pakt en ook de minister van Veiligheid en Justitie er daadwerkelijk bij betrekt, omdat het ook om politieagenten gaat. Ik hoop daarnaast dat hij de minister van Financiën erbij betrekt — het gaat ook over de FIOD en de Belastingdienst — die via die route bekijkt hoe het aangepakt kan worden. Ik hoop ook dat hij via zijn eigen ministerie bekijkt op welke manier bestuurlijke maatregelen beter kunnen worden ingezet. Kortom, het vraagt echt om een bredere aanpak dan alleen een Binnenlandse Zakenaanpak. Ik verzoek de minister dus om die regierol op te pakken.

Minister Plasterk:


Dat lijkt mij een uitstekende gedachte en dat zeg ik toe; dat zal ik doen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


Ook wij zouden dit laatste aspect er steviger bij willen betrekken. Wij hebben al vaker gevraagd om stevige politiecapaciteit in Brabant omdat wij zien dat het juist daar enorm knelt en men het niet meer aankan. Wij herinneren ons nog het afgebrande gemeentehuis in Waalre: op het moment dat men daar de criminaliteit wilde aanpakken, ging het gemeentehuis in de fik. Als de minister die rondetafel organiseert, wil hij dat dan echt samen met V en J doen, om ervoor te zorgen dat de gezamenlijke aanpak vorm kan krijgen? Wat de heer Recourt zegt is terecht, maar pak dus ook bij het rondetafelgesprek meteen samen door.

Minister Plasterk:


Dat lijkt mij een logisch vervolg op die vraag, dus dat zeg ik toe.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):


Dank aan de heer Van Oosten dat hij deze vraag heeft gesteld. Criminaliteit moet je zo hard mogelijk bestrijden. Als burgemeesters de noodklok luiden dat zij dat onvoldoende kunnen doen, is het goed dat de minister van Binnenlandse Zaken te hulp schiet. We lazen in hetzelfde interview ook een stigmatiserende uitspraak van de burgemeester van Gilze-Rijen in het bijzonder. Hij zet daarin 2.400 Turkse Nederlanders weg en houdt hen medeverantwoordelijk voor de criminaliteit die daar geschiedt. Naar onze mening projecteert de burgemeester zijn machteloosheid op een hele groep mensen. Vindt de minister zo'n stigmatiserende uitspraak terecht? En zo niet, wat gaat hij hier dan tegen doen?

Minister Plasterk:


Ik heb er in mijn eerste beantwoording al op gewezen dat de herkomst van deze criminaliteit divers is. Ik heb daarbij ook verschillende zaken opgesomd: de vastgoedsector, drugsgerelateerde criminaliteit en motorbendes. Dat zijn zeer diverse groeperingen. Ik denk dat we er niet van uit moeten gaan dat het in één hoek te zoeken is. Het probleem moet dus gewoon over de volle breedte serieus worden opgepakt.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):


Dit is wel heel erg weinig. Ik betreur het ook dat deze minister hier staat. Eigenlijk had de minister van Veiligheid en Justitie hier moeten staan, want hij kan volgens mij veel meer betekenen in dat hele proces. Wat hebben die mensen aan een rondetafelgesprek als het hier gaat om keiharde bestrijding van de georganiseerde misdaad? Daar moet je een integrale aanpak op loslaten. Het OM moet daarbij betrokken worden of zijn. Er moet veel meer politie naar die gebieden toe. Hoe gaat deze minister dat nu precies doen? Hoe gaat hij voorkomen dat de georganiseerde misdaad daar de baas wordt? Hoe gaat hij voorkomen dat infiltratie plaatsvindt van de onderwereld naar de bovenwereld, zelfs naar het bestuur?

Minister Plasterk:


Allereerst sta ik hier, omdat de Kamer mij heeft uitgenodigd. Ik denk inderdaad dat het thema waarover zojuist gesproken is, de aandacht ten volle waard is. Als het onderwerp nu uitwaaiert naar het aanpakken van de georganiseerde misdaad, dan is het inderdaad beter om het gesprek daarover met de minister van Justitie te voeren. Ik vind het echter juist waardevol dat er aandacht wordt gevestigd op het feit dat de burgemeesters vanuit hun eigenstandige verantwoordelijkheid signaleren dat het gemeentebestuur hierdoor onder druk komt te staan en dat zij op dat punt ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. Op de vragen daarover heb ik zojuist ook antwoord gegeven.

De heer Bosma (PVV):


De persoon die aan het woord is in het interview is de heer Boelhouwer. Wij kennen hem nog, want hij is een oud-collega van ons. Hij is een vrolijk en opgeruimd mens, maar de dingen die hij zegt zijn toch bepaald alarmerend. Hetgeen hij schetst, is toch tamelijk apocalyptisch. De onderwereld infiltreert in het openbaar bestuur en deelt in buurten de lakens uit. Burgemeesters worden stelselmatig bedreigd. Dat zijn niet zomaar geluiden. Het gaat niet om het ingooien van een ruit. Het openbaar bestuur in Nederland dreigt te worden overgenomen. Daar gaat deze minister over. Het is dus heel goed dat hij er is, maar een rondetafelgesprek is toch wel heel mager als ik deze geluiden citeer van de partijgenoot van deze minister.

Minister Plasterk:


Ik onderken de ernst volledig. Ik heb daarom in mijn beantwoording ook het woord "ondermijning" overgenomen. Dat is inderdaad veel meer dan ergens een ruit ingooien of een keer iets doen wat niet mag. Dat is zorgelijk, zeer zorgelijk. Om die reden zijn we nu eerst in gesprek met burgemeesters om de problematiek in kaart te brengen. Ik heb al gezegd dat ik de Kamer daarover zal rapporteren en dat ik dat in samenspraak met de collega's van Justitie en ook Financiën, indien de fiscus in beeld is, zal doen. Daar kan dan op worden teruggekomen.

De voorzitter:


Ik dank u voor uw toezeggingen, uw komst naar de Kamer en uw antwoorden natuurlijk.

Vragen Mei Li Vos



Vragen van het lid Mei Li Vos aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, viceminister-president, over het protest van koeriers.

De voorzitter:


En het gaat om pakketjeskoeriers en niet om pizzakoeriers.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):


Voorzitter. Gisteren reed een colonne van pakketbezorgers in witte busjes naar Den Haag. De bezorgers boden de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een petitie aan. De pakketbezorgers vragen de minister om nu eens een einde te maken aan de welhaast Amerikaanse toestanden in de pakkettensector.

Jaren geleden was pakketbezorger een respectabel beroep in de vrije markt waar bedrijven die pakketten bezorgen hun medewerkers gewoon een normaal salaris betaalden. Ergens in de afgelopen jaren ging het mis. Gelet op het toenemend aantal pakketjes dat we bestellen en laten bezorgen, zou je denken dat deze sector een walhalla zou worden voor de bezorgers; er valt immers meer werk en meer winst te verdelen. Dat gebeurde echter niet. Grote bedrijven als PostNL begonnen met goedkeuring van de Belastingdienst gewone medewerkers te vervangen door zzp'ers. In plaats van uurloon kregen deze zzp'ers stukloon. Ondanks het feit dat zij volgens de Belastingdienst officieel ondernemers zijn, legt PostNL hun vaste werktijden op en draagt het hun op wat ze moeten dragen en met welke busjes ze moeten rijden. Dat lijkt in geen enkel opzicht op een zzp'er, althans volgens de definitie die de Belastingdienst zelf hanteert. En dat is nog niet alles. PostNL maar ook andere bedrijven die werken met zzp'ers verlagen eenzijdig de tarieven. Als ondernemer behoor je te kunnen onderhandelen, maar dat kan dus niet. Daardoor kunnen heel veel bezorgers niet meer rondkomen, tenzij ze twaalf tot veertien uur per dag werken. Dat zijn wij gewend maar voor een postbezorger is het niet normaal dat hij zijn vrouw en kinderen niet kan zien.

Iedereen verliest hier. De zzp'er die gewoon niet meer kan rondkomen van het stukloon, en de werknemers bij de andere pakketbedrijven die zichzelf dus uit de markt geprijsd zien door deze concurrentie. Niemand wint hier. Ik heb daarom een paar vragen aan de minister.

Wat heeft hij de pakketbezorgers die bij hem kwamen toegezegd gisteren? Gaat hij het misbruik door de grote ondernemers, het misbruik van de zelfstandigen aanpakken? Waarom is het nou nog steeds mogelijk dat PostNL hen als zelfstandigen inzet? Waarom grijpt de inspectie niet in en waarom grijpt de Belastingdienst niet in?

Minister Asscher:
Voorzitter. Mij hebben geruchten bereikt dat, hoewel er van veroudering geen sprake is, er sprake blijkt te zijn van de verjaardag van mevrouw Vos. Misschien wilt u de felicitaties overbrengen, voorzitter.

We horen al langere tijd signalen over ernstige misstanden in de pakketpostsector. En dat past niet bij de fatsoenlijke arbeidsmarkt die we willen in Nederland. Daarom wil ik ook met die pakketbezorgers strijden tegen schijnconstructies en schijnzelfstandigheid. We hebben de afgelopen tijd grote stappen gezet tegen de schijnconstructies, maar we moeten nog veel meer doen aan de schijnzelfstandigheid. In de eerste plaats door de handhavingsmogelijkheden te vergroten. Mijn collega Wiebes is daarover nu in gesprek. In de tweede plaats door de zzp'ers in de constructies daaromheen onder de loep te nemen. Voor de pakketmarkt is meer nodig, namelijk specifieke maatregelen om deze bezorgers beter te helpen. Ten eerste heb ik de inspectie een onderzoek laten doen naar de sector in den brede. Hoe is het met de arbeidsomstandigheden, de werktijden en de belasting? De inspectie heeft alle acht grote spelers bekeken en alle acht hebben een onvoldoende gekregen op de aanpak van arbeidsomstandigheden. Dat betekent dat het dit jaar een inspectieproject is en dat we dit jaar ook gaan handhaven om te zorgen dat dit verbetert.

Ten tweede heb ik vorig jaar een ambtelijk verkenner aangewezen om de misstanden in de sector in kaart te brengen. Hij heeft aan mij gerapporteerd. Voor de zomer stuur ik het rapport, voorzien van een kabinetsreactie, naar de Kamer.

Ten derde wil ik met de sector in gesprek. Niet alleen regels en handhaving zijn van belang, maar het gaat ook om de mentaliteit. De acht grote spelers moeten het gaan verbeteren: een leefbaar loon voor de mensen die het werk doen, werknemers als werknemers, echte ondernemers als echte ondernemers en normale afspraken over arbeidsomstandigheden die voor iedereen gelden.

Gisteren werd ook gescandeerd: zijn jullie zelfstandig? Het antwoord daarop was nee. Op het moment dat men werknemer is, bestaat de mogelijkheid om aan de rechter het rechtsvermoeden van de arbeidsovereenkomst voor te leggen. Als de rechter je dan gelijk geeft, ben je een werknemer en val je onder de bescherming die alle werknemers hebben. Straks geldt ook de Wet aanpak schijnconstructies. Dat is een vierde mogelijkheid waarbij het heel nuttig is als werknemers die gaan inzetten als er echt sprake is van schijnzelfstandigheid. Misschien worden zij daarbij ondersteund door anderen. Op deze manier wordt duidelijk dat er sprake dient te zijn van een fatsoenlijke arbeidsmarkt. Iedereen koopt via internet. Iedereen laat pakketjes bezorgen. Daar hoort bij dat we in Nederland fatsoenlijk omgaan met de bezorgers.

De voorzitter:


Mevrouw Vos, gefeliciteerd met uw verjaardag.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):


Dank u, voorzitter.

Ik ben blij met veel van de antwoorden van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik heb het idee dat hij erbovenop zit. Ik wil wel memoreren dat de Belastingdienst en de collega's van deze minister dit al jaren geleden hadden kunnen aanpakken, bijvoorbeeld toen het rapport van SOMO verscheen. Zelfstandigen zijn wel vaker aangepakt. Ik noem de zelfstandigen in de zorg. Daar hebben we vorig jaar ook veel over gesproken. Dit was zo duidelijk. Ik snap niet waarom de Belastingdienst daar zo veel problemen mee had. Maar goed, ik wacht met heel veel belangstelling het rapport van de verkenner af, evenals de acties die de minister gaat ondernemen na het rapport.

Ik heb nog een andere vraag. Een aantal van de mensen die die pakketten bezorgen, zijn zelfstandigen met en zonder personeel, zmp'ers en zzp'ers. Op die markt zie je een heleboel kleintjes en een paar grote. De minister spreekt zelf van acht giganten. Deze markt is niet eerlijk. Je hebt een aantal reuzen die van alles, onder andere de prijs, dicteren voor de kleintjes. Die kleintjes mogen geen afspraken maken van de ACM, de toezichthouder, omdat zij dan het kartelverbod overtreden. Ik vraag de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om in gesprek te gaan met de minister van Economische Zaken over deze ongewenste situatie in ondernemend Nederland, met heel grote bedrijven en heel kleine bedrijven, die geen kant op kunnen vanwege de huidige kartelwetgeving. Is de minister van SZW bereid om met de minister van EZ naar het ondernemerslandschap, zeker in deze sector, te kijken?

Minister Asscher:


In de eerste plaats hoeft er geen twijfel over te bestaan: collega Wiebes van Financiën is, net als ik, zeer gemotiveerd om te strijden voor een fatsoenlijke arbeidsmarkt en om werk te maken van de verantwoordelijkheid, ook voor de opdrachtgever, als het gaat om de vraag of iemand een echte zelfstandige is of dat hij stiekem een werknemer is en dus ook de bescherming verdient die een werknemer heeft. Staatssecretaris Wiebes is daar druk mee doende en hij zal daar tempo mee maken.

In de tweede plaats is deze markt een bijzondere markt. Ik wil daar zeker het gesprek over voeren met mijn collega van Economische Zaken. Ik doe geen beloftes bij voorbaat daarover. Wij zien allemaal dat de markt zich stormachtig ontwikkelt. Dat is goed. Dat hoort bij deze tijd, maar mensen moeten wel een leefbaar loon kunnen verdienen. Ik ga het gesprek met de minister van EZ aan. Als ik de Kamer informeer naar aanleiding van de rapportage van de verkenner over de misstanden in deze sector, zal ik ook de resultaten van dat gesprek meenemen.

De heer Ulenbelt (SP):
Ik was er gisteren bij toen de pakketbezorgers bij de minister op de trap stonden. De minister zei: de Wet aanpak schijnconstructies kan jullie helpen. Maar wie schetst mijn verbazing? Dat is een leugen, want die wet is daar niet voor bedoeld. De minister zegt het nu zelf ook: je moet eerst werknemer worden door naar de rechter te gaan en dan kun je dit doen. Mijn vraag aan de minister is heel concreet: welke drie maatregelen gaat hij de komende drie maanden nemen om ervoor te zorgen dat deze problemen worden opgelost? We kennen die problemen al sinds 2012 of nog eerder. Welke drie maatregelen worden de komende drie maanden genomen om de problemen van de pakketbezorgers op te lossen?

Minister Asscher:


Ten eerste helpt de Wet aanpak schijnconstructies natuurlijk wel. In het verleden was het nauwelijks de moeite waard om het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst in te roepen omdat er een malafide uitzendbureautje tussen zat, maar straks is ook de opdrachtgever, ook het grote bedrijf daarachter, verantwoordelijk voor de betaling aan die werknemer. Dat is wel degelijk heel belangrijk.

Ten tweede is de inspectie nu bezig, naar aanleiding van de acht onvoldoendes die zijn uitgedeeld, om te handhaven bij al die bedrijven: hoe gaan ze om met werktijden, werkbelasting et cetera?

Ten derde had ik het net in de richting van mevrouw Vos al over nieuwe regels om schijnzelfstandigheid sneller op te sporen en er beter op te handhaven.

Ten vierde ga ik met die sector in gesprek omdat ik verbetering wil, niet alleen via de regelgeving, maar ook vanuit de sector zelf.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):
Ook van mijn kant felicitaties voor mevrouw Vos.

Ik zie wel degelijk dat de minister plannen heeft om de positie te verbeteren van mensen die gedwongen zzp'er zijn. Mevrouw Vos gaf net ook heel terecht aan: het is al heel lang duidelijk dat er mensen zijn die wel de lasten, maar niet de lusten hebben van het zzp-schap. De minister kondigt nu weer een aantal maatregelen aan. Wanneer leiden die tot concrete verbeteringen? Wanneer zullen de postbezorgers echt merken dat er een verbetering gaande is?

Minister Asscher:
De strijd om een fatsoenlijke arbeidsmarkt in Nederland vergt een massief gevecht, waarvoor in de politiek, in de samenleving en bij sociale partners alle energie nodig is. De druk is groot: de druk om met goedkopere arbeidsmigranten te werken, om met schijnconstructies te werken, om verdringing mogelijk te maken, om contracting en payrolling te gebruiken, niet zoals het bedoeld is, maar om de beloningen die we in Nederland normaal vinden uit te hollen. Die kentering zetten we nu met elkaar in, met de Wet werk en zekerheid en met de Wet aanpak schijnconstructies, maar we zijn er zeker niet. Ik ben dat zeer met mevrouw Voortman eens. Schijnzelfstandigheid verpest het imago van heel veel vrolijke, blije ondernemers, van veel zzp'ers. Het verpest de arbeidsmarkt voor veel van hun collega's. Het verpest het voor bedrijven die het wel op een fatsoenlijke manier willen doen. Voor de zomer moeten er voorstellen liggen over de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Voor de zomer wil ik ook naar de Kamer met onze voorstellen voor de pakketsector.

De voorzitter:


Dank u wel voor uw antwoorden en dank voor uw komst naar de Kamer.

Vragen Van Gerven



Vragen van het lid Van Gerven aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de uitspraken van de minister inzake de vergoeding van plastische chirurgie.

De heer Van Gerven (SP):


Voorzitter. Gisteren zat minister Schippers bij Radar. Radar toonde een rapport dat men heeft aangeboden aan de minister met maar liefst duizend reacties over het niet-vergoeden van plastische chirurgie. Wat is eigenlijk plastische chirurgie? Hebben we het dan over cosmetische chirurgie, de botoxdames van Robert Schoemacher? Of hebben we het dan over chirurgie die mensen niet mooier maakt, maar die mensen beter maakt? Als zij zegt dat het erom gaat mensen beter te maken, moeten we dan niet zeggen dat die plastische chirurgie noodzakelijke chirurgie is die in het basispakket thuishoort?

Kijk naar Manon, een puber van 15 jaar met een aangeboren borstafwijking. Wie haalt het dan in zijn hoofd om te zeggen: dat hoort niet in het pakket? Kijk naar de oude Grietje, met oogleden die over de ogen vallen zodat zij niet goed kan zien. Wie haalt het dan in zijn hoofd om te zeggen: die vrouw helpen wij niet, dat hoort niet in het pakket, dat betaalt u maar zelf?

Weet u, zeg ik via de voorzitter tot de minister, wie dat bedacht heeft? Dat was minister Hoogervorst tien jaar geleden met steun van een meerderheid van de Kamer. Toen werd er gezegd: bij plastische chirurgie gaat het om cosmetische chirurgie, dan gaat het om botoxdames die zo nodig op kosten van de belastingbetaler geholpen moeten worden. Nee, mevrouw de minister, daar gaat het niet om. Het gaat niet om die botoxdames van Robert Schoemacher; die moeten het zelf maar betalen. Het gaat erom dat alle noodzakelijke chirurgie om mensen niet mooier maar beter te maken, in het pakket thuishoort. Erkent de minister dat er toen een fout is gemaakt en dat die nu gerepareerd moet worden? De vraag is hoe zij die fout gaat repareren.

Minister Schippers:


Voorzitter. Deze vragen heb ik ook schriftelijk gekregen en heb ik nog deze maand uitgebreid schriftelijk beantwoord, met zes pagina's. De heer Van Gerven kan de antwoorden op al zijn vragen dus nalezen. In 2005 is dat besluit genomen onder de Ziekenfondswet, omdat is gebleken dat de grens tussen enerzijds cosmetisch en verfraaiing en anderzijds wat medisch noodzakelijk was, in de praktijk niet werd getrokken en dat heel moeilijk was vast te stellen waar die grens precies lag. Je zag dat in de praktijk zo'n beetje alles op de basisverzekering werd gedeclareerd. Daardoor zijn er ook dingen uit het basispakket gegaan waarvan je in alle redelijkheid tot de conclusie kunt komen dat die misschien wel een plekje in het basispakket zouden moeten hebben. Die schriftelijke vragen heb ik uitgebreid beantwoord, ook de laatste vraag van de heer Van Gerven. Het ligt anders als de plastisch chirurgen samen met de cliëntenorganisaties mij een richtlijn of een voorstel kunnen voorleggen waarin die scheidslijn wel duidelijk kan worden getrokken en waarmee niet het dooropereren — dat kan natuurlijk heel aantrekkelijk zijn voor chirurgen — en het steeds verder verleggen van de grens usance zijn, maar waarmee je echt helder met elkaar afspreekt wat medisch noodzakelijk is, dus wat wij gaan doen en wat wij dan ook zullen vergoeden.

De heer Van Gerven (SP):


Erkent de minister dat in 2005 gewoon de fout is gemaakt dat chirurgische zorg die nodig is om mensen niet mooier maar beter te maken, ten onrechte uit het pakket is gehaald, met als drogreden dat het zou gaan om cosmetische chirurgie? De minister zegt nu weer, vanuit een soort wantrouwen, dat heel veel chirurgie die verleend is, cosmetisch zou zijn. Dat is slechts een minderheid. Maar laten we vooruitkijken, want de minister heeft gisteravond wel degelijk iets meer gezegd dan in haar antwoorden aan de SP enkele dagen of enkele weken geleden. Zij heeft de deur verder opengezet. Dit is toch niet alleen de verantwoordelijkheid van de chirurgen of de patiënten? Het is toch bij uitstek de verantwoordelijkheid van de politiek, van het parlement en van de minister, om ervoor te zorgen dat er een fatsoenlijk basispakket ligt? Is de minister bereid om voor de pakketbehandeling, de pakketdiscussie van aanstaande juni, met een plan te komen inclusief een financiële dekking om chirurgie die noodzakelijk is om mensen niet mooier maar beter te maken, terug te brengen in het pakket?

Minister Schippers:


Van de plastische chirurgie zit 85% gewoon in het pakket. Het ging om die 15% waarvan je zag dat de grens moeilijk te trekken was en steeds verder werd opgerekt. Het is ook niet zomaar een besluit geweest. Dat besluit is hier in het parlement uitermate uitgebreid behandeld en bediscussieerd. Het besluit dat dat deel geen onderdeel meer zou uitmaken van het pakket, is ook daadwerkelijk door de politiek genomen. Dat is geen wantrouwen; dat gebeurde op basis van de ervaring dat er steeds meer werd gedeclareerd op kosten van ons allemaal. Ik heb, ook in de antwoorden op de vragen van de heer Van Gerven, met name op vraag 15, aangegeven dat ik af zou willen van een pakket waar iets wel of niet in zit; dat heb ik ook al eerder gezegd naar aanleiding van de hoofdlijnakkoorden. Ik zou veel meer naar een pakket willen waar iets in zit voor de mensen die dat volgens richtlijnen en criteria die de medische noodzakelijkheid vaststellen, echt nodig hebben; die mensen krijgen dat dan. Voor de anderen, voor wie dat middel weinig doet en voor wie het niet noodzakelijk is, zit dat middel dan niet in het pakket. Dat is evenwichtig. Dat hebben we met de maagzuurremmers geprobeerd: voor de een zitten maagzuurremmers in het pakket en voor de ander niet. Die genuanceerde benadering zou ik veel meer in het pakket willen krijgen, ook ten aanzien van deze 15% plastische chirurgie. Als iets evident medisch noodzakelijk is voor mensen om te kunnen functioneren en als wij dat met elkaar beschouwen als iets wat we met elkaar moeten opbrengen, moet dat voor die mensen in het pakket zitten. Maar dan moet ik een grens kunnen trekken. Dat kan ik als politiek niet. Daar moet de beroepsgroep zelf zich aan committeren. Die moet mij daar handvatten voor geven. De beroepsgroep moet voorkomen dat gebeurt wat er in 2005 en de jaren daarvoor is gebeurd, namelijk dat er steeds een enorme stijging was van wat er gedeclareerd werd.

De heer Van Gerven (SP):


De richtlijnen zijn er. De specialisten weten wanneer iets medisch noodzakelijk is en wanneer niet. Het gaat nu om de uitvoering. Is de minister bereid om te doen wat ik vroeg, namelijk met een voorstel komen zodat we dat bij de pakketdiscussie in juni kunnen behandelen? Is de minister ook bereid om iets te doen voor de 1.000 schrijnende gevallen waarmee Radar aankwam? Het is immers bekend: zodra het in het nieuws is dan gaan de verzekeraars helpen, als een soort god op aarde. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Het kan toch niet afhangen van de willekeur van verzekeraars? Het moet toch een fatsoenlijk recht zijn dat wij garanderen? Ik stel voor dat de minister met een voorstel komt, zodat we daarover kunnen praten. Het recht moet niet enkel gelden voor de degene die op tv verschijnt, maar voor iedereen die dat nodig heeft.

Minister Schippers:


Wat ik in het programma heb gezegd, is dat een verzekeraar op grond van coulance wel eens iets kan toestaan. Daar waar je zegt dat het medisch noodzakelijk is, vind ik dat een patiënt niet afhankelijk moet zijn van de coulance van een verzekeraar. Dan moet hij zijn recht kunnen doen gelden. Daar heb je echter wel objectieve criteria voor nodig. Daar heb je ook voor nodig dat je objectief kunt vaststellen dat iets noodzakelijk is. Stel dat er geen borstgroei is bij een meisje of borstgroei aan maar één borst. Dan is er misschien een medische noodzaak. Stel dat er een beetje borstgroei is. Is er dan ook nog een medische noodzaak? Stel dat er een minder dan gemiddelde borstgroei is. Is er dan een medische noodzaak? We hebben gezien dat het daar in het verleden echt verkeerd is gegaan. We willen voorkomen dat het weer verkeerd gaat. Ook bij het verfraaien van oogleden zag je dat er, voordat het uit het pakket ging, langzaam maar zeker een enorme stijging in zat, dat mensen dat op kosten van het pakket deden. Daar is het pakket niet voor.

Daarom heb ik een oproep gedaan, een heel dringende oproep, aan de artsen: geef mij richtlijnen, geef mij objectieve criteria en geef mij controlemechanismen waardoor we zeker weten dat dit op zo'n manier wordt toegepast dat het financieel houdbaar is, maar dat de mensen die ervan afhankelijk zijn het vergoed krijgen. Dat is de oproep die ik heb gedaan. Ik hoop dat men snel met goede plannen richting mij komt, zodat we die in werking kunnen laten treden. Hier ligt echt de bal bij de sector. Daar waar het eerder mis is gegaan bij de sector, zal die mij nu ook de zekerheid moeten geven dat men het nu wel goed kan doen.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw antwoorden, minister. U mag nog even blijven, want ook de volgende vraag wordt gesteld aan u als minister van Volksgezondheid en wel door mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie.

Vragen Dik Faber



Vragen van het lid Dik-Faber aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht "Abortuspil vanaf mei bij apotheek".

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


Voorzitter. Vanmorgen werd ik opgeschrikt door een bericht op de website van Medisch Contact. Het was weliswaar een klein bericht, maar het kan grote gevolgen hebben: het eerste officiële abortuscombinatiemiddel zal per 1 mei verkrijgbaar zijn bij de apotheek. Women on Waves gaat huisartsen in avondcursussen vertellen dat zij dit middel legaal kunnen voorschrijven. Hoe we in dit huis ook over abortus denken — we weten dat de meningen daarover uiteenlopen — we hechten toch met elkaar aan zorgvuldige besluitvorming? Deze praktijk staat daar haaks op. De weg van de abortuspil is eenzaam en anoniem. We hebben het hier over vrouwen in nood en we weten dat ook op langere termijn de impact van het afbreken van een zwangerschap groot kan zijn.

Ik heb enkele vragen aan de minister. Is de minister het met de ChristenUnie eens dat de abortuspil niet op recept bij de apotheek beschikbaar zou moeten zijn? Is zij het met ons eens dat dit haaks staat op de Wet afbreking zwangerschap en dat hiermee niet volgens de zorgvuldigheidseisen van de wet wordt gehandeld? Een overtijdbehandeling kan en mag niet snel en laagdrempelig uitgevoerd worden. Deelt de minister dit standpunt? Ik wil heel graag hameren op een goede begeleiding van vrouwen. Mijn fractie vindt dat echt essentieel. Mijn vraag aan de minister is of zij dit standpunt deelt.

Minister Schippers:
Voorzitter. De ontwikkelingen in de zorg gaan snel, ook op dit terrein. Zoals mevrouw Dik-Faber begrepen heeft, komt op korte termijn een pil beschikbaar bij apotheken die medicamenteuze abortus mogelijk maakt tot zesenhalve week zwangerschap. Vertegenwoordigers van Women on Waves zijn van mening dat toepassing van deze pil mogelijk moet zijn door huisartsen, omdat er volgens hen juridisch geen sprake is van een zwangerschap. Zij stellen dat bij zestien dagen overtijd sprake is van een overtijdbehandeling en dat deze daardoor niet valt onder de abortuswet en de strafwet. Overigens is deze discussie niet nieuw. Tijdens de afgelopen jaren heb ik deze discussie verschillende malen gevoerd. De standpunten wijzigen ook totaal niet ten opzichte van de discussie van de afgelopen jaren.

Het gaat mij echter om de vraag: waar is de regelgeving nou eigenlijk voor in het leven geroepen? Die is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat de zorg veilig plaatsheeft en van hoge kwaliteit is, en dat wij een aantal zorgvuldigheidsafspraken met elkaar hebben die in acht genomen worden. Zo'n afspraak is dat je nog even bedenktijd hebt zodat je een besluit evenwichtig kunt nemen, want dit zijn nogal beslissingen. Als er nieuwe mogelijkheden zijn die eenzelfde zorgvuldigheid kennen, die veilig en van hoge kwaliteit zijn, dan zie ik niet in waarom we daaraan voorbij zouden moeten gaan, zeker aangezien de vaak langjarige band die je hebt met je huisarts, in deze gevoelige situatie een enorme meerwaarde kan betekenen. Ga je naar een anonieme abortuskliniek of heb je een gesprek met je huisarts, die jou, jouw situatie en jouw omgeving al jarenlang kent?

Natuurlijk, als wij dit toestaan, dan doen wij dat nooit zonder een gesprek hier in de Kamer. Dan zal ik toch met voorstellen moeten komen waarin de voors en tegens tegen elkaar worden afgewogen. Maar ik heb dit niet meteen van de hand gewezen, omdat ik denk dat een huisarts een meerwaarde kan hebben voor de patiënt zodat die een goed besluit kan nemen. Natuurlijk moeten daar richtlijnen voor zijn en moeten wij ervoor zorgen dat er een achtervang is bij een tweede lijn, dus bij een ziekenhuis. Alles moet goed geregeld zijn, maar ik wil niet op voorhand zeggen dat wij dit niet moeten doen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


Ik ben blij dat de minister weliswaar de zorgen deelt van de ChristenUnie. Zorgvuldigheid vinden wij allebei belangrijk, maar ik ben teleurgesteld omdat zij dan toch tot een andere conclusie komt. Wat hier aan de orde is, is dat de farmaceutische industrie Women on Waves gebruikt om bij de huisartsen een bepaald middel binnen te krijgen. Ik vind dat zeer kwalijk. Daarmee worden de zorgvuldigheidseisen, die wij allemaal zo belangrijk vinden, enorm onder druk gezet. De ChristenUnie is daar absoluut niet blij mee. Het afbreken van een zwangerschap heeft een enorme impact op mensen. Natuurlijk, de huisarts kent jou, maar een huisarts is wel algemeen geschoold. Hoe kan een huisarts vrouwen daar goed in begeleiden? En hoe gaat het met de wettelijke bedenktijd die vrouwen in acht moeten nemen?

Volgens de ChristenUnie is de abortuspil onder de huidige wetgeving niet mogelijk. Niet voor niets heeft de Kamer uitgesproken dat wij een vroege zwangerschapsafbreking onder de Wet afbreking zwangerschap brengen. Wij hebben niet voor niets met elkaar uitgesproken dat deze abortuspil alleen verkrijgbaar is in klinieken en ziekenhuizen die daarvoor een vergunning hebben. Onze vraag aan de minister is om de zorgvuldigheid en de afspraken die wij daar met elkaar over gemaakt hebben, te respecteren en deze nieuwe route nu niet open te maken.

Minister Schippers:
Ik vind het te gemakkelijk om te zeggen: dit is een truc van de farmaceutische industrie, die via huisartsen een pil wil slijten. Er zijn al jarenlang huisartsen die zeggen: eigenlijk zouden wij hier heel goed een rol in kunnen spelen. Wij hebben het over overtijdbehandelingen. Het gaat hier echt over overtijdbehandelingen. Er zijn huisartsen die zeggen: wij zouden die rol heel goed kunnen spelen, want wij kennen onze patiënten en hun omgeving; wij kunnen dat traject heel zorgvuldig met hen aflopen. Natuurlijk, als je vindt dat dat zo zou moeten, dan zijn er richtlijnen nodig. Dan kun je met elkaar beslissen dat in de richtlijnen om dat te mogen doen ook aspecten van scholing of andere aspecten een rol spelen. Ik heb gezegd: ik gooi daar de deur niet voor dicht. Maar mochten daar veranderingen in komen, dan moet een en ander in de Wet afbreking zwangerschap worden aangepast. Dan moeten wij in de Kamer het debat voeren over de vraag: zijn wij van mening dat dat op een ordentelijke manier kan worden gedaan? Ik heb nooit gezegd: wij gaan dat even via een achterdeur doen; het mag wel niet van de wet, maar het gaat gebeuren. Nee, ik heb gezegd: er is een nieuwe mogelijkheid. Ik zie dat er een groep huisartsen is die zeggen: wij zouden daar een heel goede rol in kunnen spelen. Ik kan mij dat goed voorstellen. Ik vind dat wij die discussie met elkaar moeten voeren. Daarin staan veiligheid, kwaliteit en zorgvuldigheid centraal. Dat is het uitgangspunt, maar ik wil die deur niet bij voorbaat dichtgooien.

Mevrouw Bergkamp (D66):


De fractie van D66 zou het een stap voorwaarts vinden als mensen via de vertrouwde omgeving van hun huisarts de abortuspil krijgen. Ik heb diep respect voor Women on Waves. Die organisatie heeft vorige week de Els Borst Oeuvreprijs ontvangen voor al het werk dat zij verricht heeft. De minister zegt duidelijk dat zij deze toegang niet wil afsluiten, maar is zij wel voornemens om deze weg te bevorderen door in ieder geval aan de beroepsgroep zelf te vragen om met een duidelijke richtlijn te komen om dit mogelijk te maken?

Minister Schippers:


Ik heb aangegeven dat ik dat een goede weg vind. Dat is wel zo, maar dat zal altijd gebeuren in overleg met de Kamer. Wij hebben een meningsverschil met de organisatie Women on Waves, die zegt dat het al kan. Onze juristen zeggen echter dat het niet kan. Ik vind het heel onwenselijk dat we zo'n discussie al jarenlang voeren. Die discussie moet je niet voor de rechter voeren, maar hier in de Kamer. Als ik de Wet afbreking zwangerschap in deze zin zou aanpassen, zou ik de parlementaire route volgen via de Kamer, waarbij de argumenten, voor en tegen, worden besproken waarom we die aanpassing zouden doen.

De voorzitter:


Mevrouw Bergkamp, uw tweede vraag.

Mevrouw Bergkamp (D66):


De minister geeft duidelijk aan dat zij deze toegang niet blokkeert, maar zelfs gaat bevorderen. Daar zijn we heel blij mee. Dat zij de parlementaire weg bewandelt, lijkt mij ook heel logisch. Als het tot een wetswijziging zou komen, is de minister dan voornemens om dit snel mogelijk te maken en om te zorgen voor een goede voorlichting aan patiënten en huisartsen? Er is wel wat verwarring ontstaan, dus het is wellicht goed wanneer er op dit moment vanuit het ministerie al voorlichting komt over dit belangrijke onderwerp voor heel veel vrouwen in Nederland.

Minister Schippers:


Die onduidelijkheid bestaat al jaren. Ik heb hier een stuk dat onder mijn voorgangster, mevrouw Bussemaker, al speelde. Zij kwam met een AMvB en een aanpassing van een besluit. Zij heeft gezegd die pas door te voeren na overleg met de Kamer. Dat overleg heeft nog steeds niet plaatsgehad, dus er is nog steeds geen besluit aangepast. Toen ik net minister werd, was een van de eerste dingen waarmee ik te maken kreeg dat Women on Waves een ander standpunt had over de overtijdbehandeling. Ik vind dat we daaraan een einde moeten maken. Daarvoor moeten we een aanleiding hebben. Ik vind dit aanleiding genoeg om in overleg met de huisartsenvereniging te bekijken hoe we op een zorgvuldige manier zo'n voorstel kunnen maken, waarbij kwaliteit, veiligheid en zorgvuldigheid rechtop blijven staan.

De heer Van der Staaij (SGP):


In ieder geval is wel helder dat dit zonder aanpassing van wet- of regelgeving niet zomaar binnenkort kan. Die suggestie werd door Women on Waves wel gewekt. Begrijp ik de minister goed dat het juridische standpunt blijft zoals het was en dat het volgens de huidige regels zo niet kan?

Minister Schippers:


We hebben daarover een meningsverschil. Dat hebben we al jarenlang. Women on Waves is van mening dat het wel kan en wij zijn van mening dat het niet kan. Ik vind dat we het via de koninklijke weg moeten doen: na een debat in het parlement moeten we de wet wijzigen.

De voorzitter:


Mijnheer Van der Staaij, uw tweede vraag.

De heer Van der Staaij (SGP):


De koninklijke weg is een wijziging van de wet. Ik deel de zorg die mevrouw Dik-Faber naar voren heeft gebracht: werkt dit niet drempelverlagend in de praktijk, ook voor het toepassen van deze afbreking van zwangerschap? Gaat de minister de volgende bezwaren meewegen? Ten eerste. In hoeverre kan het drempelverlagend werken? Ten tweede. In hoeverre speelt de vraag een rol of bij de huisartsen juist niet meer de counseling, de advisering moet worden belegd in plaats van de uitvoering? Ten derde. Er zijn allerlei signalen van dwang en drang om dit toe te passen. Wordt er in de praktijk voldoende recht aan gedaan dat het echt een zelfstandige keuze is? Is de minister bereid om ook deze bezwaren en aspecten mee te wegen?

Minister Schippers:


Ja, maar je kunt ook andersom redeneren. Bij een anonieme abortuskliniek is er een heel andere situatie — men kent de context van de vrouw en de thuissituatie niet — dan bij de huisarts. Je kunt met evenveel logica redeneren dat het drempelverhogend werkt omdat de huisarts andere vragen stelt en jouw situatie veel beter kent. De huisarts kan dus ook andere oplossingen bedenken die bij jouw situatie passen in plaats van dat het anoniem gebeurt, zoals dat nu vaak het geval is. Dat is een afweging waarvan ik nog niet zo zeker ben. Ik ben nog niet toe aan uw conclusies. Het gaat mij erom dat het zorgvuldig gebeurt. Dat is ook het uitgangspunt van de wet. We hebben een time-out geregeld en we stellen hoge kwaliteitseisen. Als wij die weg zouden opgaan, zou het altijd nodig zijn om daar richtlijnen voor te hebben. Ook zouden we met elkaar moeten bekijken of er aspecten van scholing of counseling nodig zijn. Dat kan allemaal een rol spelen, maar over de basisgedachte dat het bij een huisarts drempelverlagend zou werken, zou ik het gesprek met de heer Van der Staaij nog wel willen aangaan.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):


GroenLinks is er voorstander van dat de overtijdbehandeling ook mogelijk kan worden bij de huisarts, om de reden die de minister al noemde. De huisarts is ook de zorgverlener met wie je het meeste contact hebt en die jou vaak het best kent. Dat past ook goed bij de ideeën die in de Kamer vrij breed gedeeld worden over substitutie van zorg. Vanaf 1 mei wordt dit mogelijk. Moeten wij dit dan ook beschouwen als een voorbode, een soort experimentfase waarna die wijziging kan komen?

Minister Schippers:


Nee. Er is inderdaad een meningsverschil tussen Women on Waves en de inspectie en het ministerie over de vraag of de wet dit al dan niet toestaat. Dat is al jarenlang het geval. Wij zijn van mening dat het niet zo is. Daarom heb ik ook gezegd dat het niet goed is dat we daarover al jarenlang een meningsverschil hebben, en dat dit in het parlement gebracht moet worden. Wij moeten dit hier met elkaar uitdiscussiëren en met elkaar bepalen wat wij een goede regeling vinden. Laten we dat hier met elkaar vastleggen en eens uit die patstelling komen die er nu bestaat. Ik vind zelf de weg via de huisarts veel perspectief bieden. Als we die op een zorgvuldige manier kunnen vormgeven, zou ik daarover graag met de Kamer in debat gaan.

Mevrouw Arib (PvdA):


Ik ben ontzettend blij met de laatste toezegging van de minister, dat er duidelijkheid dient te komen over het wel of niet onder de wet laten vallen van de overtijdbehandeling. Wij zijn het ermee eens dat de huisarts daarin een belangrijke rol speelt. Als het goed is, houden wij een debat over zwangerschapsonderbreking. Voorafgaand aan dat debat zou ik graag het standpunt van de minister nog een keer helder weergegeven zien, en daarmee samenhangend de andere kant van de discussie, namelijk seksuele voorlichting en weerbaarheid van vrouwen. Want uiteindelijk gaat het erom dat zo min mogelijk vrouwen zich gedwongen voelen om een overtijdbehandeling of abortus te laten doen. Ook die kant van het verhaal zou ik graag willen horen.

Minister Schippers:


Ik weet niet voor wanneer dat debat gepland staat en of dat op redelijke termijn is, want dit is iets wat we wel heel grondig moeten doen. Ik vind het ook belangrijk om de hele sector erin mee te nemen, dus huisartsen, abortusklinieken en iedereen die er verder verstand van heeft en er een mening over heeft. Ik weet dus niet voor wanneer dat debat gepland staat …

De voorzitter:


Het is nog niet gepland, maar zou het een voorstel zijn dat die brief er voor het einde van het meireces is, zodat hier eventueel nog voor het zomerreces gesproken kan worden naar aanleiding van die brief?

Minister Schippers:


Ik vind dat heel snel. Het zou betekenen dat ik niet veel meer kan toevoegen aan wat ik nu zeg, omdat het gesprek met de sector natuurlijk enige tijd nodig heeft. Ik kan bekijken wat ik kan doen, voorzitter.

De voorzitter:


Dank voor uw antwoorden en voor uw komst naar de Kamer.

De vergadering wordt van 14.48 uur tot 14.59 uur geschorst.

  • Plasterk : Dat lijkt mij een uitstekende gedachte en dat zeg ik toe; dat zal ik doen. Mevrouw Van Toorenburg
  • Plasterk : Dat lijkt mij een logisch vervolg op die vraag, dus dat zeg ik toe. De heer Kuzu
  • Vragen

  • Dovnload 59.8 Kb.