Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vrije beeldende kunst

Dovnload 0.77 Mb.

Vrije beeldende kunst



Pagina5/16
Datum01.08.2017
Grootte0.77 Mb.

Dovnload 0.77 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

3.3Visie op de derde graad


Een geprofileerde derde graad
Een polyvalente tweede graad wordt gevolgd door een scherper geprofileerde derde graad. De studierichtingen in de derde graad worden in alle onderwijsvormen om de volgende redenen duidelijker en scherper geprofileerd. Een gedifferentieerd systeem zorgt er voor dat alle leerlingen op een aangepaste manier een diploma secundair onderwijs of een studiegetuigschrift kunnen halen (minder drop-outs) en het zorgt ook voor minder zittenblijvers. in de derde graad wordt afhankelijk van de onderwijsvormen de klemtoon gelegd op beroepskwalificaties die door het socio-economisch veld aanvaard zijn en/of op doorstroming naar het hoger onderwijs.

3.4 Specifieke klemtonen in het KSO


Het kunstsecundair onderwijs (KSO) benadert de leerlingen vanuit een artistieke invalshoek. De specifieke artistieke invulling wordt vooral in het fundamenteel gedeelte van de studierichting geconcretiseerd. Het vormingsproces in het KSO is fundamenteel gebaseerd op de integratie van de algemene vorming met de artistieke vorming. Het omvat volgende drie componenten:

Het kunstsecundair onderwijs streeft specifieke vaardigheden en attitudes na. Daartoe behoren onder andere de vrije, individuele expressie en het ontwikkelen van artistieke vaardigheden. Doorheen het hele proces van ‘handleen en tonen’ – in het atelier en in de klassen muziek/woord/dans – ontwikkelt zich een attitude van gevoel voor improvisatie, zelfkritiek en speelsituaties. Die attitude drukt zich ook uit in een permanent ‘zichzelf-evaluerend’ vraaggesprek.


Door het verwerven van een ‘eigen taal’ (de beeldtaal, de muziektaal, de woord- en lichaamstaal) benaderen en onderzoeken de leerlingen hun expressiemogelijkheden.

Door waarnemingen, kennen, begrijpen en aanvoelen verwerven zij efficiënte benaderings-wijzen, eigen aan het KSO.


De leerling ontwikkelt aldus zijn artistieke persoonlijkheid door het verwerven van verbeeldingsdrang, scheppingskracht, studievreugde, wetenschappelijk-methodische aanpak, kritische ingesteldheid, zin voor originaliteit, authenticiteit, fantasie en zelfwerkzaamheid.
Men mag dus van het vormingsproces in het kunstsecundair onderwijs verwachten dat het bijdraagt tot:

  • het zelfstandig, kritisch en creatief denken en handelen;

  • het ethisch, esthetisch en sociaal bewustzijn;

  • de kennis van en de deelname aan cultuur in de ruimste zin van het woord.

4.Algemene doelstellingen


De derde graad Vrije beeldende kunst is doorstromingsgericht. In de overstap van de derde graad KSO Vrije beeldende kunst naar het hoger onderwijs, behoort het hoger onderwijs van twee cycli tot het meest logische curriculum met name het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst.
In de Vrije beeldende kunst leren de leerlingen zich vrij en expressief uitdrukken in zowel gekende als nieuwe technieken en kunstvormen.

Het vormingsproces is fundamenteel gebaseerd op de integratie van de algemene vorming met de artistieke componenten. Het omvat de volgende drie componenten die samensmelten tot een functioneel geheel:




  • de algemene vormende component;

  • de artistieke component;

  • de persoonlijkheidsvorming.

De artistieke component omvat het cognitieve, het artistieke en het technologische.

De artistieke vorming binnen het atelier zorgt voor het ontdekken van de eigen expressie-mogelijkheden en het ontwikkelen van een eigen beeldcreatie.

De belangrijkste componenten van de opleiding zijn het tekenen naar waarneming en het aanleren van de verschillende elementen van de beeldtaal, onder meer lijn, kleur- en vormleer ruimtelijke vormstudie, audiovisuele middelen, …


5.Algemene didactische wenken


De eigenheid van het KSO is merkbaar in eigen didactische werkvormen en onderwijs-leersituaties. Er wordt grote nadruk gelegd op het procesmatig karakter van dit onderwijs en een gerichte training. Bovendien steunt het vormingsproces op een zeer bijzondere relatie tussen de leerling en de leraar.
Dit vormingsproces verwacht van alle betrokken te kunnen omgaan met onzekerheden en zelf verantwoordelijkheid in het leerproces op te nemen.
De volgende aspecten staan centraal:

5.1Het scheppen van ruimte voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerling als kritisch en creatief denkend individu


Het creatief vormingsproces is gebaseerd op het ontwikkelen van het creatief denken van de leerling: de leerling wordt vanuit zijn persoonlijk beeldend, muzikaal en/of expressief ervaren, begeleid in en gestimuleerd tot individueel vormgeven. Dit vormingsproces doet voortdurend een beroep op de creatief - concipiërende intelligentie en wordt pas mogelijk wanneer aan de leerling de leerling de nodige individuele ruimte wordt gelaten. De mogelijkheid tot creatieve ontplooiing is immers rechtstreeks afhankelijk van de vrijheid tot creatief denken.

5.2Het scheppen van ruimte voor de sterke individuele begeleiding van de leerling in zijn creatief proces


Uiteraard bieden vooral de artistieke vakken mogelijkheden tot de individuele begeleiding van de leerling. Binnen het werkatelier, zowel binnen de beeldende kunsten als binnen de podiumkunsten, wordt de leerling sterk individueel benaderd. Tussen leerkracht en leerling staan voor elkaar open en stellen zich vaak kwetsbaar op. Wederzijds vertrouwen en respect zijn hier de sleutelwoorden.
Maar ook de algemene vorming biedt, binnen de algemene vakken, mogelijkheden tot het ontwikkelen van deze specifieke, vaak emotionele, band tussen leraar en leerling. Enerzijds, zoeken leerkrachten, binnen hun vakdomein, naar raakpunten met de artistieke leefwereld van de leerling. Anderzijds, trachten zij ruimte te scheppen voor het profiel van de KSO – leerling en de persoonlijkheid van de individuele leerling. De artistieke prestaties van de leerlingen voegen een extra dimensie tot aan het beeld dat de leraar algemene vakken zich vormt van de leerling. Zij resulteren niet zelden in een toenemend respect voor de leerling en vergroten het engagement naar de leerling toe.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

  • 3.4 Specifieke klemtonen in het KSO
  • 4.Algemene doelstellingen
  • 5.Algemene didactische wenken
  • 5.1Het scheppen van ruimte voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerling als kritisch en creatief denkend individu
  • 5.2Het scheppen van ruimte voor de sterke individuele begeleiding van de leerling in zijn creatief proces

  • Dovnload 0.77 Mb.