Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Waar is dat nu voor nodig?

Dovnload 18.87 Kb.

Waar is dat nu voor nodig?



Datum29.06.2018
Grootte18.87 Kb.

Dovnload 18.87 Kb.

``En... lekker gewerkt vandaag?'' Wie voor de Amsterdamse IJ-tunnel in de file staat, heeft alle tijd om na te denken over het bijzondere karakter van deze levensgroot geschilderde vraag. Is dit een echte vraag? Of wil de anonieme schrijver juist zijn laatdunkende opinie uitdrukken over de werkende stand? Een retorische vraag dus.

Waar is dat nu voor nodig?

Vier redenen om retorische vragen te gebruiken


Pauline Slot - Leiden

In de zomer van 1991 schreef een zestienjarige jongen een brief naar de rubriek `Achterwerk' in de VPRO-gids. De brief bestond uit een lange reeks waarom-vragen:

Waarom worden in programma's als `Liefde op het eerste gezicht' alleen jongens aan meisjes gekoppeld, en nooit meisjes aan meisjes en jongens aan jongens? (...) Waarom zegt men `verkeerde kant' in plaats van homoseksueel? Waarom voelen sommige jongens zich bedreigd als ze bij mij in de buurt zijn? Dat vraag ik mij af. Nu wil ik graag reacties van Achterwerklezers.

Een maand later verscheen een tweede brief in `Achterwerk', geschreven door dezelfde jongen:

(...) Ik wilde nu even bedanken voor de vele reacties die ik heb gekregen, maar één ding viel me toch op. Veel lezers hebben die brief niet goed begrepen, ik kreeg namelijk brieven van mensen die m'n vragen beantwoordden. Voor de duidelijkheid: ik wist zelf de antwoorden wel. Natuurlijk had ik zelf wel ideeën over deze dingen. Als je een vraag (of vragen) stelt, wil dat niet altijd zeggen dat je 't antwoord niet weet en op zoek bent naar het antwoord. 't Kan ook anders bedoeld zijn. (...)

In zijn tweede brief geeft de schrijver aan dat zijn vragen retorisch bedoeld waren: hij wilde iets zeggen, niet iets vragen. Maar gezien de reacties hadden veel lezers zijn retorische vragen niet als zodanig herkend.

Het gebruik van retorische vragen is dus niet helemaal zonder risico. Toch wordt dit stijlmiddel veelvuldig gebruikt: in gesprekken, in de reclame, in kranteartikelen, in de politiek. En hoewel taalgebruikers doorgaans virtuoos gebruik maken van het ingewikkelde instrumentarium dat herkenning en interpretatie van retorische vragen mogelijk maakt, dringt de vraag zich toch op: waarom doen we eigenlijk zo moeilijk? De kans op een misverstand is immers altijd groter dan wanneer we gewoon zeggen wat we bedoelen.

Er moeten dus wel goede redenen zijn om dat risico te nemen. Wat zijn die redenen precies? Welk voordeel behaalt de schrijver of spreker met het gebruik van een retorische vraag?


UITVLUCHTEN


Een eerste reden voor het gebruik van retorische vragen is dat zij de mogelijkheid bieden om van de prins geen kwaad te weten. Een fraai voorbeeld hiervan stamt uit februari 1991, toen toenmalig PvdA-kamerlid De Visser kritiek uitte op de besluitvorming binnen de partij over deelname aan de Golfoorlog. De fractieleiding stelde hem in een brief vervolgens de vraag ``Hoe denk jij nu nog verder te kunnen functioneren in de PvdA-fractie?''

In een hoofdredactioneel commentaar in de Volkskrant werd deze vraag retorisch opgevat, met als bedoelde betekenis: `Wegwezen alstublieft!' Ook De Visser zelf vatte hem zo op. De toenmalige fractievoorzitter Wšltgens zei echter in een interview dat hij ``best bereid was'' om met De Visser over deze vraag te praten, daarmee suggererend dat de vraag vooral informatief bedoeld was.

Het ligt echter voor de hand De Visser gelijk te geven. De vraag is zo algemeen gesteld dat de intentie om een concreet probleem op te lossen er niet in doorklinkt. De formulering `Hoe denk jij...' wordt bovendien vaak gebruikt om aan te geven dat iets onmogelijk is (`Ik wil niet moeilijk doen, maar hoe denk je dat eigenlijk te bekostigen?'). De aanwezigheid van signaalwoorden als nu en nog versterkt de indruk dat de vraag retorisch bedoeld is.

Als het inderdaad de bedoeling was om De Visser de laan uit te sturen, dan heeft de fractieleiding dat dus gedaan op een manier die het mogelijk maakt de verantwoordelijkheid voor deze onaangename handeling te ontduiken. Overigens is het vaak ook in het belang van de `ontvanger' dat er gesuggereerd wordt in plaats van botweg gezegd, omdat dit het gezichtsverlies nog enigszins kan beperken. De (letterlijke) vraag kan dus fungeren als uitwijkplaats voor zowel de `zender' als de `ontvanger'.

Ook in poëzie wordt soms gebruik gemaakt van deze ontsnappingsclausule. In dat geval is de ambiguïteit echter een doel op zichzelf en speelt het ontzien van gevoelens geen rol. Neem bijvoorbeeld deze passage uit het gedicht `Nooit verhuisd' van Willem Wilmink:

Namen in mijn oude straat,


bordjes die er altijd waren.
Nog dezelfde buurvrouw staat
uit hetzelfde raam te staren.
Hoe zijn mensen toch in staat
om te blijven, alle jaren?

Enerzijds lijkt de dichter oprecht te willen weten hoe mensen dit voor elkaar krijgen: altijd maar op één plek blijven wonen. Misschien benijdt hij hen om hun rust en zekerheid en zou hij graag als zij willen zijn. Maar tegelijkertijd kan de vraag ook retorisch worden opgevat: dit gewortelde bestaan (``niet bereisder dan de bomen'', heet het elders in het gedicht) is verstikkend. De twee interpretaties staan hier naast elkaar en vullen elkaar aan: ze suggereren de aanwezigheid van twee verschillende, om voorrang strijdende gevoelens.


AANDACHTTREKKERIJ?


Een beproefde manier om de aandacht van taalgebruikers te trekken, is het stellen van een vraag (`Spaart u al air miles bij ons?'). Omdat taalgebruikers nu eenmaal geneigd zijn vragen te beantwoorden, al is het maar in gedachten, worden zij actiever bij de tekst betrokken. Wie een retorische vraag gebruikt, kan van twee walletjes eten. Dit zien we bijvoorbeeld in een advertentie voor waterbestendige keukenrollen, waarin in de kop de volgende prangende vraag wordt gesteld: `Hoe kranig is uw keukenrol?' `Niet bijster kranig' moet uiteraard het antwoord zijn dat wij in een reflex geven. Daarmee slaat de tekstschrijver twee vliegen in één klap: er is aangegeven dat gewone keukenrollen dramatisch tekortschieten, terwijl tegelijkertijd het effect van de grotere betrokkenheid wordt bereikt. Vergelijk het maar met de stellende versie: `Uw keukenrol is niet bijzonder kranig.'

De lezer wordt hier weliswaar nog steeds aangesproken, en wellicht dat ook de (`grappige') woordspeling de aandacht trekt, maar hij of zij heeft door de stellende vorm een veel minder actieve rol.


WAT ZIJN WIJ HET EENS!


Het retorische karakter van retorische vragen komt het meest tot uitdrukking in de derde functie: het suggereren van overeenstemming. Neem bijvoorbeeld het eerste kwatrijn uit een sonnet van J.A. Dèr Mouw:

Wie ziet niet soms zich liggen in de kist,


geroerd, dat zoveel schoons moest ondergaan?
Wie hoort uit 't graf niet roemen, stil voldaan,
deugden die buiten hem geen stervling wist?

Dèr Mouw beschrijft een algemeen menselijk gevoel en versterkt het universele karakter ervan door de vraagvorm te gebruiken.

Dat retorische vragen inderdaad vaak overeenstemming suggereren, kun je duidelijk afleiden uit het gebruik van de uitdrukking `Zeg nou eerlijk', die vaak in combinatie met retorische vragen voorkomt. We komen die bijvoorbeeld tegen in een advertentie van de Vogelbescherming Nederland:

Zeg nou eerlijk, een prachtige zonnige ochtend is toch eigenlijk pas compleet als hij begeleid wordt door de fantastische klanken van allerlei zangvogeltjes?

``Zeg nou eerlijk'' suggereert dat als de lezers diep in hun hart kijken, ze alleen maar tot een gelijkluidende conclusie kunnen komen. De mogelijkheid van een andere mening wordt dus ontkend. Retorische vragen die vergezeld gaan van deze uitdrukking of waaraan je die zonder probleem zou kunnen toevoegen, suggereren altijd dat men het allang eens is. Benvloedbare mensen kunnen zich daardoor wellicht over de streep laten trekken: als iedereen dit al vindt, dan zal het wel zo zijn.

In het voorbeeld hierboven wordt deze persuasieve techniek gebruikt door een eerbare instantie als Vogelbescherming Nederland, met naar verwachting weinig schadelijke gevolgen. Maar de combinatie van veronderstelde overeenstemming en aanspreken van het publiek kan soms leiden tot een opzwepend effect. Een van de beruchtste voorbeelden is wel de redevoering van Goebbels waarin hij tien retorische vragen stelt, waaronder het bekende ``Wilt u de totale oorlog?''


VARIATIE


Een laatste reden om retorische vragen te gebruiken ligt op een heel ander vlak: de variatie in zinsbouw. Een tekst is prettig leesbaar wanneer de zinsbouw varieert. Dit betekent dat de volgorde van onderwerp en gezegde niet steeds hetzelfde moet zijn. Omdat bij vragen de volgorde van onderwerp en gezegde meestal verandert ten opzichte van de stellende vorm, kan een retorische vraag in een tekst een welkome afwisseling vormen. Neem bijvoorbeeld deze opeenvolging van zinnen: `Dit is een mooi schilderij. En is die aquarel ook niet prachtig?' Vergelijk dat met de mededelende versie: `Dit is een mooi schilderij. En die aquarel is ook prachtig.' De laatste versie doet door de gelijke zinsbouw eentoniger aan dan de eerste. Wanneer het om een gesproken tekst zou gaan, zou ook de intonatie minder gevarieerd zijn.

De functies van retorische vragen zijn dus divers. Voor het gebruik van een retorische vraag kunnen verschillende redenen bestaan. De slogan `Volkswagen. Wie anders?' suggereert overeenstemming en spreekt de lezer direct aan. Zeker in teksten die op overtuigen gericht zijn, komt die combinatie veel voor. In gedichten zullen ambigu•teit en stilistische variatie misschien de doorslag geven. Retorische vragen maken in ieder geval een scala aan effecten mogelijk die met de stellend geformuleerde tegenhanger niet bereikt kunnen worden. Pauline Slot promoveerde op het onderwerp `retorische vragen' en schreef daarover het voor een breed publiek bestemde boekje Vroeg ik jou wat? Retorische vragen in alledaags taalgebruik. (Uitgeverij Contact, 1995, fl.24,90.)



Genootschap Onze Taal, Raamweg 1a, 2596 HL Den Haag, Nederland, Telefoon: +31 70 356 12 20

  • Waar is dat nu voor nodig
  • UITVLUCHTEN
  • AANDACHTTREKKERIJ
  • WAT ZIJN WIJ HET EENS!
  • VARIATIE

  • Dovnload 18.87 Kb.