Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Waarom je in een hert verandert en daarna ook nog door woeste jachthonden verscheurd wordt!

Dovnload 490.84 Kb.

Waarom je in een hert verandert en daarna ook nog door woeste jachthonden verscheurd wordt!



Datum12.09.2018
Grootte490.84 Kb.

Dovnload 490.84 Kb.

Waarom je in een hert verandert en daarna ook nog door woeste jachthonden verscheurd wordt!



De belangstelling voor schilderijen met mythologische thema's begint zich rond 1590 in Holland duidelijk af te tekenen; vanaf die tijd zien wij dat de historieschilders, de meer ambitieuzen onder de vakbroeders, vaak dergelijke onderwerpen uitbeelden. In Italië was al sinds de 16 de eeuw het schilderen van mvthologische thema's in zwang (samenhangend met de groeiende belangstelling voor alles wat met de klassieke oudheid te maken had) en kwam daarna in de l6de eeuw tot grote bloei. Toen in de loop van de l6de eeuw de kontakten met Italië talrijker werden en Hollandse en Vlaamse geleerden en kunstenaars zich steeds meer genoodzaakt gingen voelen een reis naar Italië, het Mekka der klassieke oudheid, te maken, nam de belangstelling voor de klassieke kultuur in het Noorden in steeds bredere kring toe. Aanvankelijk werd deze kultuur slechts ontsloten aan hen die Latijn of Italiaans konden lezen, maar vanaf ca. 1550 verschenen steeds meer vertalingen van klassieke geschriften, vooral van Ovidius, Vergilius en Homerus, in het Nederlands, zodat deze schrijvers ook voor een groter publiek bereikbaar werden

Rembrandt, 'Diana en Callisto, Diana en Actaeon', 1634, Museum Wasserburg-Anholt vlakbij Winterswijk.


Rechts wordt ontdekt dat een van Diana's nimfen, de arme Callisto, zwanger is. De andere nimfen lachen haar uit.

Links Actaeon, die tijdens een jachtpartij onverwacht de schone naaktheid van Diana aanschouwt en daarvoor streng gestraft wordt.

Hij wordt onmiddellijk in een hert veranderd. Een gewei ontspruit al op zijn hoofd en spoedig zullen zijn honden hem verscheuren.

Evenals Callisto wordt hij gestraft voor het feit dat hij onnadenkend aan zijn zinnelijke lusten heeft toegegeven.



Ovidius

Rond het begin van onze jaartelling dichtte Ovidius een verhalencyclus en vatte daarin in een zeer beeldende taal een belangrijk deel van de klassieke mythologie zeer overzichtelijk samen: Metamorfosen.

Zijn verhalen spitsen zich steeds toe op gedaantewisselingen van goden en stervelingen in dieren, planten, sterren en dergelijke. Dit boek werd in de l6de en l7de eeuw dikwijls met prenten verlucht. Van geen ander klassiek werd zijn zoveel geillustreerde uitgaven verschenen.
Metamorfosen 3:173-252
Cadmus' kleinzoon Actaeon ziet bij toeval hoe Diana een bad neemt. De godin straft zijn onwelkome blikken met een metamorphose: Actaeon wordt veranderd in een hert en kort daarop door zijn eigen jachthonden verscheurd.

En zie: terwijl Diana zich daar baadt en laat bespoelen,
dwaalt Cadmus’ kleinzoon, nu de jachtarbeid is stilgelegd,
zonder een doel te hebben door het onbekende bos
en komt bij die gewijde plek. Zo leidde hem het toeval ...
Nauw’lijks bevond hij zich binnen de druppende gewelven
of al die nimfen - en ze waren naakt! - zagen de man
en maakten luid misbaar, het hele bos werd opgeschrikt door
hun plots gegil, terwijl zij met z'n allen snel een kring
ter dekking rond Diana vormden. De godin was echter
langer, zij stak met hoofd en schouders boven allen uit.
Een kleur - zoals je ziet bij wolken die door kaatsend zonlicht
beschenen worden, of als van Aurora's purpergloed -
trok langs Diana's wangen, toen ze naakt door hem gezien werd.
Hoewel zij dicht omstuwd werd door haar nimfenschare, hield
zij zich toch afgewend van hem' maar keek over haar schouder
wel naar hem om... Het liefst had zij haar boog ter hand gehad;
nu greep ze wat ze wél had: water, smeet dat midden in zijn
mannengezicht, plensde zijn haar nat met een douche van wraak
en voegde woorden toe, die op een naderend onheil duidden:
'Nu mag je rondvertellen dat je mij geheel ontkleed
gezien hebt, áls je nog vertellen kunt!' - Zij dreigt niet verder,
maar siert zijn natte voorhoofd met een levensgroot gewei,
geeft hem een hertenek en maakt de ooruiteinden puntig,
vormt hoeven van zijn handen, slanke poten van wat eerst
zijn armen waren en omkleedt hem met een vacht vol spikkels.
En dan komt ook zijn schichtigheid: met sprongen schiet hij weg,
de held uit Thebe, zelf verbaasd zo snel te kunnen rennen.
En als hij dan zijn kop in 't water ziet, met dat gewei,
wil hij gaan roepen: 'Help mij toch!' - helaas, hij heeft geen stem meer;
een droef geblaat, dat is zijn stem; zijn tranen stromen langs
een vreemd gelaat. Alleen zijn hart en ziel zijn nog als vroeger.

Wat moet hij doen? Naar het paleis gaan? Zich verbergen in


het bos? Hij schaamt zich voor het eerste, huivert voor het tweede
en aarzelt..., tot zijn honden hem ontdekken! Zwartpoot eerst,
díe en de slimme Speurder sloegen aan met schrille blaftoon
- Speurder, een hond uit Knossos; Zwartpoot van Spartaanse stam -
en toen stoof heel die meute aan, suizender dan een windvlaag:
Slokop en Klimmer en Gazelle, drie Arcadiërs;
Deerhunter, sterke hond; de woeste Jager, Windhoos naast hem;
Vlieger, vervaarlijk om zijn snelheid, Snuffel om zijn neus;
Bossaart, nog onlangs door een woedend everzwijn verwond;
Tarzan, die afstamt van een wolf, en Herder, die de schapen
bijeenhoudt, daarna ook Harpij, haar beide jongen naast zich
en Windhond, slank van achterschoft, een Sicyonisch ras,
Snelvoet en Vlek en Bas; vlak na hen Tijgerin en Bokser,
en Blankert met een witte, Roethond met een zwarte vacht;
Spartaan, de allersterkste; Wervel, een uitstekend renner,
en Rappaart, en de snelle Wolfshond met haar broer uit Cyprus,
en Rover - zwarte kop met in het midden heel opvallend
een witte nop - en Neger; Ruighaar met zijn krullig lijf,
daarna twee telgen van Spartaanse moeder en een vader
uit Kreta: Quick en Wittand; Blaffer met zijn schel geluid,
enfin, te veel om op te noemen... Heel die meute vloog dus
belust op prooi van rots naar rots, langs ongenaakbaar steen,
langs al wat niet of nauw’lijks pad was, in hun meesters richting.

Hij vlucht. Juist daar waar hij zo vaak gejaagd had in hun spoor,


vlucht hij nu weg voor eigen trouwe helpers. Hij wil roepen:
'Ik ben Actaeon! Jullie meester! Kijk dan wie ik ben!' -
't is smeken zonder klanken en de lucht weergalmt van blaffen.
Zwarthaar bijt hem de eerste wonden in de rug, daarna
slaat Killer toe, Bergloper zet zijn tanden in zijn schouder.
Niet dat dit drieta1 sneller was, maar door het bergterrein
had het de kortste weg genomen; toen het hem daar vasthield,
kwam ook de rest, de kaken vielen op hun meester aan.
A1 gauw is er geen plek meer om te bijten; kreunend stoot hij
geluiden uit níet van een mens en ook niet wat een hert
normaa1 laat horen: droef geklaag, dat die vertrouwde bergen
vervult. Voorover, op zijn knieën richt hij nu zijn kop,
zoals een smekeling zijn handen, woordeloos ten hemel.
En als zo vaak hitsen zijn makkers, zich van niets bewust,
die prooibeluste meute op. Zij kijken of Actaeon
eraan komt, roepen steeds ‘Actaeon!’ - hij, die zo dichtbij is,
zijn kop knikt heftig bij die naam! - en vinden het maar jammer
dat hij zo laat is en dit jachttaf’reel hem nu ontgaat.
Hij zou graag weg zijn, maar hij ís er; graag zou hij ook toezien,
niet voelen, hoe zijn honden wreed tekeergaan met hun vangst.
Zij dringen om hem heen, een en al bek rukt aan dat lichaam
dat van hun meester is, in de vermomming van een hert.
Pas toen zijn levensgeest uit al die wonden was verdwenen,
bekoelde ook de wrok van de jageres Diana, zag men.

Vertaling: M. d'Hane-Scheltema (Atheneum-Polak, Amsterdam 1993)


De verhalen uit de mythologie, die een belangrijk onderdeel van de zo hoog geschatte klassieke erfenis vormden, bevatten talloze nogal lichtzinnige episodes. In de l7de eeuw ging men er van uit dat er vele diepzinnige wijsheden in deze verhalen verborgen lagen, die oppervlakkig gezien slechts amusant leken. Men trachtte op allerlei manieren naar deze verborgen wijsheden te zoeken om deze in overeenstemming worden gebracht met de christelijke filosofie. Dergelijke verklaringen van mythologische verhalen ontstonden reeds in laat-antieke tijd, maar in de middeleeuwen en de renaissance sloeg men opnieuw fervent aan het interpreteren. Zo ontstonden talloze 'uitleggingen' van deze fabelen: over het algemeen kan men drie soorten interpretaties onderscheiden:



  • of men geloofde dat ze gebaseerd waren op historische gebeurtenissen,

  • of ze werden in verband gebracht met wijsheden betreffende de loop der sterren en de kosmos,

  • of men zocht naar een moraliserende interpretatie. In het laatste geval worden de verhalen als exempelen van goed en kwaad gezien, bedoeld om de mensen de juiste zeden te leren.

Zoals gezegd, waren de 'Metamorfosen' van Ovidius buitengewoon populair, zozeer zelfs dat dit boek wel de 'Schildersbijbel' werd genoemd. Ook zijn de verhalen voortdurend uitvoerig bekommentarieerd.

De bekende dichter, schilder en kunsttheoreticus Karel van Mander, achtte ze van zo groot belang dat hij aan het eind van zijn Schilderboeck (1604) na zijn kunsttheoretische verhandelingen en biografieén van schilders, ook de 'Wtleggingh op den Metamorphosis' toevoegde.

Hierin geeft van Mander vele, vooral moraliserende interpretaties van deze verhalen, die, zoals Van Mander zegt, verborgen wijsheden bevatten waarvan de mens veel kan leren en die zeer nuttig zijn om de zeden te verbeteren en aan te sporen tot een deugdzaam leven. Van de hier genoemde onderwerpen, geeft Van Mander een moraliserende interpretatie die steeds neerkomt om een veroordeling van aardse genietingen, een waarschuwing aan de jeugd tegen het kiezen voor wereldse, ijdele en zinnelijke en een aansporing tot matigheid, verstandigheid en deugdzaamheid

Dit geldt bijvoorbeeld voor Actaeon, die zijn ogen (de zinnen) volgt en door zijn eigen honden, die zijn lusten symboliseren, verslonden wordt en voor Callisto die door een onkuise misstap haar ongeluk tegemoet gaat.

Zij zijn het voorbeeld van de jeugd die geneigd is tot de verkeerde keuze en zich daardoor in het ongeluk stort.

Aan ogenschijnlijk lichtzinnige thema's kon dus een strenge moraal worden gehecht, hetgeen ons soms een alibi lijkt: om op gezag van geleerde interpretaties, van deze scènes te mogen genieten.

Uit diverse uitlatingen blijkt dat vele l6de en l7de eeuwse schrijvers mythologische naaktscènes onzedelijk vonden. Dergelijke kritiek heeft menig schilder er niet van weerhouden deze stof te gebruiken. Nog altijd had die door de eerbiedwaardige klassieke herkomst een zeer groot prestige en men hechtte hoge artistieke waarde aan het uitbeelden van (naakt)figuren in een verhalende handeling. De nadruk op de deugdzame moralisatie zal daardoor nog versterkt zijn. Daarbij hoeft men niet aan de oprechtheid van de schilder, dichter of toeschouwer te twijfelen; het metaforisch denken, het zoeken naar een diepere betekenis in alle verschijnselen was voor de ontwikkelde l7de eeuwer iets vanzelfsprekends en het denkkader was doortrokken van moralisaties. Bij het bekijken van dergelijke kunstwerken speelden niet alleen het amuserende en esthetische, maar ook het belerende aspekt een rol. Evenals bij erotisch getinte genrevoorstellingen kon men zich amuseren en tevens tonen, dat men op de hoogte was van de wijze lessen daarin besloten en dus een erudiet en beschaafd mens was

Opdrachten:



  • Lees de tekst van Ovidius, waarin Actaeon bij toeval de naakte Diana ziet.

  • Bekijk het schilderij van Rembrandt: “Diana en Callisto, Diana en Actaeon” en lees onderstaande tekst.

Ook Rembrandt heeft deze onderwerpen behandeld en wel op een zeer uitzonderlijke manier: hij voegde namelijk beide verhalen in één schilderij samen, wat, voor zover mij bekend, geen enkele andere schilder ooit heeft gedaan Zoals dikwijls het geval is, zijn ook bij Rembrandt verschillende motieven, zoals de groep rond Callisto, de houdingen van Diana en Actaeon, terug te vinden in oudere prenten (o.a. naar Titiaan) Rembrandt was ongetwijfeld bekend met deze prenten, maar hij transformeert de gebruikte motieven tot een geheel nieuwe samenhang en eenheid. In tegenstelling tot de hiervoor besproken schilders concentreert Rembrandt zich op het uitdrukken van verschillende emoties en reakties: de schrik van Actaeon en van de verschillende nimfen, de woede van Diana, de wanhoop van Callisto en de hilariteit van de nimfen rondom haar. Verder streefde hij ernaar om alle naakte lichamen in één grote beweging samen te vatten.

  • Geef aan op welke wijze men dergelijke verhalen verklaarde.

  • Op welke wijze verklaarde Karel van Mander ze.

  • Welke “wijze les” zit er verborgen in het verhaal van Actaeon?

  • Vind je, dat Rembrandt er in geslaagd is, een ”wijze levensles” over te brengen op de toeschouwer?

  • Ga via internet naar museum Boymans-van Beuningen. Zoek nog 2 voorbeelden van mythologische onderwerpen uit de schilderkunst van de 17de eeuw. Verklaar.

  • Metamorfosen 3:173-252

  • Dovnload 490.84 Kb.