Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Waarom nummeren we

Dovnload 117.66 Kb.

Waarom nummeren we



Datum24.07.2017
Grootte117.66 Kb.

Dovnload 117.66 Kb.


Samenvatting Cursus Nummeren van Museale Objecten

Door Gelders Erfgoed, Bim van Dijk, 2012


Waarom nummeren we
Door het inventarisnummer/objectnummer:

  • Is identificatie van ieder afzonderlijk voorwerp mogelijk

  • Is er een koppeling van alle informatie over het object dat in de computer, kaartenbak of (inventaris)boek te vinden

  • Kunnen we voorwerpen terugvinden en verplaatsen.

We zetten nooit extra informatie op het nummer zelf, alleen het nummer zelf. Geen verwervingsgegevens of adressen.


Dit is dus niet nodig:


Hoe nummeren we

  • Men heeft keuze uit: aanbrengen op het object, bevestigen aan het object of los naast het object.

  • De wijze is afhankelijk van het object en doel van de nummering (tijdelijk of permanent).

  • De gekozen wijze van nummeren moet altijd aan een aantal eisen voldoen.

De wijze van nummeren moet vooraf worden vastgelegd in het museum en kan niet zomaar gewijzigd worden.


Wat is een goed nummer
Het heeft de juiste vorm

  • Eenvoudig en begrijpelijk: alleen cijfers, geen codes of namen gebruiken

  • Zo kort mogelijk: alleen het cijfer, geen aanloopnullen van de computer toevoegen

  • Passend formaat: bij grote voorwerpen grote cijfers (maximaal 1,5 cm hoog), bij kleinere voorwerpen kleine cijfers die altijd zonder hulpmiddelen te lezen zijn

  • Volgens afspraak: vast cijfertype, geen eigen nummering toepassen

  • Juiste kleurweergave: wit of zwart afhankelijk van een object (voldoende contrast)

  • Het is eenduidig: sommige getallen kunnen twijfel zaaien bv 801 kan gelezen worden (op de kop als 108). Dit geldt voor alle getallen die bestaan uit een combinatie van 0,1, 6, 8 en 9.

Afspraken: getallen bestaande uit 0, 1, 6, 8 en 9 . Zet hier achter een punt
Het is Uniek

  • Ieder object krijgt zijn eigen unieke nummer

  • Losse onderdelen krijgen hetzelfde nummer als ze los van elkaar bewaard worden

  • Soms is het nodig een extensie aan het nummer toe te voegen gescheiden door “-“ van objectnummer, soms is dat niet nodig

Bijvoorbeeld een servies is één object maar bestaat uit veel losse en verschillende voorwerpen. Het is handig om de verschillende voorwerpen dan een extensie te geven bv theepot 123-1 , kop en schotel 123-2 (eventueel met a, b, c erachter als ze bijvoorbeeld verschillend zijn), melkkan 123-3 etc. Een doos met puzzelstukjes zou je ook kunnen zien als een verzameling van verschillende voorwerpen (de doos met deksel en de diverse puzzelstukjes. Hier volstaat echter het alleen nummeren van de doos. De omschrijving in de computer kan helpen bij het bepalen of een extensie nodig is (dan is een afzonderlijke omschrijving van de diverse onderdelen nodig).

Hoe zou u eigenlijk een theelepelrekje met verschillende lepeltjes nummeren?
Het veroorzaakt geen schade,

Door een nummer aan te brengen voegen we iets toe dat niet oorspronkelijk op het voorwerp hoort en tasten we het uiterlijk van het voorwerp aan. Als we daarbij het verkeerde materiaal gebruiken, dan kunnen we zelfs schade veroorzaken. Daarom mag het materiaal dat we gebruiken:



  • Geen schade veroorzaken

  • Het moet reversibel zijn: vrij gemakkelijk verwijderbaar zijn (door een restaurator) zonder schade, maar toch

  • Duurzaam zijn: het moet voor tientallen jaren lees- en vindbaar zijn


Het zit op de juiste plek

  • Vindbaar (Bij vergelijkbare voorwerpen op vergelijkbare plaats)

  • Onopvallend en niet storend

  • Bedekt geen informatie (bv. merk, versiering, detail)

  • Altijd raadpleegbaar

  • Op het minst kwetsbare en onbeschadigde gedeelte

In de syllabus van de Basiscursus Behoud en Beheer (blz. 98-99) vinden we een overzicht waar en hoe bepaalde materialen en voorwerpen het beste genummerd kunnen worden. Zie bijlage 2.




De verschillende methodes en materialen voor het nummeren:

Zoals eerder gezegd kun je een nummer aanbrengen op het object, bevestigen aan het object of naast het object plaatsen. Waar voor je kiest is afhankelijk van het object en het doel van de nummering (tijdelijk of permanent).


Op het voorwerp met:
1. Vernis-stift-vernis

  • Breng een onderlaag van lak of vernis aan met een penseel. Dit laagje moet net iets groter zijn dan het nummer. Soms zijn meerdere laagjes nodig als het materiaal poreus is (zoals onbehandeld hout) >> 1 uur laten drogen

  • Men schrijft op de lak/vernislaag het nummer m.b.v. een watervaste stift >> 1 uur laten drogen

  • Men brengt beschermlaag aan van lak/vernis >> 1 uur laten drogen

De vernis-stift-vernis methode kan gebruikt worden bij veel objecten maar niet allen. Het is goed voor meeste voorwerpen van glas, metaal (m.u.v. bepaalde legeringen koper daarvoor beter Paraloid B-72 gebruiken met Oost-Indische inkt), hout, aardewerk, porselein, been en steen. Het is niet geschikt voor: textiel, papier en kunststoffen, vette en verontreinigde objecten, sommigen beschilderde oppervlaktes, kristallen, mineralen, bepaalde legeringen koper (daarvoor beter Paraloid B-72 gebruiken met Oost-Indische inkt) en zeer kleine voorwerpen.
Het eerste laagje zorgt ervoor dat de inkt niet in het oppervlakte van het voorwerp trekt. Dit laagje vernis kan door een restaurator nog verwijderd worden, inkt niet. Als vernis gebruiken we Golden Polymer Varnisch. Dit is een vernis op waterbasis (is deze te dik dan kun je het met water verdunnen) en je hebt een matte en glanzende variant. De matte hecht wel iets beter maar is vrijwel onzichtbaar na aanbrengen op matte oppervlaktes zoals onbehandeld hout. Glanzend hecht iets minder goed, is vaak mooier op glanzende oppervlaktes en blijft wat zichtbaarder nadat het opgebracht is. Het tweede laagje voorkomt dat het nummer weggeveegd kan worden of te snel slijt. Tevens vertraagt het, het verbleken van het nummer. Deze vernis kan niet gebruikt worden op kunststof (onbekend hoe deze reageert op langer termijn). Tevens horen we steeds vaker dat langs de randjes oxidatie kan ontstaan als het gebruikt wordt op koper.1 Als stift voldoet iedere stift die niet op waterbasis is, c.q. de stift is watervast en als deze lichtecht is. De kwaliteit m.b.t. hechting of vlekbestendigheid varieert wel per merk. (Zie bijlage: het onderzoek van ICN over nummeren met stiften, 1989 en 2003). Zorg ervoor dat er altijd verschillende pendiktes aanwezig zijn. Een fineliner voor kleine fijne voorwerpen (0,3 a 0.5 mm) en 1,5 tot 2,5 mm dikke stiften voor grote en stevige voorwerpen. De witte pennen hebben als gevolg van de samenstelling van de inkt, de neiging snel te lekken. Dit gebeurt zeker als ze niet goed gebruikt of opgeslagen worden (zie de gebruiksaanwijzing hieronder).
2. Potlood

  • Gebruik je alleen bij foto’s op een papieren drager, papieren objecten en voorwerpen opgezet op karton (ets, tekening, boek etc.),

  • Je schrijft direct op het papier op een vaste plaats (schutblad, achterzijde foto/tekening linkerhoek, of op het kader als deze er één heeft. Er worden geen beschermende lagen aangebracht. Gebruik een zacht potlood/hardheidsgraad B.

  • Voorkom doordrukken: schrijf op een harde ondergrond en niet met een te scherpe punt.


3. Je plakt het nummer op het voorwerp

  • Je schrijft het nummer op een zuurvrij etiket met potlood

  • Je plakt dit etiket op het voorwerp m.b.v. stijfsel (b.v. Gluton plakstift)

  • Het papier van het etiket moet zuurvrij zijn en liefst permanent houdbaar (norm NEN 2728, DIN 6738, ISO 9706, levensduurklasse 24-85)

  • Gebruik geen zelfklevende etiketten, want deze lijm kan wel schade veroorzaken

  • Schrijf wel altijd eerst het nummer op het etiket voordat je deze gaat plakken (liefst met potlood)

Je gebruikt deze methode bijvoorbeeld bij lak (Chinees of Japans), kunststof en fijn vlechtwerk en foto’s op een polyethyleen ondergrond. Natuurlijk moet er wel zo min mogelijk water gebruikt worden bij het gebruik van stijfsel. Etiketten mogen nooit op een beschadigd oppervlakte geplakt worden. Nadeel van deze methode is dat het maar semipermanent is. Afhankelijk van het klimaat laat het etiketje vroeg of laat los of wordt het onleesbaar.



Aan het voorwerp door:


1. labels van papier/melinex of tyvek


  • Voor tijdelijk of permanent nummeren

  • Bevestigen met katoendraad, lint, keperband, polyesterdraad etc. aan voorwerp

  • Houdbaar papier of polyesterfolie (bv. melinex) zonder weekmakers

  • Nummer er op door middel van potlood (kleine voorwerpen), watervaste stift of door uitprinten

  • Nadeel: kunnen onleesbaar worden, kwijtraken en schade veroorzaken door trekken, schuren en haken. Het is soms wel de enige mogelijke keuze


2. Ingenaaide labels

  • Voor voorwerpen van textiel, hoeden en tassen etc.

  • Etiket maken van ongebleekt katoen (naadband) of lintfree doek (PE zonder weekmakers)

  • Hierop wordt watervaste textielstift of typelint (altijd even zelf testen) het nummer geschreven

  • Daarna losjes in het voorwerp naaien met zeer dunne roestvrije naald en dunne katoen/zijde/polyesterdraad (steek tussen de draden van het weefsel)

  • Het label wordt bij soortgelijke voorwerpen op dezelfde plaats ingenaaid


Naast het voorwerp:


  • Als het direct nummeren, labellen of etiketteren niet mogelijk is (bv. insecten, munten, kleine kristallen, dieren op sterk water).

  • Nummer wordt niet op voorwerp zelf maar op verpakking, steun, drager, kader geschreven of op een kaartje naast het voorwerp

  • Verplaats object nooit zonder genummerde drager, steun, doos, kaartje etc.



Voor dat je begint met nummeren

  • Richt een goede en veilige werplek in en regel de juiste kleding en (hulp)middelen2

  • Je bent bekend hoe en op welke wijze geregistreerd wordt in het museum en wat genummerd moet worden en hoe

  • Kijk altijd eerst goed voordat je het object oppakt wat de zwakke punten zijn. Voor je het weet breekt iets af in je handen!


Praktische tips

  • Nummer ook het in het depot gebruikte verpakkingsmateriaal en speciaal gemaakte steunen

  • Gebruik labels in depot om nummer van het voorwerp zichtbaar te maken vanaf plank (en

  • om plaatsjes te reserveren)

  • Gebruik foto’s in depot als door de wijze van opslag het voorwerp moeilijk herkenbaar is geworden

  • Overleg altijd met bruikleengever over nummeren van bruikleen (bij kortstondig altijd d.m.v. label)

  • Nummer soms een voorwerp op meerdere plaatsen indien de opslag dit vereist (los te maken onderdelen en groot kleed), gebruik eventueel diverse methodes.


Doe dit nooit:

  • Stempelen (zeker niet op papier en foto’s)

  • Nummers in voorwerp krassen, branden, graveren

  • (oude) nummers verwijderen zonder deskundig advies

  • Metalen of plastic plaatjes op voorwerp schroeven

  • Zelfklevende stickers en plakband gebruiken

  • Nagellak, correctievloeistof of ongeteste stiften gebruiken (zeker geen ballpoint)

  • Labels met metalen hoeken gebruiken

  • Metaaldraad of elastiekjes gebruiken om labels te bevestigen

  • De aanloopnullen voor het nummer op het object schrijven

  • nummers aanbrengen op:

- de onderzijde van de voet bij zware en staande voorwerpen

- oppervlaktes waar slijtage is te verwachten door wrijving of trilling

- vervuilde, verroeste, vettige of poederachtige, fragiele en instabiele oppervlakten
Gebruiksaanwijzing voor de witte pen

Over het algemeen zal het meeste genummerd kunnen worden met de zwarte pen. In een enkel geval is het gebruik van wit beter, omdat het meer contrasteert met een donkere achtergrond of omdat sommige mensen het mooier vinden witte inkt te gebruiken op doorschijnend glas. (Echter glas wordt vaak getoond op een zwarte achtergrond en dan is een zwarte nummering minder storend.) Op advies van het voormalig ICN is gekozen voor de Edding 780 als witte pen. Deze zijn wel wat lastig in gebruik omdat ze vaak gaan lekken zodra het gebruik of de bewaaromstandigheden niet correct zijn. De inkt heeft de neiging in te drogen en zo de punt te verstoppen. Doe daarom na ieder gebruik snel de dop er op en bewaar de pen liggend bij normale klimaatomstandigheden (18-20 graden Celsius). Voor ieder gebruik moet de pen rustig geschud worden (met dop erop!). Vervolgens moet de inkt in de punt van de pen gepompt worden Dit doe je door de punt op een stukje kladpapier te zetten en deze een paar keer zachtjes in te drukken. Komt er een klein beetje inkt uit de punt dan is de pen klaar voor gebruik. Schud en druk niet te hard! Pomp ook niet vaker dan ongeveer zes keer. Doe je dit wel dan gaat de pen lekken en kun je deze weggooien.


Wat je kan tegenkomen



In het Vaticaan: Janus is duidelijk genummerd maar was een andere plek niet esthetischer geweest? (foto B. van Dijk)
Een dagelijks voorbeeld van “aan het object”






Bijlage 1: Materialen en benodigdheden bij het nummeren
Onderstaande is de lijst van basiszaken nodig bij het nummeren. Natuurlijk is dit wel afhankelijk van de collectie. Heb je hele kleine voorwerpen dan heb je niet de extra dikke stift of grote hangetiketten nodig, heb je geen textiel dan heb je niet de spullen nodig voor het innaaien van de nummering enz.
Zoals gezegd is het belangrijk als u bekend bent met de wijze van nummeren en toewijzing van nummers binnen het museum. Tijdens het nummeren is het soms nodig om te controleren (bij wijze van twijfel) of het nummer wel klopt en het object overeenkomt met de omschrijving in het registratiesysteem.

Anders gezegd een computer, laptop of kaartenbaksysteem in de buurt is handig.



Een ander iets wat zinvol is om in de buurt te hebben is een digitale fotocamera, men kan hiermee als geheugensteuntje de plek in kast of plank vast gelegd worden en eventuele oude en nieuwe schade aan een object.


Stevig werktafel

Stabiel, waterpas en groot genoeg



Bubbeltjes plastic

Voor bekleden van tafels

markt, postkantoor, verhuisbedrijf

Brede afplaktape

Voor vastzetten van bubbeltjes plastic

Bouwmarkt

Stoel







Tafel of kast

Voor tijdelijk wegzetten van voorwerpen




Goed werklicht







Kussentjes, bekleden wiggen e.d.

Om voorwerpen op te leggen of stabiliseren




Transportmiddelen voor intern transport

Manden, kratten bekleed met glad en zacht materiaal, transport karren etc.




Vloeipapier PH neutraal, chloor en houtvrij, ongebufferd

Om voorwerpen op te leggen (schone ondergrond), afdekmateriaal , buffer tussen gestapelde voorwerp.

Gelders Erfgoed

Handschoenen :katoen of nitril

Veilig hanteren van voorwerpen mn voorkomen schade aan metalen voorwerpen

GE

Nummerset met matte vernis

Nummeren op voorwerpen

GE

Potje vernis glanzend

Idem

GE

1 watervaste stift zwart a 2 mm

Voor grote voorwerpen

Hobby en kantoorwinkel

1 watervaste textielstift zwart, 0,3 mm of kleinere punt

Voor nummeren van textiel

Handwerk of hobby zaak

Dunne katoenen garen of polyester

Voor nummeren van textiel

Markt/handwerkzaak

Keperband of naadband ongebleekt katoen

Voor nummeren textiel

Markt, textiel of handwerkzaak

Dunne naalden

Voor nummeren van textiel

Markt,textiel of handwerkzaak

Scharen

Voor knippen van papier of textiel

Lenen

Insectenspelden dikte 000

Voor textiele voorwerpen

GE

Potloden B

voor nummeren papier, foto etc.

Kantoorboekhandel

Kneedgum

idem

Kantoor of hobby

Puntenslijper met opvangbakje

Idem

Idem

Kladpapier

Voor nummeren met stift

Idem

Notitieschrift

Voor maken van notitie

kantoorboekhandel

Post-it klein

Voor opmerking bij het voorwerp

Kantoorboekhandel

Zuurvrij papier 50 gr, wit, bij voorkeur chloor en houtvrij

Voor maken van plaketiketten, maar een paar vel is nodig

Hobbyzaak

Gluton of Collal plakstift

Lijm op basis van stijfsel voor plakken van etiketten

Hobby en kantoorboekhandel

Witte labels aan katoenen draad

Voor nummeren van kleine en middelgrote voorwerpen die niet op andere wijze genummerd kunnen worden

Kantoorboekhandel

Grote (bruine) hanglabels

Voor grote voorwerpen

kantoorboekhandel

Wit katoen lint of (haak garen)

Voor bevestigen van grote labels

Handwerkzaak

Flesje alcohol

Foutjes verwijderen

Apotheek, drogist

Fles gedestilleerd water

Foutjes verwijderen

Apotheek, drogist

Wattenstaafjes

Foutjes verwijderen




3 jampotjes met deksel leeg en schoon per werkplek

Diverse doeleinden (beetje vernis/ mengsel alcohol + water/ uitspoelen penseel)




Vaatdoekjes

Noodgeval: omvallen potje etc.




(schoenen)Doosje, mandje etc.

Per werkplek om alle benodigdheden in kunnen vervoeren en bewaren




Loupe

Beter zien






Bijlage 2 : plaats en methode van nummeren van museale objecten


Plaats en Methoden van nummeren van museale objecten

materiaal

objecttype

methoden

plaats/overige opmerkingen

Been, Hoorn, Ivoor , Schildpad

 

Label of vernis-stift-vernis

aan de onderzijde

Dieren

opgezet

Label of vernis-stift-vernis

label om poot, vernis-stift-vernis op voetstuk of op zitstok v vogel

insecten

Label

m.b.v. insectenspeld naast het insect steken

 

op sterkwater

plaklabel /etiket: zelfgemaakt op glas

er zijn speciale labels met gewicht voor in de container

 

blaag

potlood of vernis-stift-vernis

Dierenhuid opgespannen op karton of op houten stok

Fotografisch materiaal

afdruk op papier

Potlood

op vaste plaats, achterzijde foto of op passe-partout

afdruk op Polyethyleen

plaklabel /etiket: zelfgemaakt

van zuurvrij of Japans papier met gluton of stijfsel geplakt (nr. met potlood geschreven)

papier en polyethyleen

of etiket op PAT kunststof hoes waarin foto inzit

hoes niet bij vochtig klimaat gebruiken

speciale foto's en speciale dragers

los label

bv ferrotypie, daguerreotypie, afdruk op keramiek etc.

Glas

stabiel

vernis-stift-vernis

kleur afhankelijk van wijze tonen: zwarte achtergrond kies zwart, anders: wit

instabiel/tranend

los label

Beschilderde voorwerpen

 

vernis-stift-vernis

klein: onderzijde mits niet kan wegslijten , achterzijde of groot: vaste plek goed vindbaar bv rechts boven/

Hout

 

vernis-stift-vernis

klein: onderzijde mits niet kan wegslijten , achterzijde of groot: vaste plek goed vindbaar bv rechts boven/

kast en tafel

vernis-stift-vernis

rechter bovenhoek, rechter zijde

stoel

 

achterzijde leuning rechtsboven of op rechter achterpoot vlak onder zitting

 

etiket/plaklabel of label

wanneer stift niet kan

Keramiek

 

vernis-stift-vernis

zie hout

vazen

vernis-stift-vernis

achterzijde voet, niet eronder

tegel

vernis-stift-vernis

vaste plek: zijkant of achterzijde

Kunststof

 

label of etiket

 

Leer en bont

 

vernis-stift-vernis

onderzijde (vleeskant),

gevoerd

ingenaaid label

als textiel

schoen

vernis-stift-vernis

binnenzijde van hak

Metaal

 

vernis-stift-vernis

vaste onopvallende plek

munt

los label of op houder

 

bestek

label

 

sieraden

label

 




Papier

Aquarel,ets, prent etc.

potlood

op achterzijde vaste plaats, passe-partout en lijst

Boek

potlood

binnenzijde:op 1e blanco pagina (of omslag) links boven

Plantenmateriaal

glad, niet poreus bv bamboe, rotan

vernis-stift-vernis

vaste onopvallende en gemakkelijk terug te vinden plaats

gedroogde planten

op herbariumblad met potlood

 

ruw, poreus of zeer fijn vlechtwerk

label, etiket of ingenaaid label

 

Textiel

kleding

ingenaaid label (van textiel) met watervaste textiel inkt

op vaste plaats bv zijnaad, linker mouw etc.

vlak textiel

ingenaaid label met watervaste textiel inkt

in de zoom, onderzijde, vaste plaats bij vlakke opslag of hangend: linker onderzijde

grote stukken: kleed en gordijnen

2x ingenaaid label in diagonaal tegenover elkaar liggende hoeken, onderzijde

mn nodig indien opgerold bewaard worden//

fragiel textiel

alleen drager of doos nummeren

 

zeer kleine stukken

label

 

paraplu

label

label aan handvat of balein

oosters lakwerk

 

zelfgemaakt plaketiket: zuurvrij papier+ glutton+ potlood

 

steen

 

vernis-stift-vernis

 

kristallen klein

op houder of los label

 

veren

 

label

 

divers

ondersteuningsmaterialen en houders

vernis-stift-vernis, potlood, label of ingenaaid of geplakt

op duidelijk zichtbare plek

Schilderij

vernis-stift-vernis

op spieraam of lijst achterzijde,(nooit op doek of paneel zelf zetten)

tassen en portemonnee

ingenaaid label

binnenzijde, vlak bij opening

pijp

vernis-stift-vernis

onder kom, bij breuk: ook op de pijp

gereedschap met handvat of greep

vernis-stift-vernis

op metaal vlak bij handvat

steekwapens/degens

 

op lemmet vlak onder heft en stootplaat

geweren etc.

vernis-stift-vernis

op aanzet handvat/heft op of bij de trekker

kruithoorn

vernis-stift-vernis of label

stift: vlak bij opening













Gebaseerd op de: Syllabus bij de basiscursus Preventieve Conservering (LCM) en Museum & Galleries Commission Registrations Scheme guidelines . Aangepast door Bim van Dijk, Gelders Erfgoed 2012.















1 Bij veel koperen voorwerpen is mogelijk een alternatief Aqua Mattlack van Marabu. Deze is echter niet getest in Nederland voor museaal gebruik maar corrosie treed niet op bij deze lak.


2 Ad. De tafel is veilig, stabiel en bekleed met noppenfolie of polyethyleenschuim (Ibycel), er is voldoende en veilige wegzet ruimte voor het drogen van objecten. De kleding hangt niet los, er worden geen sieraden of een om de hals bungelende bril gedragen. Hulpmiddelen die nodig kunnen zijn, zijn handschoenen (nitril en/of katoen, kussentjes, blokken of wiggen, afzuiging, transport manden,/kratten/wagentjes, keukenrol, schrijfmateriaal en voldoende nummermaterialen. (zie bijlage 1)




  • Wat is een goed nummer Het heeft de juiste vorm
  • Het veroorzaakt geen schade
  • Het zit op de juiste plek
  • De verschillende methodes en materialen voor het nummeren
  • Op het voorwerp met: 1. Vernis-stift-vernis
  • 3. Je plakt het nummer op het voorwerp
  • Aan het voorwerp door: 1. labels van papier/melinex of tyvek
  • Voor dat je begint met nummeren
  • Gebruiksaanwijzing voor de witte pen
  • Bijlage 1: Materialen en benodigdheden bij het nummeren
  • Bijlage 2 : plaats en methode van nummeren van museale objecten

  • Dovnload 117.66 Kb.