Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Waarschuwing

Dovnload 0.71 Mb.

Waarschuwing



Pagina11/23
Datum25.10.2017
Grootte0.71 Mb.

Dovnload 0.71 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   23

Beursvennootschappen naar Belgisch recht en bijkantoren niet-EER beursvennootschappen

  1. Verslaggeving van bevindingen naar aanleiding van de beoordeling van de interne controlemaatregelen


Verslag van bevindingen van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” aan de NBB opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 225, eerste lid, 1° van de wet van 25 april 2014 met betrekking tot de door (identificatie van de beursvennootschap) getroffen interne controlemaatregelen



Verslagperiode - boekjaar 20XX



Opdracht

Het is onze verantwoordelijkheid de opzet (“design”) van de interne controlemaatregelen te beoordelen die (identificatie van de beursvennootschap) heeft getroffen zoals bedoeld in artikel 21, § 1, 2°, en met toepassing van artikelen 21, §1, 9°, 42 en 66 van de wet van 25 april 2014 (de Bankwet) en onze bevindingen mee te delen aan de Nationale Bank van België (“NBB”).

Wij hebben de opzet van de interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) beoordeeld die door (beursvennootschap) getroffen werden om een redelijke mate van zekerheid te verschaffen over de betrouwbaarheid van de financiële en prudentiële verslaggeving alsook de opzet van het geheel van de interne controlemaatregelen gericht op de beheersing van de operationele activiteiten met inbegrip van de beleggingsdiensten en -activiteiten.

Dit verslag werd opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 225, eerste lid, 1° van de Bankwet met betrekking tot de interne controlemaatregelen als bedoeld in artikel 21, § 1, 2°, en met toepassing van de artikelen 21, § 1, 9°, 42 en 66 van de bankwet.

In overeenstemming met de richtlijnen van de NBB worden de bevindingen met betrekking tot de maatregelen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en van de op grond van deze bepalingen door de Koning genomen uitvoeringsmaatregelen opgenomen in een afzonderlijk verslag opgemaakt overeenkomstig artikel 225, eerste lid, 5° van de bankwet.

De verantwoordelijkheid voor de organisatie en de werking van de interne controle overeenkomstig de bepalingen van artikel 21 van de bankwet berust bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité).

In overeenstemming met de artikelen 56 en 58 van de bankwet dient het wettelijk bestuursorgaan (in voorkomend geval via het auditcomité) de doeltreffendheid van de in artikel 21 en 65 van de Bankwet bedoelde organisatieregeling te beoordelen en de overeenstemming ervan met de wettelijke en reglementaire bepalingen, alsook toe te zien op de integriteit van de boekhoud- en financiëleverslaggevingssystemen, met inbegrip van de regelingen voor de operationele en financiële controle, en de goede werking van de in artikel 35 bedoelde onafhankelijke controlefuncties.

Werkzaamheden

In het kader van de beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) hebben wij, overeenkomstig de specifieke norm inzake medewerking aan het prudentieel toezicht en de richtlijnen van de NBB aan de ”Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang”, volgende procedures uitgevoerd:



  • het verkrijgen van voldoende kennis van de beursvennootschap en haar omgeving;



  • het onderzoek van de interne controle zoals bedoeld in de internationale controlestandaarden (“ISA’s”) en in de specifieke norm van 8 oktober 2010;



  • de actualisering van de kennis van de openbare controleregeling;





  • het nazicht van de notulen van de vergaderingen van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op de artikelen 21, § 1, 9°, 42 en 66 van de bankwet, en die werden overgemaakt aan de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op de artikelen 21, § 1, 9°, 42 en 66 van de bankwet en die werden overgemaakt aan het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval via het auditcomité);



  • het inwinnen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) en evalueren van inlichtingen die betrekking hebben op de artikelen 21, § 1, 9°,42 en 66 van de bankwet;



  • het inwinnen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) en evalueren van inlichtingen van de manier waarop zij te werk is gegaan bij het opstellen van haar verslag over de beoordeling van het internecontrolesysteem;



  • het nazicht van de documentatie ter ondersteuning van de verslagen van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het onderzoek van de verslagen van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) in het licht van de kennis verworven in het kader van de privaatrechtelijke opdracht;



  • het nazicht of de overeenkomstig circulaire NBB_2011_09 opgestelde verslagen van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) weerspiegelt hoe de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) te werk is gegaan bij de uitvoering van de beoordeling van de interne controle;



  • het nazicht van de naleving door (identificatie van de beursvennootschap) van de bepalingen vervat in circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de gehanteerde methodologie en opgestelde documentatie ter onderbouwing van de verslagen;



  • het bijwonen van vergaderingen van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité) wanneer dit de jaarrekening behandelt en het verslag (in voorkomend geval de verslagen) van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) waarvan sprake in artikel 59, § 2 van de bankwet;



  • [te vervolledigen met andere uitgevoerde procedures als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Beperkingen in de uitvoering van de opdracht

Bij de beoordeling van de interne controlemaatregelen hebben wij ons in belangrijke mate gesteund op de verslagen van de personen belast met de effectieve leiding, aangevuld met elementen waarvan wij kennis hebben in het kader van de controle van de jaarrekening en de periodieke staten, in het bijzonder over de elementen van het systeem van interne controle over het financiële verslaggevingsproces.

De beoordeling van de interne controlemaatregelen waarbij “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” zich steunen op de kennis van de entiteit en de beoordeling van verslagen van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) is geen opdracht waaraan enige zekerheid kan worden ontleend omtrent het aangepaste karakter van de interne controlemaatregelen.

Volledigheidshalve wijzen wij er nog op dat hadden wij bijkomende werkzaamheden uitgevoerd, dan hadden andere bevindingen onder onze aandacht kunnen komen die voor u mogelijk van belang kunnen zijn.

Bijkomende beperkingen in de uitvoering van de opdracht:


  • de verslagen van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) bevatten elementen die niet door ons werden beoordeeld. Het betreft met name: (“de werking van de interne controlemaatregelen, de naleving van de wetten en reglementen, de integriteit en betrouwbaarheid van de beheersinformatie, …” aan te passen naar gelang de inhoud van de verslaggeving). Voor deze elementen hebben wij enkel nagegaan dat de verslaggeving van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) geen van materieel belang zijn inconsistenties vertoont met de informatie waarover wij beschikken in het kader van onze privaatrechtelijke opdracht;



  • (“de interne controlemaatregelen getroffen in het kader van de naleving van de erkenningsvoorwaarden van de interne modellen zoals bepaald in de reglementaire normen werden in het kader van onze medewerking aan het prudentieel toezicht niet beoordeeld daar zowel de erkenning van de modellen als het toezicht op de naleving van de erkenningsvoorwaarden voor prudentiële doeleinden rechtstreeks door de NBB worden opgevolgd;”, naar gelang);



  • de effectiviteit van de interne controlemaatregelen werd door ons niet beoordeeld;



  • de naleving door (identificatie van de beursvennootschap) van het geheel van toepasselijke wetgevingen dienen wij niet na te gaan;



  • [te vervolledigen met andere beperkingen als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Bevindingen

Wij bevestigen de opzet van de interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) te hebben beoordeeld die (identificatie van de beursvennootschap) heeft getroffen als bedoeld in artikel 21, § 1, 2°, en met toepassing van de artikelen 21, § 1, 9°, 42 en 66 van de bankwet.

Wij hebben ons voor onze beoordeling gesteund op de werkzaamheden zoals hiervoor vermeld.

Onze bevindingen, rekening houdend met de hoger vermelde beperkingen in de uitvoering van de opdracht, zijn:



  • Bevindingen met betrekking tot de naleving van de bepalingen van circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015:

-

  • Bevindingen met betrekking tot het financiële verslaggevingsproces:

-

  • Bevindingen met betrekking tot de beleggingsdiensten en –activiteiten met uitzondering van de bevindingen met betrekking tot de maatregelen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en van de op grond van deze bepalingen door de Koning genomen uitvoeringsmaatregelen die opgenomen worden in een afzonderlijk verslag opgemaakt overeenkomstig artikel 225, eerste lid, 5° van de Bankwet :

-

  • Overige bevindingen:

-

De bevindingen gelden niet zonder meer na de datum waarop wij de beoordelingen hebben uitgevoerd. Het verslag geldt bovendien enkel voor de periode die in het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) beoordeeld wordt.



Beperkingen inzake gebruik en verspreiding van voorliggende rapportering

Voorliggende rapportering kadert in de medewerkingsopdracht van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” aan het prudentieel toezicht van de NBB en mag voor geen andere doeleinden worden gebruikt. Een kopie van de rapportering wordt overgemaakt aan (“de effectieve leiding”, “het directiecomité”, “de bestuurders” of “het auditcomité”, naar gelang). Wij wijzen er op dat deze rapportage niet (geheel of gedeeltelijk) aan derden mag worden verspreid zonder onze uitdrukkelijke voorafgaande toestemming.



Naam van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang”

Naam vertegenwoordiger

Adres

Datum


      1. Verslaggeving van bevindingen van naar aanleiding van de beoordeling van de interne controlemaatregelen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten


Verslag van bevindingen van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” aan de NBB opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 225, eerste lid, 5° van de wet van 25 april 2014 met betrekking tot de door (identificatie van de beursvennootschap) getroffen interne controlemaatregelen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten

Verslagperiode - boekjaar 20XX

Opdracht

Het is onze verantwoordelijkheid de opzet (“design”) van de interne controlemaatregelen op (datum) te beoordelen die (identificatie van de beursvennootschap) heeft getroffen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (het koninklijk besluit van 3 juni 2007).

De verantwoordelijkheid voor de opzet en de werking van de interne controle ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten berust bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité).

In overeenstemming met artikel 56 van de wet van 25 april 2014 (de Bankwet) dient de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) de doeltreffendheid van de in artikel 21 van de Bankwet bedoelde organisatieregeling te beoordelen en de overeenstemming ervan met de wettelijke en reglementaire bepalingen.



Werkzaamheden

Bij de beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen, op DD/MM/JJJJ (datum) ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten, hebben wij overeenkomstig de specifieke norm inzake medewerking aan het prudentieel toezicht en de richtlijnen van de NBB aan de commissarissen volgende procedures uitgevoerd:



  • het verkrijgen van voldoende kennis van de door (naam van de beursvennootschap) aangeboden beleggingsdiensten en -activiteiten;



  • de actualisering van de kennis van de openbare controleregeling met betrekking tot de door (naam van de beursvennootschap) te nemen maatregelen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007;



  • het nazicht van de notulen van de vergaderingen van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het nazicht van de notulen van de vergaderingen van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007, en die werden overgemaakt aan de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007, en die werden overgemaakt aan het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval via het auditcomité);



  • het inwinnen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) en evalueren van inlichtingen die betrekking hebben op de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 en die werden overgemaakt aan het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval via het auditcomité);



  • het nazicht van de documentatie ter ondersteuning van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het onderzoek van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) in het licht van de kennis verworven in het kader van de uitvoering van onze privaatrechtelijke opdracht;



  • het inwinnen van inlichtingen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) van de manier waarop zij te werk is gegaan bij het beoordelen van de naleving van de wettelijke voorschriften inzake de vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007, alsook het evalueren van deze inlichtingen. Bijzondere aandacht werd in dit verband besteed aan de inachtneming door (identificatie van de beursvennootschap) van de naleving van de principes van circulaire PPB-2007-7-CPB van 10 april 2007 (administratie van financiële instrumenten);



  • het nazicht of het overeenkomstig circulaire NBB_2011_09 opgestelde verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) weerspiegelt hoe de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) te werk is gegaan bij de uitvoering van de beoordeling van de interne controle;



  • het nazicht van de naleving door (identificatie van de beursvennootschap) van de bepalingen vervat in circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de gehanteerde methodologie en opgestelde documentatie ter onderbouwing van de verslaggeving;



  • het bijwonen van de vergadering van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité) wanneer dit het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) behandelt waarvan sprake in artikel 59, § 2 van de bankwet;



  • [te vervolledigen met andere uitgevoerde procedures als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Beperkingen in de uitvoering van de opdracht

Bij de beoordeling van de interne controlemaatregelen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten hebben wij ons in belangrijke mate gesteund op het verslag van de personen belast met de effectieve leiding, aangevuld met elementen waarvan wij kennis hebben in het kader van de uitvoering van onze opdracht.

De beoordeling van de interne controlemaatregelen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten waarbij de “Commissarissen, Erkend Revisoren, naar gelang” zich steunt op de kennis van de entiteit en de beoordeling van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) is geen opdracht waaraan enige zekerheid kan worden ontleend omtrent het aangepaste karakter van de interne controlemaatregelen, ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten.

Volledigheidshalve wijzen wij er nog op dat hadden wij bijkomende werkzaamheden uitgevoerd, dan hadden andere bevindingen onder onze aandacht kunnen komen die voor u mogelijk van belang kunnen zijn.

Bijkomende beperkingen in de uitvoering van de opdracht:


  • het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) bevat elementen die niet door ons werden beoordeeld. Het betreft met name: (aan te passen naar gelang de inhoud van de verslaggeving). Voor deze elementen hebben wij enkel nagegaan dat het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) geen van materieel belang zijnde inconsistenties vertoont met de informatie waarover wij beschikken in het kader van de uitvoering van onze privaatrechtelijke opdracht;



  • de effectiviteit van de interne controlemaatregelen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten werd door ons niet beoordeeld;



  • de naleving door (identificatie van de beursvennootschap) van alle wetgevingen dienen wij niet na te gaan;



  • [te vervolledigen met andere beperkingen als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Bevindingen

Wij bevestigen de interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) te hebben beoordeeld die (identificatie van de beursvennootschap) heeft getroffen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007.

Wij hebben ons voor onze beoordeling gesteund op de werkzaamheden zoals hiervoor vermeld.

Onze bevindingen, rekening houdend met de hoger vermelde beperkingen in de uitvoering van de opdracht, zijn:



  • Bevindingen met betrekking tot de naleving van de bepalingen van circulaire NBB_2011_09 met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, voor zover relevant in het kader van de beoordeling van de maatregelen getroffen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007. De overige bevindingen met betrekking tot de naleving van de bepalingen van circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, zijn opgenomen in het verslag opgemaakt overeenkomstig artikel 225, eerste lid, 1° van de bankwet:

-

  • Bevindingen met betrekking tot de vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 65 en 65/1 van de Bankwet en de artikelen 61 tot 76 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007:

-

De bevindingen gelden niet zonder meer na de datum waarop wij de beoordelingen hebben uitgevoerd. Het verslag geldt bovendien enkel voor de periode die in het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) beoordeeld wordt.



Beperkingen inzake gebruik en verspreiding van voorliggende rapportering

Voorliggend verslag kadert in de medewerkingsopdracht van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” aan het prudentieel toezicht en mag voor geen andere doeleinden worden gebruikt. Een kopie van de rapportering wordt overgemaakt aan (“de effectieve leiding”, “het directiecomité”, “de bestuurders” of “het auditcomité”, naar gelang). Wij wijzen er op dat deze rapportage niet (geheel of gedeeltelijk), met uitzondering van de FSMA, aan derden mag worden verspreid zonder onze uitdrukkelijke voorafgaande toestemming.



Naam van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang”

Naam vertegenwoordiger

Adres

Datum
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   23


Dovnload 0.71 Mb.