Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Waarschuwing

Dovnload 0.71 Mb.

Waarschuwing



Pagina13/23
Datum25.10.2017
Grootte0.71 Mb.

Dovnload 0.71 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   23

Instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht

  1. Verslaggeving van bevindingen van de commissaris naar aanleiding van de beoordeling van de interne controlemaatregelen


Verslag van bevindingen van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” aan de NBB opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 85, eerste lid, 1° van de wet van 21 december 2009 met betrekking tot de door (identificatie van de instelling) getroffen interne controlemaatregelen

Verslagperiode - boekjaar 20XX

Opdracht

Het is onze verantwoordelijkheid de opzet (“design”) van de interne controlemaatregelen te beoordelen die (identificatie van de instelling) heeft getroffen werden overeenkomstig de artikelen 69, § 3, eerste lid en 79, eerste lid, f) van de wet van 21 december 2009 en onze bevindingen mee te delen aan de Nationale Bank van België (“NBB”).

Wij hebben de opzet van de interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) beoordeeld die door (instelling) getroffen werden om een redelijke mate van zekerheid te verschaffen over de betrouwbaarheid van de financiële alsook de prudentiële verslaggeving en het geheel van de interne controlemaatregelen gericht op de beheersing van de operationele activiteiten.

Dit verslag werd opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 85, eerste lid, 1° van de wet van 21 december 2009 met betrekking tot de interne controlemaatregelen getroffen overeenkomstig de artikelen 69, § 3, eerste lid en 79, eerste lid, f) van de wet van 21 december 2009.

In overeenstemming met de richtlijnen van de NBB worden de bevindingen met betrekking tot de maatregelen ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld in toepassing van artikel 78, §§ 1 en 2 opgenomen in een afzonderlijk verslag opgemaakt overeenkomstig artikel 85, eerste lid, 5° van de wet van 21 december 2009.

De verantwoordelijkheid van de opzet en de werking van de interne controle overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 69, 78 en 79 van de wet van 21 december 2009 berust bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité).

In overeenstemming met de artikelen 69, § 5, tweede lid en 78, § 6, tweede lid van de wet van 21 december 2009 dient het wettelijk bestuursorgaan te controleren of (identificatie van de instelling) beantwoordt aan het bepaalde bij de paragrafen 1, 2 en 3 van artikel 69, de paragrafen 1 en 2 van artikel 78, en artikel 79, eerste lid, f) van de wet van 21 december 2009, en kennis te nemen van de genomen passende maatregelen.

Werkzaamheden

Bij de beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen, op DD/MM/JJJJ (datum) hebben wij, overeenkomstig de specifieke norm inzake medewerking aan het prudentieel toezicht en de richtlijnen van de NBB aan de “Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang”, volgende procedures uitgevoerd:



  • het verkrijgen van voldoende kennis van de instelling en haar omgeving;



  • het onderzoek van de interne controle zoals bedoeld in de internationale controlestandaarden (ISA’s) en in de specifieke norm van 8 oktober 2010;



  • de actualisering van de kennis van de openbare controleregeling;





  • het nazicht van de notulen van de vergaderingen van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op de artikelen 69, §§ 1, 2 en 3, 78, §§ 1 en 2 en 79, eerste lid, f) van de wet van 21 december 2009, en die werden overgemaakt aan de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op de artikelen 69, §§ 1, 2 en 3, 78, §§ 1 en 2 en 79, eerste lid, f) van de wet van 21 december 2009 en die werden overgemaakt aan het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval via het auditcomité);



  • het inwinnen en evalueren van inlichtingen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) die betrekking hebben op de artikelen 69, §§ 1, 2 en 3, 78, §§ 1 en 2 en 79, eerste lid, f) van de wet van 21 december 2009;



  • het inwinnen en evalueren van inlichtingen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) van de manier waarop zij te werk is gegaan bij het opstellen van haar verslag over de beoordeling van het internecontrolesysteem;



  • het nazicht van de documentatie ter ondersteuning van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het onderzoek van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) in het licht van de kennis verworven in het kader van de privaatrechtelijke opdracht;



  • het nazicht of het overeenkomstig circulaire NBB_2011_09 opgestelde verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) weerspiegelt hoe de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) te werk is gegaan bij de uitvoering van de beoordeling van de interne controle;



  • het nazicht van de naleving door (identificatie van de instelling) van de bepalingen vervat in circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de gehanteerde methodologie en opgestelde documentatie ter onderbouwing van de verslaggeving;



  • het bijwonen van de vergaderingen van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité) wanneer dit de jaarrekening behandelt en het verslag (in voorkomend geval de verslagen) van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) waarvan sprake in de artikelen 69, § 5, derde lid en 78, § 6, tweede lid van de wet van 21 december 2009;



  • [te vervolledigen met andere uitgevoerde procedures als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Beperkingen in de uitvoering van de opdracht

Bij de beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen hebben wij ons in belangrijke mate gesteund op het verslag van de personen belast met de effectieve leiding, aangevuld met elementen waarvan wij kennis hebben in het kader van de controle van de jaarrekening en de periodieke staten, in het bijzonder over het systeem van interne controle over het financiële verslaggevingsproces.

De beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen waarbij de “Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang” zich steunen op de kennis van de entiteit en de beoordeling van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) is geen opdracht waaraan enige zekerheid kan worden ontleend omtrent het aangepaste karakter van de interne controlemaatregelen.

Volledigheidshalve wijzen wij er nog op dat hadden wij bijkomende werkzaamheden uitgevoerd, dan hadden andere bevindingen onder onze aandacht kunnen komen die voor u mogelijk van belang kunnen zijn.

Bijkomende beperkingen in de uitvoering van de opdracht:


  • de verslaggeving van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) bevat elementen die niet door ons werden beoordeeld. Het betreft met name: (“de werking van de interne controlemaatregelen, de naleving van de wetten en reglementen, de integriteit en betrouwbaarheid van de beheersinformatie, …” aan te passen naar gelang de inhoud van de verslaggeving). Voor deze elementen hebben wij enkel nagegaan dat de verslaggeving van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) geen van materieel belang zijn inconsistenties vertoont met de informatie waarover wij beschikken in het kader van onze privaatrechtelijke opdracht;



  • de effectiviteit van de interne controlemaatregelen werd door ons niet beoordeeld;



  • de naleving door (identificatie van de instelling) van het geheel van toepasselijke wetgevingen dienen wij niet na te gaan;



  • [te vervolledigen met andere beperkingen als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Bevindingen

Wij bevestigen de opzet van interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) te hebben beoordeeld die (identificatie van de instelling) heeft getroffen overeenkomstig de artikelen 69, § 3, eerste lid en 79, eerste lid, f) van de wet van 21 december 2009.

Wij hebben ons voor onze beoordeling gesteund op de werkzaamheden zoals hiervoor vermeld.

Onze bevindingen, rekening houdend met de hoger vermelde beperkingen in de uitvoering van de opdracht, zijn:

Bevindingen met betrekking tot de naleving van de bepalingen van circulaire NBB_2011_09 en de uniforme brief van 16 november 2015:

-

Bevindingen met betrekking tot het financiële verslaggevingsproces:



-

Overige bevindingen met uitzondering van de bevindingen met betrekking tot de maatregelen ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld in uitvoering van artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009 die, overeenkomstig de richtlijnen van de NBB, opgenomen zijn in een afzonderlijk verslag opgemaakt overeenkomstig artikel 85, eerste lid, 5° van de wet van 21 december 2009;

-

De bevindingen gelden niet zonder meer na de datum waarop wij de beoordelingen hebben uitgevoerd. Het verslag geldt bovendien enkel voor de periode die in het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) beoordeeld wordt.



Beperkingen inzake gebruik en verspreiding van voorliggende rapportering

Voorliggende rapportering kadert in de medewerkingsopdracht van de “Commissarissen, Erkend Revisoren, naar gelang” aan het prudentieel toezicht van de NBB en mag voor geen andere doeleinden worden gebruikt. Een kopie van de rapportering wordt overgemaakt aan (“de effectieve leiding”, “het directiecomité”, “de bestuurders” of “het auditcomité”, naar gelang). Wij wijzen er op dat deze rapportage niet (geheel of gedeeltelijk) aan derden mag worden verspreid zonder onze uitdrukkelijke voorafgaande toestemming.



Naam van de “Commissaris of Erkend Revisor, naar gelang”

Naam vertegenwoordiger

Adres

Datum

      1. Verslaggeving van bevindingen van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” naar aanleiding van de beoordeling van de interne controlemaatregelen ter vrijwaring van de geldmiddelen van de houders van elektronisch geld


Verslag van bevindingen van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” aan de NBB opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 85, eerste lid, 5° van de wet van 21 december 2009 met betrekking tot de door (identificatie van de instelling) getroffen interne controlemaatregelen ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld

Verslagperiode - boekjaar 20XX

Opdracht

Het is onze verantwoordelijkheid de opzet (“design”) van de interne controlemaatregelen te beoordelen die (identificatie van de instelling) heeft getroffen werden ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld met toepassing van artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009.

De verantwoordelijkheid van de opzet en de werking van de interne controle ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld berust bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité).

Volgens artikel 78, § 4, derde paragraaf van de wet van 21 december 2009, moet het wettelijk bestuursorgaan (eventueel via het auditcomité) controleren of de entiteit voldoet aan de bepalingen van artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009, en de nodige maatregelen nemen.



Werkzaamheden

Bij de beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen, op DD/MM/JJJJ (datum) hebben wij, overeenkomstig de specifieke norm inzake medewerking aan het prudentieel toezicht en de richtlijnen van de Nationale Bank van België (“NBB”) aan de “ Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang”, volgende procedures uitgevoerd:



  • het verkrijgen van voldoende kennis van de door (naam van de instelling) aangeboden diensten;



  • de actualisering van de kennis van de openbare controleregeling met betrekking tot de door (naam van de instelling) te nemen maatregelen ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld met toepassing van artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009;



  • het nazicht van de notulen van de vergaderingen van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het nazicht van de notulen van de vergaderingen van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009, en die werden overgemaakt aan de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009 en die werden overgemaakt aan het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval via het auditcomité);



  • het inwinnen en evalueren van inlichtingen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) die betrekking hebben op artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009;



  • het nazicht van de documentatie ter ondersteuning van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het onderzoek van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) in het licht van de kennis verworven in het kader van de uitvoering van onze opdracht;



  • het inwinnen van inlichtingen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) van de manier waarop zij te werk is gegaan bij het beoordelen van de naleving van de wettelijke voorschriften inzake de vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld met toepassing van artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009, alsook het evalueren van deze inlichtingen;



  • het nazicht of het overeenkomstig circulaire NBB_2011_09 opgestelde verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) weerspiegelt hoe de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) te werk is gegaan bij de uitvoering van de beoordeling van de interne controle;



  • het nazicht van de naleving door (identificatie van de instelling) van de bepalingen vervat in circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de gehanteerde methodologie en opgestelde documentatie ter onderbouwing van de verslaggeving;



  • het bijwonen van de vergadering van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité) wanneer dit het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) behandelt waarvan sprake in de artikelen 69, § 5, derde lid en 78, § 6, tweede lid van de wet van 21 december 2009;



  • [te vervolledigen met andere uitgevoerde procedures als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Beperkingen in de uitvoering van de opdracht

Bij de beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld hebben wij ons in belangrijke mate gesteund op het verslag van de personen belast met de effectieve leiding, aangevuld met elementen waarvan wij kennis hebben in het kader van de uitvoering van onze opdracht.

De beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen waarbij de “Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang” zich steunen op de kennis van de entiteit en de beoordeling van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) is geen opdracht waaraan enige zekerheid kan worden ontleend omtrent het aangepaste karakter van de interne controlemaatregelen.

Volledigheidshalve wijzen wij er nog op dat hadden wij bijkomende werkzaamheden uitgevoerd, dan hadden andere bevindingen onder onze aandacht kunnen komen die voor u mogelijk van belang kunnen zijn.

Bijkomende beperkingen in de uitvoering van de opdracht:


  • de verslaggeving van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) bevat elementen die niet door ons werden beoordeeld. Het betreft met name: (aan te passen naar gelang de inhoud van de verslaggeving). Voor deze elementen hebben wij enkel nagegaan dat de verslaggeving van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) geen van materieel belang zijn inconsistenties vertoont met de informatie waarover wij beschikken in het kader van de uitvoering van onze opdracht;



  • de effectiviteit van de interne controlemaatregelen werd door ons niet beoordeeld;



  • de naleving door (identificatie van de instelling) van het geheel van toepasselijke wetgevingen dienen wij niet na te gaan;



  • [te vervolledigen met andere beperkingen als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Bevindingen

Wij bevestigen de opzet van de interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) te hebben beoordeeld die (identificatie van de instelling) heeft getroffen ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld met toepassing van artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009.

Wij hebben ons voor onze beoordeling gesteund op de werkzaamheden zoals hiervoor vermeld.

Onze bevindingen, rekening houdend met de hoger vermelde beperkingen in de uitvoering van de opdracht, zijn:

Bevindingen met betrekking tot de naleving van de bepalingen van circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, voor zover relevant in het kader van de beoordeling van de maatregelen ter vrijwaring van de geldmiddelen van de houders van elektronisch geld. De overige bevindingen met betrekking tot de naleving van de bepalingen van circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, zijn opgenomen in het verslag opgemaakt overeenkomstig artikel 85, eerste lid, 1° van de wet van 21 december 2009:

-

Bevindingen met betrekking tot de interne controlemaatregelen getroffen ter vrijwaring van de geldmiddelen ontvangen van de houders van elektronisch geld met toepassing van artikel 78, §§ 1 en 2 van de wet van 21 december 2009:



-

De bevindingen gelden niet zonder meer na de datum waarop wij de beoordelingen hebben uitgevoerd. Het verslag geldt bovendien enkel voor de periode die in het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) beoordeeld wordt.



Beperkingen inzake gebruik en verspreiding van voorliggende rapportering

Voorliggende rapportering kadert in de medewerkingsopdracht van de “Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang” aan het prudentieel toezicht en mag voor geen andere doeleinden worden gebruikt. Een kopie van de rapportering wordt overgemaakt aan (“de effectieve leiding”, “het directiecomité”, “de bestuurders” of “het auditcomité”, naar gelang). Wij wijzen er op dat deze rapportage niet (geheel of gedeeltelijk), met uitzondering van de FSMA, aan derden mag worden verspreid zonder onze uitdrukkelijke voorafgaande toestemming.



Naam van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang”

Naam vertegenwoordiger

Adres

Datum
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   23

  • Verslagperiode - boekjaar 20XX Opdracht
  • Werkzaamheden
  • Beperkingen in de uitvoering van de opdracht
  • Beperkingen inzake gebruik en verspreiding van voorliggende rapportering

  • Dovnload 0.71 Mb.