Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Waarschuwing

Dovnload 0.71 Mb.

Waarschuwing



Pagina14/23
Datum25.10.2017
Grootte0.71 Mb.

Dovnload 0.71 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   23

Financiële holdings naar Belgisch recht


Verslag van bevindingen van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” aan de NBB opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, § 2, 1° van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 met betrekking tot de door (identificatie van de instelling) getroffen interne controlemaatregelen

Verslagperiode - boekjaar 20XX

Opdracht

Het is onze verantwoordelijkheid de opzet (“design”) van de interne controlemaatregelen te beoordelen die (identificatie van de instelling) getroffen heeft als bedoeld in (“de artikelen 21, § 1, 2° en 9°, 42 en 66 van de bankwet, de artikelen 62, § 3, eerste lid, en 62bis, §§ 2, 3 en 4, van de wet op de beursvennootschappen, artikel 201, § 3 van de wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles en artikel 26 van de wet op het collectief alternatief beheer van beleggingsportefeuilles”, naar gelang) en onze bevindingen mee te delen aan de Nationale Bank van België (“NBB”).

Wij hebben de opzet van de interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) beoordeeld die door (instelling) getroffen werden om een redelijke mate van zekerheid te verschaffen over de betrouwbaarheid van de financiële en prudentiële verslaggeving alsook de opzet van het geheel van de interne controlemaatregelen gericht op de beheersing van de operationele activiteiten.

Dit verslag werd opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, § 2, 1° van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 met betrekking tot de interne controlemaatregelen als bedoeld in (“de artikelen 21, § 1, 2° en 9°, 42 en 66 van de bankwet, de artikelen 62, § 3, eerste lid, en 62bis, §§ 2, 3 en 4, van de wet op de beursvennootschappen, artikel 201, § 3 van de wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles en artikel 26 van de wet op het collectief alternatief beheer van beleggingsportefeuilles”, naar gelang).

De verantwoordelijkheid voor de organisatie en de werking van de interne controle overeenkomstig de bepalingen van (“de artikelen 21, § 1, 2° en 9°, 42 en 66 van de bankwet, de artikelen 62, § 3, eerste lid, en 62bis, §§ 2, 3 en 4, van de wet op de beursvennootschappen, artikel 201, § 3 van de wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles en artikel 26 van de wet op het collectief alternatief beheer van beleggingsportefeuilles”, naar gelang) berust bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité).

In overeenstemming met de bepalingen van circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, van 20 december 2011 dient het wettelijk bestuursorgaan (in voorkomend geval via het auditcomité) te controleren of (identificatie van de instelling) beantwoordt aan de wettelijke vereisten, en kennis te nemen van de genomen passende maatregelen.



Werkzaamheden

Bij de beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen op (datum) NBB hebben wij, overeenkomstig de specifieke norm inzake medewerking aan het prudentieel toezicht en de richtlijnen van de NBB aan de “Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang”, volgende procedures uitgevoerd:



  • het verkrijgen van voldoende kennis van de instelling en haar omgeving;



  • het onderzoek van de interne controle zoals bedoeld in de internationale controlestandaarden (ISA’s) en in de specifieke norm van 8 oktober 2010;



  • de actualisering van de kennis van de openbare controleregeling;





  • het nazicht van de notulen van de vergaderingen van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op (“de artikelen 21, § 1, 42 en 66 van de bankwet, de artikelen 62, §§ 1, 2 en 3, en 62bis, §§ 2, 3, en 4, van de wet op de beursvennootschappen, artikel 201, § 3 van de wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles en artikel 26 van de wet op het collectief alternatief beheer van beleggingsportefeuilles”, naar gelang), en die werden overgemaakt aan de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het nazicht van documenten die betrekking hebben op (“de artikelen 21, § 1, 42 en 66 van de bankwet, de artikelen 62, §§ 1, 2 en 3, en 62bis, §§ 2, 3, en 4, van de wet op de beursvennootschappen, artikel 201, § 3 van de wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles en artikel 26 van de wet op het collectief alternatief beheer van beleggingsportefeuilles”, naar gelang), en die werden overgemaakt aan het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval via het auditcomité);



  • het inwinnen en evalueren van inlichtingen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) die betrekking hebben op (“de artikelen 21, § 1, 42 en 66 van de bankwet, de artikelen 62, §§ 1, 2 en 3, en 62bis, §§ 2, 3, en 4, van de wet op de beursvennootschappen, artikel 201, § 3 van de wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles en artikel 26 van de wet op het collectief alternatief beheer van beleggingsportefeuilles”, naar gelang);



  • het inwinnen en evalueren van inlichtingen bij de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) van de manier waarop zij te werk is gegaan bij het opstellen van haar verslag over de beoordeling van het internecontrolesysteem;



  • het nazicht van de documentatie ter ondersteuning van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité);



  • het onderzoek van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) in het licht van de kennis verworven in het kader van de privaatrechtelijke opdracht;



  • het nazicht of het overeenkomstig circulaire NBB_2011_09 opgestelde verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) weerspiegelt hoe de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) te werk is gegaan bij de uitvoering van de beoordeling van de interne controle;



  • het nazicht van de naleving door (identificatie van de instelling) van de bepalingen vervat in circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de gehanteerde methodologie en opgestelde documentatie ter onderbouwing van de verslaggeving;



  • het bijwonen van vergaderingen van het wettelijk bestuursorgaan (en in voorkomend geval het auditcomité) wanneer dit de jaarrekening behandelt en het verslag (in voorkomend geval de verslagen) van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) waarvan sprake in circulaire NBB_2011_09 van 20 december 2011, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015;



  • [te vervolledigen met andere uitgevoerde procedures als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Beperkingen in de uitvoering van de opdracht

Bij de beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen hebben wij ons in belangrijke mate gesteund op het verslag van de personen belast met de effectieve leiding, aangevuld met elementen waarvan wij kennis hebben in het kader van de controle van de jaarrekening en de periodieke staten, in het bijzonder over het systeem van interne controle over het financiële verslaggevingsproces.

De beoordeling van de opzet van de interne controlemaatregelen waarbij de “Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang” zich steunen op de kennis van de entiteit en de beoordeling van het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) is geen opdracht waaraan enige zekerheid kan worden ontleend omtrent het aangepaste karakter van de interne controlemaatregelen.

Volledigheidshalve wijzen wij er nog op dat hadden wij bijkomende werkzaamheden uitgevoerd, dan hadden andere bevindingen onder onze aandacht kunnen komen die voor u mogelijk van belang kunnen zijn.

Bijkomende beperkingen in de uitvoering van de opdracht:


  • de verslaggeving van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) bevat elementen die niet door ons werden beoordeeld. Het betreft met name: (“de werking van de interne controlemaatregelen, de naleving van de wetten en reglementen, de integriteit en betrouwbaarheid van de beheersinformatie, …” aan te passen naar gelang de inhoud van de verslaggeving). Voor deze elementen hebben wij enkel nagegaan dat de verslaggeving van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) geen van materieel belang zijnde inconsistenties vertoont met de informatie waarover wij beschikken in het kader van onze privaatrechtelijke opdracht;



  • (“de interne controlemaatregelen getroffen in het kader van de naleving van de erkenningsvoorwaarden van de interne modellen zoals bepaald in de reglementaire normen werden in het kader van onze medewerking aan het prudentieel toezicht niet beoordeeld daar zowel de erkenning van de modellen als het toezicht op de naleving van de erkenningsvoorwaarden voor prudentiële doeleinden rechtstreeks door de NBB - aan te passen naar gelang - worden opgevolgd;”, naar gelang);



  • de effectiviteit van de interne controlemaatregelen werd door ons niet beoordeeld;



  • de naleving door (identificatie van de instelling) van het geheel van toepasselijke wetgevingen dienen wij niet na te gaan;



  • [te vervolledigen met andere beperkingen als gevolg van de professionele beoordeling door de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang” van de toestand].

Bevindingen

Wij bevestigen de opzet van de interne controlemaatregelen op DD/MM/JJJJ (datum) te hebben beoordeeld die (identificatie van de instelling) heeft getroffen als bedoeld in (“de artikelen 21, § 1, 2° en 9°, 42 en 66 van de bankwet, de artikelen 62, § 3, eerste lid, en 62bis, §§ 2, 3 en 4, van de wet op de beursvennootschappen, artikel 201, § 3 van de wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles en artikel 26 van de wet op het collectief alternatief beheer van beleggingsportefeuilles”, naar gelang).

Wij hebben ons voor onze beoordeling gesteund op de werkzaamheden zoals hiervoor vermeld.

Onze bevindingen, rekening houdend met de hoger vermelde beperkingen in de uitvoering van de opdracht, zijn:

Bevindingen met betrekking tot de naleving van de bepalingen van circulaire NBB_2011_09, met inbegrip van de Uniforme brief van de NBB dd. 16 november 2015:

-

Bevindingen met betrekking tot het financiële verslaggevingsproces:



-

Bevindingen met betrekking tot de vrijwaring van de tegoeden van de cliënten:

-

Overige bevindingen:



-

De bevindingen gelden niet zonder meer na de datum waarop wij de beoordelingen hebben uitgevoerd. Het verslag geldt bovendien enkel voor de periode die in het verslag van de effectieve leiding (in voorkomend geval het directiecomité) beoordeeld wordt.



Beperkingen inzake gebruik en verspreiding van voorliggende rapportering

Voorliggende rapportering kadert in de medewerkingsopdracht van de “Commissarissen, Erkende Revisoren, naar gelang” aan het prudentieel toezicht van de NBB en mag voor geen andere doeleinden worden gebruikt. Een kopie van de rapportering wordt overgemaakt aan (“de effectieve leiding”, “het directiecomité”, “de bestuurders” of “het auditcomité”, naar gelang). Wij wijzen er op dat deze rapportage niet (geheel of gedeeltelijk) aan derden mag worden verspreid zonder onze uitdrukkelijke voorafgaande toestemming.



Naam van de “Commissaris, Erkend Revisor, naar gelang”

Naam vertegenwoordiger

Adres

Datum

1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   23

  • Verslagperiode - boekjaar 20XX Opdracht
  • Werkzaamheden
  • Beperkingen in de uitvoering van de opdracht
  • Beperkingen inzake gebruik en verspreiding van voorliggende rapportering

  • Dovnload 0.71 Mb.