Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Wat is het effect van natuurrampen op de wisselkoers?

Dovnload 0.78 Mb.

Wat is het effect van natuurrampen op de wisselkoers?



Pagina1/8
Datum14.09.2017
Grootte0.78 Mb.

Dovnload 0.78 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8



Wat is het effect van natuurrampen op de wisselkoers?

Erik Ettema

321920
Begeleider: Prof. J.M. Viaene

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleiding 4

1.1 Aanleiding 4

1.2 Voorgaand onderzoek 4

1.3 Doelstelling 5

1.4 Onderzoeksvraag 5

1.5 Verantwoording van de opzet 5

Hoofdstuk 2 Definiëren natuurramp 7

2.1 Definitie natuurrampen 7

2.2 Opsomming natuurrampen 7

2.3 Criterium natuurrampen 8

2.4 Bruikbare natuurrampen 8

Hoofdstuk 3 Dornbusch model 9

3.1 Inleiding 9

3.2 Assumpties Dornbusch model 9

3.3 Grafische uitleg Dornbusch model 10

3.4 Theoretische uitleg Dornbusch model 12

Hoofdstuk 4 Effecten van natuurrampen op de economie 14

4.1 Inleiding 14

4.2 Aandachtspunt 14

4.3 Effecten van natuurrampen op de economie 14

4.3.1 Plotselinge natuurrampen 14

4.3.2 Bosbranden 15

4.3.3 Droogte 15

4.3.4 Extreme temperaturen 15

4.3.5 Vulkaanuitbarstingen 16

4.3.6 Epidemieën 16

Hoofdstuk 5 Modellen voor het onderzoek 17

5.1 Plotselinge natuurrampen 17

5.2 Droogte, bosbranden en extreme temperaturen 19

5.3 Vulkaanuitbarstingen 21

5.4 Epidemieën 23

Hoofdstuk 6 Verantwoording van het onderzoek 25

6.1 Algemene inleiding 25

6.2 Algemene verantwoording 25

6.2.1 Tijdspad 25

6.2.2 Gekozen landen 25

6.2.3 Onderzoeksmethode 27

6.2.4 Toelichting van de variabelen 28

6.3 Plotselinge natuurrampen 30

6.3.1 Opgenomen natuurrampen 30

6.3.2 Schade 30

6.3.3 Herstelwerkzaamheden 31

6.3.4 Technologische verandering 31

6.4 Droogte, bosbranden en extreme temperaturen 32

6.4.1 Opgenomen natuurrampen 32

6.4.2 Afname productiecapaciteit 32

6.4.3 Afname consumptie 33

6.5 Vulkaanuitbarstingen 33

6.5.1 Opgenomen natuurrampen 33

6.5.2 Verminderde vraag door sluiting van het luchtruim 33

6.5.3 Daling productiecapaciteit 34

6.6 Epidemieën 34

6.6.1 Opgenomen natuurrampen 34

6.6.2 Dalende productiecapaciteit 34

Hoofdstuk 7 Resultaten 35

7.1 Inleiding 35

7.2 Dornbusch model 35

7.3 Plotselinge natuurrampen 36

7.3.1 Korte termijn 36

7.3.2 Lange termijn 36

7.4 Droogte, bosbranden en extreme temperaturen 37

7.4.1 Korte termijn 37

7.4.2 Lange termijn 37

7.5 Vulkaanuitbarstingen 37

7.5.1 Korte termijn 37

7.5.2 Lange termijn 38

7.5.3 Kenia 38

7.6 Epidemieën 39

7.5.1 Korte termijn 39

7.5.2 Lange termijn 39

Hoofdstuk 8 Conclusie 40

8.1 Plotselinge natuurrampen 40

8.2 Droogte, bosbranden en extreme temperaturen 40

8.3 Vulkaanuitbarstingen 41

8.4 Epidemieën 41

Hoofdstuk 9 Beperkingen en suggesties 43

9.1 Beperkingen van het onderzoek 43

9.2 Suggesties voor volgend onderzoek 44

Literatuurlijst 45

Bijlagen 47

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

In het studiejaar 2010-2011 heb ik het werkcollege: The Economics of Exchange Rates gevolgd. Als onderdeel van het vak moest empirisch onderzoek worden verricht met betrekking tot wisselkoersen. Samen met een studiegenoot heb ik destijds onderzocht wat het effect is van de tsunami in 2004 op de wisselkoers van de Thaise munteenheid. We waren geïnspireerd door de aardbeving, tsunami en kernramp in Japan in maart 2011. Dit onderzoek is voor mij de aanleiding geweest om ook te kijken naar de effecten van natuurrampen in het algemeen op wisselkoersen.


1.2 Voorgaand onderzoek

Er zijn verschillende onderzoeken geweest die het effect van natuurrampen op de economie hebben onderzocht. Bij de meeste onderzoeken is er enkel gekeken naar één natuurramp of één soort natuurramp. Albala Bertrand (1993) en Benson en Clay (2004) hebben gekeken naar meerdere soorten natuurrampen. De resultaten van de onderzoeken zijn te vinden in hoofdstuk vier.

Daarnaast zijn er modellen ontwikkeld voor de wisselkoers. H.G. Johnson heeft het Monetary model ontwikkeld (1977). Het model verklaart met een aantal macro-economische variabelen de veranderingen in de wisselkoers. Daarbij gaat het model ervan uit dat veranderingen in de wisselkoers zorgen voor directe veranderingen in de prijzen, zodat arbitrage niet mogelijk is. Dit is niet realistisch, waardoor het model onvoldoende bruikbaar is. Het Mundell-Fleming model daarentegen, is uitgegaan van vaste prijzen (Flemming, 1962). Dit uiterste is ook onrealistisch, aangezien de prijzen op de lange termijn veranderen. Het Dornbusch model (Dornbusch, 1976) combineert het Monetary model en het Mundell-Fleming model, door aan te nemen dat de prijzen op korte termijn niet veranderen, maar op lange termijn wel. Hierdoor is het Dornbusch model realistischer en daardoor bruikbaar voor dit onderzoek.

Tot slot is er al onderzoek gedaan naar de invloed van natuurrampen op de wisselkoers. Zo is gebleken uit het onderzoek van Albala Bertrand (1993) dat er bij 10 van de 26 landen sprake was van een devaluatie van de wisselkoers nadat er een natuurramp had plaatsgevonden. Of de devaluaties ook daadwerkelijk het gevolg waren van de natuurrampen is niet verder onderzocht. Daarnaast is gebleken dat landen met een vast wisselkoerssysteem economisch minder snel herstellen na een natuurramp dan landen met een flexibel wisselkoerssysteem (Ramcharan, 2007).

Echter is er nog nooit onderzoek gedaan naar de invloed van natuurrampen op de wisselkoers vanuit een model dat de veranderingen in de wisselkoers verklaart. Vandaar dat in dit onderzoek, met behulp van het Dornbusch model, gekeken wordt wat de invloed is van natuurrampen op de wisselkoers.
1.3 Doelstelling

Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen van het effect van natuurrampen op de wisselkoers. Autoriteiten kunnen met deze kennis snel en effectief inspelen op eventuele nadelige gevolgen van natuurrampen, door middel van monetaire en/of fiscale expansie.


1.4 Onderzoeksvraag

Bij deze doelstelling is de hoofdvraag als volgt:


Wat is het effect van natuurrampen op de wisselkoers?
De hoofdvraag wordt opgedeeld in de volgende deelvragen:
a )Wat wordt er verstaan onder natuurrampen?

b) Welke macro-economische variabelen hebben invloed op de wisselkoers?

c) Wat zijn de effecten van natuurrampen op de bij deelvraag b behorende macro-
economische variabelen?


d) Wat is het effect van natuurrampen op de wisselkoers op de korte termijn?

e) Wat is het effect van natuurrampen op de wisselkoers op de lange termijn?
1.5 Verantwoording van de opzet

Allereerst wordt in hoofdstuk twee het begrip natuurramp gedefinieerd en is er een selectie gemaakt van de soorten natuurrampen die onderzocht zijn in dit onderzoek. In hoofdstuk drie wordt het Dornbusch model uitgelegd. Daarmee wordt duidelijk welke variabelen invloed hebben op de wisselkoers. Hierdoor kan gekeken worden welke invloeden natuurrampen hebben op deze variabelen. Dit is vermeld in hoofdstuk vier. Vervolgens zijn in hoofdstuk vijf, met behulp van hoofdstukken drie en vier, de modellen voor het onderzoek opgesteld. Deze modellen worden vervolgens getoetst door middel van empirisch onderzoek. Het onderzoek wordt verantwoord in hoofdstuk zes. Gevolgd door de resultaten in hoofdstuk zeven en de conclusies in hoofdstuk acht. Ten slotte is in hoofdstuk negen aangegeven wat de beperkingen zijn van het onderzoek en zijn er suggesties gegeven voor verder onderzoek.



Hoofdstuk 2 Definiëren natuurrampen
2.1 Definitie natuurrampen

In de Van Dale wordt natuurramp als volgt gedefinieerd:


“Ramp die het gevolg is van natuurgeweld”.

Uit deze definitie wordt duidelijk dat er pas sprake is van een natuurramp op het moment dat natuurgeweld daadwerkelijk schade aanricht.

Naast het benoemen van het verschil tussen een natuurramp en natuurgeweld, moet ook bepaald worden wanneer een ramp onder de categorie natuurramp valt. Albala-Bertrand heeft dit in zijn onderzoek duidelijk verwoord (Bertrand, 1993). Een natuurramp is een ramp waarbij de ramp niet is veroorzaakt door de mens, maar de ramp wel gevolgen heeft op het sociale systeem van de mens. Natuurrampen worden daarom ook wel exogene rampen genoemd, de oorzaak ligt namelijk buiten het sociale systeem. De overige rampen worden ook wel endogene rampen genoemd. Deze rampen worden namelijk veroorzaakt binnen het sociale systeem (de mens). Te denken valt aan een aanslag.
2.2 Opsomming natuurrampen

Er zijn verschillende soorten natuurrampen. Het Centre for Research on the Epidemiology Disasters (hierna genoemd CRED) maakt onderscheid in de natuurrampen door een verdeling te maken op basis van vijf categorieën. Deze vijf categorieën staan vermeld in de database EM-DAT van de CRED. Tabel 2.1 geeft overzichtelijk de vijf categorieën weer met de natuurrampen die vallen onder die categorie.





Geografisch

Meteorologisch

Hydrologisch

Klimatologisch

Biologisch

Aardbevingen

Tropische stormen

Overstromingen

Bosbranden

Epidemieën

Tsunami's

Cyclonen

Lawines

Droogte

 

Vulkaanuitbarstingen

Zand-, sneeuw- en bliksemstormen

Rampen door bewegende massa

Extreme temperaturen

 

Rampen door bewegende massa

 

 

 

 

Lawines

 

 

 

 

Landverschuivingen

 

 

 

 

Tabel 2.1

2.3 Criterium natuurrampen

Niet alle soorten natuurrampen zijn relevant om onderzocht te worden. Vandaar dat in deze subparagraaf een criterium wordt gesteld waar natuurrampen aan moeten voldoen om relevant te zijn voor dit onderzoek.

De natuurrampen moeten een dermate omvang hebben dat ze gevolgen hebben op de macro-economische variabelen. Kleine rampen zoals rampen door bewegende massa, lawines, landverschuivingen en overige stormen zullen daarom niet mee worden genomen in dit onderzoek.

2.4 Bruikbare natuurrampen

Hieronder staan de soorten natuurrampen die voldoen aan het criterium die zijn genoemd in paragraaf 2.3, en zodoende opgenomen zijn in dit onderzoek.




Geografisch

Meteorologisch

Hydrologisch

Klimatologisch

Biologisch

Aardbevingen

Tropische stormen

Overstromingen

Bosbranden

Epidemieën

Tsunami's

Cyclonen

 

Droogte

 

Vulkaanuitbarstingen

 

 

Extreme temperaturen

 

Tabel 2.2
Hoofdstuk 3 Dornbusch model
3.1 Inleiding

De modellen, die gebruikt gaan worden voor het onderzoek, worden afgeleid vanuit het Dornbusch model. Het Dornbusch model verklaart de wisselkoers met behulp van het bruto binnenlands product, de geldhoeveelheid, het prijspeil en de rentestand.

In dit hoofdstuk wordt het Dornbusch model uitgelegd. Die informatie is verkregen uit het boek: Exchange Rates and International Finance van Laurence Copeland (2008). Allereerst worden de assumpties uitgelegd waarop het model gebaseerd is. Vervolgens wordt, met behulp van de assumpties, het model grafisch uitgelegd. Ten slotte wordt op een theoretische manier de vergelijkingen van de korte en lange termijn wisselkoers opgesteld.
3.2 Assumpties Dornbusch model

Allereerst heeft het Dornbusch model de veronderstelling dat op de lange termijn de purchasing power parity (hierna genoemd PPP) opgaat. Dit betekent dat de prijzen van producten in het buitenland, omgerekend met de wisselkoers, gelijk zijn aan de prijzen in het binnenland. Op de korte termijn veronderstelt het model dat de prijzen niet kunnen veranderen. Veranderingen in de wisselkoers zorgen om die reden voor een verstoring in de PPP. Op de lange termijn, waarbij de prijzen volkomen flexibel zijn, houdt de PPP wel stand. Hierdoor is er evenwicht op de betalingsbalans, waarin de vraag naar de producten even groot is als de productiecapaciteit en de prijzen niet veranderen.

Daarnaast gaat het Dornbusch model ervan uit dat de geaggregeerde vraag bepaald is door het IS-LM mechanisme. De LM-curve geeft alle punten weer waarbij sprake is van evenwicht in de geldmarkt. Hierbij geldt een positieve relatie tussen de rente en de productie in een land. Wanneer de rente stijgt, waardoor de vraag naar geld daalt, kan er enkel evenwicht zijn op de geldmarkt als de vraag naar geld gestimuleerd wordt. Dit wordt bereikt door een stijging van de productie. De IS-curve geeft alle punten weer waar sprake is van evenwicht op de goederenmarkt. Daarbij is sprake van een negatieve relatie tussen de rente en de productie. Wanneer de rente stijgt, zal de vraag naar producten afnemen, doordat het aantrekkelijker is geworden om te sparen, in plaats van te consumeren. Een stijgende rente zal dus gepaard moeten gaan met een dalende productie om evenwicht te bewaren.

Vervolgens gaat het Dornbusch model ervan uit dat de uncovered interest rate parity (hierna genoemd UIRP), voor zowel de korte als de lange termijn, opgaat. Dit betekent dat een verschil in rente tussen twee landen teniet wordt gedaan door de wisselkoers. Wanneer bijvoorbeeld de rente in het buitenland hoger ligt dan in het binnenland, is de verwachting dat de wisselkoers zal appreciëren, zodat de verwachte opbrengst in beide landen gelijk is. Op de lange termijn is de verwachting dat het renteverschil tussen het binnenland en het buitenland nihil is, waardoor er geen wisselkoersverwachtingen zijn.



3.3 Grafische uitleg Dornbusch model




Figuur 3.1
De werking van het Dornbusch model kan het best begrepen worden met een grafische weergave van een monetaire expansie. Dit is weergegeven in figuur 3.1. Deze figuur bestaat uit 4 grafieken (a, b, c en d). Grafiek a geeft de UIRP weer, b het evenwicht op de geld- en goederenmarkt, c de PPP en d het evenwicht tussen de geaggregeerde vraag en geaggregeerde aanbod.

Een monetaire expansie, met op de korte termijn onveranderde prijzen, zorgt voor een verschuiving van de LM-curve naar rechts. Bij een toename van het geldaanbod moet de vraag naar geld gestimuleerd worden, om evenwicht in de geldmarkt te realiseren. Dit gebeurt op het moment waarop de rente wordt verlaagd bij een gelijkblijvende productie.

In het nieuwe evenwicht, in punt B, is de binnenlandse rente lager dan de buitenlandse rente, wat voor een depreciatie van de valuta zorgt (zie figuur 3.1a). Aangezien de prijzen op korte termijn niet kunnen veranderen en de wisselkoers deprecieert worden de binnenlandse producten goedkoper voor het buitenland (zie figuur 3.1c). Dit resulteert in een overschot op de lopende rekening waardoor de IS curve naar rechts verschuift. Hierdoor zal de wisselkoers appreciëren.

Op de korte termijn is er een evenwicht in de punten G, C, M en Y in respectievelijk de figuren 3.1a, 3.1b, 3.1c en 3.1d.

In het korte termijn evenwicht is er sprake van een vraagoverschot naar de producten. Op de lange termijn resulteert dit in een stijging van de prijzen. Samen met de wisselkoersverwachtingen zorgen de prijsstijgingen ervoor dat de rente stijgt, de wisselkoers apprecieert, de PPP opgaat en de geaggregeerde vraag gelijk is aan de lange termijn geaggregeerde aanbod.

Het lange termijn evenwicht is hiermee bereikt. Dit is grafisch weergegeven in de punten H, A, N en Z in respectievelijk de figuren 3.1a, 3.1b, 3.1c en 3.1d. Op de lange termijn is de binnenlandse rente gelijk aan de buitenlandse rente. Hierdoor is de verwachting dat de wisselkoers niet zal veranderen. Daarnaast is in deze situatie het saldo op de lopende rekening gelijk aan nul, aangezien de PPP opgaat.

Een monetaire expansie heeft op de korte termijn geresulteerd in een verbeterde concurrentiepositie. Op de lange termijn zorgt een monetaire expansie er echter voor dat de depreciatie van de valuta gepaard gaat met een even grote stijging van het prijspeil.
3.4 Theoretische uitleg Dornbusch model

In deze paragraaf worden de vergelijkingen van de korte en lange termijn wisselkoers opgesteld. Hierdoor worden de macro-economische variabelen die invloed hebben op de wisselkoers bekend. De gebruikte symbolen zijn toegelicht in bijlage 1.

De assumpties worden weergegeven in vergelijkingen (3.1) tot en met (3.5). De vergelijking geven achtereenvolgens weer: de PPP, de vraag naar geld, de vraag naar goederen, de UIRP en de wisselkoersverwachting.
(3.1)

(3.2)

(3.3)

(3.4)

(3.5)
Eerst wordt er gekeken naar de korte termijn wisselkoers, daarna naar de lange termijn wisselkoers.

Allereerst wordt vergelijking (3.5) gesubstitueerd in vergelijking (3.4). Vervolgens wordt vergelijking (3.4) gesubstitueerd in vergelijking (3.2). Vergelijking (3.6) geeft dit weer.



(3.6)
Uit deze vergelijking kan bepaald worden welke variabelen de korte termijn wisselkoers beïnvloeden. Dit laat vergelijking (3.7) zien.
(3.7)

De korte termijn wisselkoers is afhankelijk van de lange termijn wisselkoers, de geldhoeveelheid, het prijspeil, de productie en de buitenlandse rentestand.


Op een gegeven moment veranderen de prijzen. De mate is afhankelijk tussen de verhouding van de vraag naar producten en de productiecapaciteit, zie vergelijking (3.8).

(3.8)

Op de lange termijn zijn er geen wisselkoersverwachtingen. Met dit feit kan vanuit vergelijking (3.6) het lange termijn prijspeil worden bepaald. Dit is weergegeven in vergelijking (3.9).


(3.9)
Daarnaast houdt de PPP stand op de lange termijn. Dit betekent dat er geen inflatie is, waardoor de vraag naar producten gelijk is aan de productiecapaciteit. Vergelijking (3.10) geeft dit weer.

(3.10)
Uit deze vergelijking kan de conclusie worden getrokken dat alleen de productiecapaciteit zorgt voor een verandering in de reële wisselkoers.

Vergelijking (3.9) wordt gesubstitueerd in vergelijking (3.10) en de lange termijn wisselkoers wordt als uitkomstvariabele genomen, zie vergelijking (3.11).


(3.11)
De lange termijn wisselkoers hangt af van de productiecapaciteit, de geldhoeveelheid en de buitenlandse rentestand.

Ten slotte wordt deze vergelijking gesubstitueerd in vergelijking (3.7).



(3.12)

Hoofdstuk 4 Effecten van natuurrampen op de economie
4.1 Inleiding

Met het Dornbusch model worden veranderingen in de wisselkoers verklaard door veranderingen in macro-economische variabelen. In deze paragraaf wordt gekeken, met behulp van voorgaande onderzoeken, wat het effect is van natuurrampen op deze macro-economische variabelen. Op het moment dat dit bekend is, kan het Dornbusch model uitgebreid worden met de ‘natuurramp variabelen’.


4.2 Aandachtspunt

Alvorens wordt gekeken naar de gevolgen van natuurrampen op macro-economische variabelen, moet worden opgemerkt dat de gevolgen per land kunnen verschillen. Allereerst is gebleken dat ontwikkelde landen beter bestand zijn tegen natuurrampen dan minder ontwikkelde landen (Noy, 2009). Daarnaast hangt de schade van natuurrampen af van de economische structuur van een land. Zo zijn bijvoorbeeld landen waar de agrarische sector een belangrijke plaats inneemt binnen de economie meer kwetsbaar voor droogte dan landen waar de agrarische sector een klein percentage van de totale economie vormt (Benson & Clay 1998).

Bij het empirisch onderzoek wordt rekening gehouden met het bovenstaande feit. De Bündnis Entwicklung Hilft heeft in samenwerking de United Nations University en het Institute for Environment and Human Security het World Risk Report 2011 uitgebracht (Bündnis Entwicklung Hilft, 2011). In dit rapport staat, onder de vulnerability index, vermeld hoe kwetsbaar een land is voor natuurrampen. Deze index zal mee worden genomen in het onderzoek.

4.3 Effecten van natuurrampen op de economie
4.3.1 Plotselinge natuurrampen

Onder plotselinge natuurrampen vallen aardbevingen, overstromingen, tsunami’s en stormen. Allereerst komt uit onderzoek naar voren dat een plotselinge natuurramp een positieve invloed heeft op het BBP (Bertrand, 1993). Ook in andere onderzoeken komt deze conclusie naar voren. Het OECD (2004) kwam met deze conclusie voor de aardbeving in Turkije in 1999, Cuñado en Ferreira (2011) voor overstromingen en Fomby, Ikeda en Loayza (2009) voor onder andere stormen. In deze onderzoeken komt naar voren dat de directe schade van de natuurramp negatieve invloed heeft op het BBP. Door de natuurramp lopen bedrijven schade op aan hun kapitaal, waardoor de normale productiecapaciteit op de korte termijn niet gehaald kan worden (OECD, 2004). Echter wordt de economie gestimuleerd door de sterke vraag naar herstelwerkzaamheden met als gevolg een netto stijging van het BBP (Benson, 2004). Daarnaast zorgt een natuurramp ervoor dat grote hoeveelheden kapitaal moet worden vervangen, waarbij het vervangende kapitaal veelal over nieuwe technologieën beschikt, waardoor de productiviteit op de lange termijn stijgt (Skimore & Toya, 2002).


4.3.2 Bosbranden

De economische gevolgen van bosbranden kunnen afgeleid worden aan de hand van de bosbranden in de zomer van 2010 in Rusland. Naast de schade van 18 miljard (Nederlandse Omroep Stichting, 2010), zijn landbouwgronden in de as gelegd, waardoor de productiecapaciteit en de landbouwopbrengsten daalden (Itar-Tass, 2011). Dit resulteerde uiteindelijk in een daling van het BBP, waardoor er minder vraag naar producten en geld is.


4.3.3 Droogte

Een droogte periode zorgt, anders dan de plotselinge natuurrampen, voor een verslechtering van het BBP (Benson & Clay, 1998). Voornamelijk wordt de agrarische sector getroffen door de droogte periode. Door de droogte neemt de oogst structureel af, waardoor de productiecapaciteit daalt. Daarnaast daalt de vraag naar producten en geld door de daling van het BBP. De agrarische sector kan na de droogte periode snel herstellen. Daarentegen hebben sectoren die agrarische grondstoffen gebruiken om deze verder te bewerken langer de tijd nodig om te herstellen.


4.3.4 Extreme temperaturen

Extreme temperaturen zorgen net als een droogte periode en bosbranden voor een dalende productiecapaciteit. Echter is dit bij extreme temperaturen van korte duur.

Daarnaast kunnen mensen bezwijken onder de extreme temperaturen. Uit onderzoek is gebleken dat de hittegolf in Europa in 2003 aan ongeveer 30.000 mensen het leven heeft gekost. Dit waren voornamelijk oudere mensen, die het meest kwetsbaar zijn (De Bono, et al., 2004).

Ten slotte kunnen extreme temperaturen zorgen voor droogte en bosbranden. Hierdoor kunnen de gevolgen van droogte en bosbranden indirect komen door extreme temperaturen.


4.3.5 Vulkaanuitbarstingen

Vulkaanuitbarstingen kunnen, door de vrijgekomen asdeeltjes, zorgen voor een sluiting van het luchtruim. In 2010 werd het luchtruim boven Europa gesloten vanwege een vulkaanuitbarsting in IJsland. Hierdoor konden toeristen en zakenmensen hun bestemming niet bereiken. Bovendien konden producten niet met het vliegtuig vervoerd worden. Vooral sectoren die producten exporteren met beperkte houdbaarheidsdatum, zoals bloemen en eten, ondervonden de meeste schade van de vulkaanuitbarsting. Kenia had relatief gezien het meeste last van de vulkaanuitbarsting (Oxford Economics, 2010). De schade kan gezien worden als een daling in de vraag naar producten, aangezien de vraag niet economisch haalbaar is door de sluiting van het luchtruim.

Daarnaast zorgen vulkaanuitbarstingen voor problemen in het land waar de uitbarsting plaatsvindt. Een vulkaanuitbarsting zorgt ervoor dat omliggend gebied wordt bedolven onder lava en daardoor economisch onbruikbaar is. Hierdoor daalt de productiecapaciteit.
4.3.6 Epidemieën

Naast droogte en bosbranden hebben ook epidemieën een negatieve invloed op het BBP (Iovász & Schipp, 2009). Tijdens een epidemie wordt er voornamelijk schade geleden aan menselijk kapitaal. Hierdoor daalt de productiecapaciteit (Araujo, 2012) en daardoor ook het BBP. In hoeverre het BBP vermindert hangt af van het feit hoeveel mensen er worden getroffen en welke mensen er worden getroffen. De economische schade is groter op het moment dat hooggeschoolden worden getroffen door een epidemie (Araujo, 2012). Echter kan deze groep de verspreiding beter in de hand houden.


  1   2   3   4   5   6   7   8

  • Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding
  • 1.5 Verantwoording van de opzet
  • Hoofdstuk 2 Definiëren natuurrampen 2.1 Definitie natuurrampen
  • 2.2 Opsomming natuurrampen
  • Geografisch Meteorologisch Hydrologisch Klimatologisch
  • 2.3 Criterium natuurrampen
  • 2.4 Bruikbare natuurrampen
  • Hoofdstuk 3 Dornbusch model 3.1 Inleiding
  • 3.2 Assumpties Dornbusch model
  • 3.3 Grafische uitleg Dornbusch model
  • 3.4 Theoretische uitleg Dornbusch model
  • Hoofdstuk 4 Effecten van natuurrampen op de economie 4.1 Inleiding
  • 4.3 Effecten van natuurrampen op de economie

  • Dovnload 0.78 Mb.