Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Wat is je naam, leeftijd en gezinssituatie?

Dovnload 44.43 Kb.

Wat is je naam, leeftijd en gezinssituatie?



Datum04.04.2017
Grootte44.43 Kb.

Dovnload 44.43 Kb.
    Navigeren deze pagina:

  1. Wat is je naam, leeftijd en gezinssituatie?

Marcel Vermaat, 39 jaar, getrouwd en 2 zoontjes met schaakinteresse.


  1. Wanneer en waar ben je begonnen te schaken ?

Ik heb mezelf schaken geleerd in 1980 door met “uit legostenen opgebouwde stukken” een partij uit de krant van Timman na te spelen. Een jaar later werd ik lid van Philidor. In 1982 werd ik 2de in de ladder. Vanaf 1984 tot 1992 speelde ik vrijwel geen interne competitie meer. (Alleen voor Philidor 2)

Een blonde nimf had mijn hoofd op hol gebracht en verleid tot een wereld die voornamelijk bestond uit roeien.

Het wedstrijdroeien had schaken snel naar de 2de plaats verwezen.

In 1985 won ik in de dubbel-2 met stuurman de Elf-steden-tocht. Later ben ik nog 3 maal 2de geworden. Sinds 1992 roei ik niet meer. Rond 1995 ben ik weer serieuzer gaan schaken en maak sindsdien ieder jaar licht progressie zonder daar al te veel voor te doen.

Ondertussen ben ik 6 maal 2de in de interne geworden. Zoetemelk is vanaf nu mijn grote voorbeeld.


  1. Wat voor werk doe of deed je?

Ik geef leiding aan een groepje systeembeheerders, terwijl ik zelf ook tot die groep behoor. Coach en speler tegelijkertijd dus.


  1. In welk team van Philidor speelde u vroeger en in welk team op dit moment?

Ik speel momenteel in Philidor I, maar heb in het tweede team mijn roots liggen. Ik denk dat ik zo’n 150 partijen voor Philidor II gespeeld heb.


  1. Wat voor type schaker ben je, een tacticus een strateeg of iets anders?

In deze ben ik bi.

Hette van Popta omschreef mijn stijl eens als: “Schaak langs het randje van de afgrond”. Ik vrees dat het de waarheid is. Het laveren tussen ravijnen door naar de top; Het is mijn stijl en daarmee mijn lot. Geregeld draaf ik echter iets te hard over de smalle paden. Een tuimeling naar de diepste diepten valt me dan ten deel. Eigen schuld en vaak een dikke bult.




  1. Wat vind je het mooie van schaken?

Deze vraag verplicht mij tot een ontboezeming; eigenlijk vind ik het spel niets leuker dan andere spelletjes zoals Risk, Go of Kolonisten van Catan.

Het mooie van schaken ligt voor mij in de wereld er omheen. Vooral de beoefenaars plezieren me immens.




  1. Wat is jouw mooiste herinnering aan het schaken en heb je ook nog een leuke anekdote?

Er is niet één bepaalde anekdote die me voorstaat.

Wel heb ik schaakgerelateerde herinneringen waar ik nog immer graag aan terug denk.



  • De snelschaaksessies toen ik voor het eerst op mezelf ging wonen. Samen met Henry Seunenga, Jan Wiersma, Geert van Everdink en vele andere Philidorianen van toen, schaakten we tot diep in de nacht onder het genot van veel bier, stokbrood en salades. (door Geert “groenvoer” genoemd.)

  • De volle Harmoniezaal begin jaren ’80 gedrenkt in de zoete tabaksgeur uit de pijp van Mr. De Groot

  • De wilde autorit (In mijn 12 jaar oude Austin Morris Mini van Fl 350,-) die ik met Henry Seunenga, Catharinus Mulder en Jan Wiersma maakte dwars door Groningen. Midden in het centrum ontwaarden we een wankelende Fred Slusewski (ook ex-Philidor) met een fles in de hand. Er was geen plaats meer in de Mini, dus plaatste Fred zich languit gestrekt op de moterkap. We hebben hem toen naar huis gereden en op de sofa gelegd, om vervolgens zijn koelkast te plunderen.

  • Gent 1996,1997, 1998, 1999, 2000, 2001.

  • De nacht volgende op de toernooiwinst in Steenwijk 1984. Fred Slusewski en ik deelden de 1ste prijs (Fl 300), terwijl Yge in dezelfde toernooizaal Kampioen van Noord-Nederland werd (Ook Fl 300,-). Aangevuld met Dolf Wissmann hebben Yge, Fred en ik die bewuste avond en nacht het dubbele van ons prijzengeld er doorheen gejaagd. Wein, weib’ und gesang!

Details laat ik uit discretie weg. (Bovendien, wie zou er nou geloven dat we totaal lam in een nachtclub zaten en dat, terwijl Fred zijn 3de eiersalade naar binnen werkte, half Lasker plotseling naar binnen strompelde. Niemand toch!?)

  • De beruchte simultaan van organisator Marco Otasliiski. Ik word nog altijd heel erg vrolijk wanneer ik weer aan de gezichten van beide grootmeesters en Otas denk. Voor wie niet met het verhaal bekend is: “Otas” beloofde 2 Oost-Europese GM’s een aardig bedrag, terwijl hij de deelnemers op de mouw spelde dat beide heren genoegen zouden nemen met een goede fles wijn.

  • De gedenkwaardige toernooien van het duo Gerben en Bert. Het is jammer dat sommigen zijn vergeten wat ze voor Friesland hebben betekent.




  1. Bezoek je nog regelmatig de interne competitie en toernooien?

Vanwege mijn werk en gezin heb ik weinig tijd voor toernooien. Dit jaar staat enkel Gent op het program.

Voor de interne moet ik ieder jaar weer moeite doen om het minimum aantal partijen te spelen dat recht geeft op de play-offs. Dit jaar ga ik het niet halen.




  1. Merk je ook dat de schaakprestaties achteruit gaan naarmate de leeftijd vordert?

Ik verwacht dat ik dat fenomeen nog wel enkele jaren kan uitstellen.

Sinds een half jaar weet ik dat ik een ongeneeslijke ziekte heb. Deze ziekte (Collitus Ulcerosa) kost mij behoorlijk wat energie. Dat merk ik vooral in het 4de speeluur, ik wil nog wel eens instorten aan het eind van de partij. Gelukkig speel ik van nature vrij snel en zijn mijn partijen meestal kort.




  1. Wat vind je van Philidor en de interne competitie?

Ik voel me erg verbonden met Philidor. Het is mijn eerste en enige vereniging.

De interne competitie vind ik nog altijd aantrekkelijk. In de jaren ’80 was de ladder echter boeiender, maar dat had vooral te maken met het grote aantal schakers dat het Post-Fischer tijdperk had nagelaten.




  1. Wat was je mooiste schaakperiode bij Philidor en waarom? En is er veel veranderd in de loop der tijd?

De mooiste periode waren voor mij de jaren ’80.

Er waren destijds meer kleurrijke figuren in de schaakwereld. Ik heb in die tijd erg veel leuke dingen beleefd.




  1. Wat was jouw mooiste partij ?

Ik kan helaas geen bepaalde partij noemen. Er zijn meerdere partijen die bijzonder voor me zijn. Ik neem daarom in de laatste vraag de vrijheid om enkele dierbare schaakmomenten naar voren te brengen.


  1. Wat vind je van het Philidorforum en wat mis je daarin?

Het laatste Forum vind ik van grote klasse. Ik heb er niets in gemist.

Mannen jullie hebben het niveau te pakken. Vasthouden!




  1. Wil je nog wat kwijt over jezelf of iets anders wat ik in het Philidorforum mee kan nemen?

Zoals gezegd heb ik niet echt één bepaalde partij die er voor me uitspringt.

Ik wil daarvoor in de plaats de schaakmomenten laten zien die een bepaalde betekenis voor me gehad hebben.


Mijn overwinning op de Fries Jeugd Kampioen.

Het was 1980. Ik speelde mee in het kampioenschap van de SSG. Wiebe Fokma (ex-philidor) was de grote favoriet. Ik versloeg hem en werd schoolkampioen. Daarmee mocht ik de SSG vertegenwoordigen aan bord 1 tijdens het FK voor schoolteams.

De strijd ging in de laatste ronde tussen de SSG en het Sneker Bogerman-College. Aan bord 1 trof ik een zekere Yge Visser. Wiebe fluisterde me toe dat Yge jeugdkampioen van Friesland was en een rating van boven de 2000 bezat. Dit laatst maakte weinig indruk op me, ik als ratingloze was niet bekend met wat hoog of niet hoog was.


Yge Visser - Marcel Vermaat (febr. 1981)


1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.Le2 Pc6 4.c3 Pf6 5.d4 cxd4 6.cxd4 Pxe4 (De Sneker variant Egbert!)

7.d5 Da5+ 8.Pc3 Pe5 9.Pxe5 dxe5 10.0-0 Pxc3 11.bxc3 Zie diagram:

Toen Yge 7 d5 speelde deelde hij me mee: Je moet nu wel Da5+ speler hoor, want anders doe ik Da4+ en win een stuk. Vriendelijke knaap dacht ik nog.

Toen ik 11..e6 speelde keek hij verbaasd naar zijn buurman Wim Ykema en sprak: “Een nieuwtje…”

Na 12.dxe6 Lxe6 13.Tb1 Lc5 14.Lb5+ Ke7 15.Df3 Dc7 16.Lc4 b6 17.Lxe6 Kxe6 18.Dg4+ f5 19.Dc4+ Kf6 20.Kh1 h6 21.f4 e4 22.g4 Tae8 23.Dd5 fxg4 24.Lb2 Kg6 25.f5+ Kh7 26.c4 Dd6 27.Dxd6 Lxd6 28.f6 gxf6 29.Lxf6 Thf8 30.Tbe1 Te6 31.Lc3 Txf1+ 32.Txf1 Le5 33.Lb4 Kg6 34.Tg1 h5 35.h3 g3 was Yge plotseling een stuk zwijgzamer. Hij gaf me een hand en legde de koning om. Helaas verloor de rest van mijn team. Bogerman kampioen.

De omstanders bedolven me onder de complimenten. Ik begreep er allemaal niets van. Ik had toch geen enkele mooie zet gespeeld. Nu ik de partij vele jaren later naspeel begrijp ik het wel. Voor iemand die nog maar nauwelijks een jaar schaakt was het een behoorlijk foutloze partij.

Wiebe wist me enkele maanden later over te halen om lid te worden van Philidor. Strakke actie Wiebe.


De eerste overwinning op een hoofdklasser.

Ik speelde in 1982 voor het eerst mee in het kampioenschap van de Giro. (Tegenwoordig Postbank) Mijn vader (destijds werkzaam voor de bank) had me onder zijn naam opgegeven.Na 4 van de 5 ronden rapid had ik 4 uit 4. Er bleek nog iemand met deze perfecte score. Een zekere Tolk. Pas na de partij vertelde iemand mij dat Tolk een sterke hoofdklasser was. Dat wist ik gelukkig niet, anders had ik hem vast niet zo onbevangen naar de strot gevlogen. Of… ach, ja waarschijnlijk toch ook wel, het is een bepaalde drang.

P.C. Tolk - Marcel Vermaat
1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 c5 4.cxd5 cxd4 5.Dxd4 Pc6 6.Dd1 exd5 7.Dxd5 Ld7 8.Pf3 Pf6 9.Dd1 Lc5 10.e3 De7 11.Lc4 0-0-0 12.0-0 Lg4 13.De2 Pe5 14.b4 Lxb4 15.Lb2? Zie diagram rechts:
Ziet een venijnige combinatie over het hoofd.

15…Lxf3 16.gxf3 Td2 en zwart verloor de dame vanwege het paardvorkje op f3. Dat Tolk nog 30 zetten doorknoeide zij hem vergeven. Kampioen!
11 zetten diep.

In 1982 speelde ik in het districtstoernooi van Heerenveen. Daar speelde ik een partij tegen H. van Wijk waarin ik voor het eerst ontdekte dat lange varianten me best wel aardig afgingen.

Hieronder: Stelling na 22 Pe3 H. van Wijk – Marcel Vermaat (1982)


Ik zag dat 23 Pf5 een vervelende zet zou gaan worden.

Het doorkruiste mijn plannen om de toren op de H en G-lijn de zetten gevolgd door een pionnenstorm. Bovendien had ik geen goed veld voor mijn loper en leek pion f6 zwak te worden. Bovendien werd de opmars e4-e5-e6-e7 een reële

bedreiging. Ik begon bijna te hyperventileren toen ik de wonderschone variant voor zwart ontdekte. Ik zag aan het slot van de zettenreeks een heel aardig matje.

Ik kon toen nog niet bevroeden dat de gehele variant tot aan het mat zou kloppen en op het bord zou gaan komen.
22…Td7!! 23.Pf5 Ld8 24.e5 Ph3 25.e6 Th7 26.Td2 h4 27.e7 (Stukwinst? Nee, helpmat!) g3 (dreigt g2 mat) 28.exd8D+ Kxd8 29.fxg3 hxg3 30.Pxg3 f2 31.Tf1 Zie diagram rechts:

31…Txg3 32.hxg3 Pf4 mat

Koningsjacht.

Een jacht op een dolende koning afgerond met dameoffers en een fraai matje kan vrijwel iedere schaker bekoren. Zeker wanneer het slachtoffer een sterke hoofdklasser (tegenwoordig Meesterklasser) betreft.


Marcel Vermaat - P. Nieuwenhuis (Haarlem open 1985 )
Zwart had zitten slapen in de opening en dwong wit bijna tot een winnend kwaliteitsoffer.
Zie stelling rechts:

13.Txc6 bxc6 14.Dxc6+ Kf7 15.Pc7 Tc8 16.Dd5+ Kg6 17.Ph4+ Kh5 18.Df7+ g6 19.Pf5 Ph6 20.h3 Pxf5 21.g4+ Kh4 22.exf5 d5 (Er dreigde Db3 en Dg3 mat) 23.Pe6 De7

Zie diagram links:

Zwart heeft nog altijd de kwaliteit meer, maar het net om de zwarte koning gaat zich sluiten. Het is wonderlijk dat de witte dame op f7 geen rol meer speelt. Waar het nu om draait zijn de zwarte velden d4 en g5.



24.dxe5! Dxf7 (Op 24…fxe5 volgt het volgende dameoffer 25 f6! Dxf7 26 Lg5 mat!) 25.Pd4 en zwart gaf op. Er is niets meer tegen Pf3 mat.

Voorbereidingsavonden van Philidor 2.

Al sinds jaar en dag is het de gewoonte om aan de vooravond van de KNSB-wedstrijden met het tweede bijeen te komen voor een gedegen voorbereiding. Meestal worden er eerst openingen van mogelijke tegenstanders uitgeplozen om vervolgens (voor het fingerspitzgefuhl) nog even gezellig te vluggeren.

De voorbereidingsavond op 03 april 1993 was een bijzondere. Hette, ons wandelend encyclopedie, wist dat mijn tegenstander Marks doorgaans Aljechin speelde. Toevallig had Rob vd Meer diezelfde week het Siciliaans met 3 c3 bekeken. In zijn boekje werd melding gemaakt dat bepaalde stellingen die daar uit voortkomen ook vanuit de Aljechin te bereiken zijn. Met vereende krachten wisten we de zetvolgorde en de finesses van een bepaalde variant te achterhalen. Ik beschouw het nog altijd als een wonder dat ik de volgende dag (amper 15 uur later) exact dezelfde stelling op het bord krijg. Ik heb in die partij maar 5 zetten gespeeld op eigen kracht. De laatste zet (de matzet) werd door mijn tegenstander afgedwongen.


Marcel Vermaat – H. Marks (KNSB 1993)

Stelling na 18 Te3
Tot zover hadden we het nog op het bord gehad. We keken niet verder, de torenmove naar h3 zou beslissend moeten zijn.

Marks speelde:


18…Te8 19 Th3 h6 20 Lxh6 gxh6 21 Dxh6 Dc6 22 Tg3 Dxc3 23 Lxg6 Dxa1+ mat dacht Marks en inderdaad: 24 Lb1+ mat

Gent.


Sinds ik in 1996 voor het eerst het Gent Open bezocht, ben ik aan het toernooi verknocht.

De Gentse feesten, het speelschema, de Philidorbezetting en het immer fraaie weer, vormen de ideale ingrediënten voor een fantastisch toernooi. Als extra geldt dan ook nog eens voor mij dat ik ieder jaar weer enkele zeer aangename potjes speel. Ik toon 3 fragmenten.

C. van Baarle (2265), - Marcel Vermaat (2080) (Gent 1999)

Links: Stelling na 23.g3
Van Baarle moet gedacht hebben dat Pe2+ niet kon vanwege Txe2 en de paardvork op d4 gevolgd door de vork van het andere paard op h4.

Maar, hij had nog één zet verder moeten kijken:


23…Pe2+ 24.Txe2 Txe2 25.Pbd4 Texb2 26.Ph4 Lh3

En wit gaf op.




Een jaar eerder speelde ik tegen Wim Maes. Maes had een stuk geofferd tegen 3 verbonden vrijpionnen. Hij was echter één ding vergeten; de witte velden om zijn koning.

Marcel Vermaat (2087) - Wim Maes (2290) (Gent 1998)

Stelling rechts na 28 Ta2
29.De8! De7 30.Dxc6! De5 (Pas hier zag Maes dat Txe2 mat gaat na 31 Dxd5 Kxh7 32 Tf4!) 31.Dc8 Txe2 32.Dxf8+ Kxh7 33.Tf4 Te1+ 34.Kg2 Db2+ 35.Lf2 Tg1+ 36.Kh3 Da3+ 37.Dxa3 1-0


Marcel Vermaat - Stefan Docx (FM) (Gent 2000)


20.f5 Een scherp berekende zet.

20…dxe5 21.fxg6 fxg6

Jammer dat Docx niet voor hxg6 ging. Na de partij verklaarde hij dat hij er weinig zin in had om als verliezer bij de schoonheidsprijs betrokken te zijn. Misselijk!

21…hxg6 22 Txf7!! (vooral niet 22 Pxe6 Dc8!) Txf7 23 Pxe6 1-0. Na 21 …exd4 volgt trouwens gxf7++ 22 Kh8 Tg3 1-0

22.Dxe6+ Kh8 23.Txe5 en zwart gaf op.
De strijd tegen de anti-Grunfeld-club.

Een recenter hoogtepunt voor mij was de voorbereiding in het seizoen 2001/2002 op Lasker.

Gedurende het seizoen hadden Rienk Sybesma en Tjalling Wiersma voortdurend het 1ste en 3de bord bemand.Zij spelen veelal exact dezelfde systemen. Ik had Kees Voorberg kunnen overhalen om eenmalig aan het 1ste bord van Philidor 2 te spelen tegen Lasker. We zouden samen het Lf4 systeem in de Grunfeld gaan uitkauwen. Het Lf4-systeem werd vele jaren geleden door Mulder van Leens Dijkstra, Tjalling en vele andere prominente Friese spelers als de weerlegging van het Grunfeld beschouwd.

Gedurende onze mailwisselingen en vluggersessies op ICC kwamen we prachtige dingen tegen. Ik voelde tot op de tanden toe bewapend.

Groot was onze teleurstelling toen bleek dat Rienk zijn 1ste bord had afgestaan aan Dolf. Hij had nattigheid gevoeld. Tjalling, mijn tegenstander, was gelukkig aan bord 3 gebleven.

Toen hij mij voor het eerst een Grunfeld zag spelen vertrouwde hij het ook niet meer. Hij zag af van zijn vertrouwde Lf4 systeem en zocht zijn heil in een bij-systeem met Lg2.



Tjalling Wiersma - Marcel Vermaat (KNSB 2001)



Links: Stelling na 13 ….Tac8!
Een zet die me enorm deugd deed. Ik had gezien dat 14 Lxc6 Dxc6 15 Lxe7 een volle dame kost na 15…Lc2! 16 Dd2 Df3.

Vanwege de dreiging 17…Le4 gevolgd door 18…Dg2mat moet wit zijn dame geven op c2.


14.Pf4 Tfe8 15.g4 Ld7 16.Tb1 Da6 17.Pd3 Lxg4 18.f3 Lf5 19.Pc5 Qc4 20.Txb7 Pxd4 21.Kh1 Pc2 0-1
Enkele maanden later mocht ik alsnog Rienk verschalken tijdens de Play-offs met de Lf4-variant. Al blijft het een smet op de partij dat ik een wonderschoon mat in 3 over het hoofd zag. Ik speelde in nevenstaande stelling 23 …Txb2 om na 24 Lh6 alsnog mat in 2 te geven middels 24…Dd1+ 25 Txd1 Pf3+ mat
De partij had de schaaktijd- schriften in gemogen indien ik het veel fraaiere 23…Tc1+ (veldruiming) 24Txc1 Dd1+! 25 Txd1 Pc2mat had gevonden.

Die slotstelling verdiend een klein diagrammetje.


Camping La Rochade.

In juli 2002 vertoefde ik met mijn gezin een kleine week op de beroemde schaakcamping in Frankrijk. We waren op een maandagochtend vanuit EuroDisney Parijs vertrokken en kwamen na een 9 uur durende vermoeiende autorit aan. De campingeigenaar IM Armas wees me er bij aankomst direct op dat er (nog geen 2 uur later) diezelfde avond een groot snelschaaktoernooi gehouden zou worden. Snel kookten mijn vrouw en ik iets wat op een maaltijd leek bij elkaar. Ik slaagde er daarna nog net in om de caravan enigszins op orde te krijgen voordat ik aan het toernooi moest beginnen. We waren met 31 man/vrouw. We werden gesplitst in 2 groepen om vervolgens een volledige competitie van 15 ronden te spelen. Tijdens de eerste ronden bemerkte ik dat de tegenstand vrij stevig was. Twee partijen won ik op vlag in een verloren positie. Een Duitse jongedame vertelde me (In het Engels! Hoe verzin je het, een Nederlander en een Duitser die in Frankrijk engels spreken.) dat IM Armas niet eens favoriet was. Er waren nog twee sterke Duitse spelers (ELO 2300+) en een Frans jeugdtalent (ELO 2200+) die zich onlangs had weten te plaatsen voor het WK in Griekenland.

Dan zet ik de toernooiwinst maar meteen uit mijn hoofd vertrouwde ik haar toe.

Het bleek dat de beide Duitsers in mijn groep waren ingedeeld. Eén had ik al gehad, de ander gaf in de opening een toren cadeau. Tot mijn grote verbazing had in na 15 ronden gewoonweg 15 punten. Ik wist voor me zelf nog niet of het vorm of mazzel was. Gezien de punten door tijdsoverschrijding van mijn tegenstanders hield ik het voorlopig op mazzel.

Het was inmiddels 22:00. De één na de ander verliet de speelzaal. Ik begreep er niets van.

Ik vroeg de Duitse of er geen treffen meer plaatsvond tussen beide groepswinnaars. Ze keek me verwonderd aan. Dit waren slechts de voorronden geweest. Iedereen ging nu even eten!

Rond 23:00 zou Armas iedereen weer bij elkaar roepen. De 8 hoogst geëindigde spelers van beide groepen zouden de rest van het toernooi in een soort knockoutvorm gaan afwerken.

Heel merkwaardig. Meer dan de helft van de deelnemers had zich dus geplaatst voor de finales. De in de voorronde behaalde resultaten hadden absoluut geen waarde meer. Ik stond weer gelijk met een speler uit mijn groep die slechts 7 uit 15 had en daarmee 8ste was geworden. Ongelooflijk. Rare jongens die Fransen.

Om half twaalf waren alle 16 finalisten weer in het schaakgebouwtje. Er werd getost. Degene die de toss won mocht bepalen of hij wit of zwart wou hebben. Bij remise ging zwart door naar de volgende ronde. Mijn tegenstander won de toss en ik de partij. Hij had voor zwart gekozen. In de kwartfinale trof ik één van beide Duitsers weer. Hij beloofde mij voor de partij dat hij niet weer door zijn vlag zou gaan. Hij hield woord, na amper 15 zetten stond hij mat.

Ook hij had voor zwart gekozen.

In de halve finale moest ik tegen IM Armas. Ik won de toss en koos als enige voor de witte stukken. Die keus was voor mij simpel, ik speel zelden remises in vluggertjes.

De partij tegen Armas was één van de meest krankzinnige vluggertjes die ik ooit gespeeld heb. Na een zet of 20 hadden we allebei een geruïneerde koningstelling en stonden er overal stukken en-prise. Toch trok onze partij vrijwel geen toeschouwers. Ik had al eerder die avond gemerkt dat het jeugdtalentje Xavier (behaalde later 6 punten op het WK, FIDE ELO 2282) veel aandacht trok. Zijn zeurende gewauwel gedurende zijn partijen zorgden voor veel hilariteit bij de andere jeugdspelers. Ik was blij dat ik het joch niet kon verstaan. Armas moest regelmatig even grinniken, hij was dus iets teveel met het andere bord bezig. Mijn matcombinatie kwam dan ook als een volslagen verrassing voor hem. Maar Armas is een zeer sympathiek en sportief man. In plaats van zich te verschuilen achter excuses voor zijn nederlaag bestempelde hij me als terechte finalist.

In de finale wachtte me het Franse ettertje. Na zijn laatste overwinning bleef hij achter zijn bord zitten. Hij legde beide armen met de rug op de tafel langs beide zijden van het bord en maakte met zijn handen klapperende gebaren naar mij alsof hij wou zeggen: kom maar.

Nu ben ik er wel aan gewend dat jeugdspelers vervelend kunnen zijn tijdens een partij, maar dit was ook voor mij nieuw. De absolute arrogantie waarmee hij mij aankeek en de gebaartjes die hij maakte naar zijn kornuiten gingen alles te boven. Ik won de toss. Ik nam wit. Dat bleek het knaapje te plezieren. Ik gebaarde dat ik meteen wou beginnen. Hij drukte de startknop van de klok in en gaf me daarna een hand. Het zwijn.

Marcel Vermaat - Beudaert Xavier (2002 finale camping-vluggertoernooi )
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 e6 6.Le2 a6 7.0-0 Le7 8.Le3 Dc7 9.f4 0-0 10.g4 b5 11.g5 Pfd7 12.f5 b4 13.fxe6 bxc3 14.exf7+ Kh8 15.Pe6 Dc6 16.Ld4 Pe5 17.Pxf8 Lxf8 18.Tf4 Tot zover had ik het al eens op het bord gehad in de interne bij Philidor tegen Sybolt de Boer. Sybolt speelde toen 18..Le6 en de partij eindigde uiteindelijk in remise.

18 cxb2 19.Tb1 Pbd7




Ik had een ruime tijdsvoorsprong kunnen opbouwen door mijn voorkennis in deze opening. Ik kon me herinneren dat Sybolt en ik naar deze zet hadden gekeken (met de pion nog op c3 en de toren op a1) en iets prachtigs hadden gevonden met een torenoffer op h7 gevolgd door Lb5 met aanval op de dame en matdreiging middels Dh5. Ik verspeelde bijna 3 van de 5 minuten om dat weer te herconstrueren. Ik kon het niet vinden, Pxf7 was telkens spelbreker. Toen ik nog maar 1:40 minuut over had schoot ik wakker. Ik moest zetten!

20.Ld3 Pb6 21.Th4 h6 (21…Pxf7 22 g6 1-0) 22.Dh5

Stelling na 22 Dh5 zie links:

22…Kh7 23.g6+ Kh8

Hier liet het mispunt zich met een sissend geluid achterover in zijn stoel vallen. Hij keek me toen even kort aan en zei: “King save.” Diagram rechts:

Maar ik had verder gekeken:

24.Dxe5!! het plezierde me enorm dat zowel het publiek als Xavier deze zet niet begreep. 24…dxe5 25.Txh6+!! gxh6 zich nog immer van geen kwaad bewust. 26.Lxe5+ Lg7 Nu pas viel het me op dat Xavier na zijn 24.dxe5 de dame in zijn hand had achtergehouden. Terwijl de laatste seconden op het digitale apparaat wegtikten jongleerde ik een toren van linker naar rechterhand en plaatste hem net op tijd op veld f8.

27.f8Tmat Het is onbeschrijfelijk wat er op zo’n moment door je heen gaat. De volmaakte gelukzaligheid. Rechtvaardigheid bestaat! Er kwam zelfs geen piepje meer uit het 15 jarige Franse monster.

Met een goedgevulde envelop en een fles wijn sloop ik even later de caravan weer in. Vanuit de cabine naast de deur hoorde ik het stemmetje van mijn oudste zoontje: “Papa, heb je gewonnen?”. “Jongen, Papa heeft ze allemaal een poepje laten ruiken!”.

Yes! 19 uit 19. Ik heb die nacht geen oog meer dicht gedaan. Nog 1000 malen voerde ik 24. Dxe5 uit. De volgende dag bleek ik plotseling erg populair op de camping. Iedere Fransman, op één 15 jarig Frans jongetje na, deed zijn best om (in het engels nog wel) een praatje met me te maken. In diverse caravans en tenten moest ik op de meest onooglijke bordjes 24.Dxe5 aan het gehele gezinnen laten zien. De Duitsers voorzagen me van bier en braadworst, de Fransen goten me vol met de meest fantastische wijnen. Even was ik God in Frankrijk.

Misschien moet ik vraag 6 toch maar herzien, schaken heeft toch een bepaalde schoonheid die geen enkel ander spel kan evenaren.


Interview door Oene Schriemer ergens in 2002


  • Dovnload 44.43 Kb.