Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


We starten richting kasteel, loop best voor het kasteel kwestie van niet per ongeluk in de private tuin van de familie Verplancke terecht te komen

Dovnload 7.85 Kb.

We starten richting kasteel, loop best voor het kasteel kwestie van niet per ongeluk in de private tuin van de familie Verplancke terecht te komen



Datum08.07.2018
Grootte7.85 Kb.

Dovnload 7.85 Kb.

We starten richting kasteel, loop best voor het kasteel kwestie van niet per ongeluk in de private tuin van de familie Verplancke terecht te komen.
(Eerste stop kasteel:) Op een stuk grond begrensd door de Langedijkbeek en de weg van Zedelgem naar Ruddervoorde trok dokter Antonius Herrebout uit Brugge in 1846-1847 er een hoeve op met schuur. In 1861 bouwde de Brugse dokter ten noorden van het boerenhuis een kasteel.

Het kasteel met hoeve kwam in 1868 in handen van de adellijke familie van Outryve d’Ydewalle die het grondig verbouwen. Het werd door Charles van Outryve gebruikt als zomerverblijf. Hij zal er schielijk overlijden in de nacht van 15 mei 1876.

Met de erkenning van Veldegem als zelfstandige gemeente in 1920 wordt een deel van Ruddervoorde toegevoegd waardoor het landgoed Hoogvelt nu tot het grondgebied Veldegem behoort.

Omstreeks 1913 koopt baron Raoul van Zuylen de Nyevelt (jarenlang burgemeester van Veldegem), gehuwd met de burggravin Marguerite de Spoelberg, het kasteel, de omringende gronden met enkele woningen van Ridder Paul van Outryve, burgemeester van Ruddervoorde, die het uit een verdeling verkregen had.

De nieuwe eigenaars slopen een deel van de oude gebouwen en verbouwen het kasteel in een typisch Franse stijl met een mansarde dak. Het park wordt verfraait, moestuin en boomgaard worden aangelegd. Acht imposante serres (enkel watertoren achter de garages is hiervan nog een overblijfsel) worden gebouwd en een vijver gegraven.

Het echtpaar van Zuylen-Spoelberg blijft kinderloos en in 1962 laat de baron zijn domein over aan een achternicht, mevrouw Myriam de Potter de ten Broeckland gehuwd met Alain d’Udekem d’Acoz.

In 1982 heeft de vzw VKSJ West-Vlaanderen genoeg fondsen verzameld om het kasteel, het park en inliggende gebouwen aan te kopen (maw het kasteel en park zijn geen eigendom van de gemeente noch van natuurpunt). De vereniging bouwt het Domein Hoogveld uit tot een jeugdverblijfcentrum binnen het kader van jeugd- en sociaal toerisme.
(tweede stop-poel:)Als we de hedendaagse kaart met de Ferrariskaart vergelijken zien we dat het gebied in die tijd (ca. 1770) bestond uit waterplassen. Mogelijks zijn dit veldvijvers die dienden voor de kweek van Karpers, een cultuur die in die periode op zijn laatste beentjes liep. Deze vijvers waren ondiep en via een systeem van dammetjes en sluisjes met elkaar verbonden. Als de Karpers oogstrijp waren kon men een vijver laten leeglopen en de vissen oprapen. We zien ook dat het kasteel zich middenin een van deze verdwenen vijvers bevindt.

Een andere oude kaart, die van Vandermaelen (ca.1850) laat ons zien dat er van de toenmalige vijvers niet veel meer over zijn. We zien hier dat ons gebied nu voornamelijk uit heide (Br=bruyère) en naaldhout (S=sapin) bestaat. In de veronderstelling dat we de kaarten goed op elkaar gelegd hebben, zien we dat de loop van de Langedijkbeek gewijzigd is. Misschien passeerde de oude loop langs deze poel. De poel zelf is pas een veertigtal jaren terug gegraven om een talud rond de hoeve aan de halfuurdreef aan te leggen. Hier was het echter reeds een drassige plaats en bovendien kun je in het weiland een donkere streep zien (zie ook de luchtfoto) wat toch minstens op een gedempte gracht wijst (let ook op verdwenen grachten in de akkerpercelen).


Op weg naar de volgende stop passeren we een “blikken doos”. Volgens de familie Van Ackere die de hoeve bewoonde voor Mr. Bollaert hem kocht was hij geen jager en werd er ook niet gejaagd. Mogelijks werd dit door Mr. Bollaert gebruikt als een observatiehut?
(derde stop-Japanse duizendknoop:) Op deze plaats werd het afval afkomstig van de serres gedumpt. Invasieve exoten zijn uitheemse planten die het hier dusdanig naar hun zin hebben dat ze de inheemse flora overwoekeren waardoor een gans aantal soorten verdwijnt. Zo kon men in Hoogveld 40 jaar terug nog bosbessen plukken. Als we samen de Japanse duizendknoop en de Amerikaanse vogelkers bestrijden kunnen we hier in de toekomst misschien weer bosbessen plukken. Wie zich geroepen voelt om af en toe eens een handje toe te steken mag zijn mailadres bezorgen en wordt dan op de hoogte gehouden als er een werkdag wordt ingericht. Als je dan tijd en goesting hebt kom je maar af.
(Vierde stop-rest van oude boomgaard:) Hier staan nog enkele oude fruitbomen als stille getuigen van een hoogstamboomgaard. De gemeente is vragende partij om deze hoogstamboomgaard op zijn minst gedeeltelijk in zijn volle glorie te herstellen. Gezien je voor een hoge biodiversiteit naast dicht bos ook overgangen naar volledig open ruimte nodig hebt is dit zeker een optie. Voor de rest zullen de aangekochte akkers en weilanden voor het grootste gedeelte bebost, en waar mogelijk verdwenen dreven terug hersteld worden.
Dit is een leidraad, en voor de rest hebben jullie al meer gegidst dan ikzelf dus breng het op jullie manier met zoveel extra persoonlijke inbreng als jullie zelf willen.
Veel plezier.


Dovnload 7.85 Kb.