Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Weerstanders door de Britten > ?

Dovnload 121.33 Kb.

Weerstanders door de Britten > ?



Datum01.08.2017
Grootte121.33 Kb.

Dovnload 121.33 Kb.

Weerstanders door de Britten << Opgeofferd>> ?
De geallieerde deceptie in 1943: DE ROL VAN HET VERZET

Kol. SBH VAN POUCKE

PYGMALION 1-2-3-4 – 2000
Toen ik in de periode 1984 – 1987 ontelbare geclassificeerde bronnen kon inzien ten behoeve van mijn historisch overzicht over de Weerstand (Geheim Leger) in het Belgische kustgebied en in Noord West-Vlaanderen (3), rezen bij mij soms vragen inzake bepaalde feiten die mij vreemd leken en die mij in meer dan één oogpunt intrigeerden. Daar deze feiten toen geen rechtstreeks verband hielden met het doel van mijn opzoekingen liet ik ze links liggen in de stille hoop later eens meer tijd te vinden om ze van nabij te onderzoeken. Vooral als ik bepaalde gebeurtenissen die in 1943 die in België plaats grepen vergeleek met ongeveer analoge gevallen bij onze buren (Frankrijk en Nederland ), scheen er wel op het eerste zicht een identieke lijn in waarneembaar.
Om duidelijker te zijn: Was de Duitse infiltratie van het Verzet in Engeland gekend, en indien ja, waarom heeft men van daaruit niet krachtdadiger ingegrepen en aldus niet belet dat honderden patriotten door de Duitsers opgepakt werden en achteraf in vreselijke omstandigheden het leven lieten ? Was dit niet- ingrijpen door Engeland te wijten aan nalatigheid, overwerk, amateurisme of was het gewild ?
Meerdere Franse en Nederlandse navorsers hebben zich reeds dezelfde vraag gesteld zonder ooit een afdoend antwoord te kunnen formuleren. Meestal werd als reden opgegeven dat de Britse archieven niet beschikbaar waren (Official Secrets Act ), of dat de bewijzen die men zocht er niet meer in voorkwamen (gewild of niet).
Voor zover mij bekend werden de onderzoeken enkel op Nationaal vlak uitgevoerd en werd er mogelijk niet genoeg rekening gehouden met wat er destijds in Engeland en in de andere bezette buurlanden gebeurde.
Alhoewel ik zeker niet de pretentie heb te slagen daar waar anderen faalden, wil ik toch pogen het onderwerp vanuit een andere hoek te benaderen om te onderzoeken of niet (of onvoldoende) ingrijpen tegen het verraad of de Duitse infiltratie in het verzet niet als onderdeel moet beschouwd worden van een groot-opgezet deceptieplan.
Onderzoeken we eerst de toestand in Engeland.
Men weet dat de Britten na hun nederlaag in 1940 – 1941 op het vaste land uiterst zwak geworden waren en ze de meerderheid van hun middelen in Afrika tegen de Italianen en Rommel moesten inzetten zodat er in Engeland zelf weinig meer dan vindingrijkheid en bluf overbleef. Onder de “vindingrijkheid” kan men zeker het namaken van het enigma-codemachine rekenen waardoor het ontcijferen van de belangrijkste Duitse berichten mogelijk werd (4)
Churchill die zelf geen nood had aan vindingrijkheid bezat was daarbij een gepassioneerd voorstander van Geheime Diensten. Hij had niet alleen zijn privé-toegang tot de MI-5 en de MI-6 (5), maar was ook één van de vurigste promotors van de S.O.E. (6) 1

Een ander kenmerk van Churchill was het feit dat hij nooit versmaadde zijn tegenstrevers om de tuin te leiden en het was ook met dit oogmerk dat hij zijn volle steun toezegde aan het scheppen van een bijzondere en hoogst geheime Britse organisatie die de vijand moest misleiden. Dit was de London Controlling Section ( L.C.S.) die reeds in april 1941 opgericht werd.


(3) Niet langer geheim.

(4) “Ultra Secret” genoemd.

(5) MI-5: Veiligheidsdienst (contraspionage)

MI-6: of S.I.S.: (Secret Intelligence Service) : inlichtingendienst

(6) S.O.E. : “Special Operations Executive” – Britse dienst die hulp aan de Weerstand verleende en

sabotages uitvoerde in de door de vijand bezette gebied.
Onmiddellijk na de operatie te Dieppe (augustus 1942) en tijdens de slag om Stalingrad (winter 1942-1943) beloofde Churchill aan Stalin dat de invasie van Europa in 1943 zou plaats grijpen.

Maar nadat de geallieerden in Noord-Afrika geland waren en nieuwe operaties voorbereiden werd het hun militaire leiders duidelijk dat een grootscheepse terugkeer op het vasteland van Europa in 1943 problematisch was. Op aandringen van Churchill echter aanvaarde Roosevelt tijdens de conferentie van Casablanca (14-26 januari 1943) dat een landingspoging in Frankrijk zou ondernomen worden op het einde van de zomer, maar kort daarop werd Churchill door de stafchefs van de strijdkrachten verwittigd dat materieel gezien een grootscheepse invasie in 1943 totaal onmogelijk was.


Een beperkte terugkeer op het vasteland werd in 1943 alleen mogelijk geacht indien Duitsland vroegtijdig zou instorten wegens te strategische bombardementen van de Geallieerden of wegens de offensieve acties van de Sovjets. Deze operatie zou de codenaam “Rankin” toegekend krijgen.
Niettemin werd in Engeland een staf opgericht die belast werd met de planning van de grote invasie van Frankrijk in 1943 en die vooral als doel moest hebben de Duitse troepen (+/- 40 divisies) in het Westen te fixeren en aldus de Sovjets te ontlasten.
Generaal Frederick Morgan kreeg hiervoor zelfs de officiële titel van Chief of Staff (to the future) Supreme Allied Commander, of kortweg C.O.S.S.A.C. Op het H.K. van C.O.S.S.A.C. werd een ondersectie van het Operation Department, Ops B, verantwoordelijk gesteld om alle deceptie-plannen uit te werken en te controleren. Kolonel John(ny) Bevan van de L.C.S. – de Controlling Officer of Deception - stond permanent in nauw contact met Ops B van C.O.S.S.A.C.
Vanuit L.C.S. werden de ideeën voor de deceptie van de Duitsers doorgespeeld naar verschillende Britse organisaties, zoals MI-6 en het XX (Double Cross) Committee teneinde gecontroleerde “lekken” te laten plaats grijpen.
De best geschikte vectoren voor desinformatie waren toen de “gecontroleerde” Duitse agenten die door het XX-Committee gedirigeerd werden, de pers en de B.B.C. (via P.W.E.)(7) en zelf de brieven van krijgsgevangenen waarin valse informaties toegevoegd werden in de hoop dat de Duitse censuur ze zou noteren en doorgeven.
2

(7) P.W.E. : “Political Warfare Executive” - Britse geheime dienst belast met (tegen) propaganda en

samenwerking met de sluikpers in de bezette gebieden.
Ook kon in de ogen van John Bevan de S.O.E. een belangrijke rol spelen in de algemene strategische deceptie, maar dan wel ongewild en onwetend !
Aldus zou het Verzet in de bezette gebieden ook betrokken worden, maar men moest wel uiterst voorzichtig te werk gaan: men mocht in geen enkel geval de wil tot verzet schaden of teniet doen !
Op 10 februari 1943 keurden Britse stafchefs de algemene deceptie-politiek voor de rest van het jaar goed en hoopten daarbij op een snel akkoord voor medewerking vanwege de Verenigde Staten : dat akkoord kwam op 3 april 1943 tot stand.
Generaal Sir Frederick Morgan – C.O.S.S.A.C. – werd vervolgens belast met het opstellen van een deceptieplan dat gedurende de ganse zomer de Duitsers moest beïnvloeden zodat ze geen versterkingen naar het Russisch front zouden sturen.
Het algemeen deceptieplan kreeg toen de codenaam “Cockade” en bestond uit drie componenten : Starkey dat een amfibielanding in de Pas de Calais met veertien divisies moest veronderstellen.

Tindal 1 dat een fictieve aanval met vijf divisies in Noorwegen voorzag; en Wadham dat een grootscheepse inschepingsoefening (Harlequin) zou in samenhang met Starkey aan de Oostkust van Engeland uitgevoerd worden. Vliegtuigen en zweefvliegtuigen (echte en “dummy”) moesten eveneens naar het Zuiden verlegd worden. Men hoopte dat al deze voorbereidingen door de Duitse verkenningen zouden waargenomen worden en dat de Duitsers zouden concluderen dat een massieve invasie van Frankrijk op til was.
De troepen die voor Starkey bestemd waren omvatten de Royal Marine divisie, vijf commando’s, één parachutisten brigade, één luchtlandingsbrigade en Canadese eenheden.
Deze troepen zouden ondergeschikt zijn aan twee fictieve Corps – het 8e en het 12e , die samen +/- 60.000 niet bestaande manschappen voorstelden.
De Navy zou deelnemen met twee slagschepen, twaalf “Hunt” – klas destroyers, vierentwintig mijnenvegers en negenenvijftig kleinere schepen. Alle in Engeland beschikbare landingsvaartuigen, aangevuld met talrijke “dummy”, zouden eveneens aan van deze invasiearmada deel uit maken.
De luchtdekking zou verzekerd worden door vijfenveertig Britse en vijftien Amerikaanse fighter squadrons.
Daarbij zouden de Amerikaanse en Britse bommenwerpers meer dan 3000 sorties per dag uitvoeren.
Dit alles moest de Duitsers doen besluiten dat het ernst was !

3

Maar als het op daadwerkelijke uitvoering van dit deceptieplan aankwam waren zowel de stafchef van de Navy als die van de luchtmacht weinig enthousiast en verklaarden dat ze andere katten te geselen hadden. De slagschepen vielen uit en er werden slechts 300 bomber-sorties per dag toegezegd.


Generaal Morgan bleef echter niet bij de pakken zitten en stelde voor dat aan de deelnemende troepen zou meegedeeld worden dat ze de grote invasie zouden uitvoeren. Naderhand zou men de manschappen mededelen dat de invasie afgelast werd omdat de Duitse kustversterkingen te sterk bleken te zijn. Er werd hem toen door de stafchefs op gewezen dat deze handelswijze uiterst nefast voor het moreel der troepen zou zijn en ze stelden hem voor achteraf eenvoudigweg te bekennen dat gans de opzet alleen een deceptie-maatregel was. Ze zouden de “dummy” landingsvoertuigen en andere “decoys” aan de pers laten zien als bewijs.
De Controlling Officer van L.C.S. liet echter opmerken dat dit eveneens een blunder van groot formaat zou zijn wilde men in 1944 diezelfde middelen opnieuw gebruiken. Ook zou volgens hem hieruit blijken dat de Duitse agenten door de Britten misleid of gemanipuleerd werden vermits ze een echte landing hadden aangekondigd: het gevaar bestond dat ze in de toekomst niet meer ernstig genomen werden door de Duitsers. Hun reputatie mocht geen schade lijden.
Uiteindelijk werd toen besloten dat men achteraf enkel aan een groep journalisten zou mededelen dat Starkey een algemene en grondige herhaling was geweest van de echte invasieplannen.
S.O.E. en P.W.E. die niet op de hoogte gesteld werden dat het om deceptie ging werden opgedragen bepaalde activiteiten in de bezette gebieden te laten plaatsgrijpen in de hoop dat ook hierdoor de Duitsers bijkomende aanwijzingen zouden bekomen om te besluiten dat de invasie nabij was.

Het moeilijkste was echter dat de Weerstanders zelf moesten weerhouden worden van vroegtijdige en algemene of openlijke acties daar anders de Duitse repressie bijzonder hard zou zijn en dat er bijgevolg kans bestond dat de wil tot verzet definitief of minstens voor lang zou gebroken worden.


P.W.E. liet de weerstandsorganisaties onderrichten over het gebruik van wapens bezorgen en de B.B.C.- uitzendingen gaven richtlijnen over Weerstand en Veiligheid, identificatie van vijandelijke troepen, en Hoe Geallieerde strijdkrachten erkennen ? enz.…
Naarmate Starkey naderde zouden de werkelijke persoonlijke boodschappen ten behoeve van het verzet in Frankrijk, België en Noorwegen, aangevuld worden met fictieve boodschappen zonder betekenis. Wanneer de voorbereiding van Starkey zijn climax zou bereikt hebben (omstreeks eind augustus 1943) moest de B.B.C. volgende mededeling uitzenden:
“Be careful of German provocation. We have learned that the Germans are circulating inspired rumors that we are concentrating armies on our coasts with intentions of invading the continent. Take no notice, as these provocations are intended to create among you manifestations and disorders which the Germans will use as an excuse for repressive measures against you. Be disciplined, use discretion, and maintain order, for when the time arrives for action you will be advised in advance” (Bron: P.W.E.-FO 898 398-11, 27.8.1943)
4

Vertaling: “Wees voorzichtig voor Duitse provocatie. We hebben vernomen dat de Duitsers geruchten verspreiden dat we legers op onze kusten bijeenbrengen met het oog op de invasie van het vasteland. Geef geen aandacht hieraan, daar deze provocaties bedoeld zijn om onder U manifestaties en wanorde te scheppen die de Duitsers als aanleiding zullen gebruiken voor het nemen van vergeldingsmaatregelen tegen U. Wees tuchtvol, wees discreet en handhaaf orde. Als de tijd tot actie aanbreekt zult U op voorhand verwittigd worden”.

Deze waarschuwing gericht aan de Weerstanders om zich niet (te snel) bloot te bloot te geven zou voor de Duitsers nog steeds het antwoord openlaten of de invasie nu werkelijk of niet op komst was.

Starkey moest op 8 september 1943 plaats grijpen, maar door slecht weder werd de operatie met 24 uur uitgesteld.

Intussen had de Geallieerde luchtmacht reeds drie weken acties uitgevoerd als ondersteuning, vooral tegen Duitse vliegvelden waarbij 45 Duitse jagers vernield werden tegen een eigen verlies van 23 toestellen.

Na 25 augustus werden rangeerplaatsen, munitieopslagplaatsen, kampen, kazernes, kustverdedigingsopstellingen tussen Boulogne en Le Touquet, wegen en spoorwegen aangevallen. Maar van de uiteindelijke 42 voorziene luchtaanvallen werden er slecht 15 tenvolle uitgevoerd: de rest moest wegen het slechte weder afgelast worden.

Op 9 september 1943 stevenden de bij Dungeness bijeengebrachte konvooien onder dekking van 72 jachtvliegtuigen in de richting van de Franse kanaalkust en werden de kustbatterijen en de vliegvelden nogmaals aangevallen.

In plaats van 7 batterijen die zich in het gebied bevonden aan te vallen waren het er slechts 2 die samen met 650 ton bommen bedacht werden daar het aantal beschikbare vliegtuigen (o.a. door grondmist op de Britse vliegvelden) opnieuw ontoereikend was.

De schepen voeren tot +/- 10 miles buiten de kust van Boulogne en bleven er wachten: maar er gebeurde niets !

De Duitse kustbatterijen reageerden niet, geen enkel vijandelijk schip voer uit en geen enkel vijandelijk vliegtuig liet zich boven het kanaal zien. Ook de grote luchtslag bleef uit.

Hierop keerde de geallieerde expeditie om 9 uur terug, beschermd door een rookgordijn gelegd door schepen en laagvliegende vliegtuigen.

Had Starkey dan geen enkel resultaat gehad ?

Uit onderzoek is gebleken dat de Duitsers echt geen belangrijke maatregelen namen om de invasie het hoofd te bieden. Alleen enkele Schnellbote werden als mogelijke reactie verlegd: 50 bommenwerpers werden uit Italië naar België overgevlogen en de verkenningen op zee werden ietwat opgevoerd.

In de week die eindigde op 19 augustus 1943 werden echter twaalf Duitse divisies van Noord-Frankrijk naar Zuid-Frankrijk of Italië overgeplaatst, terwijl er slechts twee nieuwe bijkwamen.

Calais en Caen werden in deze tijd praktisch zonder reserves gelaten terwijl de Berlijnse radio gewag maakte van grote concentraties luchtlandings-en speciale eenheden in Zuid Oost-Engeland, alsmede van de aanwezigheid van talrijke schepen in Engelse havens. Het algemeen besluit dat de Geallieerden hieruit trokken was dat de Duitsers wellicht de echte opzet van het plan hadden doorzien.

In werkelijkheid blijkt het echter dat de Duitse inlichtingendienst wél in de invasie geloofden, maar dat het Duitse opperbevel – nog niet hersteld van de nederlaag bij Stalingrad – overal aan middelen tekort schoot, een gok deed en …andere prioriteiten vastlegde. Vergeten we niet dat op 3 september Italië capituleerde, de Engelsen de straat van Messina overstaken en dat op 8 september 1943 de Amerikanen landen in Salerno !



5

De Geallieerde pers werd op de hoogte gebracht dat alles slechts een grootscheepse algemene herhaling was geweest en dat belangrijke lessen uit de oefening getrokken werden.

Hoe verging het met de operatie Wadham, of de vermeende Amerikaanse invasie van Bretagne die in het begin van de herfst 1943 moest plaats grijpen ?

De deelnemende troepen zouden bestaan uit de 5e en 29e U.S. divisies, die reeds in Engeland waren, de 3e U.S. Tankdivisie en de 101e U.S. Airborne divisie die nog steeds in de U.S.A. verbleven en de fictieve 46e U.S. infanteriedivisie .

Ongeveer 400 U.S. zweefvliegtuigen in Engeland en 400 U.S. troopcarriers in Noord-Afrika waren voor Wadham voorzien. De normale opleiding van de Amerikaanse troepen in Engeland werd voortgezet, terwijl er slechts één FTX-oefening (Jantzen) verband hield met Wadham.

De Controlling Officer van L.C.S. zou via dubbelagenten het gerucht laten verspreiden dat de uit de U.S.A. komende troepen volledig getraind waren in landingstechnieken.

Talrijke decoys of dummy-vliegtuigen van de allerlaatste U.S. types zouden in Zuid West-Engeland opgesteld worden om een aanval op Brest als het meest waarschijnlijke te laten doorgaan.

Wat de landingsschepen betreft was er geen probleem (alhoewel ze allen voor Starkey bestemd waren) vermits Wadham gepland werd op 30 september 1943, d.i. drie weken na Starkey.

Wél werden tegen 6 augustus 1943 niet minder dan 75 Big bobs (= dummy landingsschepen) ter plaatse gebracht. Eén week later werd via een gecontroleerd “lek” aan de Duitsers bericht dat Wadham enkel zou plaats vinden als Starkey met succes bekroond werd. Hierdoor was het voor de Duitsers van het grootste belang om Starkey te doen mislukken !

Ook de “commando”-raid Pound die werkelijk uitgevoerd werd tegen het Franse eiland Quessant (Ushant) moest laten veronderstellen dat de verkenning van het landsgebied plaats greep.

Zelfs de Amerikaanse filmindustrie werd inderhaast ingeschakeld om een film te produceren met de titel Invasion Preparation at Fever Heat, die in de U.S.A. en te Lissabon moest geprojecteerd worden in de hoop dat ze de Duitse inlichtingendiensten zou bereiken. Deze film die op 15 augustus 1943 klaar was gaf de indruk dat de training voor de invasie reeds veel verder gevorderd was dan in werkelijkheid.

Maar alvorens de Duitse reactie op Starkey afgewacht werd, zond Generaal Morgan echter een bericht aan de Amerikaanse Generaal Devers om Wadham af te gelasten (op 9 september 1943)(1).


Hoe was nu de toestand bij het Verzet in Frankrijk, Nederland en België ?
Zonder teveel in details te gaan, anders zou dit overzicht weldra de vorm van een boek aannemen, zullen we achtereenvolgens de toestand in Frankrijk en Nederland onderzoeken aan de hand van reeds eerder gepubliceerde bevindingen. Daarna zullen we de toestand in België onder de loep nemen.
We zullen vooral nagaan, en dit aan de hand van één typisch en welgekend geval per land, of de door de Geallieerden gekende infiltratie van de vijand in het Verzet door hen niet werd uitgebuit of gebezigd om de Duitsers in 1943 te misleiden (in verband met Cockade) en, of hierdoor niet talrijke verzetslieden “opgeofferd” werden (zoals meer dan eens verondersteld werd).
Wat betrekking heeft op de echte invasie van 6 juni 1944 wordt hier niet behandeld.


6

Vangen we aan bij Frankrijk:


Het geval dat wellicht na de oorlog er het meeste stof heeft doen opwaaien is ongetwijfeld de houding geweest van de Fransman Henri Déricourt en de dubieuze rol die de Britse Geheime Diensten hierbij gespeeld hebben.
Wat hierna volgt is een samenvatting van gegevens uit diverse bronnen, aangevuld met pas in 1988 kenbaar gemaakte feiten (2).
Henri Eugène Déricourt werd in Frankrijk geboren op 2 september 1909. Vanaf 1930 trad hij toe tot de Franse militaire luchtvaart om later (vanaf 1935) dienst te doen bij de kleine luchtpostlijn AIR BLUE.

In die tijd leerde hij de Britse journalist Nicholas Bodington kennen (die tijdens de oorlog te Londen adjunct werd van de chef van de F-sectie van de S.O.E.), alsmede een zekere Karl Boemelburg ( toekomstige Duitse SS Sturmbannführer, hoofd van Amt IV-2 of contraspionage van de Sicherheitsdienst te Parijs)


Toen de oorlog uitbrak en tot kort na de nederlaag van Frankrijk deed de uitstekende piloot Déricourt dienst als testvlieger. Wat later kreeg hij van Vichy een pas voor bezet Frankrijk waarop hij naar Parijs trok en in de zwarte-markt handel terechtkwam. Eind 1940 ontmoette hij per toeval de SS Karl Boemelburg en diens onmiddellijke adjunct Josef Kieffer. Via Boemelburg ging hij in juli 1941 over naar de Service Cevil des Liaisons Aériennes de la Métropole die geregeld tussen Marseille en Vichy vloog.

Later vloog hij ook soms naar Tunis, Algiers, Istamboul, Turijn en Milaan.


Na 7 december 1941 (aanval op Pearl Harbour) openden de Duitsers een consulaat te Vichy waar Déricourt menigmaal leden van de Duitse S.D. ontmoette en waar hij eveneens contacten onderhield met een vriend uit de Franse Deuxième Bureau (André Borrie) die zelf heimelijk in contact stond met de Britse MI-6. Via de adjunct van de Amerikaanse Naval attaché (aan wie Déricourt soms inlichtingen verstrekte en die ook in verbinding stond met MI-6) liet Henri Déricourt het gerucht verspreiden dat de Britten in Syrie hem hadden gevraagd dienst te nemen bij de Britse civiele luchtvaart.

Déricourt had echter nooit in Syrie dienst gedaan, noch een dergelijk aanbod gekregen, maar hij had via een vriend van Air-France vernomen dat sommigen dit aanbod wel hadden ontvangen.




  1. Het is nog niet lang dat de Britten details vrijgeven in verband met de deceptie in WO II.

  2. Onder andere is het werk All the King’s Men en de gelijknamige Tv-documentaire uitgezonden door de B.B.C. op 11 mei 1988

James Langley van MI-9 (Britse Onsnappingslijndienst) die via de Amerikanen vernam dat Déricourt en zijn vriend Doulet (die wel in Syrie was geweest) wensten naar Engeland te ontsnappen, liet aan Pat O’Leary (de Belgische geneesheer Officier, later Generaal-Majoor, Albert Guérisse) weten dat ze beiden zo snel mogelijk dienden geëvacueerd te worden. Na een boottocht arriveerde Déricourt op

7 september 1942 in Engeland. Daar zou hij meteen tijdens zijn ondervraging in de Royal Patriotic School (R.P.S.) bekend hebben dat hij met de chef van de Duitse SS-contra-spionage (S.D.) Boemelburg in verbinding had gestaan. Wel zou hij enkele details achtergehouden hebben, die door Luitenant-Kolonel Sir Claude Dansey, de grijze eminentie van MI-6 (S.I.S.), gekend waren.

7

MI-5 gaf hem uiteindelijk geen ongunstig veiligheidsrapport (waarschijnlijk na tussenkomst van B.1.a. (3) of van MI-6) en Déricourt verdween hierop voor enkele weken uit de circulatie.





  1. Sectie B.1.a was sinds 1941 een onderdeel van MI-5 en was gelast met de inzet van (toekomstige) dubbelagenten. Dit was een zeer delicate opdracht daar het de noodzaak inhield om aan de vijand bepaalde “echte” en “correcte” inlichtingen te laten geworden, die later konden aangevuld of vervangen worden door valse informaties bestemd voor misleiding of desinformatie.

J.C. Masterman geeft in zijn boek The Double Cross System, volgende uitleg: … “the necessity of sending information carries with it the power of sending misinformation, though it must be remembered that the force of its depends upon the reputation of the sender and that a long period of truthful reporting is usually a necessary preliminary for the passing over of the lie.

These advantages are palpably great, but it is obvious that the price must be paid for them, and the greater the advantage the greater the price. A double agent …must be steadily and cautiously “built up” in reputation, and that is a process which last always for months and for years”.


De prijs te geven “echte” informaties moesten natuurlijk gecontroleerd worden en het was enkel het “XX-Committee” dat vanaf 2 januari 1941 bestond uit zeer hooggeplaatste leden van de “War Office”, General Headquarters (G.H.O.), Home Forces, Home Defense Executive, Air Ministry Intelligence, Naval Intelligence Department, London Controlling Section (L.C.S.), Chief Combined Operations (C.C.O.), MI-5 en MI-6. De voorzitter en de secretaris werden door MI-5 geleverd.

Op te merken valt dat noch S.O.E., noch P.W.E. deel uitmaakten van het “XX-Committee” en dat de misleiding politiek steeds door L.C.S. bepaald werd.

Tijdens WO II heeft MI-5 (B.1.a.) de persoonlijke dossiers van ongeveer 120 mogelijk dubbelagenten bijgehouden die oorspronkelijk door de Duitsers aangeworven waren, hieronder bevonden zich ook enkele Belgen. Allen werden echter niet als dubbelagent ingezet.

De Belgen in Duitse dienst die “omgedraaid” werden en vervolgens voor de Britten werkten kregen de codenamen “Father”, “Sniper” en “Weasel”.

Vier Belgen daarentegen werden door de Britten terechtgesteld (opgehangen) als Duits spion.

Ze werden respectievelijk aangehouden in april 1942, op 31 juli 1942, 2 en 11 februari 1944.




8

Na de nederlaag van Frankrijk in 1940 had de Britse MI-6 (of S.I.S.) ook de benen moeten nemen zodat men op inlichtingengebied er slecht voorzat en men in vele opzichten van zero moest herbeginnen. Gelukkig bestond er op 11 november 1942 nog een gedeelte onbezet Frankrijk zodat men van daaruit opnieuw netten kon opbouwen.


Alhoewel de verantwoordelijke voor MI-6 te Londen Steward Menzies (“C” genoemd) was, had zijn adjunct Claude Dansey die vier jaar ouder was veel meer praktische ervaring op het gebied van geheime diensten. Geboren op 21 oktober 1876 was hij in 1942/1943 dus meer dan 66 jaar maar hij was het die in werkelijkheid aan de touwtjes trok van de agenten waarvan hij de voornaamste persoonlijk kende en leidde. Deze man die de Fransen haatte was tevens zeer cynisch, zijn parool was: “Every man has his price and every woman is seducible”. Toen S.O.E. opgericht werd was hij eerst zeer behulpzaam, maar toen deze onder de Minister for Economic Warfare kwam en aldus onafhankelijk van MI-6 werd, verklaarde Dansey aan iedereen die het horen wilde “it’s a disaster”. Van toen af zou hij volgens getuigen stokken in de wielen steken en alles doen om deze dienst van amateurs te discrediteren.
In bezet Frankrijk zelf ontstonden bijna spontaan verschillende verzetsorganisaties die echter zonder algemene leiding stonden en die hierdoor weinig doeltreffend waren, ze zouden dan ook met dankbaarheid hulp en leiding uit Engeland aanvaarden. Daar bestonden twee S.O.E.-secties voor Frankrijk, enerzijds de “F”-sectie onder leiding van de Britse Kolonel Buckmaster en anderzijds de

“RF”-sectie die onder het gezag van de “Vrije Fransen” van De Gaulle bleef.


Wanneer de “RF”-sectie zijn aanhangers vooral klaar maakte voor de bevrijdingsperiode, was daarentegen de “F”-sectie bereid iedereen aan te werven en te steunen die meteen en zonder afwachten het leven van de Duitsers in Frankrijk wilde lastig maken.
Onder de Verzetslieden bevonden zich ook talrijke communisten. Aldus had S.O.E. (“F”-sectie) eind 1942 een netwerk van verschillende weerstandskernen verenigd die onder leiding geplaatst werden van de Britse agent, Majoor Stutthill met codenaam “Prosper”.
Gans dit netwerk werd weldra naar deze naam genoemd en omvatte een 20-tal ondergeschikte groepen. Het commando van “Prosper” was te Parijs gelegen en alles bijeen telde het net meer dan 1000 verzetslieden, het strekte zich uit vanaf de Belgische grens, over Parijs tot aan de Westkust van Frankrijk en had eveneens contacten met andere organisaties.
Dit netwerk werd zo belangrijk voor S.O.E. dat het naast clandestiene radioverbindingen ook nood had aan regelmatige llaison met vliegtuigen. Hiervoor gebruikte men kleine “Lysander’s” die s ’nachts in Frankrijk landden (1). Hey gebeurde echter meer dan eens dat deze vliegtuigen hetzij de plek om te landen niet vonden, hetzij bijna verongelukten omdat de Weerstanders die de landingsterreinen moesten opzoeken of aanduiden (met lampen) hiervoor niet opgeleid waren.
Het was dan ook met dank en enthousiasme dat Kolonel Buckmaster (via MI-6) de Franse piloot Henri Déricourt in december 1942 ontving om in Frankrijk de functie van ‘Air Movements Officer’ waar te nemen, dit is de verantwoordelijke voor de ‘pick-up’ operaties van de Lysander’s (of zwaardere Hudsons). Hij was temeer welkom daar zijn kunde als piloot niet onbekend was aan zijn gewezen vriend Bodington die nu deel uitmaakte van de Staf van de S.O.E. (“F”-sectie). 9

  1. Alhoewel deze verbindingen tussen Frankrijk en Engeland legio waren, heeft men dit systeem slechts eenmaal in België geprobeerd, namelijk op 8 december 1941 bij Neufchateau om

Cpn. Cassart op te pakken. Daar dit toen bijna op een catastrofe uitdraaide voor de piloot en het vliegtuig heeft de R.A.F. nadien nooit meer het “pick-up” systeem in België (noch in Nederland) toegepast.
Wat men toen echter niet wist was het feit dat Déricourt in werkelijkheid een agent van Dansey (MI-6) geworden was die in S.O.E. geplant werd om hem over het doen en laten van deze organisatie op de hoogte te houden. Na één week parachutetraining werd Déricourt op 22 januari 1943 boven Frankrijk gedropt. Enkele dagen later nam Déricourt (op bevel van MI-6 ?) terug contact op met de SS Boemelburg van de S.D. aan wie hij zijn verblijf in Engeland en zijn opdracht kenbaar maakte. Deze beloofde hem in ruil voor alle informaties betreffende de pick-up NIEMAND te laten aanhouden, hij zou zelf de Luftwaffe telkens verwittigen om de Lysander’s hun gang te laten gaan en in geen geval neer te schieten. Déricourt ontving vanaf februari 1943 vanwege de S.D. de codenaam BOE/48 of Gilbert.
Wat later nam Déricourt contact op met Prosper voor wie hij niet minder dan 17 pick-up operaties met in totaal 21 vliegtuigen feilloos en succesvol zou organiseren. Hij zou in ruil echter alle (?) inlichtingen of plannen die voor Londen bestemd waren vooraf aan de Duitsers overmaken zodat deze kopijen of foto’s konden nemen. Ook de lijst van personen die naar Engeland vertrokken (waaronder François Mitterand) werd langs deze weg aan de S.D toegespeeld.
Hierdoor kwamen de Duitsers grotendeels op de hoogte van het doen en laten van de Prosper-organisatie.
Op 20 maart 1943 werd de S.O.E. ingelicht dat de Geallieerde invasie omstreeks september 1943 in Frankrijk zou plaats grijpen en werd er bevel gegeven om de sabotage- en andere verzetsactiviteiten op te voeren.
Einde april-begin mei 1943 was Déricourt terug in Engeland waar hij Claude Dansey ontmoette, verslag uitbracht en verdere richtlijnen kreeg.
De dropping uit Engeland van containers met wapens voor Prosper werd opgevoerd.

Wanneer het gemiddeld aantal containers slechts 3 per maand bedroeg voor Prosper, liep het op tot 50 in mei 1943 en zelfs tot 190 in juni 1943. De Duitsers, hiervan op de hoogte, wisten echter niet waar de wapens nadien verstopt werden. Ook Prosper zelf werd naar Engeland ontboden waar men hem mededeelde dat de landing voor september 1943 voorzien was. Hij werd zelfs persoonlijk door Winston Churchill ontvangen die hem verklaarde dat het ogenblik voor het opvoeren van de acties en sabotages aangebroken was. Dit alles paste in het kader van het deceptieplan Cockade, ZONDER dat de belanghebbenden (noch S.O.E., noch Déricourt, noch Prosper, nog de Weerstanders) dit vermoeden.


Op 19 juli 1943 ging Déricourt weer eens naar Engeland waar hij nogmaals Claude Dansey verslag uitbracht, s’ anderendaags was hij terug in Frankrijk.

10

De veiligheidsmaatregelen die bij clandestien werk van kracht hadden moeten zijn werden meer en meer over het hoofd gezien, zodat in juli en augustus 1943 talrijke aanhoudingen plaats grepen.


Ook Prosper zelf en enkele van zijn naaste medewerkers vielen in de handen van de Duitsers zodat na ondervraging de S.D. te weten kwam dat de invasie voor september 1943 in de Pas de Calais zou plaats grijpen. De Duitsers beloofden het leven van de aangehouden Weerstanders te sparen op voorwaarde dat men hen de wapenopslagplaatsen zou aanduiden. Om hun vraag kracht bij te zetten toonden ze kopijen van berichten die via Déricourt in hun handen gevallen waren. De Weerstanders waanden zich verraden door iemand uit Londen en gaven de plaats waar de wapens verborgen waren vrij. Aldus vielen duizenden wapens (vooral Stens) in Duitse handen, maar het merendeel der Weerstanders werd naar Duitsland gedeporteerd waar de meesten in concentratiekampen zouden omkomen. Ook Prosper en talrijke van zijn naaste medewerkers werden er omgebracht.
Déricourt daarentegen was aan dit alles “als bij wonder” ontsnapt ! Dit wekte bij de S.O.E. te Londen grote argwaan op zodat men besloot hem zo snel mogelijk, desnoods met geweld, naar Engeland terug te roepen voor ondervraging.
Hij werd met zijn vrouw begin februari 1944 overgevlogen en werd door de S.O.E. aan een ernstig verhoor onderworpen. Men kon hem echter niets ernstigs ten laste leggen zodat hij tijdelijk “op rust” geplaatst werd onder bescherming van MI-6 totdat hij na de bevrijding van Frankrijk als piloot opnieuw ingezet werd (op 9 september 1944 stortte zijn vliegtuig te Cháteauroux neer en werd hij gekwetst)
Volgens verklaringen van getuigen was de verslagenheid zeer groot bij de S.O.E. toen bekend werd dat het netwerk Prosper zo goed als opgerold was, daarentegen was de vreugde bij Claude Dansey nauwelijks te verbergen. Hij had zijn doel(en) bereikt: zijn aandeel in Cockade was geslaagd, de Duitsers geloofden aan de invasie in september 1943, en de Boys van Bakerstreet (S.O.E.) waren daarbij ook fel in diskrediet geraakt !
Het verlies van minstens 400 Britse agenten en Franse Weerstanders was de tol die men hiervoor had moeten betalen, tol die in vergelijking met de slachting die in Rusland en op andere fronten plaats greep, “verwaarloosbaar” leek !
Na de oorlog (op 22 november 1946) werd Déricourt door de Fransen aangehouden en voor het krijgsgerecht gebracht. Na maandenlange opsluiting werd hij, ondermeer na Britse tussenkomst in mei 1948 vrijgesproken. Hij werd hierop opnieuw burgerpiloot en verongelukte op 25 november 1962 met zijn vliegtuig in Laos toen hij voor “Air Opium” vloog. Zijn lijk werd echter nooit teruggevonden !
In Frankrijk bestaat er nog steeds onzekerheid; was Déricourt een held of was hij een verrader ? Wel staat vast dat zijn houding een belangrijk aandeel vertegenwoordigde in het Geallieerde deceptieplan Cockade van 1943.
De “echte” en “volledige” waarheid zal waarschijnlijk nooit achterhaald worden gezien de voornaamste personages uit die tijd overleden zijn en er in die periode van het gebeuren weinig schriftelijke verslagen opgesteld werden. De betrouwbaarheid van wat nadien werd verklaard is moeilijk te bewijzen of te weerleggen. 11

Wat Nederland betreft kunnen we natuurlijk niet aan het alomgekende Engelandspiel (of Funkspiel Nordpol ) voorbijgaan.


Dit geval kreeg na de oorlog zulkdanige publiciteit dat het thans als een “klassieker” voor infiltratie en deceptie bekend staat.
Zonder te ver in detail te gaan zullen we ons beperken tot het aanhalen van de voornaamste feiten.
Door toedoen van de beruchte Nederlandse “Vertrouwensman” Antoon Van Der Waals die voor de Duitse contraspionage werkte kwamen de Duitsers begin 1942 op het spoor van een clandestiene radiozender die vanuit Nederland naar Engeland seinde. Op 6 maart 1942 werd de Nederlandse agent die de radiopost bediende aangehouden en werd de zender met bijbehorende codes in beslag genomen door de Duitse Abwehr en de Sicherheitsdienst (S.D.) die hand in hand samenwerkte (wat niet dikwijls gebeurde !).
Na de Duitse belofte om de agent en zijn helpers het leven te sparen besloot de agent om “mee te werken” en om onder Duits toezicht de verbinding met Engeland in stand te houden. Hij zou echter meerdere keren (zonder dat de Duitsers dit vermoeden) Security Checks in zijn berichten ingelast hebben (o.a. iedere 16de letter FOUT), waardoor hij in Engeland de aandacht wilde trekken op het feit dat hij “onder dwang” uitzond. De Britse code-section van de MI-6 die de berichten decodeerde moest in dit geval de aantekening “SUSPECT” op het bericht aanbrengen alvorens het aan de Nederlandse inlichtingendienst over te maken. Maar noch de code-section, noch de Nederlanders zouden de waarschuwingen opgemerkt hebben, of …hielden er geen rekening mee !
Wat hierop volgde is bijna onbegrijpelijk: de agenten uit Engeland bleven maar naar Nederland komen en de Duitsers schakelden er 54 uit voordat ze met hun werk konden beginnen. Nieuwe radionetten werden door de Duitsers geopend zodat deze op zeker ogenblik niet minder dan 14 netten(bediend door 6 Duitse operateurs) met Engeland controleerden.

Ten behoeve van de duizenden verzetslieden die deze “agenten” zogezegd moesten bewapenen, organiseerde de S.O.E. minstens 95 droppings met samen +/- 570 containers (+/- 3000 stens en +/- 5000 pistolen), die allen onmiddellijk in Duitse handen vielen.


Door verdere infiltratie van de verzetsmiddelen arresteerden de Duitsers nog minstens 200 Nederlandse Weerstanders die naar de concentratiekampen gestuurd werden. Het merendeel behoorde tot de paramilitaire Ordedienst (enigszins vergelijkbaar met het Belgisch Geheim Leger).

Het radiospel, met al wat het inhield, duurde aldus tot december 1943 totdat S.O.E. door ontsnapping van twee Nederlandse agenten die Zwitserland bereikten lucht kreeg van de ramp die het Nederlandse Verzet was overkomen. Het duurde echter nog tot 1 april (sic) 1944 alvorens de Duitsers definitief de netten sloten. De ontsnapte Nederlanders werden toen ze in Engeland aankwamen eerst nog verschillende maanden gevangen gezet omdat men dacht dat ze verraders waren !


Ondanks de Duitse beloften kwamen bijna alle agenten om in de Duitse kampen (o.a. 47 te Mauthausen) en vonden talrijke verzetslieden die ermee in verbinding gestaan hadden eveneens de dood.

12

Na de oorlog werd een speciale Commissie aangesteld die klaarheid in de zaak moest brengen en die moest onderzoeken of er soms in C.I.D. – M.V.T. (2) – S.O.E. kringen in Engeland zelf geen verraad werd gepleegd.


Er werd zelfs verondersteld dat de Britten wél op de hoogte waren geweest van her radiospel, maar dat ze om de Duitsers te misleiden, de Nederlanders NIET hadden gewaarschuwd, ze zouden aldus gepoogd hebben om de Duitsers aan de invasie op Nederlands grondgebied te doen geloven (3).
Hierdoor wilde men de Britten verantwoordelijk stellen voor de dood van talrijke Nederlandse agenten en Verzetsstrijders !
Onderzoeken we dan ook of het Englandspiel in 1943 eventueel kon passen in het Geallieerde deceptieplan Cockade.
Wat de periode betreft waarin het spel plaats greep (3 maart1942 tot december 1943) kan men besluiten dat deze geschikt ware geweest vanaf april / mei 1943 tot september 1943 om een rol te spelen in de deceptie. Dan had men, net zoals in Frankrijk bij Prosper, langs deze weg gemanipuleerde informatie kunnen toespelen die de Duitsers moest doen geloven aan een grootscheepse landing in augustus / september 1943.
Maar nergens kan men enige aanwijzing vinden dat nog het L.C.S., noch het XX-Committee in Engeland van plan zouden geweest zijn om via Cockade aan een invasie van Nederland te laten geloven !
Men kan dan alleen tot de conclusie komen (net als de Speciale Nederlandse Commissie dit deed) dat het Duits succes bij het Englandspiel grotendeels te wijten was aan fouten en slordigheid, wegens onkunde of ongeschiktheid vanwege bepaalde Nederlandse verantwoordelijken te Londen en aan de beroepsbekwaamheid van de Duitse contraspionage.
Het was pas medio 1943 dat bekwame beroepsmensen met feeling en ervaring van het ondergronds verzet de leiding van de Nederlandse inlichtingendienst konden overnemen: toen was het Englandspiel reeds meer dan een jaar bezig !


  1. C.I.D. = Centrale inlichtingendienst (Nederland) te Londen.

M.V.T. = Bureau Militaire Voorbereiding Terugkeer.

(3) C. Frank Visser in “De bezetter bespied”.



13

In België heeft vooral het lot van het Belgisch Vrijkorps voor Militaire Actie (of kortweg Vrijkorps) velen geïntrigeerd (5).


Deze militaire verzetsorganisatie opgericht door Commandant S.B.H. CLASER na zijn terugkeer uit Engeland eind augustus 1942 kende slechts een kort bestaan en werd on de loop van 1943 praktisch volledig opgerold of lamgelegd na infiltratie vanwege een groep Belgische “V-Mannen” in Duitse dienst. Honderden aanhoudingen waarvan velen de dood in Duitse concentratiekampen voor gevolg hadden, waren de zware tol die het Verzet moest betalen. De taak van deze militaire weerstandsorganisatie bestond erin om in geval van een Geallieerde landing in actie te treden. Deze landing zou volgens Engeland reeds in maart 1943 plaats grijpen, mogelijk zelfs op de Belgische kust. Maar nauwelijks ten dele gesticht werd de organisatie reeds geïnfiltreerd door de beruchte agent Prosper De Zitter (geboren te Passendaele op 19 september 1883) die na een langdurig verblijf in Canada voortreffelijk Engels sprak en zich gemakkelijk liet doorgaan als een agent van de Britse Intelligence Service.
Door handige Duitse manipulatie, door “omgekeerde” zenders en door onvoorzichtigheid vanwege talrijke Belgische Weerstanders kwamen de Duitsers volledig op de hoogte van de organisatie en viel de slagorde van de Vrijkorps in hun handen.
Daar Prosper De Zitter reeds voorheen en ook nog nadien zeer actief was voor de Abwehr wordt meer dan eens de vraag gesteld waarom deze gevaarlijke infiltrant niet geliquideerd werd …tenzij andere vereisten deze noodzaak in de schaduw plaatsen. (6)
Deze agent die reeds in juni 1941 de ontsnappingslijn Comète infiltreerde, die in juli 1941 samen met zijn vriendin Florentina Girait de Nationale Partij te Brugge oprolde en die vervolgens nog honderden (sommigen maken gewag van “duizenden” landgenoten) liet aanhouden, bleef gans de bezetting ongedeerd. De Duitsers gaven hem de zeer toepasselijke codenaam AAL ! Op 2 september 1944 kon hij met de Abwehr naar Duitsland uitwijken en werd pas in 1946 aangehouden toen hij ontmaskerd werd te Würzburg waar hi als mekanieker in een Amerikaanse garage werkte. In 1948 werd hij samen met zijn vriendin als één van de allerlaatste te Brussel gefusilleerd. Hij beweerde echter een Brits agent geweest te zijn.
Nochtans zou hij volgens verklaringen van een gewezen Belgische agent reeds in 1942 te Londen bij de Belgische Staatveiligheid bekend gestaan hebben als een zeer gevaarlijk individu. Ook de Britse S.O.E. bleek hiervan op de hoogte te zijn sinds eind 1941. Vermits De Zitter eind 1939, begin 1940 contact opgenomen had met de Britse Ambassade te Brussel om zich ten dienste te stellen van de S.I.S.

(of MI-6), en waarop toen niet ingegaan werd, is het dan ook redelijk te veronderstellen dat de Britse MI-6 of MI-5 een dossier of fiche met identiteit en kenmerken opstelde. Het staat vast dat na zijn afwijzing door de Britten, De Zitter zich ten dienste stelde van de Duitse Militaire Attaché te Brussel als agent van de Abwehr II (sabotage). Mogelijk was dit toen de Britten ook niet bekend.


Prosper De Zitter had bovendien een moeilijk te verbergen kenmerk: hem ontbrak nl. een lid aan de linker pink.

Dit alles samen kan onwillekeurig doen denken aan “dubbel spel”. L.C.S., XX-Committee en Sectie B1.a van MI-5. 14

Onderzoeken we dan ook of het “Vrijkorps” een rol kon spelen bij Cockade.
Datum: Het Vrijkorps werd opgericht toen er nog geen sprake was van het Geallieerd deceptieplan, maar tussen april, mei en november 1943 zou het eventueel wél geschikt geweest zijn voor desinformatie van de Duitse Abwehr (in het kader van Cockade).
Opdracht / Plan: Bepaald te Londen in augustus 1942 door Commandant S.B.H. Bernard (chef van de 2de sectie), Commandant S.B.H. Claser (zopas uit België aangekomen en kort daarop teruggekeerd) en de Britse Majoor Knight (van de S.O.E.) ingevolge de Chiefs of Staff directive d.d. 12 mei 1942, COS(42)133(0) waarin letterlijk vermeld wordt onder de rubriek S.O.E. Collaboration in Operations on the Continent:


  1. The war Cabinet has approved that plans and preparations should proceed without delay for Anglo-US operations in Western Europe in 1942 and 1943, the intention being to develop an offensive stages as follows:

(d) A large scale descent on Western Europe in the spring of 1943.




  1. S.O.E. is required to conform with the general plan by organizing and coordinating action

by patriots in the occupied countries at all stages.
5 S.O.E. should endeavor to build up and equip paramilitary organizations in the area of the

projected operations …

(daarna volgen nog enkele richtlijnen m.b.t. de opdracht van het verzet)
Deze orders, richtlijnen of aanwijzingen waren hoofdzakelijk bestemd voor de operatie “Roundup” die een werkelijke landing in 1943 voorzag, maar die definitief afgelast werd door gebrek aan scheepsruimte na se beslissing om in Noord-Afrika te landen (Operatie “Torch”, November 1942).
Indien de Britten hadden willen doen geloven aan een tussenkomst van de Belgische Weerstand in 1943 in het landingsgebied, dan hadden ze, net als bij “Prosper” in Frankrijk, talrijke wapendroppings voor de actie moeten uitvoeren. Maar er gebeurde niets in die zin !
Het lijkt ons dan ook absoluut onwaarschijnlijk dat het “Vrijkorps” in 1943 een rol zou gespeeld hebben in het deceptieplan Cockade en dat de talrijke Weerstanders die toen aangehouden werden hiervan het slachtoffer zouden geweest zijn !
Uit het onderzoek van de drie hierboven aangehaalde gevallen blijkt het dat alleen in Frankrijk de Weerstand bij de deceptie in 1943 betrokken was. De dubbelagent Déricourt en de Prosper-organisatie die door de S.O.E. gesteund werd, en mogelijk nog anderen, ontvingen gemanipuleerde onderrichtingen die in het kader van Cockade de Duitsers moesten doen geloven aan een landing in Pas de Calais tijdens de zomer van 1943.

15

Wanneer de Britten wel hadden voorzien dat meerdere Weerstanders hierdoor in Duitse handen gingen vallen, konden ze toen echter niet vermoeden dat dit voor velen de dood zou betekenen.

Het was immers in 1942 - 1943 nog niet geweten welk lot politieke gevangenen van de Duitse concentratiekampen zou beschoren zijn.
Zelfs personen wiens enige “verzetsdaad” geweest was dat hun naam ergens op een lijst voortkwam werden zonder vorm van proces (meestal als Nacht und Nebel geval) de concentratiekampen ingejaagd waarvan pas in april – mei 1945 alle gruwelen bekend geraakten.
Wat Nederland en België betreft waren deze aanhoudingen van Verzetslieden zeker niet door de Britten uitgelokt of gewild. Ze waren meestal het gevolg van verraad, onvoorzichtigheid, fouten of onkunde van mensen die het goed meenden, maar die weinig of geen praktische ervaring hadden of vooraf enige opleiding genoten in clandestiene activiteiten. Daarbij moesten ze het opnemen tegen “professionelen” van Abwehr, Sicherheitsdienst en Kriminalpolizei !
Slechts een handvol militairen, waaronder de Britse Generaal Gubbins (chef van S.O.E.) hadden voor 1940 enige interesse betoond in speciale operaties (sabotage, hinderlagen, enz.), terwijl alle anderen zich de knepen van het vak via de keiharde en meedogenloze werkelijkheid moesten eigen maken.
Wil men in de toekomst (God spare ons van een nieuwe oorlog met bezetting ! ) niet dezelfde fouten overdoen met de identieke dramatische gevolgen, dan is het nodig dat men vanaf nu minstens een paar lesuren tijdens de opleiding van de beroepsofficieren (b.v. op het KHID) aan deze vorm van Niet-conventionele oorlogsvoering zou besteden.
Na deze overwegingen komen we terug bij onze hamvraag: Waarom heeft men niet krachtdadiger tegen infiltranten (of verraders) opgetreden ???
Alleen Frankrijk bezat verzetsorganisaties die zich uitsluitend bezig hielden met het fysisch uitschakelen van verraders (7).
Hoe deze tewerk gingen en welke “vergissingen” ze eventueel maakten zullen we hier niet verder uitdiepen.
In Nederland waren het meestal de “knokploegen” die verraders uitschakelden, terwijl ook andere verzetsorganisaties (zoals de “Ordedienst – OD” ) slechts in gevallen van “wettige zelfverdediging” of bij “zeer ernstig gevaar voor personen of organisatie” tot dergelijke daden overgingen.
Antoon van der Waal die na zijn infiltraties in 1942 en 1943 groot gevaar liep op een dergelijke manier uitgeschakeld te worden door het Verzet, werd door de Duitsers (die hem tijdelijk “uitgespeeld” aanzagen) op listige wijze van liquidatie gered.
Op 19 juli 1943 omstreeks 23:00 uur werd hij te Rotterdam op volle straat zogezegd “neergeschoten en door de S.D. als “dood” afgevoerd. Op 21 juli 1942 liet de S.D. een bericht in de kranten verschijnen met als titel Politieke moord te Rotterdam waarbij een bedrag van 10.000 gulden werd uitgeloofd om de moordenaar te snappen. 16

Antoon van der Waas (alias Antoon de Wilde) was voor het verzet “dood” en kon nu verder ongehinderd zijn werk voortzetten. Het was pas na de oorlog dat hij gefusilleerd werd !


In België waren het de Gewapende Partizanen die hoofdzakelijk tot fysieke liquidatie van “verraders” overgingen (8). Ook andere organisaties (zoals het Geheim Leger) waren soms verplicht (net zoals in Nederland) om gevaarlijk-geachte individuen voor het Verzet of voor de Geallieerden (o.a. voor afgeschoten vliegers) uit te schakelen.
Wat het geval Prosper de Zitter en konsoorten aangaat is het wel verwonderlijk dat ze niet definitief uit de weg geruimd werden, want ze waren evenmin als de Nederlander Antoon van der Waas “dubbelagenten” die de Britten wilden sparen.
Een eenvoudige waarschuwing met persoonsbeschrijving via de B.B.C. aan de bevolking gericht met bevel ze uit te schakelen zou wellicht gevolgen gehad hebben, temeer daar de Zitter door het ontbreken van een lid aan de linker pink goed identificeerbaar was.
Zijn liquidatie ware zeker veel nuttiger geweest dan het neerschieten van “kleine gevallen” en had menig Belg van een gewisse dood kunnen redden.
Was dit geen grove fout die de Belgen te Londen begingen, vermits ze ingelicht waren over het grote gevaar dat hij betekende ???
Alles bijeen wellicht stof genoeg voor (historische) romanschrijvers, want in 1943 overtrof de werkelijkheid soms de meest gewaagde fictie !




17

Weerstanders door de Britten opgeofferd ? (Addendum)
De Geallieerde deceptie in 1943: de rol van het Verzet.
Referte: Reeks artikels in PYGMALION Nr. 1/2/3/4 Trim. 2000.
BELGIË:
Als we destijds schreven dat het blijkt dat alleen het verzet in FRANKRIJK een zekere rol speelde in de Geallieerde deceptie in 1943, die tot doel had de Duitsers te laten geloven dat een landing in de omgeving van Pas de Calais in de herfst 1943 op komst was, dan kunnen we wellicht vandaag er nog een nieuw element aan toevoegen waaruit blijkt dat ook in BELGIË een bepaalde verzetsorganisatie MOGELIJK betrokken werd (zonder het te beseffen) in de Geallieerde deceptie.
Ziehier in kort waarover het gaat:
De oorlogszending “SAMOYEDE”:

De Belgische geheimagent Freddy VELDEKENS werd in de nacht van 12 op 13 maart 1943 blind gedropt in de omgeving van Edingen. Zijn codenaam was “Samoyède (I)”, hij was drager van geheime onderrichtingen voor een dienst die samenwerkte met de sectie P.W.E.

(“Political Warfare Executive”) van de Belgische Staatsveiligheid te Londen. Deze sectie stond in verbinding met de P.W.E.-sectie radio van SHAEF (Supreme Headquarters Allied Expeditionary Forces). De opdracht die “Samoyède I” (gans de organisatie zou later “SAMOYEDE” genoemd worden) naar België overgebracht bestond erin een radiotelegrafische verbinding tussen Londen en België te realiseren en de oprichting van regionale radiozenders in fonie (Brussel, Antwerpen, Kortrijk, Diest, Gent, Houdeng- Aimeries, Luik en Tamines) voor te bereiden. Deze radiozenders moesten bij de bevrijding onmiddellijk in actie treden om de bevolking te informeren en geallieerde onderrichtingen te verspreiden. Hoe deze dienst er in slaagde haar “mission inpossible” tot een goed einde te brengen wordt uitvoerig verhaalt in twee uitzonderlijke werken: “La mission Samoyède” door Ghislain Lhoir – uitgave Didier Hatier – 207 p.- 1984 en “De Belgische Radio-omroep tijdens de Tweede Wereldoorlog” door Dr. Greta Boon – uitgeverij Den Gulden Engel – 302 p. 1988.

Wat ons hier opvalt is dat “Samoyède I” vanwege P.W.E. de instructies uit Londen meegekregen had dat “ alles moest gereed zijn tegen uiterlijk 16 juli 1943 “. Er zou voorafgaandelijk een “waarschuwingsbevel” gegeven worden om zich klaar te houden voor het in actie treden van de radiozenders, dit bevel zou door de Belgische omroep te Londen uitgezonden worden onder de vorm van het codewoord “LAROUSSE”. Het codewoord werd effectief uitgezonden op 14 augustus 1943 tijdens de uitzending van 19:30u (precies om 19:50u opgevangen te KORTRIJK): dit bericht dat bepaalde medewerkers van “Samoyède” in gevaar had kunnen brengen was in feite een VALS ALARM !

De auteur Ghislain Lhoir stelt zich op pag. 174-175 de vraag van “les
de l’automne 43 ?” en “Pourquoi fallait-il donc brusquer les choses en juillet, août et septembre 1943 ? Terminer le travail dans un délai de trois mois ?

18

Had dit misschien te maken met de geplande Geallieerde “DECEPTIE” in 1943 ?

Wellicht wél, maar voor zover ons bekend veroorzaakte dit “vals alarm” in de rangen van het Belgisch Verzet toen GEEN slachtoffers, maar het had wel gekund !
Later werd meegedeeld dat het ganse systeem ten laatste in februari 1944 moest klaar zijn !

In september 1944 werd overgegaan tot uitvoering: BELGIE was het ENIG land van AL de bezette gebieden dat een dergelijk huzarenstuk tot stand kon brengen !


Dit verdiend dan ook een BRAVO aan al de Belgische medewerkers van “Samoyède”,

(waarvan meerdere hun leven lieten), een kleine dienst die in staat was grote prestaties te leveren en waarvan de verdiensten jammer genoeg té weinig gekend zijn !!





PYGMALION

Koninklijke Unie der Verbroederingen van het Geheim Leger
19

  • Belgische kustgebied en in Noord West-Vlaanderen
  • London Controlling Section
  • Frankrijk , Nederland en België
  • Waarom heeft men niet krachtdadiger tegen infiltranten (of verraders) opgetreden
  • PYGMALION Koninklijke Unie der Verbroederingen van het Geheim Leger

  • Dovnload 121.33 Kb.