Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Wetenschappelijke onderbouwing Eye Movement Integration

Dovnload 25.96 Kb.

Wetenschappelijke onderbouwing Eye Movement Integration



Datum12.05.2019
Grootte25.96 Kb.

Dovnload 25.96 Kb.

Wetenschappelijke onderbouwing Eye Movement Integration.

Eye movement desensitization and reprocessing (afgekort EMDR) is een therapeutische interventietechniek die bij de start voornamelijk werd toegepast bij mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Ondertussen zijn de indicaties flink uitgebreid. Deze therapie is ontwikkeld door Francine Shapiro en bestaat sinds eind jaren '80. EMDR is gebaseerd op vele therapeutische technieken. Het therapieprotocol is gebaseerd op gedragstherapie en cognitieve therapieën. Het gespreksdeel wordt sterk beperkt.

EMDR wordt vaak toegepast om de vastgelopen verwerking van traumatische ervaringen weer op gang te helpen. Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit bij, met name, PTSS.[2][3] Uit systematische reviews blijkt dat de werkzaamheid van EMDR niet onomstotelijk vaststaat.[4]

Onderzoek naar het nut van de links-rechts-effecten binnen deze therapie laat wisselende resultaten zien.[5][6][7][8][9] Niettemin staat EMDR voor de behandeling van PTSS in de categorie van therapieën met de hoogste effectiviteit.[10]

Er bestaat een internationale organisatie EMDR International http://www.emdr.com/ (EMDRIA) die waakt over de kwaliteit van hun opleiding en de voorwaarden voor toelating tot hun opleiding. In België heeft men het emdr instituut: http://www.emdr-belgium.be/

Het beleid van de Belgische en Nederlandse tak van de internationale organisatie is dat de cursussen/opleidingen alleen toegankelijk zijn voor afgestudeerde psychologen, psychotherapeuten en psychiaters.

2.↑ van der Kolk BA et al, A randomized clinical trial of eye movement desensitization and reprocessing (EMDR), fluoxetine, and pill placebo in the treatment of posttraumatic stress disorder: treatment effects and long-term maintenance. J Clin Psychiatry. 2007 Jan;68(1):37-46.

3.↑ Bisson JI, et al Psychological treatments for chronic post-traumatic stress disorder: Systematic review and meta-analysis. Br J Psychiatry. 2007 Feb;190:97-104.

4.↑ a b James D. Herbert, a, Scott O. Lilienfeld, Jeffrey M. Lohr, Robert W. Montgomery, William T. O'Donohuee, Gerald M. Rosen and David F. Tolin (2000). Science and pseudoscience in the development of eye movement desensitization and reprocessing Implications for clinical psychology. Clinical Psychology Review Volume 20, Issue 8, November 2000, Pages 945-971, PMID 11098395

5.↑ a b Lee, C. W., & Drummond, P.D. (2007). Effects of Eye Movement versus Therapist Instructions on the Processing of Distressing Memories, Journal of Anxiety Disorders, (2007)doi:10.1016/J.janxdis.2007.08.007

6.↑ Bauman W, Melnyk WT.(1994)A controlled comparison of eye movements and finger tapping in the treatment of test anxiety.J Behav Ther Exp Psychiatry. 1994 Mar;25(1):29-33

7.↑ Grant J. Devilly, , Susan H. Spence and Ronald M. Rapee (1998). Statistical and reliable change with eye movement desensitization and reprocessing: Treating trauma within a veteran population. Behavior Therapy Volume 29, Issue 3, Summer 1998, Pages 435-455

8.↑ Dunn et al. (1996). Measuring the effectiveness of eye movement desensitization and reprocessing (EMDR) in non-clinical anxiety: a multi-subject, yoked control design. Journal of behavior therapy and experimental psychiatry 27, 231-239

9.↑ Feske, U; Goldstein, AJ (1992). Eye Movement Desensitization and Reprocessing Treatment for Panic Disorder: A Controlled Outcome and Partial Dismantling Study. Year Book of Psychiatry & Applied Mental Health. 1999(2):104-105, Annual 1999

10.↑ Kwaliteitsonderzoek voor de Gezondheidszorg CBO (2003), Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen - Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen cliënten met een angststoornis, Utrecht, ISBN 90-5253-500-0.

EMI en Eye Movement Desensitization en Reprocessing (EMDR)

Zowel EMI als EMDR maken gebruik van oogbewegingen om toegang te krijgen tot traumatisch materiaal. EMDR is ontwikkeld door Francine Shapiro in 1989.

EMDR bleek succesvol te zijn in het verminderen van traumatische symptomen (Hogberg et al., 2008). Hoewel EMI en EMDR een verschillend therapie protocol hebben is het zeker dat ze een belangrijke basis delen.(Beaulieu 2004)

Hoewel er overeenkomsten zijn tussen de twee therapieën, zijn er ook duidelijke verschillen (Beaulieu, 2004).

Beide therapieën gebruiken oogbewegingen om de symptomen van traumatische herinneringen te verlichten. EMDR richt zich op de herstructurering van de bewuste cognitieve traumatische herinnering, geeft associaties, laat informatie bewust worden, richt zich op de cognitieve, emotionele en lichamelijke componenten. EMI faciliteert sensorische integratie (visueel-auditief-kinesthetisch) van traumatische herinneringen.

Beide richten zich echter op de integratie van traumatische herinneringen (Beaulieu, 2004;. Protinsky et al. , 2001).

Hoewel er verschillen zijn in het protocol van deze twee therapieën, valt het niet te ontkennen dat er een duidelijk verband is tussen oogbewegingen, het limbisch systeem
en het verminderen van symptomen van psychologisch trauma. Lee en Drummond (2008) onderzochten het effect van oogbeweging versus verbale instructie van de therapeut, bij de verwerking van traumatische herinneringen.

Zij ontdekten dat de oogbewegingen, en niet de suggesties van de therapeut verantwoordelijk waren voor de vermindering van de pijnlijke traumatische herinneringen.



EMI vs EMDR

  • EMI maakt gebruik van soepel glijdende volgbewegingen van het oog (SPEM).

  • EMDR gebruikt saccadische oogbewegingen; sprongsgewijze verplaatsingen van het fixatiepunt.

  • EMI maakt gebruik van 22 verschillende bewegingen, uitgevoerd bij een snelheid die passend is voor de client.

  • EMDR maakt gebruik van een laterale beweging, de snelheid van de beweging is hoog. Bij de verwerking en bij het installeren van positieve ervaringen, belevenissen zijn de bewegingen langzaam en houdt telkens rekening met het comfort van de cliënt

  • EMI maakt eveneens gebruik van verbale signalen om traumatisch materiaal te triggeren.

  • Bij EMDR worden geen verbale signalen gebruikt om traumatisch materiaal te triggeren.

  • EMI gebruikt enkel oogbewegingen.

  • EMDR gebruikt eveneens auditieve signalen of tapping om beide hemisferen te aktiveren.

  • EMI heeft zijn oorsprong in NLP.

  • EMDR heeft zijn oorsprong in een persoonlijke ervaring van Francine Shapiro.

Struwig, E: An Exploratory Study on the Usefulness of EMI in Overcoming Childhood Trauma (2008)

Waar haalt Francine Shapiro (EMDR) de mosterd

Lang voordat eyemovement desensitization and reprocessing EMDR werd genoemd, bestonden er al verscheidene oogbeweging trauma technieken die ontwikkeld werden in de jaren ’60, deze onderzoeken waren voornamelijk gerelateerd met neurolinguïstisch programmeren (NLP). John Grinder één van de stichters van NLP onderwees deze technieken aan een administratief medewerker die met hem samenwerkte. Deze administratieve medewerker was Francine Shapiro een psychologe die later de EMDR therapie zelf ontwikkelde en uitbouwde.

Francine Shapiro werkte (administratie en verkoop) in de Santa Cruz kantoren van John Grinder, Delozier en medewerkers in de jaren ‘80.

Dr. Randi Fredericks, Ph. D.

http://www.randifredricks.com/randi/art/emdr_nlp.cfm

Wetenschappelijke onderzoeken EMI

Danie Beaulieu, Ph.D.: Efficacy of Eye Movement Integration Therapy: A novel therapy for rapid, ecological integration of traumatic memories (2003).

Danie Beaulieu, Ph.D.: Eye Movement Integration Therapy (EMI): The Comprehensive Clinical Guide

Struwig, E: An Exploratory Study on the Usefulness of EMI in Overcoming Childhood Trauma (2008).

Dr. Deninger Mike: http://deninger.com/eye-movement-integration.php

Eye Movement Integration is een innovatieve therapie die momenteel terrein wint als therapeutische interventie wereldwijd. Het Milton H. Erickson instituut van Zuid-Afrika (MEISA) leidt professionele hulpverleners op tot EMI counselors sinds 2006 (Hartman, 2006).

Duizenden professionele hulpverleners werden wereldwijd opgeleid tot EMI counselors door Steve en Connirae Andreas, Ron Klein, Robert Dilts, Mike Deninger, Danie Beaulieu, Nigel Hetherington, Andrew T. Austin, etc.

Eye Movement Integration geniet sterke bekendheid in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en Zuid-Afrika.

EMI werd beperkt wetenschappelijk onderzocht maar heeft bijzonder veel gelijkenissen met EMDR dat wel uitgebreid wetenschappelijk onderzocht werd; bovendien heeft EMDR zijn wortels in EMI.

Ondanks de aanzienlijke extra onderscheidende aspecten, de gerapporteerde resultaten, toegevoegd aan de substantieel positieve resultaten elders gemeld betreffende EMDR (Carlson, Chemtob, Rusnak, Hedlund, & Muraoka, 1998; Chemtob et al., 2000; Jensen, 1994; Wilson, Becker, & Tinker, 1995), kan erop wijzen dat oogbeweging therapieën een effectieve benadering vertegenwoordigen om traumatische herinneringen te integreren op een ecologische wijze.



EMDR vs Cognitieve gedragstherapie

EMDR is de meest onderzochte van de trauma therapieën, en verkreeg validatie en erkenning door de American Psychological Association, de American Psychiatric Association, het ministerie van Defensie en de Veteran's Administration, als het gaat om behandelingen voor posttraumatische stress-stoornis, of PTSS.


EMDR kan niet langer worden beschouwd als controversieel, aangezien er meer gecontroleerde studies EMDR valideren voor de behandeling van PTSS dan andere behandelingsmethoden. De vorige vaandeldrager op het gebied van de psychotherapie was (en is dit nog steeds voor een groot deel) cognitieve gedragstherapie. Gecontroleerde studies hebben aangetoond dat ze beiden een 80% slagingspercentage hebben. De behandeling met EMDR wordt echter volbracht binnen 1/2 tot 1/3 van de tijd in relatie tot CBT en met veel minder huiswerk (100 uur CBT tegen 3 uur EMDR). EMDR had bovendien een lager drop-out percentage.

Eye Movement Integration, cognitie en werking

Het precieze mechanisme van de werking van EMI is nog onbekend. Rajad (2001, p. 1)

Beaulieu (2004; 2005) benadrukt dat, hoewel de associatie tussen oogbewegingen en
gedachten verwerking wordt aanvaard, is het niet uit te leggen hoe de neurologische mechanismen van EMI werken.

Beaulieu speculeert over de mogelijke verklaringen voor de effectiviteit van EMI, die kort zullen worden besproken:



Binoculaire rivaliteit en inter-hemisferisch schakelen
De eerste mogelijke verklaring is de hypothese van een vertraagde schakelaar tussen de twee hersenenhelften. In hun werk ontdekten Pettigrew en Miller (Pettigrew & Miller, 1998;. Miller et al., 2000) dat er sprake is van een vertraging in het inter-hemisferisch schakelen bij patiënten met een bipolaire stoornis.
Om het hemisferische schakelen te bestuderen, Pettigrew en Miller (1998, 2000), gebruikten ze binoculaire rivaliteit, dit is het afwisselen van perceptuele staten wanneer verschillende beelden worden voorgelegd aan de ogen afzonderlijk. Dit zorgt ervoor dat de ogen wedijveren om een bewuste waarneming te kunnen maken. Beaulieu (2004) geeft aan dat de bevindingen van Pettigrew en Miller mogelijk uitleggen wat er gebeurt tijdens een overweldigende traumatische ervaring.
De zintuigen zijn niet in staat een enkele waarneming te distilleren uit de overweldigende traumatische informatie als de snelheid van het schakelen tussen beide hemisferen wordt verminderd. Struwig, E: een verkennende studie over het nut van EMI in het overwinnen van Childhood Trauma p.33
Beaulieu (2004) suggereert dat een overweldigende ervaring het ritme van het schakelen
tussen de twee hersenhelften vertraagt. Bovendien geeft ze aan dat de ritmische vloeiende bewegingen van EMI de normale snelheid van schakelen tussen de beide hemisferen zal herstellen.

SMOOTH PURSUIT oogbewegingen (SPEM)
EMI maakt gebruik van soepele volgende bewegingen van de ogen. Smooth Pursuit Eye Movements (SPEM) zijn langzame volgende oogbewegingen bij het eye-tracken van een kleine bewegend object zodat het binnen het precieze bereik van de fovea , het kuiltje van het netvlies, wordt gehouden. (Hun & Ilg, 2005).
Uitgebreide studies zijn gedaan met betrekking tot soepele eye-tracking tekorten (ETD) en
schizofrenie. Kumar et al.. (2001, p. 1291) bestudeerde 55 jonge adolescenten met psychische stoornissen ontstaan in hun kinderjaren. Volgens hun bevindingen hadden de proefpersonen met schizofrenie en andere psychische stoornissen kwalitatief slechtere eye-tracking dan
gezonde kinderen. Irwin, Groen en Marsh (1999, p. 1230) deden onderzoek naar de relatie tussen SPEM tekorten en getraumatiseerde kinderen. De auteurs vermelden in de conclusies van hun onderzoek dat er een de duidelijkheid associatie bestaat tussen de ETD en traumatische ervaringen. Dit onderzoek van trauma slachtoffers bewijst dat de controlesystemen van de oogbewegingen nauw verbonden zijn met de amygdala, hippocampus en corticale systemen en dat deze worden beïnvloed door overweldigende ervaringen.


Oogbewegingen en slaap
Er zijn vier fasen te onderscheiden in de slaap (Breedlove et al., 2007;. Freberg, 2006). Stadium 1 en 2
kunnen worden omschreven als lichte slaap. Fase 3 en 4 is meestal diepe slaap, ook bekend als slow-wave slaap (SWS). Het duurt meestal ongeveer een uur om door alle vier fasen te gaan tijdens de slaap, waarna de persoon terugkeert naar fase 2. Dan gaat de persoon in de REM slaap (Breedlove et al., 2007.;Freberg, 2006). Dit stadium is vernoemd naar de snelle beweging van de ogen.
De verstoring van de slaap is een kern symptoom van PTSS. Verstoring van slaap kan zich voordoen in de vorm van nachtmerries, niet kunnen slapen en slapeloosheid (Bader, Schäfer, Schenkel, Nissen & Schwander, 2007; Germain, Buysse, Nofzinger, 2008). Montgomery (2008) besluit dat slaapstoornissen bij PTSS patiënten een primair kenmerk is van PTSS, en niet alleen een secundair symptoom. Sterpenich (2007) ondersteunt deze mening en voegt eraan toe dat, indien er slaaptekort aanwezig is een nieuwe ervaring volgt namelijk dat de nieuwe informatie niet effectief geïntegreerd wordt met informatie uit de hippocampus.
De relatie tussen slaap en geheugen verwerking is goed gedocumenteerd en werd intensief
bestudeerd in het afgelopen decennium (Habukawa Uchimura, Maeda, Kotrii & Maeda, 2007;. Sterpenich et al.,2007; Stickgold, 2007). Zowel REM slaap als diepe slaap(SWS) zijn nodig voor de integratie en consolidatie van nieuwe ervaringen in het geheugen.
Habukawa et al. (2007) rapporteren volgens hun studie, dat de PTSS-patiënten een daling van de SWS vertoonden.
Stickgold (2007) concludeert dat de integratie, verwerking en consolidatie van traumatische herinnering een slaap-afhankelijk proces is. Het nabootsen van dit mechanisme (oogbewegingen die zich voordoen in een REM slaap) is om die reden het meest effectief om tot integratie en consolidatie van traumatische ervaringen te komen.
De oogbewegingen gebruikt in EMI lijken sterk op de oogbewegingen die aanwezig zijn tijdens de REM slaap en daarom is het mogelijk dat dit bijdraagt ​​tot de doeltreffendheid van deze therapie.

Het is duidelijk dat er verschillende mogelijkheden zijn die de effectiviteit van EMI kunnen verklaren. Geen van deze mogelijkheden is echter voldoend getest. Toch zijn er steeds meer aanwijzingen die aantonen dat oogbewegingen zowel verbonden zijn met de reactie op traumatische ervaringen als verbonden zijn met het verwerken van traumatische ervaringen.

EMI is echter niet de enige interventie die werkt op basis van oogbewegingen. Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) en brainspotting therapie zijn andere innovatieve therapieën die werken op basis van oogbeweging.

Alpha

Brainspotting David Grand Ph.D.

Eye Movement Integration maakt gebruik van dezelfde mechanismen als brainspotting therapie. Beide therapieën hebben veel gelijkenissen en delen een belangrijke substantiële basis.

Net zoals EMI maakt brainspotting gebruik van de correlatie tussen oogbeweging, oogposities, innerlijke neurale verbindingen en traumatische ervaringen.

Brainspotting is gebaseerd op de afstemming van de therapeut op de oogpositie van de patiënt waar, bij een patiënt die in contact is met een traumatische herinnering op zoek wordt gegaan naar een oogpositie(brainspot) die voor regulatie en vermindering van de emotionele activatie van de amygdala zorgt.

REFERENCES

Badenoch, B. (2008) Being a Brain-Wise Therapist: A Practical Guide to Interpersonal

Neurobiology. Norton, New York.

Carter, R. (2009) The Human Brain Book. New York: DK Publishers.

Grand, D. (1999) Defining and Redefining EMDR. New York: BioLateral Books.

Grand, D. (2001) Emotional Healing at Warp Speed: The Power of EMDR.

New York: Harmony Books.

Grand, D. (2002) Treating survivors of the world trade center disaster with natural flow EMDR

resourcing. EMDRIA Conference Lecture.

Grand, D. (2009) Brainspotting Phase One Training Manual

Grand, D. (2009) Brainspotting Phase Two Training Manual

Levine, P. (1997) Waking the Tiger. Berkeley, CA: North Atlantic Books.

Martinez-Conde, S. & Macknik, L. (2007) Windows on the mind.

Scientific American, 56-63, (August 2007).



Scaer, R. (2005) The Trauma Spectrum, Hidden Wounds and Human Resiliency.

  • EMI en Eye Movement Desensitization en Reprocessing (EMDR)
  • Waar haalt Francine Shapiro (EMDR) de mosterd
  • Wetenschappelijke onderzoeken EMI
  • EMDR vs Cognitieve gedragstherapie
  • Eye Movement Integration, cognitie en werking
  • Brainspotting David Grand Ph.D.

  • Dovnload 25.96 Kb.