Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Wettelijk gebruiksvoorschrift

Dovnload 29.16 Kb.

Wettelijk gebruiksvoorschrift



Datum14.09.2017
Grootte29.16 Kb.

Dovnload 29.16 Kb.

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van het middel Holland Fyto Deltamethrin,

toelatingsnummer 10299 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT


Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel
a. in de teelt van appels, peren, druiven, kersen, pruimen, aardbeien, zwarte bessen, rode bessen, kruisbessen, bramen en frambozen;

b. in de teelt van komkommers, augurken, meloenen, courgettes, tomaten, paprika’s en aubergines;

c. in de teelt van kropsla en ijsbergsla, andijvie, knolvenkel, rammenas, radijs, koolraap, consumptieraap, spruitkool, sluitkool, bloemkool, chinese kool, boerenkool, broccoli, koolrabi, uien, prei, erwten, veldbonen, stambonen, suiker- en voederbieten, blauwmaanzaad, vlas, bladrammenas, bladkool, stoppelknollen, koolzaad, karwij, aardappelen en asperges, mits toegepast na het steken;

d. in de teelt van eetbare paddestoelen;

e. in de teelt van bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen, bloembollen en vaste planten

f. in de teelt van graszaad en graszoden alsmede in weiland met dien verstande dat:

1. in de graszaadteelt binnen 2 weken na behandeling geen gras mag worden gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden;

2. weiland niet binnen 2 weken na behandeling mag worden beweid.


Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:



2 dagen voor champignons;

3 dagen voor komkommers, augurken, meloenen, courgettes, tomaten, paprika's en aubergines;

4 dagen voor aardbeien;

2 weken voor sla en andijvie;

7 dagen voor overige consumptiegewassen.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING


Dit middel is in lage doseringen bijzonder goed werkzaam tegen een reeks van insecten. Het middel werkt als contact- en maaggif en de werking is bijzonder snel. Dit middel werkt niet systemisch, heeft geen dampwerking en dringt niet in het blad door; wel penetreert het in de waslaag. De nawerking op plantenmateriaal is lang. Het middel is zacht voor het gewas. Het middel werkt vooral tegen rupsen, doch is daarnaast werkzaam tegen vele andere insecten, en bezit nevenwerking tegen bladluizen voorzover deze goed met het middel in aanraking komen. Bij een specifieke luisaantasting dient hiervoor een speciaal bladluisbestrijdingsmiddel te worden toegepast.
Attentie

Het middel is zeer giftig voor vissen en andere waterorganismen, derhalve het middel zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terecht kan komen.


Gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Toepassingen
Appels en peren
Voor de bloei, ter bestrijding van rupsen van de wintervlinder, vruchtbladroller, heggebladroller, voorjaarsuil, spinselmot en wants; nevenwerking tegen bladluis (appelgrasluis en rose appelluis).

Zodra de bladluizen een sterke krulling van het blad veroorzaken, is menging met een bladluismiddel noodzakelijk.


Kort na de bloei, ter bestrijding van dan nog voorkomende rupsen, alsmede wants, perebladvlo en bladluis ( zie voor luis opmerking bij vóór de bloei bespuiting). Met deze bespuiting wordt ook de 1e generatie van de bladmineerder bestreden.
Half juni, ter bestrijding van perebladvlo, rupsen van de 1e generatie vruchtbladroller, fruitmot, bladmineerders, appelglasvlinder en appelvouwmijnmot, nevenwerking tegen bladluis (groene appeltakluis). Door de lange werkingsduur kan voor de bestrijding van de 1e generatie van de bladmineerder worden volstaan met één bespuiting.
In juli en augustus, ter bestrijding van perebladvlo, rupsen van de 2e generatie van vruchtbladroller, bladmineerders, appelglasvlinder en appelvouwmijnmot; nevenwerking tegen bladluis (groene appeltakluis). Omdat het middel niet in het blad doordringt moet het worden toegepast voordat de eerste eieren van de bladmineerder uitkomen.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).
Bij gebruik van nevelapparatuur dien de concentratie zodanig te worden verhoogd dat dezelfde hoeveelheid per ha wordt toegepast.
Appels en peren, tegen gevlekte lapsnuitkever.

Wanneer begin april de kever wordt waargenomen -of het beschadigingsbeeld van afgevreten bast, blad en knoppen wordt geconstateerd- enkele bespuitingen uitvoeren. Hierbij stam en takken goed raken.


Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).
Druiven, kersen en pruimen, ter bestrijding van diverse rupsensoorten, waaronder mineerrupsen.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).
Aardbeien, ter bestrijding van aardbeibloesemkever, trips en rupsen.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).
Bessen, (zwarte -, rode - en kruisbessen), ter bestrijding van: rupsen van de bontebessenvlinder, bladrollers en de bastaardrups van de bessebladwesp: toepassing kort voor de bloei en na de bloei als de eispiegels uitkomen, wantsen: toepassing bij het verschijnen van de larven.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).
Het is vrijwel zeker dat bij het juiste bestrijdingsmoment van deze insecten sommige bessen in bloei staan. Dat betekent dat een bespuiting voor de bloei mogelijk te vroeg is en direct na de bloei herhaald moet worden.
Bramen en frambozen, ter bestrijding van aardbeibloesemkever en frambozekever:

Eén keer spuiten 10 à 14 dagen voor de bloei en/of één keer spuiten kort voor de bloei gevolgd door één keer spuiten vlak na de bloei.

Rupsen (o.a. bladroller): toepassing voor de bloei en eventueel eerste generatie vruchtbladroller (+ half juni);

Wantsen: voor de bloei bij het uitkomen van de eieren.


Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).
Komkommers, augurken, meloenen, courgettes, tomaten, paprika’s en aubergines, ter bestrijding van rupsen, bladroller, witte vlieg, mineervlieg en trips; nevenwerking tegen bladluis.
Dosering: 0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m2 bij gebruik van Swing- of Pulsfog.
De behandeling enige malen herhalen met een interval van plm. 7 dagen.
Sla en andijvie, ter bestrijding van rupsen.
Dosering: 0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m2 bij gebruik van Swing- of Pulsfog.
Knolvenkel, ter bestrijding van rupsen en mineervlieg.
Dosering: 300 ml per ha.
Rammenas (rettich), radijs, koolraap en consumptieraap, ter bestrijding van rupsen en trips; nevenwerking tegen bladluis. Spuiten zodra aantasting optreedt.
Dosering: 300 ml per ha.
Spruit-, sluit-, bloem-, chinese - en boerenkool, broccoli en koolrabi, ter bestrijding van koolrupsen, koolmot en bladrollers; nevenwerking tegen bladluis en bij spruitkool ook tegen de late koolvlieg.
Dosering: 300 ml per ha.
Spuiten zodra eerste vreterij zichtbaar wordt.
N.B.: Voor een afdoende bestrijding van bladluis (melige koolluis, perzikbladluis) is menging met een specifiek bladluismiddel noodzakelijk.
Prei en uien, ter bestrijding van preimot, trips en mineervlieg.
Dosering: 300 ml per ha.
Erwten en veldbonen, ter bestrijding van bladrandkever.

Zodra vreterij van de bladrandkever aan de blaadjes van de jonge planten wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.


Dosering: 0,3 liter per ha.
Erwten, ter bestrijding van trips en erwtepeulboorder.
Dosering: 300 ml per ha.
Stambonen, ter bestrijding van trips.
Dosering: 300 ml per ha.
Suiker- en voederbieten, ter bestrijding van trips en rupsen.
Dosering: 300 ml per ha.
De bestrijding van trips kan het beste worden uitgevoerd wanneer de tripsen op de jonge plantjes worden waargenomen.
Rupsen, die in de maand augustus hier en daar worden aangetroffen kunnen soms een aanzienlijke hoeveelheid blad wegvreten, De schade valt doorgaans mee. On een enkel geval kan bestrijding gewenst zijn.
Vlas, blauwmaanzaad, ter bestrijding van trips.
Dosering: 300 ml per ha.
Bladrammenas, bladkool, stoppelknollen, ter bestrijding van rupsen.
Dosering: 300 ml per ha.
Asperges, tegen aspergekever en aspergevlieg


  • in 1- en 2-jarige velden:
    zodra de stengels boven de grond komen.



  • in productievelden:
    direct na de oogst. De behandeling desgewenst herhalen.

Dosering: 300 ml per ha.
Koolzaad, ter bestrijding van de koolzaadglanskever.

Zodra voor de bloei van het gewas gemiddeld 3-5 glanskevers per plant aanwezig zijn een behandeling uitvoeren.

Als het gewas bloeit is een bestrijding niet zinvol meer.

Dosering: 0,2 l/ha.
Koolzaad, ter bestrijding van de koolzaadsnuitkever.

Vanaf het moment dat de eerste hauwen gevormd zijn een behandeling uitvoeren zodra gemiddeld per plant 1 of meer snuitkevers aanwezig zijn.

Nadat alle hauwen zijn gevormd, is een bestrijding niet zinvol meer.

Dosering: 0,2 l/ha.
Karwij, ter bestrijding van de karwijmot.

Zodra de eerste rupsjes zich in de schermen inspinnen een behandeling uitvoeren.


Dosering: 0,2 liter per ha.
Champignonteelt, ter bestrijding van champignonvliegen en -muggen.
Spuitbehandeling:

Dosering: 30 ml in 50-100 liter water per 100 m2 teeltoppervlak.

Hiervan ongeveer twee-derde gedeelte op de bedden en een derde gedeelte voor de rest van de cel (vloer, plafond, bekisting en muren).


Het is aan te bevelen het middel op de bedden onder lage druk en in de rest van de cel onder hoge druk toe te passen.
Tijdstip van toepassing:
Na het afdekken tot en met de oogst met inachtname van de veiligheidstermijn.
Ruimtebehandeling:

Met Puls- of Swingfog of elektrische verdampers.



Dosering: 3 ml per 100 m3 celinhoud.

Toelichting:

Tijdens de behandeling en enige tijd daarna moeten de champignons droog blijven. Vanaf het moment van behandeling de ventilatie en circulatie gedurende 1 uur stopzetten en de verlichting inschakelen.


Aardappelen, ter bestrijding van larven van de Coloradokever.

Dosering: 300 ml per ha.
Pootaardappelen, ter voorkoming van virusoverdracht (o.a. bladrolvirus) door bladluizen.
Toepassen zodra 90% van de planten is opgekomen.

De behandeling 14 dagen later herhalen.


Dosering: 400 ml per ha.
Bloemisterijgewassen,


  • ter bestrijding van rupsen, bladrollers, mineervlieg, trips en witte vlieg; nevenwerking tegen bladluis.

    Dosering: 0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m2 bij gebruik van Swing- of Pulsfog.

    Behandeling enige malen herhalen met een interval van 5-7 dagen.






  • Voor de bestrijding van zgn. Floridarups (Spodoptera exigua) is een dosering van
    50-100 ml middel per 100 liter water, of 150-200 ml per 1000 m2 bij gebruik van
    Swing- of Pulsfog noodzakelijk.
    De eerste behandeling uitvoeren in de hoogst aangegeven dosering, zeker als er grote rupsen aanwezig zijn; de volgende behandelingen eventueel in een lagere dosering uitvoeren.
    De behandeling om de 5-10 dagen herhalen, in totaal tenminste 6 behandelingen uitvoeren.



  • Voor de bestrijding van dop- en schildluizen.

    Dosering: 0,05 - 0,1% (50-100ml per 100 liter water).
    In het algemeen zal de laagste dosering voldoende zijn.Bij een zware aantasting is de hogere dosering aan te bevelen.



Boomkwekerijgewassen en vaste planten,
ter bestrijding van diverse rupsen (o.a. van spinselmotten, bastaardsatijnvlinder, bladroller), trips, bladmineerders, eiketopgalmug, dennelotrups.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).
Spuiten zodra aantasting optreedt. Bij rupsen van bastaardsatijnvlinder eventueel ook spuiten in de nazomer voordat de rupsen zich inspinnen.

Gladiolen, ter bestrijding van trips (gewasbespuiting).
Dosering: 300 ml per ha.

Tulp en hyacint, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen.
Het middel vanaf de eerste week van mei wekelijks toepassen. Bij tulpen bespuiting voortzetten tot de tweede en derde week van juni en bij hyacinten tot één week voor het oogsten.
Dosering: 400 ml per ha.
Graszaadteelt, graszodenteelt en in weiland, ter bestrijding van larven van de rouwvlieg.

Bij voorkeur spuiten met veel water; regen kort na de toepassing heeft een gunstig effect op de bestrijding. De bestrijding dient in de herfst te worden uitgevoerd. Om de kans op contact van het middel met de larven te vergroten, verdient het aanbeveling weiland eerst te slepen en geen drijfmest kort voor de bespuiting aan te brengen.


N.B. : Het middel heeft geen effect op emelten.
Dosering: 0,5 liter per ha.
Graszaadteelt van veldbeemd, ter bestrijding van de graszaadgalmug.

De 1e bespuiting dient circa een week na begin eiafzetting te worden uitgevoerd; op overjarige percelen dient de bespuiting na 14 dagen te worden herhaald. Op 1e jaars percelen kan met één bespuiting worden volstaan, na verwijdering van de dekvrucht.


Dosering: 0,5 liter per ha

Wageningen, 31 januari 2000

  • Druiven, kersen en pruimen
  • Komkommers, augurken, meloenen, courgettes, tomaten, paprika’s en aubergines
  • Sla en andijvie
  • Rammenas (rettich), radijs, koolraap en consumptieraap
  • Prei en uien
  • Erwten
  • Vlas, blauwmaanzaad
  • Aardappelen
  • Boomkwekerijgewassen en vaste planten
  • Gladiolen
  • Graszaadteelt, graszodenteelt en in weiland
  • Graszaadteelt van veldbeemd

  • Dovnload 29.16 Kb.