Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Wettelijk gebruiksvoorschrift

Dovnload 10.45 Kb.

Wettelijk gebruiksvoorschrift



Datum12.03.2017
Grootte10.45 Kb.

Dovnload 10.45 Kb.



Toelatingsnummer 8794 N

     

Apollo


8794 N
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN


BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van het middel Apollo,

toelatingsnummer 8794 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als mijtenbestrijdingsmiddel in de teelt van:



  1. appels, peren, pruimen en kersen, met dien verstande dat toepassing in pruimen en kersen uitsluitend vóór de bloei mag plaatsvinden;

  2. aardbeien, met dien verstande dat op productievelden toepassing uitsluitend mag plaatsvinden tot het opengaan van de eerste bloemen dan wel na de laatste pluk;

  3. tomaten;

  4. bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen en vaste planten.



Veiligheidstermijnen:
De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:
4 weken voor appels en peren;

3 dagen voor tomaten.


B.

GEBRUIKSAANWIJZING


Algemeen

Het middel is werkzaam tegen eieren van spint en heeft werking op net uitgekomen larven.


Oudere larven en volwassen mijten worden niet bestreden.
Om de kans op ontwikkeling van resistentie te verkleinen verdient het de voorkeur dat het middel wordt afgewisseld met andere voor de spintbestrijding toegelaten middelen die een ander werkingsmechanisme hebben dan Apollo, dan wel met deze middelen gecombineerd wordt toegepast.
Toepassen met voldoende water om optimale bevochtiging van zowel de bovenzijde als de onderzijde van de bladeren te bereiken. Indien nodig een uitvloeier toevoegen.
Indien op het moment van de toepassing reeds veel larven en/of mijten aanwezig zijn, een middel toevoegen dat larven of mijten bestrijdt. Vernevelen wordt niet aanbevolen.
Appels, peren, pruimen en kersen, ter bestrijding van fruitspint (Panonychus ulmi).

Toepassing vóór de bloei

Het middel dient te worden toegepast voor de bloei ruim vóór het uitkomen van de eerste wintereieren.



Dosering: 0,03% (30 ml per 100 liter water).

Toepassing ná de bloei

Het middel dient te worden toegepast op het moment van een eitop of spoedig daarna (meestal vanaf half juni).



Dosering: 0,03% (30 ml per 100 liter water).
Opmerkingen:

Er is uitgegaan van 1500 L/ha spuitvloeistof of meer waarbij de aangegeven dosering van 0,03% dient te worden gebruikt. Bij gebruik van minder dan 1500 L/ha spuitvloeistof dient de dosering zodanig te worden aangepast dat 450 ml middel per ha wordt toegediend.



Aardbeien op produktievelden en aardbeien op selectie- en vermeerderingsvelden en op wachtbedden, ter bestrijding van bonenspint (Tetranychus urticae). Een behandeling uitvoeren wanneer de eieren van het bonenspint wordt waargenomen.

Dosering: 0,03% (30 ml per 100 liter water).

Tomaten, ter bestrijding van bonenspint (Teranychus urticae). Een behandeling uitvoeren wanneer de eieren van de bonenspint worden waargenomen.

Dosering: 0,03% (30 mil per 100 liter water).

Bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van bonenspint (Tetranychus urticae). Een behandeling uitvoeren wanneer de eieren van de bonenspint wordt waargenomen.

Dosering: 0,03% (30 ml per 100 liter water).

Boomkwekerijgewassen, ter bestrijding van fruitspint (Panonychus ulmi).
In het voorjaar het middel toepassen ruim voor het uitkomen van de eerste wintereieren: in de zomer toepassen op het moment van eitop of spoedig daarna.

Dosering: 0,03% (30 ml per 100 liter water).

Wageningen, 14 november 2003

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,

(voorzitter)




  • Veiligheidstermijnen

  • Dovnload 10.45 Kb.