Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Yvette Spekenbrink

Dovnload 381.6 Kb.

Yvette Spekenbrink



Pagina7/9
Datum10.10.2017
Grootte381.6 Kb.

Dovnload 381.6 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

4.6 Aantal partners en condoomgebruik

Het aantal partners en het condoomgebruik in het thuisland kan ook een goede voorspeller zijn voor het aantal partners en het condoomgebruik in Australië. In tabel 8 wordt het aantal partners en het condoomgebruik van de respondenten in Australië vergeleken met het aantal partners en het condoomgebruik dat ze hadden in het thuisland.




Tabel 8. Aantal partners en het percentage condoomgebruik in Australië (N=315)




Mannen Vrouwen

Aantal partners n (%) Condoomgebruik n (%) n (%) Condoomgebruik n (%)


0 52 (32) 64 (42)

1 45 (28) 20 (44) 48 (31) 29 (60)

2 29 (18) 13 (45) 21 (14) 13 (60)

3 17 (11) 8 (47) 9 (6) 6 (63)

4 6 (4) 3 (50) 4 (3) 1 (31)

5 6 (4) 2 (37) 1 (1) 0 (0)

6 7 (4) 3 (45) 6 (4) 2 (25)




Uit tabel 8 is af te leiden dat 68 procent van de mannelijke respondenten en 58 procent van de vrouwelijke respondenten in Australië een of meerdere partners heeft gehad. Het gemiddelde condoomgebruik van de mannen ligt op 45 procent en dat van de vrouwelijke respondenten ligt op 57 procent. Afgeleid kan worden dat een hoog percentage in Australië geen condooms gebruikt en dat vrouwen vaker een condoom gebruiken in Australië dan mannen.



Tabel 9. Aantal partners en het percentage condoomgebruik in het thuisland (N=308)




Mannen Vrouwen

Aantal partners N (%) Condoomgebruik (%) N (%) Condoomgebruik (%)


0 25 (16) 33 (22)

1 71 (45) 32 (45) 85 (57) 4 (52)

2 28 (18) 15 (52) 22 (15) 12 (55)

3 22 (14) 9 (42) 7 (5) 3 (52)

4 2 (1) 1 (25)

5 1 (1) 1 (100) 1 (1) 1 (100)

6 9 (6) 5 (56) 2 (2) 0 (0)




Dezelfde analyse is uitgevoerd voor het aantal partners en het percentage condoomgebruik van de respondenten in het thuisland. In tabel 9 kan men zien dat 84 procent van de mannelijke respondenten en 78 procent van de vrouwelijke respondenten in de drie maanden voor hun vertrek naar Australië minstens eenmaal seksueel contact heeft gehad. Het gemiddelde condoomgebruik ligt bij de mannen ook hier beneden de helft, namelijk 47 procent en bij de vrouwen op 51 procent. De meeste vrouwen hebben in de drie maanden voor vertrek een of twee partners gehad, bij de mannen daarentegen heeft 14 procent ook een derde partner gehad.

Het condoomgebruik van mannen en vrouwen in het thuisland is dus ongeveer gelijk. Mannen hadden zowel in Australië als in het thuisland gemiddeld meer partners dan vrouwen en gebruikten minder vaak een condoom dan vrouwen. Vrouwen zijn in Australië veiliger wat betreft condoomgebruik, terwijl mannen in Australië juist iets onveiliger zijn. Zowel bij mannen als bij de vrouwen is het percentage wat een condoom gebruikt tijdens de seks erg laag.

Uit tabel 10 kan men afleiden welke contextuele variabelen van invloed zijn geweest op het aantal partners dat men heeft gehad en het percentage condooms dat men heeft gebruikt in Australië.

Tabel 10. Verklaringen voor het hebben van het aantal partners en het condoomgebruik in Australië op basis van

contextuele variabelen.


Condoomgebruik Het aantal partners

in Australië in Australië

Pearson correlatiecoëfficiënt r r


Contextuele variabelen

Aantal partners in het thuisland .09 .49**

Condoomgebruik in het thuisland .60** - .08

Lengte van verblijf - .06 .35**

Geslacht .13 .13*

Leeftijd .06 .10

Stress - .08 .18**


** Correlation is significant at the 0.01 level (2-tailed)

* Correlation is significant at the 0.05 level (2-tailed)

De contextuele variabelen hebben weinig tot geen samenhang met het condoomgebruik in Australië, uitgezonderd het condoomgebruik in het thuisland (r = .60). Er blijkt een sterk significant verband te bestaan tussen het condoomgebruik in Australië en het condoomgebruik in het thuisland.

De contextuele variabelen hadden over het algemeen wel een grote correlatie met het aantal partners wat men heeft in Australië. Het aantal partners in het thuisland hangt sterk significant samen met het aantal partners wat men heeft gehad in Australië (r = .49) en de lengte van verblijf in Australië (r = .35). Daarnaast bestond er ook een significant verband tussen de stress die de backpackers hadden in Australië en het aantal partners wat men daar heeft gehad(r = .18). Tenslotte is er een matig significant verband tussen het geslacht van de backpackers en het aantal partners dat men in Australië heeft.

4.7 Voorspellers voor de intentie tot condoomgebruik

Onderzoek in Zuid-Afrika over de “gender power imbalance” en sociale cognities van mannen en vrouwen (Boer & Mashamba, 2006), concludeerde dat er verschil bestond tussen de correlaties van sociale cognities tussen mannen en vrouwen. Uit de resultaten van dit onderzoek kwam naar voren dat bij mannen alleen de attitude ten opzichte van condooms en de sociale norm gerelateerd zijn aan de intentie tot het gebruik van condooms en dat bij vrouwen alleen de attitude en de eigen effectiviteit gerelateerd zijn aan condoomgebruik.


Tabel 11 laat de relatie zien tussen de intentie tot condoomgebruik en de contextuele factoren en sociale cognities van de theorie van gepland gedrag en de protectie motivatie theorie voor zowel mannen als vrouwen.


Tabel 11. Regressieanalyse voor de intentie tot condoomgebruik voor mannen en vrouwen




Mannen Vrouwen

Variabele ß ß ß ß



Contextuele factoren

Aantal partners in Australië - .01 .04 - .15 - .11

Aantal partners in thuisland - .03 - .02 .16 .14

Lengte van verblijf - .07 - .10 .02 - .02

Stress - .02 .07 - .16 .04

Culturele motieven .06 .07 .26** .13

Seksuele motieven - .08 - .10 .13 .23*

Sociale cognities

Attitude .21** .23**

Subjective norm .41*** .12

Self-efficacy - .00 .32***

Vulnerability .24** .19

Severity - .01 - .13

Respons efficacy .10 .06


R² .02 .41 .12 .33

* p < .05 ** p < .01 *** p < .001

Bij de mannen was de regressie van de intentie tot het gebruik van condooms niet significant op de contextuele factoren (F(6, 149)= .52). Door toevoeging van de sociale cognities in het tweede blok, werd de R² aanzienlijk hoger. De intentie tot condoomgebruik onder mannen was significant wat betreft de sociale cognities (F(12, 149)= 7.8, p<.001). Contextuele factoren hadden geen significante invloed op de intentie van mannen om condooms te gebruiken. Bij vrouwen was de regressie van de intentie tot condoomgebruik zowel significant op de contextuele factoren (F(6, 142)= 3.1, p<.01) als op de contextuele factoren en sociale cognities tezamen (F(12, 142)= 5.2, p<.001). De R² werd hierbij .21 hoger.

Onder mannen was de attitude tot condoomgebruik, de sociale norm en de kwetsbaarheid significant gerelateerd aan de intentie tot het gebruik van condooms. Bij de vrouwen waren de attitude tot condooms, de eigen effectiviteit, de culturele motieven en de seksueel getinte motieven significant gerelateerd aan de intentie tot condoomgebruik. Er bestaan dus opmerkelijke verschillen tussen de sociale cognities van mannen en vrouwen. Voor mannen bestond er een significante relatie tussen de sociale norm en de intentie tot condoomgebruik (ß = .41; p<.001), terwijl deze relatie niet significant was voor vrouwen

(ß =.12). Daarnaast bestond er voor mannen een significante verband tussen de kwetsbaarheid en de intentie tot het gebruik van condooms (ß =.24; p<.01), wat niet voor vrouwen aanwezig was (ß =.19). Voor vrouwen bestond er daarentegen significante samenhang tussen de eigen effectiviteit en de intentie tot condoomgebruik (ß = .32; p<.001), terwijl deze bij mannen niet significant en enigszins negatief gerelateerd was (ß = -.00). Ook was er bij vrouwen een significante relatie tussen culturele motieven en de intentie tot condoomgebruik (ß =.26; p<.01) en de seksuele motieven en de intentie tot condoomgebruik (ß =.23; p<.05). Voor mannen kon de intentie tot het gebruik van condooms voor 39 procent verklaard worden door de sociale cognities, terwijl bij vrouwen ook de motieven een belangrijke rol speelden (12%) voor het verklaren van de intentie tot condoomgebruik. Voor vrouwen kon de intentie tot condoomgebruik voor 33 procent verklaard worden door de contextuele factoren en sociale cognities. De intentie tot condoomgebruik kan bij mannen dus voor 41 procent voorspeld worden aan de hand van contextuele factoren en sociale cognities. Voor vrouwen is dit percentage wat lager, namelijk 33 procent.




4.8 Voorspellers voor het condoomgebruik

Tabel 12 laat de samenhang zien tussen het condoomgebruik en de contextuele factoren en sociale cognities van de theorie van gepland gedrag en de protectie motivatie theorie voor mannen en vrouwen.




Tabel 12. Regressieanalyse voor het condoomgebruik voor mannen en vrouwen




Mannen Vrouwen

Variabele ß ß ß ß



Contextuele factoren

Aantal partners in Australië - .03 - .01 - .20 - .06

Aantal partners in thuisland .02 .01 - .12 - .21

Lengte van verblijf .04 .03 - .06 - .07

Stress - .04 - .11 .00 .04

Culturele motieven .00 .03 .17 .05

Seksuele motieven - .06 .01 .13 .03

Sociale cognities

Attitude .19 - .07

Subjective norm - .11 .16

Self-efficacy - .20 - .02

Vulnerability .07 - .04

Severity - .08 .17

Respons efficacy - .01 - .12

Intentie .32* .51***



R² .01 .16 .11 .34

* p < .05 ** p < .01 *** p < .001

Bij de mannen was de regressie van condoomgebruik op de contextuele factoren niet significant (F(6, 103)= .15). Het condoomgebruik onder mannen kon dus niet verklaard worden door de contextuele factoren. Na toevoeging van het tweede blok nam wel de R² met .15 toe, maar was de regressie van het condoomgebruik op de contextuele factoren en sociale cognities nog steeds niet significant (F(13, 103)= 1.3). Bij mannen kan het condoomgebruik alleen enigszins verklaard worden door de intentie tot het gebruik van condooms (ß=.32, p<.05). Volgens de theorie van het gepland gedrag en de protectie motivatie theorie is de intentie tot het gebruik van condooms de beste voorspeller tot het gedrag om condooms te gebruiken. Bij de mannen kan het condoomgebruik voor 15 procent voorspelt worden op basis van de sociale cognities en maar 1 procent op basis van de contextuele factoren.

Bij de vrouwen was de regressie van condoomgebruik op de contextuele factoren ook niet significant (F (6, 82)= 1.5). Doordat er bij de vrouwen een significant verband bestond tussen de intentie tot het gebruik van condooms en het uiteindelijke condoomgebruik (ß=.51, p< .001), was de regressie van condoomgebruik op de contextuele factoren gezamenlijk met de sociale cognities wel significant (F (13, 82)= 2.7, p< .01). Bij de vrouwen kon het condoomgebruik voor 34 procent verklaard worden door contextuele factoren (11%) en sociale cognities (23%).


1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • 4.7 Voorspellers voor de intentie tot condoomgebruik
  • 4.8 Voorspellers voor het condoomgebruik

  • Dovnload 381.6 Kb.