Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Yvette Spekenbrink

Dovnload 381.6 Kb.

Yvette Spekenbrink



Pagina8/9
Datum10.10.2017
Grootte381.6 Kb.

Dovnload 381.6 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

4.9 Voorspellers voor het aantal partners in Australië

Tabel 13 laat het verband zien tussen het aantal partners wat men in Australië heeft gehad en de contextuele factoren en sociale cognities voor mannen en vrouwen.



Tabel 13. Regressieanalyse voor het aantal partners in Australië voor mannen en vrouwen




Mannen Vrouwen

Variabele ß ß ß ß



Contextuele factoren

Aantal partners in het thuisland .35*** .30*** .33*** .34***

Lengte van verblijf .32*** .32*** .21** .18*

Leeftijd .25*** .28*** .03 .02

Stress .06 - .00 .08 .03

Culturele motieven - .18* .21** - .03 .01

Seksuele motieven .12 .12 .34*** .36***

Sociale cognities

Attitude .15* - .04

Subjective norm .02 - .10

Self-efficacy - .09 .09

Vulnerability .22* - .09

Severity - .08 - .02

Respons efficacy - .21** .03

Intentie .02 - .09



R² .43 .50 .40 .42

* p < .05 ** p < .01 *** p < .001

De regressie van het aantal partners van mannen was zowel significant op de contextuele factoren (F(6, 149) = 17,7, p<.001) als op de sociale cognities van de theorie van gepland gedrag en de protectie motivatie theorie (F(13, 149) = 10,3, p<.001). Ook bij de vrouwen was het aantal partners wat ze hebben gehad significant op de contextuele factoren (F(6, 141) = 14,7, p<.001) en de sociale cognities (F(13, 141) = 7,2, p<.001).

Bij de mannen waren van de contextuele factoren het aantal partners wat ze in het thuisland hebben gehad, de lengte van verblijf, de leeftijd en de culturele motieven significant gerelateerd aan het aantal partners wat ze in Australië hebben gehad. Daarnaast zijn van de sociale cognities de houding ten opzichte van condooms, de kwetsbaarheid en de respons effectiviteit significant gerelateerd aan het aantal partners in Australië. Bij de vrouwen waren er geen significante verbanden met het aantal partners wat betreft de sociale cognities. Wel waren het aantal partners wat ze in het thuisland hebben gehad, de lengte van verblijf en de seksuele motieven significant gerelateerd aan het aantal partners wat ze in Australië hebben gehad. Ook hier zijn dus verschillen te zien in variabelen tussen mannen en vrouwen.

Voor mannen bestond er een significant verband tussen de leeftijd en het aantal partners in Australië (ß=.28, p<.001), terwijl er geen significant verband bestaat tussen de leeftijd van vrouwen en het aantal partners wat vrouwen in Australië hebben gehad. Daarnaast bestond er een significant verband tussen de attitude van de mannen ten opzichte van condooms en het aantal partners wat men in Australië heeft gehad (ß=.15, p<.05), terwijl dit verband bij vrouwen niet significant was. Ook de kwetsbaarheid van mannen was significant gerelateerd aan het aantal partners in Australië (ß=.22, p< .05). Tenslotte bestond er een negatief significant verband tussen de respons effectiviteit van mannen en het aantal partners wat men heeft gehad in Australië (ß= -.21, p< .01). Dit verband was bij vrouwen niet significant en positief. Bij vrouwen daarentegen was er een significant verband tussen de seksuele motieven die men had om naar Australië te komen en het aantal partners wat men daar uiteindelijk heeft gehad (ß=.36, p< .001), terwijl bij mannen juist culturele motieven een significant verband aangaven voor het aantal partners in Australië (ß=.21, p< .01). Uit tabel 13 kan men aflezen dat het aantal partners in het thuisland voor zowel mannen als vrouwen significant gerelateerd waren aan het aantal partners in Australië. Ook bij de lengte van verblijf was bij beiden een significant verband, al was dit verband bij vrouwen minder significant dan bij mannen. In tegenstelling met tabel 10, waar een significant verband bestond tussen het aantal partners van backpackers in Australië en de stress die men daar ondervond, is in tabel 13 af te lezen dat er geen significant verband meer bestaat tussen het aantal partners en stress wanneer men onderscheidt maakt tussen mannen en vrouwen.

Voor mannen kan het aantal partners in Australië voor 50 procent verklaard worden door de onafhankelijke variabelen, waarvan 43 procent door de contextuele factoren. Bij de vrouwen wordt het aantal partners in Australië nóg minder door de sociale cognities verklaard, namelijk maar 2 procent. Wel kan het aantal partners in Australië van vrouwen voor 40 procent verklaard worden door de contextuele factoren. Bij mannen kan het aantal partners wat men heeft in Australië dus beter voorspeld worden op basis van de contextuele factoren en de sociale cognities dan bij vrouwen.

Hoofdstuk 5. Conclusie en discussie

Australië wordt door veel jongeren als het geluksland gezien. Reizen in Australië wordt door backpackers vaak gecombineerd met feesten, plezier maken en het hebben van seksuele contacten. Onderzoek gaf aan dat meer dan de helft van de backpackers in Australië seks had gehad in de voorafgaande drie dagen en dat het condoomgebruik onder backpackers erg laag was (Egan, 2004).

Het eerste doel van dit onderzoek was te onderzoeken of het seksuele gedrag van backpackers in Australië onveiliger is dan hun seksuele gedrag in het thuisland. Resultaten uit dit onderzoek laten zien dat bijna tweederde een of meerdere partners heeft gehad, waarbij 28 procent van de mannelijke backpackers in Australië seksueel contact met een ander heeft gehad die onveilige seks beoefent. Het percentage dat een of meer partners heeft gehad in het thuisland lag zowel bij mannen als bij vrouwen hoger dan in Australië. Wel hebben backpackers in Australië aanzienlijk meer casual seks dan in het thuisland. Verder is te concluderen dat een laag percentage van de respondenten in Australië condooms gebruikt, maar dit percentage als gewoontegedrag kan worden gezien, omdat het condoomgebruikpercentage in het thuisland ook al erg laag is. Het seksuele gedrag van backpackers in Australië is dus wat betreft condoomgebruik niet onveiliger te noemen dan het seksuele gedrag in het thuisland. Wel kan geconcludeerd worden dat backpackers als een risicogroep beschouwd kunnen worden, omdat hun casual seks toeneemt, terwijl het condoomgebruikpercentage erg laag is. Er kan uit dit onderzoek niet worden afgeleidt of het lage condoomgebruikpercentage representatief is voor de algehele populatie. Mogelijk is dus dat er een bepaald type persoonlijkheid bestaat (bijv. sensation seekers) voor mensen die gaan backpacken. Backpackers zouden dus over het algemeen hoog kunnen scoren op extraversie en openheid (Kaplan & Saccuzo, 2001). Om de hypothese dat backpackers een bepaald persoonlijksheidsprofiel hebben te toetsen, zou men met behulp van de NEO-PI-R verder onderzoek kunnen doen, zodat bij het ontwikkelen van preventieprogramma’s rekening gehouden kan worden met de persoonlijkheid van deze risicogroep.

Het tweede doel van dit onderzoek onder backpackers in Australië was te kijken of alcoholgebruik en/of drugsgebruik invloed heeft op het onveilige seksuele gedrag van deze backpackers. Een van de redenen die Egan aangeeft voor het negeren van veilig seksueel gedrag is de hoge mate van alcoholgebruik (Egan, 2004). Ander onderzoek (Weinhardt & Carey, 2001) gaf ook aan dat er een directe relatie bestaat tussen de hoge consumptie van alcohol en risicovol seksueel gedrag. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat er inderdaad sprake is van een hoge consumptie van alcohol of drugsgebruik onder backpackers voorafgaand aan het hebben van seksueel contact. Voor mannen lag het percentage wat seksueel contact heeft gehad na het gebruik van alcohol en/of drugs op 83 procent, bij vrouwen was dit 66 procent. Er kan dus geconcludeerd worden dat een hoog percentage van de backpackers seks heeft gehad na het gebruik van alcohol of drugs, maar dit gedrag kan als gewoontegedrag worden gezien. Er kan hieruit helaas niet worden geconcludeerd of dit gedrag ook tot onveilig seksueel gedrag heeft geleid. Hier zou met behulp van gespecificeerde vragen over alcohol-en/of drugsgebruik en onveilig seksueel gedrag onderzoek naar gedaan kunnen worden.

Een ander doel van dit onderzoek was te kijken of de reismotieven die backpackers hebben om naar Australië te komen invloed hebben op het onveilige seksuele gedrag van de backpacker. Er is onderscheid gemaakt tussen culturele en seksueel getinte reismotieven. In dit onderzoek scoorden mannen gemiddeld lager op de culturele motieven dan vrouwen en hoger op de seksuele motieven. Vrouwen komen significant vaker naar Australië om de cultuur van het land, terwijl mannen significant meer naar Australië komen om feest te vieren en seksuele contacten te hebben. Hieruit kan dus geconcludeerd worden dat er verschil bestond in motivaties tussen mannen en vrouwen om naar Australië te komen. De uitkomsten van de regressieanalyse lieten zien dat er bij vrouwen een positief significant verband bestond tussen zowel culturele motieven als seksuele motieven en de intentie tot het gebruik van condooms. Het verband tussen culturele reismotieven en de intentie tot condoomgebruik was significanter dan de seksueel getinte reismotieven en de intentie. Er bestond geen verband tussen reismotieven en de intentie tot condoomgebruik bij mannen. Daarnaast zijn er verschillen te zien tussen de motieven van mannen en vrouwen wat betreft het aantal partners dat men had in Australië. Bij vrouwen bestond er een positief significant verband tussen het hebben van seksuele motieven en het aantal partners wat men heeft gehad in Australië. Bij mannen bestond er een negatief significant verband tussen het hebben van culturele motieven en het aantal partners als men alleen keek naar de contextuele factoren. Dit verband was minder significant dan van de seksuele motieven van de vrouwen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat seksueel getinte reismotieven voor vrouwen een direct effect hadden op de intentie tot condoomgebruik. Bij mannen daarentegen hadden reismotieven geen direct effect op de intentie om condooms te gebruiken. Het kan mogelijk zijn dat er ook verschillen bestaan wat betreft reismotivatie tussen landen. Zo zouden Engelsen bijvoorbeeld meer seksueel getinte reismotieven kunnen hebben dan Duitsers. Hier zou men nog verder onderzoek naar kunnen doen.

Ook was het doel van dit onderzoek te kijken of er een positief verband bestond tussen de mate van stress van de backpacker en onveilig seksueel gedrag. Als er gekeken wordt naar de Pearson r correlatie, bleek er een positief significant verband te bestaan tussen de mate van stress die de backpacker had en het aantal partners wat men heeft gehad (r =.18, p<.01). Dit wil zeggen dat als de hoeveelheid ervaren stress toeneemt, ook het aantal partners wat men in Australië heeft zal toenemen. Als wordt gekeken naar de regressieanalyse is er geen significant verband te zien tussen stress en het aantal partners, condoomgebruik of de intentie tot condoomgebruik. Er kan dus geconcludeerd worden dat het hebben van stress invloed had op het hebben van seksueel onveilig gedrag, met name het aantal partners, maar dat deze invloed niet heel sterk was. Backpackers met meer stress zullen dus vaker seks hebben dan backpackers die geen stress ervaren.

Het vijfde en tevens laatste doel van dit onderzoek was te onderzoeken of de sociale cognities van de theorie van gepland gedrag en de protectie motivatie theorie invloed hebben op het onveilige seksuele gedrag van backpackers in Australië. Onderzoek in Zuid-Afrika over de invloed van sociale cognities op de intentie van mannen en vrouwen tot condoomgebruik (Boer & Mashamba, 2006), concludeerde dat er verschil bestond tussen de correlaties van sociale cognities tussen mannen en vrouwen. Dit onderzoek in Zuid Afrika liet zien dat bij mannen alleen de attitude ten opzichte van condooms en de sociale norm gerelateerd zijn aan de intentie tot condoomgebruik, terwijl bij vrouwen naast de attitude alleen de eigen effectiviteit gerelateerd is aan condoomgebruik. Resultaten uit dit onderzoek in Australië komen overeen met de resultaten van het onderzoek in Zuid Afrika. Onder mannen was de attitude tot condoomgebruik, de sociale norm en de kwetsbaarheid significant gerelateerd aan de intentie tot het gebruik van condooms. Bij de vrouwen waren de attitude tot condooms, de eigen effectiviteit, de culturele motieven en de seksueel getinte motieven significant gerelateerd aan de intentie tot condoomgebruik. Bij mannen was de intentie tot het gebruik van condooms significant gerelateerd aan de sociale cognities en verklaarden 39 procent van de variantie. Bij vrouwen was de intentie tot het gebruik van condooms ook significant gerelateerd aan de sociale cognities, maar de graad van verklaarde variantie was 18 procent lager dan bij de mannen. Bij vrouwen werd daarnaast de intentie voor 12 procent verklaard door contextuele factoren. Dit laat zien dat sociale cognities de intentie tot condoomgebruik beter verklaren bij mannen dan bij vrouwen.

Ander onveilig seksueel gedrag is het niet gebruiken van condooms. 58 procent van de backpackers in Australië gebruikt geen condooms. Resultaten van de regressieanalyse voor het condoomgebruik voor backpackers laat zien dat bij mannen het condoomgebruik niet significant gerelateerd was aan de sociale cognities en maar 15 procent van de variantie verklaarden. Alleen de intentie tot condoomgebruik was zowel bij mannen als vrouwen significant voor het gebruik van condooms. Voor vrouwen bestond er wel een significant verband tussen het condoomgebruik en de sociale cognities en kon 23 procent verklaard worden door de sociale cognities. Dit geeft aan dat wanneer vrouwen de intentie hebben om condooms te gebruiken ze dit ook doen. Mannen daarentegen hebben misschien wel de intentie om condooms te gaan gebruiken, maar zetten deze intentie niet altijd om in gedrag. Een reden hiervoor kan zijn dat de overtuigingskracht die vrouwen hebben om wel of geen condooms te gaan gebruiken uiteindelijk doorslaggevend zijn. Een man kan zo de intentie hebben om condooms te gaan gebruiken, maar door de vrouw overgehaald worden tot het hebben van seks zonder condoom, omdat zij geen condoom wil gebruiken. De man weet dat dit gedrag onveilig is, maar stemt er toch in toe, omdat hij het hebben van seks zonder condoom eigenlijk ook veel lekkerder vindt dan seks met condoom.

Tenslotte kan het hebben van meer partners ook tot onveiliger seksueel gedrag leiden. Hoewel zowel condoomgebruik als het aantal partners kunnen worden gezien als een aspect van risico’s nemen kan geen van deze alleen beslissen of het gedrag risicovol is of niet (Metzler, Noel & Biglan, 1992; Sieving et al., 1997). Elk aspect is een “proxy-a measure” die een gedeelte van de variantie van het nemen van risico’s kan verklaren, maar niet alleen het construct compleet kan meten. 68 Procent van de mannelijke backpackers heeft in Australië een of meer seksuele partners gehad. Voor vrouwen ligt dit percentage op 58 procent. Resultaten van de regressieanalyse voor het aantal partners in Australië laten zien dat alleen bij mannen het aantal partners in Australië significant gerelateerd is aan de sociale cognities van backpackers. Bij mannen werd 7 procent verklaard door de sociale cognities, waarbij een positief significant verband bestond tussen het aantal partners en de attitude ten opzichte van condooms en het aantal partners en de kwetsbaarheid ten opzichte van het krijgen van HIV/AIDS en een negatief significant verband tussen het aantal partners en de respons effectiviteit. Bij vrouwen werd 2 procent verklaard door de sociale cognities van de theorie van gepland gedrag en de protectie motivatietheorie. Bovenstaande resultaten over de sociale cognities van de theorie van gepland gedrag en de protectie motivatie theorie laten zien dat deze modellen valide zijn voor het verklaren van condoomgebruik onder backpackers in Australië. Dit bevestigt de resultaten van eerder onderzoek over sociale cognities van deze modellen (Boer & Mashamba, 2006).

De resultaten van dit onderzoek duiden erop dat onder backpackers verschillende preventieprogramma’s nodig zijn voor mannen en vrouwen. Voor mannen geldt dat de sociale norm belangrijk is voor het opzetten van een preventieprogramma, terwijl dit voor vrouwen de eigen effectiviteit is. Mannen creëren een sterke sociale groep in Australië, terwijl vrouwen juist gevoeliger zijn voor het wegvallen van hun sociale groep. Wanneer er voor backpackers in Australië een preventie programma zou worden ontwikkeld, zal dit programma bij mannen gericht moeten zijn op het verbeteren van de aanwezige condoomgerelateerde sociale normen (Sloboda & Bukoski, 2003). Er moet worden opgemerkt dat de sociale groep van mannelijke backpackers bestaat uit [1] ouders, [2] vrienden thuis, en [3] reisvrienden in Australië. Doordat mannelijke backpackers sterke banden hebben met deze groep mensen, zal er in een preventieprogramma ook van deze groep mensen gebruik moeten worden gemaakt. Deze personen zullen de mannelijke backpackers meer beïnvloeden dan andere personen waar men geen sterke band mee heeft (bijv. leraren). Aangezien vrouwen zich richten op self-efficacy, zal bij de ontwikkeling van een interventie voor vrouwelijke backpackers gebruik gemaakt kunnen worden van rolmodellen waarin deze vrouwen zichzelf kunnen terug vinden. Daarnaast zullen preventieprogramma’s voor vrouwen gericht moeten zijn op het verbeteren van de vaardigheden voor het vermijden van risicogedrag, het benadrukken van de risico’s van onveilig seksueel gedrag, het verbeteren van de seksuele assertiviteit en het verbeteren van de vaardigheden voor het oplossen van seksueel gerelateerde problemen (Kalichman, Sikkema, Kelly en Bulto, 1995).


1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Hoofdstuk 5. Conclusie en discussie

  • Dovnload 381.6 Kb.