Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Zeespiegelstijging

Dovnload 0.52 Mb.

Zeespiegelstijging



Pagina1/4
Datum05.12.2018
Grootte0.52 Mb.

Dovnload 0.52 Mb.
  1   2   3   4

ZEESPIEGELSTIJGING

Klimaat


Acht vragen en antwoorden over zeespiegelstijging

22 februari 2007

Caroline Katsman
1. Wat is zeespiegelstijging?

2. Hoe wordt de zeespiegelstijging gemeten?

3. Hoeveel is de zeespiegel wereldwijd gestegen in de 20e eeuw?

4. Hoeveel zal de zeespiegel wereldwijd stijgen in de 21e eeuw?

5. Is de zeespiegelstijging overal op aarde even groot?

6. Met hoeveel zeespiegelstijging krijgt Nederland te maken in de 21e eeuw?

7. Waarom kan de zeespiegelstijging niet exact voorspeld worden?

8. Wat zijn de verwachtingen voor de verre toekomst?


1. Wat is zeespiegelstijging?

De relatieve zeespiegelstijging op een bepaalde plek op aarde is de som van de toename van de hoogte van het zeeniveau (absolute zeespiegelstijging) en de lokale bodembeweging



Absolute



zeespiegelstijging kan worden veroorzaakt door veranderingen in

  • de totale hoeveelheid water in de oceanen (toename van de massa) en in

  • de dichtheid van het aanwezige oceaanwater (toename van het volume).

Relatieve versus absolute zeespiegelstijging


Voorbeelden van processen die bijdragen aan de toename van de massa zijn het smelten van gletsjers en ijskappen en veranderingen in rivierafvoer. De grootste bijdrage aan de toename van het volume komt van het krimpen of uitzetten van oceaanwater door een temperatuurverandering.

Het smelten van zeeijs heeft geen invloed op de hoogte van de zeespiegel: drijvend zeeijs verplaatst net zoveel water als het eigen gewicht (wet van Archimedes). Als zeeijs smelt, wordt het verplaatste water vervangen door smeltwater.

Nederland ondergaat momenteel een bodemdaling van enkele centimeters per eeuw, door inklinking van de bodem en door naijleffecten van de laatste ijstijd. Op sommige plaatsen gaat de bodemdaling veel sneller (zie Bodemdaling in het menu rechts).

2. Hoe wordt de zeespiegelstijging gemeten?

De zeespiegelstijging wordt bepaald met behulp van



Peilschalen langs de kust meten de getijden. Wanneer de meetreeksen lang genoeg zijn (liefst 100 jaar of langer), kan hieruit ook de relatieve zeespiegelstijging bepaald worden. Om hieruit de absolute zeespiegelstijging af te kunnen leiden is nauwkeurige informatie over de lokale bodembeweging nodig. Deze bodembeweging wordt zo goed mogelijk bepaald met behulp van geologische modellen van de aardkorst. Toch is deze vertaalslag van relatieve zeespiegelstijging naar absolute zeespiegelstijging een bron van onzekerheid.

Sinds de jaren 90 kunnen veranderingen in de zeespiegel over de hele wereld zeer nauwkeurig worden waargenomen met satellieten. Maar deze satellieten registreren naast langzame trends ook snelle variaties die veroorzaakt worden door natuurlijke schommelingen in de oceaancirculatie. Om de invloed van deze schommelingen op de resultaten uit te bannen zijn langere meetreeksen nodig dan de nu beschikbare 10 tot 15 jaar. Peilschalen blijven dus nodig, ook voor de ijking van de satellietgegevens.

3. Hoeveel is de zeespiegel wereldwijd gestegen in de 20e eeuw?

Wereldwijd is de zeespiegel gedurende de twintigste eeuw gestegen met ongeveer 1.8 millimeter per jaar (12 tot 22 centimeter in totaal).



Wereldwijde zeespiegelstijging in de 20e eeuw

Over de periode na 1960 zijn genoeg gegevens beschikbaar om de zeespiegelstijging toe te kunnen kennen aan verschillende bijdragen (zie Figuur 2). De belangrijkste bijdragen komen van:



  • het smelten van gletsjers en kleine ijskappen

  • de uitzetting van het zeewater

  • het smelten van de Groenlandse ijskap

  • het afkalven van de Antarctische ijskap

De som van de verschillende bijdragen (rode balk in Fig. 2) is kleiner dan de totaal gemeten zeespiegelstijging (donkerblauw). Dit verschil is nog niet goed verklaard.

De zeespiegel stijgt de laatste jaren sneller: satellietmetingen laten een zeespiegelstijging van ruim 3 millimeter per jaar zien voor de periode 1993-2005. Omdat de reeks van satellietmetingen nog zo kort is kan niet worden uitgesloten dat deze versnelling (deels) veroorzaakt wordt door natuurlijke schommelingen in het zeeniveau door variaties in zeestromingen. Alle bijdragen zijn toegenomen ten opzichte van de periode 1961-2003. De uitzetting van het zeewater is nu verreweg de belangrijkste, gevolgd door het smelten van gletsjers en kleine ijskappen (Figuur 2). De som van de verschillende bijdragen en het gemeten totaal komen in deze periode wel goed overeen, omdat er meer meetgegevens beschikbaar zijn.

4. Hoeveel zal de zeespiegel wereldwijd stijgen in de 21e eeuw?

Het toekomstige zeeniveau wordt berekend met behulp van klimaatmodellen. Klimaatmodellen zijn vergelijkbaar met de computermodellen die worden gebruikt voor de weersverwachtingen, alleen willen we nu een eeuw of langer vooruit kijken. In deze modellen worden de natuurkundige vergelijkingen die de stromingen in de atmosfeer en de oceaan bepalen opgelost op een rekenrooster. De berekeningen worden gedaan op een veel grover rooster dan voor de weersverwachtingen, omdat ze anders veel te veel computertijd zouden kosten. Berekeningen met klimaatmodellen worden gedaan voor verschillende toekomstscenario's, met een hoge en een lage uitstoot van broeikasgassen, bijvoorbeeld.

Volgens het IPCC (klimaatpanel van de Verenigde Naties, zie menu rechts) zal de zeespiegel gedurende de 21e eeuw wereldwijd met 18 tot 59 centimeter stijgen ten opzichte van het niveau van 1990. Dit is het gevolg van


  • de uitzetting van het zeewater

  • het smelten van gletsjers en kleine ijskappen en

  • het gestage slinken van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica.

Op sommige plaatsen is de afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap de laatste jaren sterk toegenomen. Als deze versnelde afkalving doorzet in de 21e eeuw, stijgt de zeespiegel met nog 10 tot 20 centimeter extra. Op dit moment is niet in te schatten hoe groot de kans is dat de trend inderdaad doorzet, stelt het IPCC.

5. Is de zeespiegelstijging overal op aarde even groot?



Regionale zeespiegelstijging

Het lokale zeeniveau kan sterk afwijken van het wereldgemiddelde niveau:


  • Variaties in de temperatuur (en het zoutgehalte) van het zeewater veroorzaken heuvels en dalen in het zeeoppervlak, die (net als hoge- en lagedrukgebieden in de atmosfeer) geassocieerd zijn met specifieke stromingspatronen. De regionale variaties blijven bestaan door de draaiing van de aarde.

  • Door de opzet van water door de wind bij de kust.

Satellieten brengen elke twee weken het hele aardoppervlak in kaart (Figuur 3). Deze metingen laten gebieden zien waar de zeespiegelstijging wel 10 keer zo groot is als het gemiddelde van ruim 3 mm/jaar, en ook gebieden waar de zeespiegel daalt. Klimaatmodellen laten zien dat ook in de 21e eeuw regionale trends in zeespiegelstijging kunnen afwijken van de wereldgemiddelde trend.

6. Met hoeveel zeespiegelstijging krijgt Nederland te maken in de 21e eeuw?

Voor de Nederlandse kust houdt het KNMI rekening met een zeespiegelstijging van 35 tot 85 centimeter in 2100 ten opzichte van het niveau van 1990 (zie tabel en KNMI Klimaatscenario's 2006 in menu rechts). De stijging is afhankelijk van de stijging van de atmosfeer temperatuur. Daarnaast moeten we in ons land nog rekening houden met bodemdaling.

In februari 2007 is de Summary for Policymakers van het 4e IPCC Assessment Report verschenen (zie IPCC 4AR in menu rechts). De door het IPCC gepubliceerde cijfers voor zeespiegelstijging wijken af van de klimaatscenario's van het KNMI. Het verschil tussen deze cijfers is het gevolg van een iets andere aanpak:



  • In de KNMI cijfers zijn regionale effecten meegenomen voor de uitzetting van het zeewater. Naar verwachting zal de zeespiegel in het noordoosten van de Atlantische Oceaan ongeveer 0 tot 15 centimeter meer stijgen dan het wereldgemiddelde. In het noorden brengt de Warme Golfstroom water van het oppervlak naar de diepte. Daardoor warmt daarom niet alleen het zeewater aan het oppervlak maar ook dat op grotere diepte op wanneer de atmosfeertemperatuur stijgt. Het gevolg is meer uitzetting in het noorden dan in de tropen en subtropen.

  • De laatste jaren neemt bij de Groenlandse en West-Antarctische ijskap de afkalving aan de randen sterk toe. Deze waarnemingen hebben een belangrijke beperking van de huidige ijskapmodellen blootgelegd: de processen die deze toename kunnen veroorzaken ontbreken nog in de modellen. Het IPCC stelt daarom dat de gevoeligheid van de ijskappen voor opwarming van de atmosfeer groter kan zijn dan tot nu toe gedacht. Gezien de mogelijk grote gevolgen voor Nederland acht het KNMI het van belang om een schatting van de bijdrage van versneld afkalven mee te nemen in de bepaling van de bovengrens.

Klimaatscenario's voor zeespiegelstijging (KNMI, 2006)

scenario (jaar)

temperatuursverandering

zeespiegelstijging

gematigd (2100)

+2 C

35-60 cm

warm (2100)

+4 C

40-85 cm
  1   2   3   4

  • 1. Wat is zeespiegelstijging
  • Relatieve versus absolute zeespiegelstijging
  • Wereldwijde zeespiegelstijging in de 20e eeuw

  • Dovnload 0.52 Mb.