Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Zelfdoding

Dovnload 94.14 Kb.

Zelfdoding



Datum04.06.2018
Grootte94.14 Kb.

Dovnload 94.14 Kb.

Zelfdoding


Casus 1



Je komt op bezoek bij een diepbedroefde vrouw. Haar man heeft zichzelf drie maanden geleden van het leven beroofd; volkomen onverwacht; volkomen onverklaarbaar. Ze verwoordt haar verdriet heel treffend: ‘Ik ben driedubbel kapot. Ten eerste is mijn man gestorven. Dat is een ramp. Ten tweede is hij gestorven door zelfmoord. Dat is toch zo akelig! Ten derde is hij nu voor eeuwig verloren. En ik dacht nog wel dat hij een kind van God was. Hij was nota bene ouderling!’
Geef je commentaar.

Casus 2



In jouw gemeente is meneer B. gestorven. Hij heeft zichzelf van het leven beroofd op het graf van zijn vrouw. Niemand van de naaste familie en vrienden is echt verbaasd dat het gebeurd is, want hij was vastgelopen in de rouwverwerking na haar dood. De familie vraagt of jij de begrafenis wilt leiden. Dat wil je doen en je bereidt je grondig voor.
Ga je in de rouwdienst spreken over het feit dat B. zichzelf gedood heeft? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke pastorale en welke morele accenten leg je?

Casus 3



Jij zit in je lege lokaal nog wat te werken als om half vier de laatste schoolbel gaat. Vijf minuten later wil je je jas aantrekken. Zover kom je niet, want op dat moment stormt er een leerlinge binnen. Ze steekt onmiddellijk van wal. ‘Ik ga niet naar huis. Ik ga niet meer naar die rotvent toe. Ik maak mezelf dood. Vandaag nog. Maar ik wil dat u dat weet, voor als ze me gaan zoeken!’
Wat ga je (niet) zeggen, wat ga je (niet) doen?

Gegevens


  • Het aantal zelfdodingen in Nederland zakte na 1984 ongeveer twintig jaar lang, met name onder ouderen. Het gaat tot dan toe om ongeveer 2000 suïcides per jaar. De oorzaken daarvan zijn nooit goed onderzocht. De verbeterde ouderenzorg en grotere levensvreugde van veel ouderen worden wel genoemd als oorzaak. De opkomst van euthanasie zal er zeker ook mee te maken hebben. Ouderen die lijden hebben nu immers een escape voor als het ze te zwaar gaat vallen. Het zelfdodingscijfer zakte naar ongeveer 1300 per jaar. Vanaf 2008 is het weer stijgend. Er wordt een verband gelegd met de slechte economie. Het aantal gaat nu weer richting 2000 per jaar.




  • In de hele Europese Unie plegen ongeveer 60.000 mensen per jaar zelfdoding (dat is meer dan het aantal doden door het verkeer en moord samen). De Europese Commissie zegt zich zorgen te maken over ‘deze mentale ziekte die de onopvallende moordenaar van Europa is geworden.’




  • Het Trimbosinstituut heeft voor de overheid een groot onderzoek gedaan en dat in maart 2007 gepubliceerd werd. Cijfers: jaarlijks (toen dus) plegen ongeveer 1600 mensen zelfdoding. 94.000 mensen doen een poging tot zelfdoding (van hen belanden er 9.000 echt in het ziekenhuis en mogen er 5.000 na een behandeling direct naar huis). De meeste pogingen worden gedaan door vrouwen tussen de 15 en 44 jaar. 410.000 mensen denken serieus aan zelfdoding.




  • In Nederland pleegden in 2015 vijf mensen per dag zelfdoding (terwijl er 410 per dag stierven).




  • Mannen doen het twee maal vaker dan vrouwen. De helft van het aantal zelfdodingen is van mensen tussen de 40 en 60 jaar. In Nederland vinden de meeste zelfdodingen in de steden plaats. Groningen, Amsterdam en Eindhoven vormen de top drie.




  • Hulpverleners klagen dat de Nederlandse overheid suïcide te weinig serieus neemt, terwijl er nog steeds veel meer slachtoffers door suïcide zijn dan door het verkeer. En dat laatste is een belangrijk politiek thema! De overheid is in redelijk korte tijd erin geslaagd met dure preventieve maatregelen (zoals het aanleggen van vrij liggende fietspaden) het aantal verkeersslachtoffers terug te brengen van 3176 in 1970 tot 578 in 2015. Dit is een grote prestatie want het aantal verkeersdeelnemers en voertuigen is in diezelfde tijd enorm gestegen. De hulpverleners vragen daarom om meer preventie ten aanzien van suïcide, die niet eens zo duur hoeft te zijn. Preventie zou het meest effectief zijn door mensen na een eerste zelfdodingspoging beter te begeleiden.



  • De methodes waarmee mensen een einde aan hun leven maken zijn, in volgorde van het meeste aantal keren: verhanging (40%), medicijnen/gif (20%), voor trein/tram/metro (12,5%), sprong van grote hoogte, verdrinking, vuurwapen, mes/snijwerktuig, gas/koolmonoxide, anders.



Meeneem-zelfdoding
Er zijn ‘gewone’ zelfdodingen. Die richten veel leed aan in de privésfeer, maar halen het nieuws doorgaans niet. Tegenwoordig zijn er ook nogal wat meeneem-zelfdodingen. Die richten nog meer leed aan en halen het nieuws wél. Het is een beetje een zijspoortje in deze tekst, maar omdat het ook over zelfdoding gaat, schenk ik er aandacht aan.
Er zijn collectieve zelfdodingen. ‘Liever dood dan overgave aan de Romeinen’ redeneerden de ongeveer 1000 Joodse verzetsstrijders in Masada (73 n. Chr.). Dat wekt tot de dag van vandaag zelfs enige bewondering, in elk geval in Israel. Nu doet zich dit verschijnsel wel eens voor in sekten. De sekteleider krijgt zijn mensen zover dat ze teleurgesteld in de wereld en met een visioen voor ogen, collectief een einde aan hun leven maken. In 1978 pleegden ruim 900 mensen suïcide van de sekte van Peoples Temple in Jonestown, Guyana.
Zelfdoding en moord kunnen ook samengaan. De laatste jaren zijn er regelmatig berichten van mensen die zichzelf van het leven beroven en daarbij anderen meenemen in hun dood. Daarmee wordt de zelfdoding een multi-criminele daad. Het vaakst komen in Nederland gezinsdodingen voor. Oorzaak/ overwegingen daarbij:

  • samen met anderen willen sterven (bijvoorbeeld door onverwerkte rouw over een eerder overleden gezinslid);

  • ernstig depressief handelen;

  • wraakneming, met name op de partner (meestal de ex-partner);

  • uit de hand gelopen bestraffing;

  • anderen en zichzelf voor grote ellende willen behoeden (dat gebeurde bijvoorbeeld in de oorlog in sommige Joodse gezinnen).


Het kan nog erger. Mensen willen niet hun gezin maar zoveel mogelijk onbekenden meenemen in de dood. Iemand pleegt in Apeldoorn in 2009 een aanslag op de koninklijke bus op koninginnedag en komt daarbij zelf om het leven. Soms verdwijnt een vliegtuig om onverklaarbare redenen. Dat er zelfdoding in het spel kan zijn bleek onomstotelijk toen in 2015 een Duitse piloot zijn vliegtuig in Frankrijk liet crashen. Mensen die dat doen kunnen depressief zijn. Soms zit er een groteske protesthouding tegen ‘de wereld’ achter. Dat kan gepaard gaan met de wens om voor altijd herinnerd te worden bij het grote publiek.
Het aantal doden door zelfmoordaanslagen is wereldwijd enorm. Dat heeft met politiek en religie te maken. Niet altijd maar wel vaak betreft het moslims. Die worden niet gehinderd door angst voor de dood omdat ze menen dat na hun sterven in de heilige oorlog een grote beloning in de hemel wacht. Hun families zijn verdrietig en trots na hun dood.
De meeneem-zelfdoding is niet nieuw. In de bijbel kennen we het verhaal van het levenseinde van Simson. In de Nederlandse geschiedenis heb je het bijna vergeten verhaal van Van Speyk die zichzelf met schip en al opblies in de haven van Antwerpen (1830). In WOII waren er Japanse kamikazepiloten.


  1. Geef je visie op de volgende stellingen:

    1. De maatschappij is schuldig, wanneer iemand zichzelf doodt.

    2. Mensen die voldoende bemind en verzorgd worden, doen geen poging tot zelfdoding.

    3. Wie zichzelf doodt is een lafaard.

    4. Men kan uit lage motieven in leven blijven en uit edele motie­ven het leven verlaten.

    5. Niemand doodt zichzelf, wiens dood niet voor enig ander prettig uitkomt.

    6. Wie zichzelf doodt, heeft een hekel aan andere mensen.

    7. Iedere zelfdoding is van te voren duidelijk of onduidelijk aangekondigd.

    8. Mensen die zeggen dat ze zichzelf zullen doden, doen het niet.

  1. Welke term heeft jouw voorkeur: zelfdoding, zelfmoord of suïcide? Waarom?

  2. Wat is het verschil tussen een mislukte zelfdoding en een poging tot zelfdoding?

  3. Bij welke mensen, waar of wanneer komt zelfdoding vaker voor? Kun je redenen bedenken?

    1. kerkelijk meelevende mensen - onkerkelijken;

    2. rooms-katholieken - protestanten;

    3. vrijzinnigen- orthodoxen- ultra-orthodoxen;

    4. (psychisch) zieken - gezonden;

    5. mannen - vrouwen;

    6. jongeren - volwassenen - bejaarden;

    7. werklozen - werkenden;

    8. blanken - zwarten;

    9. gehuwden - alleenstaan­den;

    10. gehuwden – gescheiden mensen – weduwen/weduwnaars;

    11. in de westerse wereld - in de derde wereld;

    12. in de steden - op het platteland;

    13. intellectuelen - niet gestudeerden;

    14. in het voorjaar - de zomer - de herfst - de winter;

    15. op zo - ma - di - wo - do - vrij - zat;

    16. in vredestijd - in oorlogstijd.

  4. Zou het aantal pogingen tot zelfdoding over groepen op dezelfde wijze verdeeld zijn?

  5. Hoe zou het volgens jou komen dat het aantal zelfdodingen in Nederland jaren zakte en ongeveer na 2008 weer stijgt? Is een (beetje) slechtere economie sinds 2008 volgens jou een voldoende verklaring?

  6. Is Simson volgens jou een zelfmoordenaar, een held, een geloofsheld, een zelfmoordterrorist, een martelaar, iemand die zichzelf opoffert, iemand die uit is op wraak (of nog anders)? Zie ook Richt. 16:28-30 en Hebr. 11:32-34.


Vroegere morele oordelen over suïcide



In het kort komt de beoordeling van zelfdoding in de loop der eeuwen op het volgende neer: in de klassieke oudheid is het een tragische beslissing; door de opkomst van de kerk wordt zelfdoding een zonde en later ook nog een misdaad genoemd; door de psychologie, eind vorige eeuw, ziet men in zelfdoding een ziekte; hedentendage zijn er stemmen die zelfdoding een vrije beslis­sing noemen en zijn we weer terug in de oudheid.

De oude filosofische scholen zijn verdeeld. Plato is tegen zelfdoding. Je mag je wachtpost niet verlaten als de goden je niet aflossen. Aristoteles vindt zelfdoding laf en een zonde tegen de gemeenschap. Stoïcijnen - Seneca - vinden leven en dood zo neutraal dat ze zelfdoding een waardige uitgang uit het leven beschouwen.
In de vroege kerk noemt men zelfdoding moord, al acht Ambrosius zelfdoding wel toegestaan aan vrouwen die ontering wensen te voorkomen. Augustinus is radicaal tegen. Zelfdoding is zwak en misdadig. Het mag niet van de Schrift. Zelfdoding is tegen het zesde gebod. Zoals zoveel van zijn standpunten, wordt ook deze overtuiging richtingge­vend voor latere geslach­ten. In de vroege Middeleeuwen heeft men dit standpunt nog verstrakt. Lijken van zelfmoordenaars worden, tot schande voor de nabestaanden, door het dorp gesleept en krijgen een ezelsbegrafenis (Jer. ­22:19).

Thomas van Aquino staat in de lijn van Plato, Aristoteles en Augustinus. Hij heeft de drie klassiek geworden argumenten tegen zelfdoding geformuleerd:

  1. Zelfdoding is tegennatuurlijk (verg. Ef. 5:29).

  2. Zelfdoding is onrecht tegen de gemeenschap, de samenleving.

  3. Zelfdoding is zonde tegen God, die recht uitoefent over leven en dood. Omdat een suïcidant geen berouw meer kan hebben en na een doodzonde sterft, is hij voor eeuwig verloren.

Luther is mild in zijn oordeel over suïcidanten. Hij meent dat ze vaak niet weten wat ze doen. De duivel heeft hen in de greep. In het gereformeerd protestantisme is men doorgaans scherp tegen zelfdoding. Je voor een goed doel in doodsgevaar begeven, mag wel. Simson is daarvan het voorbeeld. Voetius wijst zelfdoding duidelijk af, maar noemt het ook een dwaas­heid, teken van waanzinnigheid. Hij meent dat niet alle suïcidanten verloren gaan.
De mensen van de Verlichting, Rousseau bijv., verdedigen het recht op zelfdoding. Zijn tijdgenoot Kant is tegenstander van zelfdoding omdat iedereen een plicht tot leven heeft. De filosoof Nietzsche is in de 19e eeuw een pleitbe­zorger van de vrijwillige dood, als een waardige acte om het leven te beëindigen. Zijn pleidooi voor het zelfbe­schikkings­recht bij suïcide hebben velen overgenomen.


  1. Luther zei dus dat mensen die zich willen doden in de greep van de duivel zijn. Daarmee geeft hij aan dat suïcidale neigingen geestelijke strijd zijn. In ons denken vechten God en duivel met elkaar om onze ziel. (Denk aan 2 Cor. 10:4,5). Onze tijd noemt suïcidaliteit psychische nood. Hoe verhoudt dat zich tot geestelijke strijd, volgens jou?


Minder moraal, meer sociologie en psychologie
Vanaf de negentiende eeuw wordt suïcide in mindere mate een vraagstuk voor ethici en steeds meer voor sociologen en psychologen.

De socioloog Durkheim (1897) onderscheidt:

  1. egoïstische suïcide. Mensen doden zichzelf om aan sociaal isolement, ziekte, aftakeling of andere ellende te ontkomen. Er is een gevoel van mislukking en overbodig zijn. Er is sprake van een afnemende belangstel­ling voor de (familie)gemeenschap waarin ze leven.

  2. altruïstische suïcide. Mensen plegen zelfmoord in het belang van de sekte of het volk. Er wordt vanuit de gemeen­schap een claim op hen gelegd. Denk aan zelfmoordterroristen.

  3. anomische suïcide. Mensen doden zichzelf in een samenleving die moreel en econo­misch in verval is. Normen en waarden vervagen. Individualisme neemt toe. In zo'n samenleving vallen de gezonde sociale verbanden uit elkaar, in welke mensen met problemen en afwijkend gedrag opgevangen en gecorrigeerd kunnen worden.


De psychiater Freud (1917) maakt studie van de individue­le psychische factoren die er de oorzaak van zijn dat in zelfde omstandigheden, de ene mens wel en de andere mens niet aan zelfdoding denkt. Zo werd suïcidaliteit gekoppeld aan psychische zwakte of ziekte.

Dat dat geen foute interpretatie is, blijkt uit de cijfers. In onze tijd is de helft van het aantal mensen dat zichzelf doodt onder psychiatrische behandeling en een deel van de andere helft is ook psychisch in nood, al is er geen contact met een arts. Depressiviteit is een belangrijke bron van zelfdodingsge­dachten. Bij de ziekte manische depressiviteit (tegenwoordig: bipolaire stoornis) is het willen sterven een van de symptomen. De doodsdrang treedt op vlak voor het dieptepunt van de depressie en vlak na het dieptepunt (in het dieptepunt heeft iemand te weinig energie om zichzelf te doden). Van de borderliners denkt 33% aan zelfdoding en 9% gaat er toe over.
Factoren die tot zelfdoding kunnen leiden
De suïcide vindt haar oorzaak in sociale factoren die een mens ernstig in verwarring kunnen brengen. Denk aan: werkloosheid, verslavingsproblematiek, verandering van gezinssituatie (door echtscheiding of door de dood van een gezinslid); chaos in het gezin; toegenomen gewelddadigheid en onveiligheid; afwezigheid van normen; afwezigheid van godsdienst als ‘vangnet’, het meemaken van suïcides en – pogingen van anderen (dat werkt aanstekelijk).
Altijd komen er psychische factoren bij. Als we psychologische factoren die bijdragen aan suïcide op een rijtje zetten, zien we het volgende beeld. Een suïcidant wordt gekenmerkt door

  • een psychische blikvernauwing

  • een regulatiestoornis van de agressieve driften

  • een verwarring van realiteitsbesef en fantasie-denken; niet redelijk denken

  • (centraal in het beeld:) een negatief zelfbeeld, gebrekkig tot ontbrekend gevoel van eigenwaarde en dientengevolge een onwaardegevoel omtrent eigen zijn en presteren

  • gevoelens van eenzaamheid, angst en onzekerheid

  • gevoelens van vervreemding (zich niet thuis voelen bij zichzelf)

  • een negatieve interpretatie van de eigen levenservaringen

  • een negatieve toekomstvisie; wegvallen van levensdoelen

  • een langdurige probleemgeschiedenis of opstapeling van problemen

  • afname van het probleemoplossend vermogen

  • contact- en relatiestoornissen met anderen en inperking van de sociale contacten

  • zich ook emotioneel niet meer verbonden voelen met anderen: écht zeer alleen zijn


Vervolgens komen er aangeleerde gedragspatronen bij. Mensen hebben nog niet goed geleerd of nooit goed geleerd om om te gaan met bepaalde emoties, zoals agressie, of probleemsituaties. Ze missen het gereedschap om zichzelf te helpen of met aangeboden hulp om te gaan.
En ten slotte zijn er ‘last-minute’ aanleidingen, druppels die de emmer doen overlopen. Soms zijn ze voor een ander voorstelbaar (horen dat je ongeneselijke ziek bent, bijvoorbeeld), soms ook helemaal niet (wie kan zich voorstellen dat een jongen een einde aan zijn leven maakt op de avond waarop hij een ‘blauwtje’ gelopen heeft bij een meisje dat hij nauwelijks kende?) Iemand kan ook iets meemaken in de relatiesfeer en vrij plotseling besluiten om uit wraak zichzelf te doden. Anderen hebben die laatste aanleidingen niet. Iemand heeft zijn dood soms zorgvuldig voorbe­reid en voor zichzelf gerecht­vaardigd en gaat dan op een berekend moment over tot handelen.
Bij iedere suïcidant is er een andere samenstelling van bovengenoemde factoren. Let op: soms zien de omstanders dat vooraf. Soms zien ze alleen achteraf wat tot de zelfdoding geleid heeft. Soms komen ze er zelfs dan niet achter. Bij oorzaken van de zelfdodingen bij jongeren springen de volgende punten eruit:

  • problemen in de schoolsituatie

  • problemen met de maatschappelijke ontwikkelingen en hun eigen positie daarin (geen vertrouwen in de toekomst en helemaal niet in hun eigen toekomst)

  • rouwverwerkingsproblemen

  • relatieproblemen: verlies van een ouder door echtscheiding, incest, liefdesverdriet

  • negatief zelfbeeld

  • geen of een slechte opvang thuis

  • overmatig alcohol- of drugsgebruik

  • zich niet meer verbonden weten met anderen


Bijna altijd geldt dat daders hun aanstaande suïcide als oplossing beleven waarmee niet alleen zijzelf geholpen zijn. Zij denken ook dat hun nabestaanden opgelucht zullen zijn als ze van hun probleemfamilielid af zijn.

Bijna niemand komt tot een balanssuicide, waarbij hij de plussen en minnen van zijn leven op een rijtje zet en dan tot de daad over gaat. Terwijl met name politici zó over zelfdoding denken en dus ruimte willen geven aan suicide en nauwelijks aan preventie denken. Mensen die een einde aan hun leven maken, willen maar zelden van hun leven af. Ze willen van hun ellende af en zien de dood, kortzichtig als ze geworden zijn, als uitkomst.
Consequenties
Zelfdoding is langzaam overgegaan van het gebied van de ethiek naar de sociologie en de psychologie. Dat heeft als gevolg dat velen er niet meer toe kunnen komen suïcide moreel te veroor­delen. Ze wijzen een plicht tot leven af. Parallel aan de visie op euthanasie, meent men dat niemand het recht heeft een ander zijn zelfgekozen dood te ontzeggen. Zelfdoding moet tot de vrije keuzen van een mens behoren. Mensen kunnen goede redenen hebben om hun dood als een uitkomst te bezien. Dat het leven een geschenk van God is, is geen zinvolle mededeling, als mensen hun leven niet meer als een geschenk ervaren. Daarom is het ook geen teken van ondankbaarheid als mensen tot suïcide overgaan.

Het gevolg is dat hulp bij zelfdoding in Nederland - door artsen - ook aanvaardbaar geacht wordt. Hulp bij zelfdoding - onder strikte voor­waarden uiteraard, vergelijkbaar met euthanasie - is goed voor de suïcidant en goed voor de samenleving. Die wordt bewaard voor allerlei afschuwelijke suïcidemethoden als artsen 'medicijnen' kunnen verstrekken. Een rechtbank in Assen heeft in 1993 voor het eerst een psychiater vrijgesproken die een zieke geholpen heeft bij zijn zelfdoding. In 2013 keurt een rechtbank hulp bij zelfdoding door een niet arts nog steeds af, maar geeft een man die dat gedaan heeft- voor het eerst – geen straf. Een rechtbank in Arnhem spreekt in 2015 een zoon (geen arts) vrij van vervolging wegens hulp bij de zelfdoding van zijn oude moeder. Hij heeft volgens de rechter niet tegen de wet gehandeld, want zijn moeder was in een noodsituatie vanwege de opeenstapeling van ouderdomskwalen en een weigering van de huisarts om euthanasie te verlenen.

Bijbelse gegevens



Als wij volhouden dat zelfdoding niet alleen een sociaal-pyschologisch probleem is, maar óók een moreel probleem, moet we kijken hoe de bijbel erover spreekt. In de bijbel komen zes mensen voor die zichzelf gedood hebben.


  1. Simson sterft te midden van de Filistijnen die hij doodt (Richt.16:23).

  2. Koning Saul wil de schande van zijn ondergang niet meemaken en doodt zichzelf (1 Sam.31:3vv, 1 Kron.10:3vv).

  3. Daarop doet zijn wapendrager hetzelfde.

  4. Achitofel - de raadsheer van David die hem verraden heeft - doodt zichzelf nadat Absaloms opstand mislukt is (2 Sam.17:23).

  5. Zimri pleegt zelfmoord na zeven dagen koningschap, als hij ziet dat Omri zijn stad inneemt (1 Kon.16:18).

  6. Judas beneemt zichzelf het leven uit wroeging voor zijn verraad van Jezus (Matth.27:3).


Eén keer wordt verteld dat iemand zelfmoord wil plegen: de gevangenbewaarder uit Philippi (Hand.16:18). Paulus roept de man toe dat hij zichzelf geen kwaad moet doen, d.w.z. hij moet zichzelf geen letsel toebrengen.
Nergens in de bijbel staat een veroordeling van zelfdoding. De feiten worden vermeld zonder moreel commentaar. Er wordt verteld dat Achitofel en Saul, als andere gestorvenen, begra­ven worden. David beweent de held Saul. Wel blijkt dat er een samenhang is tussen de zelfdoding en een zondig leven ervoor. (Let op: dat is bij de zelfdodingen die de bijbel noemt het geval. Dat zegt op zich dus niets van hedendaagse zelfdodingen.) Bij Zimri wordt dat erbij verteld. Omdat daarvan bij Simson geen sprake is, ontvangt hij lof (Hebr.11:32). Bij Saul en bij Judas is duidelijk dat zij zich van God hebben afgekeerd. Zij blijven heer en meester over zichzelf en wijzen de genade van God af. In hun dood lijkt zich een oordeel van God over hen te voltrekken (1 Kron.10:13v, Luc.22:22). Let wel: dat oordeel gaat dan over hun leven en de keuzes die zij gemaakt hebben en niet over de manier waarop zij een einde aan hun leven gemaakt hebben.

In de bijbel wordt zelfdoding indirect afgewezen. Het leven is scheppingsgave van God. Hij is de eigenaar en staat niet toe dat er mensenbloed vergoten wordt (Gen.9:1). Het lichaam is een tempel waarin God wil wonen (1 Cor.3:6vv, 6:19). God heeft macht over de geest van de mens. Hij doodt en doet herleven (Deut.32:39, 1 Sam.2:6, Job.27:3, Ps.31:6). Zelfdoding als vorm van doden valt daarom onder het zesde gebod/verbod. Mensen hebben geen zelfbeschikkingsrecht over eigen leven en dood (Rom.14:7v, 2 Cor.5:15).
De Schrift laat geen ruimte voor zelfdoding als eigenmachtige daad. Wel is er ruimte voor zelfopoffering. Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven inzet voor zijn vrienden (Joh.15:13). Barth en Bonhoeffer benadrukken dat nog belang­rijker dan het verbod is dat de bijbel laat zien dat suïcide niet nodig is. In de genade van God is leven voor alle zonda­ren.

Morele overwegingen



Het argument (van Thomas) dat zelfdoding tegennatuurlijk is, is niet sterk. Iemand die naar de dood verlangt, meent dat dat voor hem een natuurlijke uitweg uit zijn nood is. Mensen bepalen zelf wat natuurlijk is. Het 'tegennatuurlijk' is alleen betrouwbaar als 'natuurlijk' wordt uitgelegd als 'overeenkomstig de bedoeling van God de Schepper'.
Het argument dat zelfdoding tegen de natuur is, gaat bovendien mank vanwege filosofische redenen. Uit 'zijn' - de meeste mensen willen leven - kan geen 'behoren te zijn' - alle mensen moeten willen blijven leven - worden afgeleid.
Het argument (van Thomas) dat zelfdoding een misdaad tegen de gemeenschap is, is verwarrend. Het ging in een hechte samenle­ving misschien op. In onze geïndividualiseerde samenleving laat de gemeenschap de enkeling aan zijn lot over. De gemeen­schap mist de mogelijke suïcidant niet eens. Hoe kan zelfdoding dan een misdaad tegen die gemeenschap zijn? Is aan te tonen dat een ongeneeslijk zieke, die zelfmoord pleegt een misdaad tegenover de gemeenschap begaat? Nee, integendeel. Zijn dood bespaart de gemeenschap zelfs dure behandelingskosten.

Wel kunnen we zeggen dat in de meeste gevallen zelfdoding een ramp is voor de directe gemeenschap om de gestorvene heen. Iedere potentiële suïcidant moet zich afvragen of het moreel verantwoord is, zijn familie die ramp aan te doen. Overigens zijn er ook suïcidanten die zichzelf een ramp voor de familie vinden en juist om hen van zichzelf te bevrijden, tot hun daad komen.
Er is maar één doorslaggevend argument tegen zelfdoding. Mensen mogen niet beschikken over hun eigen leven en dood. Dat komt God toe. Zelfdoding is zonde. Zo waar als God de Schepper van ons leven is, hebben wij de dankbare plicht om te willen blijven leven zolang dat in zijn raad besloten is. Omdat wij zelfdoding in strijd achten met Gods geboden, menen wij dat hulp bij zelfdoding dat ook is. Bovendien is dat geen echte hulp.

Pastoraal probleem



Zelfdoding is niet alleen een moreel maar ook een psychisch en pastoraal probleem. Mogelijke suïcidanten liggen innerlijk met zichzelf, anderen, en God overhoop. Nabestaanden zijn dubbel geschokt: door de dood van hun geliefde en door het feit dat het om zelfdoding gaat. De vraag naar eeuwig behoud of eeuwige verlorenheid komt daar nog bij.

Het is opvallend dat in de rechterflank van de Gerefor­meerde Gezindte de scherpe (roomse!) morele veroordeling van zelfdoding nog steeds opgeld doet. Men houdt vast aan de overtuiging dat een suïcidant voor eeuwig verloren is. God bewaart zijn kinderen voor de grote zonde van zelfdoding, dus is de conclusie duidelijk als iemand toch zover komt. Zelfdo­ding is werk van de duivel in een mens. Er is weinig ruimte voor sociologische en psychologische interpretatie van de zelfdoding. Door deze strenge visie op zelfdoding is de geestelijke pijn voor nabestaanden binnen de orthodoxie nog groter dan elders.
Wij moeten waken voor wettisch denken. Vroeger oordeelde men vaak te hard over suïcidanten. Men zag in suïcide alleen een morele overtreding en geen gegroeid psychisch probleem. Men had er geen oog voor dat de gemeenschap tekort gescho­ten kon zijn tegenover de suïcidant. Als kerk en maatschappij mensen in geestelijke, psychische en/of sociale nood beter opvangen, slaan mogelijk minder mensen de hand aan zichzelf.

Beter dan te oordelen en de suïcidant te vermanen, is het Evangelie bekend te maken. Dat niet op een goedkope manier, maar als een levend getuigenis van de ene mens die een relatie wil aangaan met de andere mens in nood. Wie op God vertrouwen mag, hoeft geen suïcide te plegen. 'Zelfmoord mag niet', troost een mens in nood niet. 'Zelfmoord hoeft niet' hopelijk wel - als we daarna ook tot daadwerkelijk hulpverlening overgaan.
De spanning tussen weten en doen blijft echter. Sommige suïcidanten weten met hun verstand dat God en mensen hen nabij willen zijn en dat God hen in genade wil aannemen. Toch drijft de psychische nood hen de verkeerde kant op. Een gelovig christen kan (door depressi­viteit) in zijn beleving ver bij God vandaan zijn en tot een wanhoopsdaad komen. Suïcidanten kunnen desondanks, menen wij, zalig worden. God beoordeelt het leven van een mens en niet alleen zijn laatste daad of woorden. Een vrouw die haar man verliest, na een gelukkig huwelijk, op een dag dat zij echter ruzie gemaakt hebben, heeft niet ineens een slecht huwelijks­leven achter de rug. Een mens wordt niet zalig op grond van zijn laatste berouw of het benutten van het roomse sacrament der stervenden, maar op grond van het werk van onze Here Jezus Christus. Dat geldt ook de mensen die sterven na de zonde van de zelfdoding.

Hulpverlening

Hulpverlening is er op verschillende niveaus. Op het eerste niveau is er de algemene preventie. Zorg dat een mens leeft in een evenwichtige geloofs- opvoedings- en/of andere gemeen­schap, dat hij goed met zijn lichaam en problemen leert omgaan, dan zal hij minder snel aan zelfdoding denken. Op het tweede niveau is er de pastorale en psychologische begeleiding van mensen die het risico lopen van zelfdoding te plegen. Denk aan de depressieve mensen. Het allerbelangrijkste tegenover hen is te zorgen dat ze niet in een isolement komen (ook niet als ze dat zelf opzoeken!). Ze hebben verbondenheid nodig. Op het derde niveau gaat het om hulp aan mensen die een poging tot zelfdoding hebben gedaan. Zij en hun familie hebben hulpverlening nodig om herhaling te voorkomen.


Een school kan ook wat doen. In de sociaal-emotionele leerlingbegeleiding kunnen presuïcidale en suïcidale leerlingen begeleid worden. De laatste groep heeft ook professionele hulp nodig. Als een leerling een mislukte poging tot zelfdoding gedaan heeft is er niet alleen begeleiding van die persoon nodig, maar ook van klasgenoten. Dat laatste geldt nog meer als er een geslaagde zelfdoding heeft plaatsgevonden. Minder concreet maar van wezenlijk belang is dat docenten voldoende pedagogisch reageren op jonge mensen met problemen. Het onderwijs is toch al vaak een bron van negatieve gevoelens en docenten moeten een negatief zelfbeeld van jongeren niet ook nog eens versterken door hun optreden. Het is ook belangrijk dat docenten zorgvuldigheid betrachten als ze het thema zelfdoding ter sprake brengen (lessen godsdienst, maatschappijleer of zomaar in een gesprek met een klas, of juist in gesprekken met klassen als er ‘iets’ gebeurd is). Leerlingen hebben soms zelfdoding in de nabijheid meegemaakt en soms denken ze er zelf aan. Alleen het noemen van het woord ‘zelfdoding’ maakt sommige leerlingen al van streek. Geef leerlingen altijd de kans, als ze dat willen, om hun eigen verhaal in de klas te vertellen.
In het persoonlijk gesprek met jonge mensen die aan zelfdoding denken is het volgende belangrijk:

  • bouw een goede relatie op met de jongere; draag er aan bij dat de ouders dat doen

  • werk aan een bijbels verantwoord positief zelfbeeld

  • laat zien dat er hoop is

  • stimuleer het aangaan van gesprekken over wat hij of zij denkt, voelt, wil, gelooft (soms moeten dat dus gesprekken met een hulpverlener worden!)

  • leer de jongere (sociale) vaardigheden om staande te blijven in het leven

  • leer hem of haar de aandacht te richten op het herstel van zijn levensgeluk (de negatieve spiraal moet een positieve worden)

  • maak plannen en afspraken over het schoolwerk, de levensstijl en andere zaken

  • neem contact op met de ouders

  • verwijs door naar huisarts-hulpverlening-crisisdienst op het moment dat een jongere serieus met de dood bezig (helemaal als er in de omgeving van de jongere al iemand door zelfdoding om het leven is gekomen).




  1. Welke troost zouden Ps. 69, 88, 139, Jona 1 kunnen bieden aan nabestaanden van suicidanten?

  2. Hoe goed of verkeerd is hulp bij zelfdoding van iemand die ernstig lijdt? Wat vind jij zelf?

  3. Minister Borst wenst (in 2001) dat ouderen die niet lichamelijk en niet psychisch ziek zijn en dus niet lijden, maar die zich ‘net niet dood vervelen’ een pil (‘de pil van Drion’) mogen nemen om een einde aan hun leven te maken. Geef een beargumenteerd oordeel over dit idee.

  4. Moeten wij ingrijpen als wij weten dat iemand suïcidaal is? Moeten wij iemand desnoods met dwang van zelfdoding weerhouden? (In Nederland mogen mensen alleen tegen hun wil worden vastgehouden als ze een direct gevaar voor anderen zijn of een direct gevaar voor zichzelf, mits ze in dat laatste geval niet toerekeningsvatbaar zijn. Mensen die kalm zeggen dat ze geen hulpverlening wensen, laat men gaan. Zelfs als de hulpverleners weten dat het gevaar voor suïcide groot is.)

  5. Is 1 Cor. 10:13 (God geeft de uitkomst als iemand door de zonde verzocht wordt )een klap in het gezicht van nabestaanden of zit er toch nog troost in? (Bedenk overigens dat we deze tekst niet alleen op zelfdoders moeten toepassen! Wij allemaal bezwijken voor verleidingen van de zonde omdat we de al geschonken uitweg niet aangrijpen van het navolgen van Christus. Laten we dan in geen geval de conclusie trekken uit deze tekst dat iemand die zichzelf gedood heeft, dus geen kind van God is. Wij vallen dan in hetzelfde oordeel!)


Rouw
Rouw grijpt diep in in een mensenleven. Rouw na zelfdoding nog dieper. Dus pastors moeten in hun begeleiding met de complicaties rekening houden. Hier noem ik er een paar:



  • De schok en de ontreddering zijn ernstig als de zelfdoding onverwacht is. De teleurstelling dat alle hulp gefaald heeft, is groot als de zelfdoding niet onverwacht is.

  • De waarom-vraag spookt door het hoofd van de nabestaanden. Die vraag is gericht op de overledene en ook op God. Jarenlang kunnen nabestaanden tevergeefs op zoek zijn naar een antwoord op deze vraag en andere vragen. Als de gestorvene een afscheidsbrief heeft nagelaten, staan daar ook niet alle antwoorden in.

  • Er speelt, anders dan bij gewone rouw, ook boosheid een rol. ‘Waren wij niet belangrijk voor je?’ ‘Hoe kon je ons zomaar in de steek laten?’ Nabestaanden voelen zich opgezadeld met een grote last. Een overlijden is verschrikkelijk, maar een zelfdoding is een ramp. Die is hun niet alleen overkomen maar die is hun ook aangedaan. Het had niet hoeven te gebeuren. Dat maakt boos.

  • De boosheid kan zich op God richten. Een zelfdoding kan het vertrouwde godsbeeld van mensen veranderen.

  • De boosheid kan zich ook richten op de hulpverleners. ‘We hadden nog zo gevraagd of ze onze dochter op de gesloten afdeling wilden opnemen. Dat hebben ze niet gedaan en toen is ze weggelopen…’

  • Ze zijn nog meer dan andere rouwenden onzeker. ‘Ik wist dat mijn vrouw als ieder ander een auto-ongeluk kon krijgen. Dat mijn vrouw, van wie ik zoveel hield, voor de dood kon kiezen, is zo pijnlijk, bizar en onbegrijpelijk! Ze laat ook onze kinderen in de steek. Als dat kan, wat kan er dan niet in het leven? Welke rampen hangen nog boven mijn hoofd?’

  • Er is angst voor de toekomst, maar ook onwil om zonder de ander verder te leven. ‘Ik heb geen toekomst meer na de zelfdoding van…’

  • Er spelen ook schuldgevoelens mee. ‘Wat hebben wij verkeerd gedaan?’ Nabestaanden maken zichzelf verwijten dat ze tekort geschoten zijn in de begeleiding of blind zijn geweest voor signalen of gewoon niet thuis waren op het moment dat iemand zichzelf van het leven beroofde.

  • Rouwdragenden na een zelfdoding zijn nog gevoeliger dan andere rouwenden voor de reacties van medemensen op wat gebeurd is. Die kunnen trouwens nogal lomp zijn. Bovendien weten veel omstanders ook geen raad met zelfdoding, dus zwijgen ze er maar over. Dat kan ook pijn doen.

  • Ze hebben de neiging om de zelfdoding weg te drukken uit hun geheugen (zelfs al in de rouwdienst) door alleen maar te spreken over ‘hij was ziek in z’n hoofd’. Ze verzwijgen de waarheid soms voor anderen (‘opa is dood op bed gevonden’) in het bijzonder voor kinderen.

  • Zelfdoding doet ook extra pijn, bovenop gewone rouw. Beelden van het gevonden lichaam kunnen rouwenden lang achtervolgen. En: ‘Wat moet de overledene niet doorgemaakt hebben op de laatste dag van z’n leven? Wat waren z’n laatste gedachten voordat hij…’

  • Nabestaanden kunnen ook bang worden voor zichzelf, vooral als ze depressieve buien hebben. ‘Als mijn vader dit deed, waarom loop ik dan niet het gevaar om hetzelfde te doen?’

  • Gelovige mensen die weten van een hemel en een hel, kunnen tobben over het eeuwig leven van de overledene.


Tip
Misschien is de meest troostende schriftlezing die we op zelfdoding kunnen betrekken, Jona 1. Jona is een man die snel dwars ligt en snel bozig depressief is. Lees het hele bijbelboekje maar. Als hij voor God wegvlucht richting Tarsus en God hem inhaalt in een storm, komt hij niet tot bezinning. Integendeel, hij vlucht nogmaals weg voor God door hulp bij zelfdoding te vragen. Dan hebben de anderen geen last meer van de ellende die hij veroorzaakt , zegt hij (typisch een argument van zelfdoders!). Jona vlucht willens en wetens weg in de dood en dan zijn er, ondanks dat, onder de golven de reddende handen van God die hem opvangen. God is nog niet klaar met Jona!







  • Casus 2
  • Casus 3
  • Bijbelse gegevens
  • Morele overwegingen
  • Pastoraal probleem
  • Hulpverlening

  • Dovnload 94.14 Kb.