Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Zevendedags Adventisme Christelijk of Sekte?

Dovnload 50.34 Kb.

Zevendedags Adventisme Christelijk of Sekte?



Datum31.10.2018
Grootte50.34 Kb.

Dovnload 50.34 Kb.

Zevendedags Adventisme

Christelijk of Sekte?1

Biblical Discernment Ministries

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (1977 of HSV).


Vertaling & inkorting, plaatjes en voetnoten door M.V. Update 19-4-2009

William Miller



Het Zevendedags Adventisme (ZDA) ontstond uit de nasleep van het Adventisme in het midden van de 19de eeuw. “Zevendedags” verwijst naar hun focus op de sabbat of zaterdagaanbidding. “Adventisme” verwijst naar hun geloof dat zij de vervulling zijn van profetieën die betrekking hebben op het overblijfsel van de laatste dagen en de komst van Christus. Er was gepredikt dat de wereld zou eindigen in 1844 met de tweede komst van Christus, door William Miller, een baptist en rondreizend predikant uit New England2. Millers volgelingen veroordeelden alle kerken van die tijd als afvallig en “Babylon”, en waarschuwden christenen daaruit te komen. Velen deden dat en het “Adventisme” was geboren en groeide snel. (Melton, J. Gordon, Ency. of Am. Religions, Vol. 2, pp. 21-22).

Christus kwam echter niet in 1844. Na de “grote ontgoocheling” was er een “kleine kudde” die bleef aanhouden dat de originele voorspellingen correct waren. Zij besloten dat de gebeurtenis van 1844 niet de Tweede Komst betekende maar de ingang van Christus in het Heilige der Heilige van het hemelse heiligdom. Daar, zo zeiden zij, begon Hij het “Onderzoekend Oordeel” (zie punt 6 verderop). Deze doctrine werd ontvangen en onderschreven door Ellen G. White (Ibid., p. 680).

Van 1844 tot 1851 leerde de groep de “gesloten deur”-doctrine, gebaseerd op



Ellen G. White



Jezus’ parabel van de tien maagden. Iedereen die de Adventistische boodschap niet had geaccepteerd, tegen de tijd dat Jezus in het Heilige der Heiligen kwam, moest permanent worden buitengesloten, overeenkomstig de parabel van de vijf dwaze maagden. Afgesneden van de Bruidegom, konden zij de Adventisten niet vervoegen of enige hoop hebben op eeuwig leven. Ellen White onderschreef en leerde deze doctrine niet enkel, maar haar eerste visioen (zij claimde meer dan 3.000 visioenen) was in grote mate verantwoordelijk voor de acceptatie ervan binnen de Adventistische groep (Brinsmead, Robert, D., Judged by the Gospel: A Review of Adventism, pp. 130–133).

Tegen 1846 had de groep de ZDA-zienswijze aangenomen dat de zaterdagsabbat moest gehouden worden. Een hoog verheven vorm van deze doctrine, samen met de doctrine van “Onderzoekend Oordeel” werd het keurmerk van het ZDA. In 1850 publiceerden James en Ellen White een magazine: The Review & Herald, voor het verspreiden van Adventistische en sabbatdoctrines. Dit hielp vele overblijvende “Millerieten” om samen te smelten in een onderscheiden lichaam, dat de naam aannam van Zevendedags Adventistische Kerk in 1860, en ze werd formeel gesticht in 1863, met ongeveer 3500 leden in 125 congregaties (Encyclopedia of American Religion, Vol. 2, p. 681).

Ellen G. White (1827-1915) droeg nooit officieel de titel van hoofd van de ZDA kerk, maar was een van de stichters en een erkend geestelijk leider. Zij weigerde de titel van “profetes” en noemde zich in plaats daarvan een “boodschapper” (P.G. Damsteegt, et al., Seventh-day Adventists Believe … A Biblical Exposition of 27 Fundamental Doctrines, 1988, p. 224). Maar zij beweerde wel de “geest van profetie” te hebben, en haar boodschappen kwamen direct van God voor de leiding en onderrichting van de kerk. Met haar kennis en toestemming noemden anderen haar een profetes, en geïnspireerd uitlegger van de Schrift 1, en zelfs “de Geest van Profetie” (Maurice Barnett, Ellen G. White & Inspiration, pp. 5-17). Ellen White had slechts een derdegraads3 opleiding genoten, en zei dat zij jarenlang niet had kunnen lezen, maar ze bleef voorhouden dat haar mooie proza door God was geïnspireerd. Er werd echter ontdekt dat zij niet enkel andere christelijke auteurs las maar hen ook plagieerde, doorheen eigenlijk al haar geschriften. De droevige feiten van deze zaak werden grondig en onbetwistbaar vastgelegd in verscheidene boekwerken (b.v., zee Walter Rea, The White Lie; en Judged by the Gospel, pp. 361–383).

Tegen het jaareinde van 1999 claimde de ZDA-kerk meer dan 10,9 miljoen leden wereldwijd, in 46.700 kerken; er zijn meer dan 900.000 Adventisten in de Verenigde Staten en Canada, en dat maakt de ZDA een van de snelst groeiende “kerken” in de wereld. Hun ledenaantal ging 10% omhoog in 1999.

Onder hen die de Zevendedags Adventisten niet als christenen erkennen is bijbelgeleerde Dr. John Whitcomb4, Jr., toen van Grace Theological Seminary. Whitcomb classificeert het ZDA als geen-zekerheid-hebbende, sabbat-houdende, aan-de-Wet-geknechte cult: 2.

1. Gezagsbron

Ellen G. White beweerde te zijn: “een kleiner licht om mannen en vrouwen te leiden naar het grotere licht”. De officiële ZDA Questions on Doctrine (Q.D.) stelt: “de Heilige Geest opende aan haar geest belangrijke dingen en vroeg haar bepaalde instructies voor deze laatste dagen te geven. En in zoverre deze instructies, naar ons begrip, in harmonie zijn met het Woord van God, welk Woord alleen in staat is ons wijs te maken tot redding, zullen wij als denominatie ze accepteren als geïnspireerde raad van de Heer”. (Q.D., p. 93; onderstreping toegevoegd).

White beweerde meer dan 3.000 “geïnspireerde raadgevingen van de Heer” ontvangen te hebben (d.w.z.: visioenen) tussen 1844 en 1868. (Van deze “visioenen” produceerde zij meer dan 100.000 handgeschreven pagina’s waarvan er gepubliceerd werden in 54 boeken!) Daarom hebben ZDA’s een nieuwe bron van gezag in hun levens. Volgens het ZDA-dogma is het zo dat als een ZDA-lid Ellen White niet accepteert als onfeilbaar, hij of zij dan geen redding bezit!

2. Mens

Zevendedags Adventisten geloven niet dat de mens, geheel of ten dele, inherent “onsterfelijk” is (Q.D., p. 518). ZDA’s geloven in “zieleslaap” voor de geredden (d.w.z.: geen bewust bestaan vanaf het tijdstip van de dood tot aan de opstanding), en annihilatie voor de goddelozen (d.w.z.: lichaam en ziel worden vernietigd, houden op te bestaan, in plaats dat zij eeuwige pijniging zouden ervaren).

Hoe kan men naar de hemel gaan? ZDA’s geloven dat men onsterfelijkheid kan verkrijgen door tot Christus te komen via Ellen G. White. Dat wil zeggen: een werken-programma, met redding via het openbaringslicht van Ellen G. White als de onfeilbare leidraad van de Schrift. Los hiervan kan men geen onsterfelijkheid verkrijgen. 3 Dan, als de opstandingsdag is aangebroken, zal het lichaam herschapen worden (noodzakelijk wegens de zieleslaap) voor allen die geloofden in de leiding en leringen van Ellen G. White (terwijl niet-ZDA’s ophouden te bestaan [geannihileerd] en geen eeuwige pijniging zullen ondergaan).

3. Christus

Ellen G. White: “Christus nam op Zijn zondeloze natuur onze zondige natuur … Christus nam de menselijke natuur aan en droeg de zwakheden en degeneratie van het menselijk ras. Hij nam onze natuur aan en haar ontaarde toestand” (Q.D., pp. 654-656). (Vgl. Joh. 14:30). Volgens de ZDA verwierf Christus dus een zondige natuur! Als dat waar zou zijn, dan was er nooit een zondeloos offer, geen hoop voor zondaren, en ook geen Redder.



4. Verzoening

“Nu, terwijl onze grote Hogepriester verzoening voor ons aan het doen is, moeten wij ernaar streven volmaakt te worden in Christus” (E.G. White, The Great Controversy [TGC], 1911, p. 623; TGC werd later hertiteld en gepubliceerd als America in Prophecy, 1988). Het ZDA leert dat, alhoewel gered door genade, wij gebonden zijn aan de Wet (d.w.z. gedeeltelijke verzoening). Daarom moet men oudtestamentische wetten houden, ervoor waken de zaterdagsabbat te houden en de Tien Geboden, en allerbelangrijkst: verzeker u ervan dat u getrouw de tienden betaalt.

Zelfs wanneer zij spreken van gered-zijn door de gerechtigheid van Christus, zullen ZDA-schrijvers verwijzen naar verleende gerechtigheid in plaats van toegeschreven gerechtigheid. Alhoewel zij dit “gerechtigheid van Christus” noemen, en daarbij aandringen op de volmaking van de gelovige als eerste vereiste voor redding, is het op zijn slechtst een slecht verhulde werken-redding, en op zijn best een poging om genade en werken te mengen, een onmogelijkheid volgens de Schrift (Rom. 11:6).

De woorden van Ellen White zijn glashelder: er zal niets vergeven worden voordat uit iemands leven alle zonden zijn uitgeroeid en hij volmaakt is. Precies dezelfde ketterij (naast vele andere) wordt gevonden in het Mormonisme. Dit is niet de redding door genade alleen, door geloof alleen, zoals die in de Bijbel geleerd wordt.



5. Doop

“… Christus maakte duidelijk dat Hij de doop als vereiste stelde voor hen die deel willen uitmaken van Zijn kerk, Zijn geestelijk koninkrijk”; “In de doop gaan de gelovigen binnen in de lijdenservaring van onze Heer”; “… de doop kenmerkt ook iemands ingaan in Christus’ geestelijke koninkrijk. … het verenigt de nieuwe gelovige met Christus. … Door de doop voegt de Heer de nieuwe discipelen toe aan het lichaam van gelovigen - Zijn lichaam, de kerk. … Dan zijn zij leden van Gods familie” (Seventh-day Adventists Believe …, pp. 182, 184, 187).

6. Onderzoekend Oordeel

Op 22 oktober 1844 zou, volgens de ZDA-theologie, Christus in de “oordeelsfase” zijn gekomen van Zijn bediening, waarbij Hij de zonde uitwist: [De ZDA-doctrine van het “onderzoekend oordeel” berust op White’s beweerde openbaring dat Christus in het Heilige der Heiligen kwam, niet bij Zijn hemelvaart maar in 1844, waarbij Hij dan de archieven van menselijke werken begon te onderzoeken (TGC, pp. 362-373) (vgl. Hebr. 9)] “Wanneer Christus, krachtens Zijn eigen bloed, de zonden uitwist van Zijn volk, vanuit het hemelse heiligdom aan het slot van Zijn bediening, zal Hij ze op Satan plaatsen, die, in de uitvoering van het oordeel, de finale straf moet dragen” (TGC, p. 422). Satan wordt daarbij de zondebok van Leviticus 16.

Dit gebrek aan duidelijke onderscheiding van vergiffenis en uitwissen van zonden, maakt het voor iedereen onmogelijk te weten, zelfs in het uur van zijn dood, of hij gered is of niet. (Het wordt ZDA’s niet “toegestaan” de verzekering van redding te ervaren, omdat dan voor hen de druk wegvalt om de oudtestamentische Wet te houden, zoals geïnterpreteerd door Ellen G. White, en in het bijzonder de druk op het betalen van de tienden). En het concept waarbij de zonden van alle mensen op Satan gelegd moeten worden, wijst aan Satan een onmisbare rol toe in het uitwissen van zonden, en zo wordt het algenoegzame en volbrachte werk van Christus naar beneden gehaald. Vermits Jezus op het kruis zei: “Het is volbracht”, d.w.z. gecompleteerd, volledig betaald, kan het niet zijn dat er nog een andere reddingsactie moet gebeuren, 1800 jaren later, die even essentieel is als Christus’ dood aan het kruis en waarin men moet geloven om gered te kunnen worden. Dit is duidelijk “een ander evangelie” (Galaten 1:6-9). 4

Het “onderzoekend oordeel” en de “zondeboktheorie van de verzoening” zijn, op zichzelf, zo onbijbels dat Galaten 1:6-9 erop van toepassing is:

Ik verwonder mij erover, dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie; 7 dat geen ander evangelie is; ook al zijn er sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 8 Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. 9 Zoals wij eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt”.

De brenger van “een ander evangelie” is “vervloekt”. Maar volgens Ellen G. White moet men haar leer geloven om gered te worden:

“Zij die willen delen in de voordelen van het middelaarschap van de Redder, zouden geen belemmeringen mogen toelaten in hun dienst naar volmaakte heiliging in de vreze Gods … Het onderwerp van het heiligdom en het onderzoekend oordeel zouden goed begrepen moeten worden door Gods volk. Allen moeten kennis hebben van de positie [in het Heilige der Heiligen] en het werk [onderzoekend oordeel] van hun grote Hogepriester. Anders zal het voor hen onmogelijk zijn om het geloof te oefenen dat essentieel is in deze tijd, of de positie in te nemen die God voor hen ontwerpt. Elk individu heeft een ziel te redden of te verliezen. Elk heeft een zaak hangende aan de balie van God … Allen die het licht gekregen hebben over deze onderwerpen moeten getuigenis afleggen van de grote waarheden die God aan hen heeft toevertrouwd. Het heiligdom in de hemel is het echte centrum van Christus’ werk voor de mens … Het is van het grootste belang dat allen deze zaken grondig zouden onderzoeken … De tussenkomst van Christus ter wille van de mens in het heiligdom boven is zo essentieel in het plan van redding als Zijn dood was op het kruis. Met Zijn dood begon Hij het werk dat Hij na Zijn opstanding en hemelvaart zou completeren in de hemel” (TGC, pp. 488–89; benadrukkingen toegevoegd).

7. Sabbat

“In de laatste dagen zal de sabbattest duidelijk worden. Als die tijd komt, zal ieder die de sabbat niet houdt, het merkteken van het beest ontvangen en van de hemel afgehouden worden” (TGC, p. 449); “… De goddelijke institutie van de sabbat moet hersteld worden … Het brengen van deze boodschap zal een conflict meebrengen waarin de hele wereld deelt. De centrale kwestie zal gehoorzaamheid aan Gods wet zijn en het houden van de sabbat … Zij die dit afwijzen zullen uiteindelijk het merkteken van het beest ontvangen” (TGC, pp. 262–63). In een van haar meest geëerde werken schreef Ellen White dat het houden van de sabbat “de scheidslijn” zal zijn in de “finale test” waardoor Gods eindtijdse volk dat “het zegel van God ontvangen” en gered zal zijn, afgescheiden wordt van hen die “het merkteken ontvangen van het beest” (The Great Controversy Between Christ and Satan, p. 605).

Een verondersteld visioen beschrijvend, dat direct van God kwam, schreef Ellen White: “Ik zag dat de heilige sabbat is, en zal zijn, de scheidsmuur tussen het ware Israël van God en ongelovigen” (Early Writings, p. 33; benadrukking toegevoegd). Zij schreef ook over sommige Adventisten die erin faalden te begrijpen dat “Sabbat … nakomen belangrijk genoeg is om de lijn te trekken tussen het volk van God en ongelovigen” (Ibid., p. 85).

ZDA’s hebben daarbij het houden van de sabbat tot een criterium (beslissend kenmerk, maatstaf) gemaakt voor een persoonlijke verhouding met de Heer - zelfs tot criterium voor iemands redding! Waarom? Omdat volgens ZDA’s wij allen strikt de oudtestamentische wet moeten aanhangen, inbegrepen de Tien Geboden, waarvan het vierde zegt: “Gedenk de sabbat, dat gij die heiligt”. (Deze vereiste van sabbat-houden werd naar men meent bevestigd door een visoen dat Ellen G. White ontving en niet zozeer door studie van de Bijbel). ZDA’s geloven dat het houden van de zondag het teken van het beest zal opleveren in de toekomst.



8. Ellen G. White, de Profetes

Vele gewone ZDA-leden ontkennen dat hun organisatie nog langer verordent dat Ellen G. White een door God geïnspireerde profetes is. Maar in officiële ZDA-publicaties blijft de ZDA-kerk verder de fabels van Ellen G. White verdedigen, en blijven daar handhaven dat er geen verschil is in de graad van inspiratie van wat zij ontving en dat van de bijbelschrijvers (Review & Herald, 4 oktober 1928, p. 11; “Source of Final Appeal”, Adventist Review, 3 juni 1971, pp. 4-6; G. A. Irwin, Mark of the Beast, p. 1; “The Inspiration and Authority of the Ellen G. White Writings,” Adventist Review, 15 juli 1982, p. 3; Ministry, oktober 1981, p. 8 (5); zie ook: Judged by the Gospel, pp. 125-130). En in de Algemene Conferentie, in juni 2000, stemde de kerk voor een meer agressieve bevestiging en ondersteuning van de “Geest van Profetie door de bediening van Ellen White” (Adventist Today, [online: juli 2000]).

Eindnoten

1 De Bijbel geeft zes identificerende kenmerken van valse profeten, waarvan elk apart voldoende is voor identificatie: (1) door tekenen en wonderen leiden zij mensen naar valse goden (Dt 13:1-4); (2) hun profetieën komen niet uit (Dt 18:20-22); (3) zij spreken Gods Woord tegen (Js 8:20); (4) zij dragen slechte vruchten (Mt 7:18-20); (5) mensen spreken wèl van hen (Lk 6:26); en (6) zij ontkennen dat Jezus, de enige Christus, in het vlees gekomen is (1Jh 4:3) en daarbij ontkennend dat Hij genoegzaam is in alle materies van leven en godsvrucht (2 Pt 1:3).

De meeste culten en sekten zijn gefundeerd op valse profetieën. Het ZDA kwam op met valse profetieën over Christus’ komst. Het begon met William Millers voorspelling dat Christus zou terugkomen in 1843 (herzien tot 22 oktober 1844). Miller erkende zijn fout. Maar ZDA-profetes Ellen G. White, die herhaaldelijk Millers profetie had onderschreven, stond erop dat Christus inderdaad gekomen was, maar niet naar de aarde. In plaats daarvan was Hij het “heilige der heilige” in de hemel binnengegaan “om een verzoening te doen voor allen die blijken aangewezen5 te zijn voor de voordelen ervan” (The Great Controversy, p. 480).

Nummer 17 van de “Fundamental Beliefs of Seventh-Day Adventists” stelt: “De gave van profetie: een van de gaven van de Heilige Geest is profetie. Deze gave is een identificerend kenteken van de overblijfsel-kerk en werd gemanifesteerd in de bediening van Ellen G. White. Als de boodschapper van de Heer, blijven haar geschriften een gezaghebbende bron van waarheid die de kerk voorzien in steun, leiding, lering en correctie”. Maar Ellen G. White uitte vele valse profetieën: dat het “Oude Jeruzalem nooit heropgebouwd zou worden” (Early Writings, p. 75); dat zij nog zou leven tot de Opname (Early Writings, pp. 15-16); dat Christus zou terugkomen voordat de slavernij zou afgeschaft worden (Early Writings, pp. 35, 276); dat adventisten die in 1856 leefden nog zouden leven bij de Opname (Testimonies for the Church, Vol. 3, pp. 131-132); en veel meer. Niettemin vereren de ZDA’s de geschriften van deze valse profetes alsof ze Heilige Schrift zijn.

2 Niettemin blijven ZDA’s zich voortdurend inspannen om gekenmerkt te worden als “evangelische christenen” (evangelicals). Een illustratie hiervan: ZDA’s waren erg prominent aanwezig op de jaarlijkse samenkomsten van de Evangelical Theological Society (ETS), gehouden in San Francisco, 19-21 november 1992. Zij presenteren zichzelf, in het gedrukte programma, als de Adventist Theological Society (ATS). Tijdens de meetings leidden zij ten minste acht workshops /seminars die toegankelijk zijn voor alle leden van de ETS, zowel als een algemene samenkomst van hun eigen ATS op zaterdagochtend, 21 november. Ook op de 1/97 National Religious Broadcasters Convention voorzag de ZDA’s “Voice of Prophecy”-stand in boeken en tapes van hun programma’s, maar er was geen aanwijzing dat dit een ZDA-organisatie was. Christenen moeten er zich van bewust worden dat cultgroepen zoals ZDA dikwijls een christelijk-lijkende terminologie gebruiken, maar de betekenissen van de woorden werden geherdefinieerd.



3 Er zouden veel citaten kunnen gegeven worden om te bewijzen dat Ellen G. White redding door werken leerde. Hier zijn er enkele:

(a) “Onze handelingen, onze woorden, zelfs onze meest geheime motieven, hebben alle hun gewicht in het bepalen van onze bestemming … ofschoon … vergeten door ons, zullen ze [onze werken] hun getuigenis dragen om te rechtvaardigen of te veroordelen” (TGC, pp. 486-490).

(b) “Zij die in de archiefboeken zonden hebben staan, waarvan men geen berouw gehad heeft en die niet vergeven zijn: hun namen zullen uitgewist worden uit het boek des levens …” (TGC, p. 483).

(c) “Ieder van u moet … met alle macht werken om verlost te worden van de fouten van uw verleden, om te zien of u de gave van eeuwig leven waardig bevonden wordt” (Testimonies for the Church, Vol. 3, p. 530).

4 Deze leer van “onderzoekend oordeel” is de fundamentele leer en belangrijkste ketterij van het Zevendedags Adventisme, namelijk dat de verzoening aan het kruis niet compleet was, maar eerder in 1844 in de hemel begon, en afhankelijk is van uw werken. Volgens Ellen G. White heeft het bloed van Christus, in plaats van “over uw zielen verzoening te doen” (Lev. 17:11) en te “reinigen van alle zonde” (1 Joh. 1:7), de zonde in de hemel gebracht: “Onze zonden zijn in feite overgebracht naar het hemelse heiligdom door het bloed van Christus” (Spirit of Prophecy, Vol. 4, p. 266). Dus moest Christus het reinigingswerk beginnen in het hemelse heiligdom (van zonden, door Zijn bloed daar gebracht!) middels het “onderzoekend oordeel”. Ellen White verklaarde dat “bedienaars die deze reddende boodschap niet accepteren”, Gods werk verhinderen en “het bloed van zielen is op hen” (Early Writings, p. 234). De Millerieten die dit waanidee adopteerden, werden Zevendedags Adventisten. Het hele concept van “onderzoekend oordeel” staat haaks op het Evangelie. Jezus wachtte niet tot in 1844 om het Heilige der Heiligen in de hemel binnen te gaan (Heb. 1:3; 6:19-20; 8:1; 9:6-12, 24; 12:2), en evenmin doet Hij verzoening in de hemel (Heb. 9:25-26; 10:11-14).

5 De ZDA-kerk deed volgende verklaring in hun Ministry magazine van oktober 1981, en zij hebben dat nooit teruggetrokken: “Wij geloven dat de openbaring en inspiratie van zowel de geschriften van Ellen White als de Bijbel, beide van gelijke kwaliteit (Eng. quality) zijn. De supervisie van de Heilige Geest was net zo zorgvuldig en grondig in het ene als in het andere geval” (Juni 1997, The Baptist Challenge). Dit lijkt erop dat ZDA’s geloven dat Ellen G. White onfeilbaar is!

Zie ook:

Ketterijen van het Zevendedags Adventisme

De Wet

Eeuwige straf of annihilatie?

http://www.verhoevenmarc.be/videos3.htm#adventisme (Video)

Seventh-Day Adventists, Ecumenism, and Hell

Seventh-day Adventist Church Profile

http://www.letusreason.org/7thDdir.htm

http://mmoutreachinc.com/seventh_day_adventists/sda_index.html

http://www.exadventist.com/

E-mail: verhoevenmarc@skynet.be

Homepage: www.verhoevenmarc.be of users.skynet.be/fa390968

Ga hier naar de Nieuwste Artikelen of www.verhoevenmarc.be/NieuwsteArtikelen.htm



1 Noot bij de titel van dit artikel: “Besides relying heavily on the work of Dr. Whitcomb (1988 Syllabus notes), some of the material in this report has also been excerpted and or adapted from: “Seventh-day Adventist Church Profile”, Timothy Oliver (Watchman Fellowship Profile, 1996)”.

2 New England (Ned.: Nieuw Engeland), samenvattende naam voor zes staten in het noordoosten van de Verenigde Staten van Amerika, t.w. Maine, New Hampshire, Vermont, Massachusetts, Rhode Island en Connecticut. Begrensd door de Atlantische Oceaan in het oosten en zuiden en door Canada in het noorden. (Encarta 2002).

3 Derde graad is in de Verenigde Staten, en andere landen, drie jaar na de kleuterschool. Gewoonlijk is het kind dan 8 à 9 jaar oud. Het maakt gewoonlijk deel uit van de lagere school. http://en.wikipedia.org/wiki/Third_grade

4 Zie zijn biografie hier: http://www.answersingenesis.org/home/area/bios/j_whitcomb.asp.

5 Eng: “… for all who are shown to be entitled to its benefits”.



  • Eindnoten 1

  • Dovnload 50.34 Kb.