Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Zienswijzenrapportage Monumentenvergunning Front I en II

Dovnload 46.65 Kb.

Zienswijzenrapportage Monumentenvergunning Front I en II



Datum05.12.2018
Grootte46.65 Kb.

Dovnload 46.65 Kb.

Zienswijzenrapportage Monumentenvergunning Front I en II

Algemeen


Door de gemeente Hellevoetsluis is op 10 april 2007 (d.d. 5 april 2007) een aanvraag om een monumentenvergunning ingediend ex artikel 11 van de Monumentenwet 1988 voor de restauratie van de Vestingwerken Bastion Haerlem/Front I en II.

Hieronder valt de restauratie van Fort Haerlem, het kruit- en projectielenmagazijn (Mach), de torpedoloods (thans opslag voor de scouting), het torpedostation (thans ingericht voor vleermuizen), de verschillende achter genoemde gebouwen gelegen objecten, waaronder geschutsopstelplaatsen, holtraversen en kazematten ten behoeve van de afstandmeting, de Duitse kanonbunker, de hier aanwezige walstructuur alsmede de kademuren, de bij de havenmonding gelegen sluis en de westbeer bij het Coninckx bolwerk.


Opstarten procedure

Ten aanzien van deze aanvraag om een monumentenvergunning ex artikel 11 van de Monumentenwet 1988 is een procedure ex artikel 14a van de Monumentenwet 1988, met toepassing van de procedure van Afdeling 3.4 van de Algemene wet Bestuursrecht opgestart.


In het kader van bovenstaande procedure zijn conform artikel 16 Monumentenwet 1988 adviezen gevraagd aan:

  • de gemeentelijke monumentencommissie;

  • de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (hierna: RACM).

De binnenkomst van de aanvraag om een monumentenvergunning is 18 juli 2007gepubliceerd in het Groot Hellevoet. In het kader van de procedure heeft de ontwerpbeschikking en de daarbij behorende stukken vanaf 18 juli 2007 tot en met 30 augustus 2007 ter inzage gelegen bij de centrale balie van het gemeentehuis van Hellevoetsluis.


Ontvankelijkheid

Tijdens de termijn van inzage zijn door de volgende personen een zienswijze ingediend:




Indiener

Adres

Zienswijze

1. R. Weerheim namens Scouting Hellevoetsluis



Fort ‘Haerlem’ 1



- verlies aan gebruiksmogelijkheden door de Scouting door plannen met het interieur;

- gebrek aan overleg omtrent de restauratie, de inrichting en accommodatie tijdens de uitvoering van de werkzaamheden;

- het voorbij gaan aan de afspraken gemaakt met de commissie AZM op 28 juni 2007;

- In het restauratieplan wordt niet gesproken over het conserveren van de muurtekening;

- er is geen onderzoek verricht om te toetsen of het gebouw na de verbouwing nog voldoet aan de (veiligheids)criteria.


2. D. Dijkstra en K. v.d. Weele namens Electronicaclub Zuid-Hollandse Eilanden


Correspondentieadres:

Debussystraat 26



- van ongestoord en blijvend gebruik kan geen sprake zijn na de restauratie

- verwijdering van voorzetwanden en betimmering;

- afgraving van de bovenzijde van de kazerne waardoor beschadiging aan kabels en antennemast kan ontstaan.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid;



  • de zienswijzen zijn gericht aan de juiste instantie;

  • de zienswijzen zijn ingediend binnen de daarvoor gestelde periode.

Samenvattend kan worden gesteld dat de zienswijzen onder 1 -2 ontvankelijk zijn.



Hoorzitting


Op 17 september 2007 heeft een hoorzitting plaatsgevonden waarbij alle indieners van een zienswijze in de mogelijkheid zijn gesteld deze zienswijze mondeling toe te lichten. Dit heeft niet geleid tot nieuwe zienswijzen, het resulteerde in een aantal gevallen wel in een extra verdieping en verduidelijking. Van de hoorzitting is een verslag opgesteld en deze is als bijlage toegevoegd. Tevens moet dit verslag bij de inhoudelijke behandeling van de zienswijzen hieronder als aangehaald en ingelast worden beschouwd.

Inhoudelijke behandeling zienswijzen


Er zijn in totaal acht zienswijzen schriftelijk ingediend. Deze zienswijzen kunnen als volgt tot de volgende zes zienswijzen worden samengevat:

  1. een beperking van de gebruiksmogelijkheden dan wel het ongeschikt worden van de ruimten voor de huidige functie;

  2. gebrek aan overleg omtrent de restauratie, de inrichting en accommodatie tijdens de uitvoering van de werkzaamheden;

  3. in het restauratieplan wordt niet gesproken over het conserveren van de muurtekening;

  4. er is geen onderzoek verricht om te toetsen of het gebouw na de verbouwing nog voldoet aan de (veiligheids)criteria;

  5. verwijdering van voorzetwanden en betimmering;

  6. afgraving van de bovenzijde van de kazerne waardoor beschadiging aan kabels en antennemast kan ontstaan.


1. Een beperking van de gebruiksmogelijkheden dan wel het ongeschikt worden van de ruimten voor de huidige functie
De meeste zienswijzen komen voort uit de angst dat de ruimten in Fort Haerlem na de restauratie niet meer geschikt zullen zijn voor de huidige functies.
In de Raadscommissie (Algemene Zaken en middelen) (hierna: de commissie) van 28 juni 2007 heeft de commissie in het kader van de herbestemming van de bunkers duidelijk gemaakt dat zij van mening is dat de gebruikers in de gebouwen moeten blijven. Tevens heeft de burgemeester onder andere toegezegd:

- dat bij eventuele ontwikkelingen rekening zal worden gehouden met de huidige gebruikers;

- het niet de bedoeling is de Scouting uit Fort Haerlem te laten vertrekken;

- het college met de wens van de commissie de gebruikers met rust te laten rekening zal houden;

- de plannen betreffende restauratie in het Fort besproken zullen worden met de Scouting; de burgemeester gaat er vanuit dat er rekening gehouden zal worden met de belangen over en weer;

- de gebruikers in Fort Haerlem mogen blijven;


Met de aanvraag om deze monumentenvergunning is de gemeente er niet vanuit is gegaan dat Fort Haerlem na de restauratie geheel als monument benut zou gaan worden. Fort Haerlem is uitermate geschikt om gebruikt te worden voor functies zoals de Scouting en de Electronicaclub.
Bovenstaande zaken werden besproken in het kader van de herbestemming van de bunkers in het gebied “vesting in staat van verdediging” zoals aangegeven in het plan “Museum Vestingwerken Hellevoetsluis” van De Steunbeer/Kinkorn.
Gezien de staat van onderhoud is restauratie aan de betreffende monumenten noodzakelijk. Bij fort Haerlem uit zich dit o.a. in het losraken van stenen in de voorgevel. Eerder in 2007 zijn er wegens valgevaar reeds diverse losse stenen preventief verwijderd. De oorzaak voor de schade is gelegen in de vochthuishouding van het gebouw als geheel. Daarom kan de restauratie niet beperkt blijven tot alleen het exterieur en zal ook het interieur aangepakt moeten worden.
Bij de restauratieplannen speelt het herbestemmen van de monumenten geen rol. Uitgegaan wordt dan ook van de huidige functie(s) van de monumenten, zoals afgesproken in de commissie AZM van 28 juni 2007.

Conclusie


Op dit punt de zienswijze ongegrond verklaren
2. Gebrek aan overleg omtrent de restauratie, de inrichting en accommodatie tijdens de uitvoering van de werkzaamheden
De gemeente wil ten behoeve van de restauratie gebruik maken van de subsidie ‘Wegwerken Restauratieachterstand’. Om in aanmerking te kunnen komen voor deze subsidie moet de gemeente de aanvraag inclusief monumentenvergunning voor 1 november bij de RACM indienen. Er zal vervolgens nog een lange tijd overheen gaan voordat er daadwerkelijk werkzaamheden in het kader van de restauratie verricht zullen gaan worden. Het is op dit moment nog allerminst zeker dat er daadwerkelijk een subsidie voor de restauratieplannen zal worden verstrekt. Maar indien de subsidie nu wordt toegewezen moet de restauratie van Front l en ll voor 2011 gereed zijn.
In dit kader wordt de aanvraag om een monumentenvergunning gezien als een formaliteit, welke verleend moet zijn wil de gemeente Hellevoetsluis in aanmerking kunnen komen voor de subsidie ‘Wegwerken Restauratieachterstand’.
Te zijner tijd, nadat duidelijkheid bestaat omtrent het wel of niet in aanmerking komen voor de subsidie ‘Wegwerken Restauratieachterstand’ zullen uitvoerige besprekingen met de gebruikers gevoerd gaan worden. Het doel van deze besprekingen zal naast informatieverstrekking tevens zijn het maken van onderlinge afspraken. Dat is echter niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag om een monumentenvergunning. Het doet echter niets af van het feit dat het beter ware geweest de gebruikers in een eerder stadium te hebben geïnformeerd over de plannen voor de restauratie, zodat bovenstaande bekend zou zijn geweest. Tijdens de hoorzitting op 17 september jl. is tevens toegezegd dat in overleg getreden zal worden met de verschillende partijen.
Conclusie

De opmerking voor kennisgeving aannemen.


3. In het restauratieplan wordt niet gesproken over het conserveren van de muurtekening
Dit onderdeel van de zienswijze is niet behandeld tijdens hoorzitting. De opmerking dat er over de muurschildering in het restauratieplan niet wordt gesproken is correct; de reden daarvoor is dat er aan de schildering niets gedaan wordt.

Conclusie


Op dit punt de zienswijze ongegrond verklaren.
4. Er is geen onderzoek verricht om te toetsen of het gebouw na de verbouwing nog voldoet aan de (veiligheids)criteria
Veiligheidscriteria is een zeer algemene term; de meeste veiligheidscriteria zijn niet relevant omdat er aan de indeling van het gebouw niets wijzigt in de restauratieplannen. Bedoeld wordt waarschijnlijk: de brandveiligheidsvoorzieningen, i.c. de nood- en transparantverlichting.
Hoewel het plan voorziet in enkele aanpassingen van de elektrische installatie (het wegwerken van in het zicht lopende leidingen), wijzigt er niets aan de brandveiligheidsvoorzieningen. Deze installaties maken deel uit van de aspecten die getoetst zijn in de gebruiksvergunning. Er behoeft voor het restauratieplan dan ook geen onderzoek naar veiligheidscriteria te worden gedaan.

Conclusie

Op dit punt de zienswijze ongegrond verklaren.

5. Verwijdering van voorzetwanden en betimmering
In de toelichting op de zienswijze, tijdens de hoorzitting, werd aangegeven dat het ook hier voornamelijk gaat om de veiligheid in het gebouw na de werkzaamheden. De veiligheid wordt hier gewaarborgd door de relevante normen van het bouwbesluit.
Zoals onder 2 is aangegeven zal er nog een lange tijd overheen gaan voordat er daadwerkelijk met de uitvoering van de werkzaamheden kan worden gestart. Daarom is hieromtrent nog geen overleg met de gebruikers geweest. In de restauratieplannen is voorzien in het verwijderen van vloer- en wandafwerkingen om de onderliggende constructies te kunnen inspecteren en waar nodig te herstellen. Tevens is een post opgenomen voor nieuwe afwerkingen; hierbij is nu in het plan een afwerking gekozen die door de architect als monumentaal wenselijk wordt gezien: geschilderde houten delen op de vloeren en de gewelven ontdaan van alle betimmeringen.
Omdat het hier voornamelijk over de inrichting gaat staat de aanvraag van de monumentenvergunning hiervan grotendeels los. Dat er in de plannen nu een bepaalde afwerking is omschreven betekent niet dat dit ook exact zo móet worden uitgevoerd: indien de gebruiker dit wenst kunnen de vloeren ook weer voorzien worden van marmoleum o.i.d.

Bij de gewelven is echter de huidige afwerking mede debet aan de bouwfysische problemen in het gebouw, zodat deze niet als bestaand kunnen worden teruggebracht. De afwerking van de gewelven zal nader met de gebruikers moeten worden overlegd, waarna een terugkoppeling naar de gebruiksvergunning dient te worden gemaakt.



Conclusie


Deze zienswijze voor kennisgeving aannemen.
6. Afgraving van de bovenzijde van de kazerne waardoor beschadiging aan kabels en antennemast kan ontstaan
De functie van de antenne was de planmakers niet bekend, daarom is in het plan niet voorzien in maatregelen om te waarborgen dat er geen beschadigingen worden toegebracht aan de mast en de bekabeling. Het bestek voorziet echter in een algemeen deel, dat aangeeft dat eventuele uitvoerenden maatregelen dienen te treffen om schade aan de eigendommen van de gebruikers te voorkomen. Dit specifieke onderdeel zal alsnog in het bestek worden toegevoegd, zodat de aannemer nog eens extra geattendeerd wordt op de kwetsbaarheid van de installaties.

Dit is echter een aspect dat vooral betrekking heeft op de aanpak van de uitvoering; Het heeft geen relatie met de aanvraag om de monumentenvergunning.



Conclusie


Op dit punt de zienswijze ongegrond verklaren.
Conclusie

De zienswijze 1-6 ontvankelijk, maar ongegrond te verklaren.

MB (BRM) 1 oktober 2007

Hoorzitting inzake

zienswijze ontwerp monumentenvergunning Front l en ll

17 september 2007
aanvang 13.45 uur, commissiekamer 41
aanwezig: de heer C.A. Kleijwegt Burgemeester, portefeuillehouder monumenten

mevrouw V.Stern Samenlevingszaken, Welzijn, cultuur en sociaal beleid

mevrouw C.A. Lemmert Bouwen en Ruimte en Milieu

de heer R. Polderman Tak Architecten

de heer T. Hazeveld Scouting

de heer B. Kap Scouting

de heer L. Wasserval Electronicaclub Zuid-Hollandse Eilanden

mevrouw D.R. Mons notuliste


De heer Kleijwegt heet de aanwezigen welkom en opent de hoorzitting aangaande de restauratieplannen Front l en ll.
Door het bestuur van Scouting en Electronicaclub Zuid-Hollandse Eilanden zijn zienswijzen tegen de ontwerpbeschikking monumentenvergunning Front l en ll ingediend. Deze zienswijzen komen in hoofdlijnen met elkaar overeen. In verband hiermee zijn de twee partijen gelijktijdig uitgenodigd en kunnen de zienswijzen nu mondeling toegelicht worden.

De heer Kleijwegt zegt dat mogelijkerwijs aanvullende vragen gesteld kunnen worden en eventueel kunnen worden beantwoord.


De heer Hazeveld is voorzitter van Scouting Hellevoetsluis. Hij vertegenwoordigt het bestuur. De heer Kap is ook aanwezig, hij bezit de nodige kennis van het gebouw en de historie.

De heer Hazeveld zegt dat allereerst duidelijk moet worden dat de scouting niet tegen de restauratie van het gebouw is. Hij benadrukt het belang van behoud van het gebouw voor de toekomst. De reden dat de scouting een zienswijze heeft ingediend is dat er een zienswijze moet zijn ingediend wil men later beroep kunnen aantekenen. Door de scouting is bewust deze mogelijkheid opengehouden. Daarnaast heeft de scouting in de brief duidelijk proberen te maken waarom gedacht wordt dat het nu nog te vroeg is om over te gaan tot vergunning. Tevens is de scouting van mening dat het plan nog niet volledig is. Het is vooralsnog onduidelijk hoe wordt omgegaan met de herinrichting en de gedane investeringen. Tevens is het niet duidelijk hoe wordt omgegaan, tijdens en na de restauratie, met de budgetten. De indruk bestaat dat de plannen nog niet voldoende zijn uitgewerkt. Dit is heel kort en concreet waar het om gaat.


De heer Wasserval zegt namens Electronicaclub ZHE de opmerkingen van de Scouting te onderschrijven. Tevens wordt de noodzaak tot restauratie van het gebouw aan de buitenkant onderschreven. De Electronicaclub heeft daarentegen sterke twijfels of de restauratie zo rigoureus aan de binnenkant moet gebeuren. Het is nu een gebouw dat een gemeenschappelijke functie vervult. De vraag rijst of er straks nog een gebouw staat dat dezelfde functie kan vervullen. Dan is er nog het gegeven dat de ruimten van de gemeente zijn gehuurd; dit brengt wederzijdse verplichtingen met zich mee.

De heer Wasserval stelt dat de restauratie binnen bepaalde grenzen natuurlijk moet plaatsvinden, maar dat na restauratie een gebouw moet staan dat dezelfde maatschappelijke functie kan blijven vervullen. Uit de stukken blijkt niet dat de huidige situatie terug kan komen. Daar wordt ernstig bezwaar tegen gemaakt.


De heer Kleijwegt vraagt de heer Wasserval waar te lezen is dat het gebruik van het gebouw niet gehandhaafd blijft. De heer Wasserval zegt dat nergens te lezen is wat er na de restauratie met het gebouw gaat gebeuren.
De heer Kleijwegt zegt dat het goed is dat de zienswijze mondeling worden toegelicht. Hij wil wel ingaan op een aantal zaken om zo meer helderheid te verschaffen.

De heer Kleijwegt zegt dat er geen moment is geweest waarop werd gedacht dit monument alleen maar monument te laten zijn. Uitgerekend “Fort Haerlem” is uitermate geschikt om gebruikt te worden en wordt op dit moment ook uitstekend gebruikt. Voor de Scouting is dit een geweldig leuke plek. De buitenomgeving er omheen kan goed gebruikt worden. Ook de Electronicaclub heeft hier een prima locatie. Hij zegt dat het van zijn kant uit nooit de bedoeling is geweest de gebruikers uit het gebouw te laten verdwijnen. Een en ander is onlangs in de commissie AZM besproken. Een gebruikt monument is leuker dan een monument dat er alleen maar staat.


De heer Kleijwegt geeft betreffende de restauratie van het Fort het woord aan de heer Polderman van Tak Architecten.
De heer Polderman zegt dat de kern van het probleem een verstoorde vochthuishouding is. In verband hiermee moet de vochthuishouding als geheel onder de loep worden genomen. Dit betekent dat gekeken moet worden naar de water-indringing van bovenaf, het grondwater, maar ook de waterkelders in het gebouw, de dichtheid van de gevel en de materialen die gebruikt zijn. Het evenwicht van de waterhuishouding moet weer worden teruggebracht. Een van de verstorende factoren van het evenwicht is de binnenafwerkingen met isolatiemateriaal, kunststof folie en houten schrootjes. Doordat het water niet weg kan aan de binnenzijde zoekt het water een weg en komt aan de voorgevel naar buiten. Aan de voorgevel van het gebouw is dit zeer duidelijk te zien. Het hele gebouw, inclusief het interieur, moet worden aangepakt om het gebouw in goede conditie te krijgen.
Er zijn geen schrootjes of alternatief dan ook in het plan opgenomen omdat Tak Architecten van mening is dat schrootjes niet teruggeplaatst moeten worden. Wat wel in het plan is aangegeven is dat de binnengevel geheel hersteld wordt opgeleverd, eventuele schade wordt gerepareerd, schilderwerk dat te “dicht” is wordt ook verwijderd. Eventueel kan de gevel opnieuw geschilderd worden maar dan met een goed systeem minerale verf , dus verf die vocht en zout doorlaat. De heer Kap vraagt wat bedoeld wordt met de gevel. De heer Polderman zegt dat hij nu spreekt over de binnengevel en de gewelven. Dit is de enige manier om op technische en esthetische wijze het pand monumentaal te maken.
De heer Hazeveld zegt te begrijpen dat het één en ander noodzakelijk is om het gebouw te behouden. Het feit dat de lambrisering niet terug kan komen roept de vraag op hoe dit is op te lossen. Dit gaat namelijk problemen geven, niet zozeer bouwtechnisch, maar voor de scouting als vereniging. Daar is door de vereniging nog nooit over nagedacht. In het meest dramatische geval komt de scouting in een kaal gebouw. De twee grootste zorgpunten van de scouting zijn veiligheid en akoestiek. De heer Hazeveld denkt dat het nu het moment nog niet is om al te beginnen. De heer Hazeveld spreekt de angst uit dat het gebouw in kale staat niet voldoet aan met name de veiligheidsaspecten.

De heer Kleijwegt merkt op dat de techniek qua restauratie moet plaatsvinden. Goede afspraken met de gebruikers moeten gemaakt worden. Er zullen uitvoerige besprekingen volgen. Indien de kunststof lambrisering overlastgevend is voor het gebouw dan moet dit niet herplaatst worden. Ten behoeve van de restauratie wil de gemeente gebruik maken van de subsidiepot “Wegwerken Restauratieachterstand”. Hiervoor staat een indieningtermijn. Indien het gebouw van binnen professioneel aangepakt wordt, zal dit voor alle partijen een verbetering zijn. Met elkaar moeten we naar oplossingen kijken maar men moet wel vertrouwen in elkaar hebben.


De heer Wasserval zegt dat de ruimte van de Electronicaclub weliswaar klein is maar is aangepast aan hetgeen de club daar doet. De Electronicaclub beschikt over twee ruimten, een ruimte is niet betimmerd. In onze ruimten is niets van vocht te zien. De heer Polderman zegt dat tijdens de inspectie niet alle ruimten toegankelijk waren.

De heer Wasserval somt een aantal praktische problemen op, zoals de opslag van spullen, verhuiskosten en herinrichtingskosten. De heer Kleijwegt zegt dat daar met de gemeente afspraken over gemaakt moeten worden; in overleg met elkaar zal besproken worden hoe dit soort praktische zaken kan worden opgelost.


De heer Hazeveld heeft nog geen idee wat de mogelijkheden zijn voor zijn vereniging. De heer Kleijwegt geeft het advies om op korte termijn met mevrouw Stern rond de tafel te gaan zodat gekeken kan worden wat de mogelijkheden zijn. Ten tweede moet men zich realiseren dat als de vergunning wordt afgegeven het nog lange tijd duurt voor de gelden daadwerkelijk binnen zijn. Wanneer de gemeente weet dat de gelden beschikbaar zijn, is dat het moment om naar de gemeenteraad te gaan voor het verkrijgen van krediet, waarbij rekening gehouden zal worden met de afspraken tussen de gemeente en gebruikers. De heer Kleijwegt verlangt ook van de vereniging/stichting dat ze met het hele proces meedoen.

De heer Hazeveld benadrukt dat de Scouting achter de restauratie staat maar dat aan de andere kant het probleem er is dat de hele vereniging bestaat uit vrijwilligers; het is vandaag de dag niet makkelijk om vrijwilligers te krijgen. Hij kan geen toezegging doen dat er voldoende vrijwilligers zijn om mee te helpen. De heer Kleijwegt geeft nogmaals aan dat men met mevrouw Stern moet gaan praten. Er is nu al veel gezegd, hij kan nu nog geen bedragen noemen. De heer Kleijwegt benadrukt dat hier voor de Scouting ook kansen liggen.


De heer Wasserval vraagt of het mogelijk is dat de verschillende gebruikers tegelijk met elkaar in overleg gaan met mevrouw Stern en stelt voor een klankbordgroep op te richten. Mevrouw Stern zegt toe na te gaan wat er intern geregeld is rond dit gebouw op het gebied van financiën, onderhoud enzovoort. Daarna maakt zij een afspraak met de betrokken partijen.
De heer Kap vraagt of de architect meer kan vertellen over de vloeren van het gebouw. De heer Polderman zegt dat met de vloeren veel mogelijk is. De kans dat op korte termijn aangevangen wordt met de werkzaamheden is klein. Allereerst zal na het verwijderen van de marmoleum en dergelijke gekeken moeten worden naar de huidige staat van de vloeren. Het voert te ver om daar nu al mee te starten.

De heer Kleijwegt benadrukt dat dit soort zaken inderdaad tijdens een vervolgoverleg besproken dienen te worden.

De heer Hazeveld zegt toe serieus te gaan nadenken over de herinrichting, maar benadrukt dat als de hoofdlijnen al eerder waren aangegeven dit voor de verenigingen meer zekerheden had geboden.

De heer Kleijwegt zegt dat eerst die hoofdlijnen bespreekbaar gemaakt moeten worden, zodat er een plan op tafel gelegd kan worden bij de Rijksdienst waar het Rijk mee akkoord kan gaan. Daarna komt de herinrichting aan de orde en kan het overleg van start gaan.


De heer Hazeveld vraagt welke beperkingen er eventueel in de vergunning kunnen worden opgenomen. Ongetwijfeld staan er aspecten in het plan welke niet meer zijn terug te draaien.

De heer Polderman kan niet iets bedenken dat hierop doelt. Wat in het plan is opgenomen betreft het casco van het gebouw. De losse inrichting is niet vergunningplichtig.

De heer Hazeveld vraagt betreffende de elektriciteitsvoorziening, er staat dat alle bedrading moet worden weggewerkt. De heer Polderman zegt dat het niet verplicht is om hetgeen in de vergunning staat ook uit te voeren (dit betekent niet dat afgeweken mag worden van de vergunning).
De heer Kap zegt dat de Scouting nog niet zo lang geleden een keuken heeft geplaatst, hij vraagt of die keuken weg moet. De heer Polderman zegt dat dit ter plaatse moet worden bekeken, maar zegt dat als de keuken moet worden weggehaald de keuken later ook weer wordt teruggeplaatst.
De heer Kleijwegt zegt nogmaals begrip te hebben voor de zorgen die de partijen hebben uitgesproken maar dat moet worden gekeken hoe men samen tot een oplossing kan komen.
De heer Hazeveld zegt nu te begrijpen dat de procedures zo zijn maar benadrukt dat het voor de Scouting een verassing was om in de krant te lezen dat zonder overleg vergunning wordt aangevraagd.

De heer Kleijwegt beaamt dat het inderdaad beter was geweest als alle betrokkenen in een eerder stadium geïnformeerd waren.


De heer Kleijwegt vraagt de aanwezigen of er nog andere punten zijn die hier aan de orde moeten worden gebracht.

Alle partijen spreken het vertrouwen uit in een goede afloop maar denken wel dat er door alle partijen energie in het project gestopt moet worden en zien nog een aantal te nemen hobbels.


De heer Hazeveld vraagt of de termijnen welke aan de procedure gesteld zijn al bekend zijn.
De heer Kleijwegt zegt dat de aanvraag voor 1 november moet worden ingediend. Na 18 weken krijgt de gemeente uitsluitsel of het in aanmerking komt voor subsidie. In het kader van de uitvoering zal er ook veelvuldig overleg met de RACM plaatsvinden. De heer Kleijwegt verwacht dat het gehele restauratieproces bij elkaar een jaar of drie zal duren.

De heer Polderman zegt dat het op dit moment in de eerste plaats nog allerminst zeker is dat er daadwerkelijk een subsidie voor het plan zal worden verstrekt. Maar indien de subsidie nu wordt toegewezen moet de restauratie van Front l en ll voor 2011 gereed zijn. Voor Fort Haerlem verwacht hij dat de restauratie driekwart jaar in beslag zal nemen. Een aannemer kan dit wellicht exacter plannen. De aanbesteding zal op zijn vroegst eind 2008 kunnen plaatsvinden.


De heer Hazeveld zegt achter de benodigde restauratie te staan en zegt dat hij bereid is het verzoek te ondersteunen.

De heer Wasserval zegt vertrouwen te hebben in de overheid. Hij onderschrijft hetgeen tijdens deze hoorzitting gezegd is.



De heer Kleijwegt dankt de aanwezigen voor hun komst en sluit de hoorzitting om 14:35 uur af.

  • Hoorzitting
  • Inhoudelijke behandeling zienswijzen
  • Conclusie

  • Dovnload 46.65 Kb.