Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Zitting van de gemeenteraad van 20 juni 2011 Aanwezig

Dovnload 0.95 Mb.

Zitting van de gemeenteraad van 20 juni 2011 Aanwezig



Pagina5/8
Datum05.12.2018
Grootte0.95 Mb.

Dovnload 0.95 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8




Actie 2

Optimalisering van de uitruk in het kader van de snelst adequate hulp

Motivering

Bij de inwerkingtreding van het principe van de snelst adequate hulp werden alle brandweerposten van de OPZ Zuid-West-Vlaanderen als snel en adequaat aangemeld. Ondertussen is het principe bijna 3 jaar in voege.
Tijdens het voorjaar 2010 werd dubbele uitruk in de HVZ Zuid-West-Vlaanderen geanalyseerd. Daarover werd gerapporteerd in de prezonale raad en op de technische commissie.

De analyse en het rapport tonen aan dat er in veel gevallen meer personeel en materieel werd ingezet dan nodig. Daardoor loopt de kost van de interventie nodeloos op.

Voorts blijkt nog uit de analyse dat, los van de dubbele uitruk, de inzet van personeel en materieel voor hetzelfde type interventie, merkelijk verschilt naargelang het korps/post die de interventie uitvoert. Ook die inzet moet gestandaardiseerd worden, weliswaar rekening houdende met de specifieke omstandigheden van het terrein.


Doelstelling(en) - Hoofdopdracht – Eindresultaat

Het principe van de snelste adequate hulp toepassen overeenkomstig artikel 221, 2e lid, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, en overeenkomsten sluiten tussen de gemeenten om dubbele uitrukken te vermijden die niet gerechtvaardigd zijn door de interventie, conform de ministeriële omzendbrieven van 9 augustus 2007 en 1 februari 2008 betreffende de organisatie van de hulpverlening volgens het principe van de snelste adequate hulp.
De adequate hulp moet de kwaliteit van de interventie en een voldoende veiligheidsniveau voor het personeel verzekeren. In samenspraak met de Fédération Royale Francophone des sapeurs-pompiers de Belgique, de Brandweervereniging Vlaanderen en Beprobel, heeft de Algemene Directie Civiele Veiligheid de technische normen gedefinieerd die de aan te wenden middelen op vlak van personeel en materieel bepalen. Deze normen vormen een referentiedocument en moeten in de mate van het mogelijke nageleefd worden in het kader van de snelst adequate hulp. Ze zijn opgenomen in bijlage III van het draaiboek OPZ 1..
Het spreekt voor zich dat de dispatching een belangrijk aspect is van de coördinatie. De federale Staat zal binnenkort overigens een provinciaal dispatchingsysteem ter beschikking stellen van de zones. In afwachting van dit nieuwe systeem, organiseert de projectcoördinator een dispatching op basis van het model dat nu door de gemeenten wordt gebruikt. Gelet op de toekomstige provinciale dispatching lijkt de invoering van een ander systeem – voorlopig – weinig opportuun.
De OPZ zal de volgende doelstelling nastreven:

Een software implementeren die de automatische ontvangst van door het 100-Centrum verstuurde alarmeringsberichten (1) mogelijk maakt, door het beheers- en alarmeringsinstrument via paging of ander automatisch alarmeringsmiddel van de wachtteams van de verschillende hulpverleningsposten, teneinde de tijden voor verwerking van de oproep (2) en voor uitruk van de hulp (3) te beperken en de informatieoverdracht betrouwbaarder te maken,

(1) bericht in XML-formaat verzonden door de toepassing CityGIS of CAD Astrid via een ISDN-lijn

(2) de tijd tussen het binnenkomen van de oproep in de telefooncentrale van het 100-Centrum en het einde van de alarmering van de tussenkomende dienst.

(3) de tijd tussen de ontvangst van het alarm en de daadwerkelijke uitruk van de hulpdiensten.
Op relatief korte termijn de inzet van personeel en materieel vastleggen zodat elke interventie kwalitatief en veilig, maar ook efficiënt verloopt. Zo snel mogelijk de essentiële voorwaarden laten invullen om een overmaatse inzet van personeel en materieel te vermijden.

Met een track & trace systeem wordt de reële interventietijd bekomen. Om de burger snel en adequaat te bedienen, gaat hier voor niet-permanent bemande posten echter ook een significante uitruktijd aan vooraf. Om tot een reële hertekening van de ‘grenzen’ te komen, moet de gemiddelde uitruktijd van de post dus ook in rekening worden gebracht (quod non met implementatie Track & Trace-systeem).

Om tot een objectief beeld te komen, moet men dus niet enkel kijken naar de uitruktijd, maar ook naar de aanrijtijd van de vrijwilligers naar de kazerne. Om dit intrazonaal te meten, moet men een uniform alarmeringsprotocol bepalen waarmee wordt aangegeven hoeveel manschappen men alarmeert per type interventie. Als post X alle vrijwilligers oproept en post Y slechts de helft, zijn de resultaten van het T&T-systeem vertekend en wordt de investering zinloos.

Eindresultaat:

Op 1 april 2011 treedt de overeenkomst betreffende het verminderen van de dubbele uitruk in afwachting van de inwerkingtreding van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, in werking. Die overeenkomst regelt de uitruk voor de posten gelegen in de hulpverleningszone.

Voor 1 oktober 2011 wordt de uitvoering van bovenvermelde overeenkomst geëvalueerd en desgevallend bijgestuurd.


Op voorwaarde dat er daarover op provinciaal niveau een overeenkomst bereikt, intervenieert men, zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst buiten de OPZ Zuid-West-Vlaanderen, in het kader van de snelst adequate hulp, volgens de afspraken die ter zake overeengekomen zijn.

Bijzonderheden – Kritische succesfactoren

Het interveniëren volgens de gemaakte afspraken betreffende het materieel en personeel pas wanneer de software voor ontvangst van alarmberichten en de directe alarmering geïmplementeerd en uitgetest is. De implementatie hangt af van de levering van de vereiste software.
Het bereiken van de doelstellingen inzake de optimalisering van de dubbele uitruk buiten de grenzen van de OPZ hangt af van de medewerking die de aangrenzende OPZ’s verlenen om dienaangaande resultaten te boeken.

Actieplan 2011

Deelopdrachten

Resultaatindicatoren

1

Behoud coördinatie “Snelst Adequate Hulp”

In 2011

2

Opvolgen van de inzet van personeel en materieel bij interventies.

Vanaf 1 januari 2011

3a

Opmaken en ondertekenen van de overeenkomsten met de gemeenten die deel uitmaken van de OPZ Zuid-West-Vlaanderen.

februari – maart 2011

3b

Alle posten uitrusten met de software die een automatische ontvangst van de door het 100-centrum verstuurde alarmeringsberichten en de directe alarmering van het personeel mogelijk maakt.

De software derwijze programmeren dat het nodige personeel, volgens afspraken, direct gealarmeerd wordt.



1 april 2011

3c

Interveniëren in de OPZ Zuid-West-Vlaanderen volgens de gemaakte afspraken betreffende het materieel en personeel, o.a. de leiding van de operaties voor elke eerste uitruk, verzekerd door een (onder)officier. (zie punt 3a)

1 april 2011

3d

Evalueren en indien nodig bijsturen van de overeenkomsten betreffende de optimalisering van de dubbele uitruk.

1 oktober 2011

3e

Evalueren van de rapporten gegenereerd door het track and trace – systeem.

Maandelijks vanaf 1 maart 2011

4a

Het vastleggen van de inzet van personeel en materieel, buiten de operationele prezone, naargelang het type interventie, met bijlage 3 “Aanbevolen Technische Normen” van draaiboek OPZ 1 als basis, evenwel aangepast aan de plaatselijke omstandigheden.

Het vastleggen gebeurt in overleg met de overige OPZ’s van de provincie West-Vlaanderen.



1 mei 2011

4b

Opmaken en ondertekenen van de overeenkomsten met de aangrenzende gemeenten die dus geen deel uitmaken van de OPZ Zuid-West-Vlaanderen.

mei-juni 2011

4c

Interveniëren buiten de OPZ Zuid-West-Vlaanderen volgens de gemaakte afspraken betreffende het materieel en personeel, o.a. de leiding van de operaties voor elke eerste uitruk, verzekerd door een (onder)officier. (zie punt 4a)

In overeenstemming met de betrokken OPZ’s

5

In uitvoering van de actie 6 van de OPZ-overeenkomst 2011 nemen alle operationele leden van de hulpverleningszone deel aan de voortgezette zonale opleiding, meer bepaald:

  1. Het oefenen met perslucht in de oefenkelder;

  2. Opleiding Binnenbrandbestrijding met een aflegsysteem, uniform voor de hulpverleningszone.

Voor eind 2011

6

Opzetten van één zonaal systeem voor de automatische ontvangst van de door het 100-centrum verstuurde alarmeringsberichten en de directe alarmering van het personeel op basis van hun beschikbaarheden, zodat vanaf 2012 de netwerking tussen posten en de uniformiteit gewaarborgd is.

Voor eind 2011

Vereiste middelen



Onder voorbehoud van beschikbaar krediet, verbindt de FOD Binnenlandse Zaken zich tot het vergoeden van:

Raming:

1

Personeel

Loonkost van een coördinator “Snelst Adequate Hulp” (2/5 VTE);

28.850 €

Werkgroep “Optimalisering SAH” en loonkost aanpassen software directe alarmering

2.000 €

2

Werkingskosten

Visualiseren (mapping) van gegevens

3.000 €

3

Investeringen

Software (zonale directe alarmering en beschikbaarheids- en oproepmodule)

77.000 €

Totaal

110.850 €

Actie 3

Realisatie van een risicoanalyse op zonaal niveau

Motivering

In de OPZ Zuid-West-Vlaanderen werd in 2009 een inventaris opgemaakt betreffende de terugkerende risico’s, periode 2007-2008, en de punctuele risico’s.

Op basis van die gegevens werd het risico tot op het niveau van de statistische buurt (NIS 9) in kaart gebracht. Tevens werd voor elke post het personeel en de aanrijtijd woonplaats-kazerne berekend en gevisualiseerd.


Sluitstuk was een visualisatie van het grondgebied dat vanuit de posten binnen de 8, 10 en 12 minuten bereikbaar was, vertrektijd (3 of 5 min) inbegrepen.
Bovenvermelde realisatie is echter een momentopname (juni 2009). In 2011 wordt de risicoanalyse geüpdatet met de terugkerende risico’s van de periode 2009-2010.
De databank kan naderhand dienen voor de import van de hulpsoftware die de FOD Binnenlandse Zaken ter beschikking zal stellen.


Doelstelling(en) - Hoofdopdracht – Eindresultaat

De risicoanalyse dd. juni 2009 updaten met de interventiegegevens 2009-2010.
Eindresultaat: Drie maanden na de terbeschikkingstelling van de nodige software en de organisatie van de opleiding in het gebruik, beschikt de OPZ over een instrument dat op gebruikvriendelijke wijze een regelmatige risicoanalyse toelaat en is een eerste (proef)analyse uitgevoerd.







Actieplan 2011

Deelopdrachten

Resultaatindicatoren

1

Inzamelen en verwerken van de gegevens inzake de dringende interventies.

15 maart 2011

2

Berekenen en visualiseren van de densiteit van het globaal risico.

1 juni 2011

3

Ontvangst van de hulpsoftware ter beschikking gesteld door de FOD Binnenlandse Zaken.

Datum terbeschikkingstelling van de software (richtdatum: september 2011)

4

Implementeren van de tool (software) die de risicoanalyse uitvoert.

Datum terbeschikkingstelling van de software + 1 maand

5

Volgen van de opleiding verstrekt door de leverancier van de tool

Datum organisatie van de opleiding

6

Ingebruikname van de tool door import van de reeds beschikbare gegevens.

Datum organisatie van de opleiding + 1 maand

7

Risicoanalyse en het in context plaatsen van het resultaat

Datum organisatie van de opleiding + 3 maand

Vereiste middelen

Onder voorbehoud van beschikbaar krediet, verbindt de FOD Binnenlandse Zaken zich tot het vergoeden van:

Raming:

1

Werkingskosten

Visualisering van de densiteit van het globaal risico

2.000 €

Totaal

2.000 €
1   2   3   4   5   6   7   8

  • Totaa l 110.850 €
  • Totaal 2.000 €

  • Dovnload 0.95 Mb.