Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Zoals vele van haar gefortuneerde tijdgenoten deed ook Maria van Pallaes aan 'werken van barmhartigheid'. Deze zeventiende-eeuwse Utrechtse trok zich het lot aan van arme en misdeelde luyden

Dovnload 133.96 Kb.

Zoals vele van haar gefortuneerde tijdgenoten deed ook Maria van Pallaes aan 'werken van barmhartigheid'. Deze zeventiende-eeuwse Utrechtse trok zich het lot aan van arme en misdeelde luyden



Pagina1/5
Datum21.09.2017
Grootte133.96 Kb.

Dovnload 133.96 Kb.
  1   2   3   4   5

Zoals vele van haar gefortuneerde tijdgenoten deed ook Maria van Pallaes aan 'werken van barmhartigheid'. Deze zeventiende-eeuwse Utrechtse trok zich het lot aan van arme en misdeelde luyden. In 1651 zette ze een aantal huisjes neer voor deze categorie van kansarmen, zoals ze tegenwoordig in politiek en ambtenarij worden genoemd.

Ook bejaarden, weeskinderen en handwerkslieden stonden in de belangstelling van rijke edelen, kooplieden en verlichte werkgevers, als het ging om het verrichten van goede werken. Tussen de veertiende en achttiende eeuw ontstonden in Utrecht - en ook elders - op die manier verscheidene hofjes, ook wel kameren genoemd, want elk van de kleine huisjes bevatte slechts één vertrek.



Helemaal onbaatzuchtig waren de weldoeners echter niet: uiteindelijk moest het allemaal leiden tot een plaatsje in de hemel. Boven de deur van het regentenhuis op de hoek van de Agnietenstraat en de Nieuwegracht, onderdeel van de kameren van Maria van Pallaes, is dat (pre)liberale trekje in de toenmalige tijdgeest fraai af te lezen in een spreuk op het tableau. 'Maria van Pallaes, door liefde Goodts gedreven, Heeft, doen sij weduw' was van d'heere Schroyesteijn, Dees Cameren gesticht, eenich onderhout gegeven, Niet achtend swerels gonst, maar Plaets in chemels Pleijn'.
In elk geval nam de weldoende weduwe al een voorschotje op het hemels bestaan door haar overleden lichaam (1664) te laten bijzetten in de majestueuze Domkerk.
'Haar' woninkjes zijn nog steeds bewoond. Met de revenuen van de 'Fundatie van Maria van Pallaes' zijn ook in de twintigste eeuw nog huisjes voor behoeftigen opgetrokken (zoals die aan de Wulpstraat). Tegenwoordig staan de hofjes onder toezicht van Monumentenzorg en worden de woninkjes verhuurd aan particulieren.
'Haar' woninkjes zijn nog steeds bewoond. Met de revenuen van de 'Fundatie van Maria van Pallaes' zijn ook in de twintigste eeuw nog huisjes voor behoeftigen opgetrokken (zoals die aan de Wulpstraat). Tegenwoordig staan de hofjes onder toezicht van Monumentenzorg en worden de woninkjes verhuurd aan particulieren.Het hofje van Maria van Pallaes is onderdeel van een hofjeswandeling door de oude binnenstad van Utrecht. Van het Centraal Station gaat de wandeling via de VVV op het Vredenburg, enkele autovrije winkelstraten en een uitstapje door de Mariahoek naar de Springweg. Hier staat op nummer 110 t/m 130 bis het eerste hofje: de Mieropskameren. In 1583 liet de domproost (voorzitter van het college van kanunniken) Cornelis van Mierop deze huisjes voor bejaarden bouwen. Daarbij is gebruik gemaakt van reeds bestaande bebouwing, wat nog steeds goed is te zien. De crèmekleurige voorgevels staan wat rommelig naast elkaar. Inderdaad naast elkaar. Het opvallende van de Utrechtse hofjes is dat ze niet, zoals gebruikelijk, rond een pleintje zijn gebouwd maar in een rijtje langs een straat.
Tegenover de Mieropskameren ligt de Tuinstraat - of liever steeg, zo smal is hij - waar het rijtje links nog de oude woninkjes bevat en rechts gerenoveerde kameren staan. Goed is te zien hoe klein die kamertjes zijn, 44 meestal, met een open keukentjes daaraan gebouwd.
Rechtsaf de Lange Smeestraat in staat op nummer 40 het oudste bejaardenhuis (1367) van Utrecht. Volgens gevelstenen is het pand deze eeuw nog wel drie maal verbouwd. Dan linksaf de Pelmolenweg op. Links aanhouden totaan de Geertekerk (gebouwd vanaf 1259, voltooid in de vijftiende eeuw), in gebruik voor onder meer barokconcerten. Na de kerk linksaf het Kleine Geertekerkhof op en gelijk weer rechts waar aan het eind de Lange Rozendaal leidt naar de 'Zeven Steegjes'Deze zeven straatjes zijn de laatste stadsuitbreiding binnen de Utrechtse singels, gerealiseerd in de vorige eeuw. De Fockstraat is aangelegd door de rijke timmerman Fock, waarna de Suikerstraat door een suikerfabrikant voor zijn arbeiders werd gebouwd. De overige vijf straatjes zijn te danken aan bierbrouwer Kock, eigenaar van brouwerij De Boog aan de Oudegracht.
De 130 piepkleine huisjes hebben onlangs een renovatiebeurt (modern sanitair en cv) gehad. De okergeel gesausde muren, wijnrode deuren en verse rode dakpannen lichten dan ook op in de druilerige november-donkerte. De meeste huisjes zijn nog bewoond door ouderen, afgaande op gordijnen en interieur. Bij een enkele kamer wijst de houten vloer, kinderspeelgoed en Ikea-uitrusting op de voorzichtige verjonging van het bewonersbestaand.
Daarna linksaf de Nicolaasdwarsstraat in met rechts de Grontveltkameren (1652). Deze zes huisjes zijn, door overgang van de eigendom, een aantal malen in hun bestaan bedreigd. Eenmaal - in 1756 - zijn ze daadwerkelijk afgebroken en ergens anders, op de huidige plek, weer opgebouwd. En nu dreigen ze gesloopt te moeten worden wegens nieuwbouw van het nabijgelegen Centraal Museum.Rechtsaf ligt het Nicolaaskerkhof, door schrijfster Clare Lennart (1899-1972) ooit in één zin getypeerd: 'De vroomheid, de schoonheid, de jeugd, de dood, de waanzin en de ouderdom troffen hier te zamen'. Rechtdoor de Agnietenstraat in kruisen we drie hofjes: de Fundatie van Renswoude (1756) voor begaafde weeskinderen op nummer 5, ertegenover op nummers 4 en 6 en de hoek om Lange Nieuwstraat 108 t/m 132 de Beijerskameren (1599) voor oudere behoeftigen, die nu nog steeds geen huur betalen maar een kleine vergoeding voor verbouwingskosten, en de eerder genoemde kameren van Maria van Pallaes op nummer 8 t/m 30.
Bij het regentenhuis op de hoek (met het tableau) slaan we linksaf de Nieuwegracht op, houden rechts aan en gaan bij de eerste mogelijkheid rechts het Servaasbolwerk op. Dat volgen we tot aan de gereformeerde Leeuwenberghkerk. Rechts van de kerk zien we de Bruntenhof waaraan zich de Bruntkameren (1621) bevinden. De woonkamer in het hoofdgebouw van dit hofje moet elke drie maanden beschikbaar worden gesteld voor een, zoals dat heet, zeldzaam gebeuren. Daarbij worden geldbedragen uitgereikt aan enkele honderden bejaarden.
Na zoveel goedheid slaan we bescheiden linksaf de Schalkwijkstraat in (rechts van de kerk) op weg naar een droge schuilplaats, een gloeiendhete cappuccino en het laatste hofje van de wandeling: de kameren van Jan van Campen. Deze kennen een bewogen geschiedenis en hebben tegenwoordig een artistieke bestemming: ateliers voor kunstenaars.
De Utrechtse VVV (Vredenburg 90, tel.: 06-34034085, 50 cent per minuut) geeft voor f 2,- per stuk vier stadswandelingen uit: Utrecht Grachtenstad, Utrecht Kerkenstad, 20 eeuwen Utrechtse geschiedenis en Utrecht Hofjesstad. U kunt zich ook aanmelden bij Het Gilde (Nachtegaalstraat 2, tel. 030-2343252). Deze stichting van 'ouderen voor iedereen' organiseert ook stadswandelingen met een thema onder de titel 'Zwerven tussen Dom en werven'.

  1   2   3   4   5


Dovnload 133.96 Kb.