Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Zoogdieren Onder de gewervelde dieren valt de groep van de zoogdieren. Dit is de groep waartoe ook de mens behoort. De naam is ontleend aan de manier waarop ze hun jongen voeden. Eigenschappen

Dovnload 53.06 Kb.

Zoogdieren Onder de gewervelde dieren valt de groep van de zoogdieren. Dit is de groep waartoe ook de mens behoort. De naam is ontleend aan de manier waarop ze hun jongen voeden. Eigenschappen



Datum14.09.2017
Grootte53.06 Kb.

Dovnload 53.06 Kb.

ZOOGDIEREN

afbeeldingsresultaat voor zogende konijnen


Inhoud


Exoten 3

Insecteneters 4

Haasachtigen 4

Knaagdieren 6

Inheemse roofdieren 6

Hoefdieren 8

Zeehonden 9

Walvisachtigen 10

Vleermuizen (handvleugeligen) 11


Zoogdieren

Onder de gewervelde dieren valt de groep van de zoogdieren. Dit is de groep waartoe ook de mens behoort. De naam is ontleend aan de manier waarop ze hun jongen voeden.



Eigenschappen
Voor zoogdieren geldt, net als voor de andere gewervelde dieren, dat ze een inwendig geraamte met een centraal zenuwstelsel hebben. Onderdeel van dit geraamte is de wervelkolom ofwel ruggengraad.

Naast deze kenmerken geldt:

- ze brengen levende jongen ter wereld die ze enige tijd zogen
- ze zijn warmbloedig
- ze ademen door longen
- ze leven op het land, in de lucht en in het water
- ze hebben inwendige bevruchting
- de huid bestaat uit opperhuid en lederhuid en is min of meer bezet met haren.
- ze voeden zich met plantaardig en/of dierlijk voedsel

Ordening

Er zijn diverse manieren van ordenen.


Bijvoorbeeld:
- inheemse en uitheemse dieren
- carnivoren, herbivoren, omnivoren en detrivoren
- parasieten, saprofyten, epifyten
- landdieren, waterdieren, bodemdieren enz.
- warmbloedige- en koudbloedige dieren.

De gehanteerde keuze is afhankelijk van het doel.

Wij gaan uit van de indeling van de zoogdierenverening. Die is afgeleid van de wetenschappelijke indeling.


Naam

voorbeelden

Exoten

-beverrat -muskusrat -pallas eekhoorn -grijze eekhoorn

Insecteneters

-bosspitsmuis (gewone en tweekleurige) -dwergspitsmuis

-huisspitsmuis -veldspitsmuis -waterspitsmuis


-egel -mol

Haasachtigen

-haas -konijn

Knaagdieren

-muizen (aardmuis -bosmuis -dwergmuis -eikelmuis -hazelmuis -huismuis –woelmuis -veldmuis )
-Ratten (woelrat -zwarte rat -bruine rat)
-bever –eekhoorn (rode) -hamster

Roofdieren

-boommarter -bunzing -das -hermelijn –nerts -lynx -otter
-steenmarter -vos -wezel -wilde kat -wolf

Evenhoevigen en Onevenhoevigen

(hoefdieren)



-damhert -Edelhert -ree

-wild zwijn -wisent –


paard - ezel

Zeehonden


-zeehond (gewone en grijze)

Walvisachtigen

-bruinvis –dolfijn –potvis -dwergvinvis


Vleermuizen

-hoefijzerneus (grote en kleine) -watervleermuis -ingekorven vleermuis -vale vleermuis -baardvleermuis
-franjestaart -bosvleermuis -rosse vleermuis -laatvlieger
-dwergvleermuis (gewone en ruige) -grootoorvleermuis 
-tweekleurige vleermuis -mopsvleermuis 

We gaan een aantal zoogdieren nader bekijken.

Exoten


Een exoot is een organisme dat zich met hulp van de mens heeft gevestigd in een gebied waar het oorspronkelijk niet voorkwam. Gevestigd wil zeggen dat het zijn volledige levenscyclus kan voltooien en zich op meer dan één plaats gedurende een reeks van jaren kan handhaven zonder directe hulp van de mens.

Een exoot is heel vaak zonder opzet door de mens of onder menselijke invloed geïntroduceerd.








Insecteneters


Deze kleine zoogdieren eten vooral kleine ongewervelde dieren, zoals insecten, wormen, kevers en spinnen. De bekendste en meest wijd verspreide insecteneters zijn de egels, mollen en spitsmuizen.

Om hun lichaam op temperatuur te houden zijn ze erg actief en steeds bezig met het verzamelen van voedsel.

Insecteneters hebben spitsvormige- scherpe tandjes, die ze gebruiken bij de jacht op voedsel. Ook hebben deze dieren meestal een lange snuit, kleine oogjes en kleine oortjes. De lange neus is belangrijk omdat veel soorten slecht zien. Ze hebben hun reuk nodig om de weg te vinden en voedsel te verzamelen. Ook de gevoelige snorharen spelen hierbij een belangrijke rol.  onderdelen van een konijneschedel

Insecteneters zijn altijd in de buurt van de grond te vinden, soms erop, soms eronder. Mollen brengen veel tijd onder de grond door.  Spitsmuizen en egels zijn vaak te vinden op de grond tussen dichte vegetatie, hoewel sommige spitsmuizen ook in bomen klimmen of zich onder de grond bewegen.  


Veel insecteneters zijn nachtdieren die solitair leven. Sommige insecteneters zijn ook overdag actief zijn. Mollen hebben geen heel duidelijk dag-en-nachtritme, omdat zij onder de grond leven. Toch zijn ze ’s nachts vaak actiever dan overdag.

Insecteneters zijn klein en zullen zich vaak moeten verdedigen. Egels hebben daarvoor stekels. Als ze zich bedreigd voelen zetten ze deze op en rollen ze zich op tot een bal. Veel insecteneters gaan in de aanval als er gevaar dreigt. Ze proberen dan te bijten.


Spitsmuizen hebben giftig speeksel. Hiermee verlammen ze hun prooi. Op deze manier kunnen ze dieren vangen die nauwelijks kleiner zijn dan zijzelf, zoals kleine hagedissen.

Haasachtigen


Haasachtigen zijn zoogdieren met twee families namelijk de hazen en konijnen.
Het zijn kleine tot middelgrote op de grond levende planteneters (herbivoren).

Hazen en konijnen produceren keutels die ze opnieuw kunnen eten waardoor voedsel tweemaal door het spijsverteringsstelsel gaat. Ze eten dus hun eigen uitwerpselen (coprofagie). http://www.npowetenschap.nl/.imaging/stk/wetenschap/photo/media/wetenschap/noorderlicht/artikelen/2009/september/42463903/original/42463903.png


De haasachtigen verschillen voornamelijk van de knaagdieren door de snijtanden en hun kauwbeweging.


Konijnen hebben zes snijtanden, vier in de bovenkaak (twee grote en daarachter twee kleine stifttandjes) en twee in de onderkaak. Insecteneters hebben er 4; 2 boven en 2 onder.
Achter de snijtanden zitten de kiezen. De tanden en kiezen blijven groeien (net als de nagels). Dat ze niet steeds langer worden komt door het afslijten.
Knaagdieren bewegen hun onderkaak alleen van achter naar voren, terwijl haasachtigen hun voer malen door rondjes te draaien met hun kaken.



Haasachtigen zijn verder te herkennen aan de korte staarten en de spleetvormige neusgaten, die kunnen worden geopend en gesloten door een vouw in de huid.

Alle soorten haasachtigen leven op de grond. Ze hebben veel vijanden. Haasachtigen worden bejaagd door vossen, roofvogels en mensen.

Hun ogen en oren zijn erg goed ontwikkeld om gevaar op tijd waar te nemen. Vooral hazen kunnen zeer hard lopen, hoewel konijnen ook een flinke snelheid kunnen behalen.

De staart is kort en ze hebben grote oren. Ook hebben ze wollige voetzolen.

 afbeeldingsresultaat voor haas

Van konijnen is bekend dat ze zich zeer snel kunnen vermeerderen. Als konijnen geboren worden, duurt het slechts vier maanden voor ze zelf jongen kunnen krijgen. De draagtijd is ongeveer een maand en een vrouwtje kan meerdere keren per paar een worp krijgen. Zo kan een konijn elk jaar vele jongen krijgen, want per worp worden er meestal drie tot twaalf jongen geboren. Ook hazen kunnen behoorlijk wat jongen grootbrengen. Vaak rond de elf jongen per jaar.


Knaagdieren


Bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort tot deze familie. Ze komen, m.u.v. Antarctica, op alle continenten in verscheidene leefgebieden voor. Je treft ze aan in bomen, onder de grond en in zoet water. Sommige knaagdieren hebben zich uitstekend aan de mens aangepast en zijn in veel gebieden een ware plaag geworden.

Ze hebben vier grote snijtanden; Twee in de onderkaak en twee in de bovenkaak. De tanden van knaagdieren groeien hun hele leven door. Door veel te knagen slijten de tanden steeds, waardoor ze niet te ver doorgroeien.


Een ander specifiek kenmerken van knaagdieren is, dat ze zich heel snel kunnen voortplanten. Per jaar kunnen ze meerder nestjes jongen groot brengen.
De meeste knaagdieren zijn nachtactief. Overdag liggen ze dan meestal te slapen. Er zijn ook wel soorten die gewoon overdag actief zijn.
Knaagdieren die in koudere gebieden leven houden een winterslaap. Wanneer het weer warmer wordt komen ze uit hun winterslaap.

Inheemse roofdieren


Roofdieren zijn zoogdieren die voornamelijk vlees eten (carnivoren). Soms zijn het alleseters (omnivoren).
In Nederland komen alleen kleine roofdieren voor. Sommige soorten zijn bijna of helemaal verdwenen. Een aantal soorten is, uit zichzelf of met behulp van de mens, bezig met een comeback. Soorten als wolf, wilde kat, otter en boommarter breiden zich weer uit.
Roofdieren zijn belangrijk voor het natuurlijke evenwicht. In de ecologie spreken we over natuurlijke vijanden (predatoren). Omdat ze zwakke prooidieren het eerst vangen spelen ze een rol bij het gezond houden van populaties.

Vanuit de mens gezien kunnen ze ook schadelijk zijn. Zo kunnen ze landbouwhuisdieren en zeldzame diersoorten als weidevogels doden. Steenmarters zijn berucht omdat ze auto’s en gebouwen beschadigen. Samenhangend met hun jacht geldt dat hun gehoor, de reukzintuigen en het zichtvermogen goed ontwikkeld zijn en dat ze voornamelijk nachtactief zijn.


Hoefdieren


Deze groep wordt onderverdeeld in evenhoevigen en onevenhoevigen.

Evenhoevigen worden gekenmerkt door een even aantal tenen. Aan de twee middelste tenen zitten hoeven. Dit zijn brede nagels. De twee buitenste tenen zijn rudimentair aanwezig. Voorbeelden zijn damhert, edelhert, ree, wild zwijn en wisent.




Onevenhoevigen danken hun naam aan het oneven aantal tenen per poot/been. De middelste teen heeft zich tot hoef ontwikkeld. De tenen aan de zijkant zijn rudimentair aanwezig. Tot deze groep behoren paard en ezel.



Opvallend is dat alle dieren grote oren hebben.


Het zijn planteneters die van nature in bijna alle leefgebieden en werelddelen voorkomen. Veel soorten worden als landbouwhuisdier gehouden. Denk hierbij aan runderen, geiten, schapen, varkens, paarden en ezels. Ook worden ze ingezet als begrazers om natuurgebieden open te houden. In het wild kunnen ze, voor de mens, schadelijk zijn door het verwoesten van landbouwgewassen. Jagers gebruiken dit argument om hun activiteiten te verdedigen.

Evenhoevigen zijn, in tegenstelling tot onevenhoevigen, bijzonder vatbaar voor mond-en-klauwzeer.


Zeehonden


Zeehonden leven altijd solitair in een kolonie. In Nederland komen 2 soorten voor, de gewone zeehond en de grijze zeehond. Ze komen het meest voor in de Waddenzee, verder onder andere in de Ooster- en Westerschelde.

Zeehonden zijn doorgaans wit van kleur als ze geboren worden. Jonge zeehonden die hun moeder zijn kwijtgeraakt noemt men ook wel huilers.



Zeehonden hebben korte stugge haren en nauwelijks ondervacht. Ze houden met een dikke speklaag de lichaamswarmte vast. Ze hebben goed ontwikkelde tastharen (snor en wenkbrauwen). Hiermee kunnen ze de stroming van het water voelen én kunnen ze ook voelen in welke richting de vissen.

De meeste soorten hebben een gevlekte vacht.

Zeehonden zijn vinpotige zoogdieren. De achtervinnen zijn groter dan de voorvinnen. Deze gebruikt hij om zich voort te bewegen. De voorste vinnen dienen om te sturen. De zeehond heeft dezelfde manier van zwemmen als de grote vis.

Op het land kan hij zich moeilijk voortbewegen. Hij moet kruipen door afwisselend zijn borst en zijn bekken te gebruiken.

De zeehonden hebben gestroomlijnd lichaam.
Ze hebben geen oorschelpen, maar wel kleine gaatjes aan de zijkant van zijn kop. Deze kunnen ze afsluiten bij het duiken. Een zeehond kan wel 20 minuten onder water blijven.
afbeeldingsresultaat voor zeehondafbeeldingsresultaat voor zeehond

Ze hebben vrij grote ogen, die nodig zijn om onder water te kunnen zien. Het nadeel is wel als hij boven water is, kan hij niet zo goed zien. De zeehond kan ook bepaalde kleuren niet onderscheiden.

Bij hoogwater is gaan voedsel zoeken. Bij laagwater luieren op de zandbanken. Een zeehond eet allerlei soorten vis (bijvoorbeeld zalm en kabeljauw ) en ook weekdieren! Ze eten onder water zonder water mee te nemen door de tong tegen het gehemelte te houden. Zo sluiten ze de luchtpijp af!

Sommige soorten worden bedreigd, in het verleden door de jacht en tegenwoordig door vervuiling van de zee. Zieke en verlaten zeehonden worden in Nederland opgenomen in de opvangcentra Zeehondencrèche Pieterburen te Pieterburen en Ecomare op Texel.

Een zeehond wordt in normale omstandigheden maximaal 25 jaar, hoewel er in het opvangcentrum in Texel exemplaren in gevangenschap leven die meer dan 30 jaar oud zijn.

Walvisachtigen


Walvisachtigen zijn in het water levende zoogdieren.
Net als alle zoogdieren ademen walvissen lucht met behulp van hun longen. Ze zijn warmbloedig, brengen levende jongen ter wereld (onder water), voeden deze jongen met melk en hun lichaam is bedekt met (weinig) haar.

Walvissen zijn zeer intelligente en sociale dieren.


Ze nemen bij het duiken slechts weinig lucht mee naar beneden. De longcapaciteit is ongeveer de helft van die bij de landzoogdieren. De zuurstofvoorraad is niet opgeslagen in de longen, maar in het spierweefsel. De neusgaten worden bij het bovenkomen geopend. De uitademing gaat gepaard met een hevig gesnuif (blazen) door de neus(spuit)gaten. Bij de grote soorten ontstaat dan een fontein van door afkoeling gecondenseerde waterdamp, die tot circa 8 meter hoog kan worden.

Walvisachtigen worden ingedeeld in:


a) Baleinwalvissen 
b) Tandwalvissen 

Baleinwalvissen of grote walvissen  hebben baleinplaten in plaats van tanden. Dit zijn hoornplaten die in rijen aan het gehemelte van de bovenkaak hangen. Hiermee filteren ze voedseldeeltjes uit het water. De baleinwalvissen behoren tot de grootste levende diersoorten op aarde. Hun voedsel bestaat uit kleine oceaandieren, vooral plankton en kleine schaaldieren. Alhoewel de schaaldieren afzonderlijk minuscuul zijn, filteren baleinwalvissen zo'n groot volume water dat ze dagelijks toch voldoende voedsel binnenkrijgen. Alleen de kleinste baleinwalvis, de dwergvinvis, wordt in de noordelijke helft van de Noordzee regelmatig gezien.



Tandwalvissen hebben, in tegenstelling tot de baardwalvissen, tanden in hun kaak. Een ander verschil met de baleinwalvissen is het spuitgat, dat bij tandwalvissen bestaat uit één enkel neusgat. Baardwalvissen en alle overige zoogdieren hebben twee neusgaten. 

Tandwalvissen voeden zich met vis, inktvis, en soms met andere zeezoogdieren. Omdat walvisachtigen meestal dieper onder water zwemmen, zijn ze moeilijk te zien. Voorbeelden van tandwalvissen zijn Potvissen, dolfijnen en bruinvissen.



Als een potvis of een andere grote walvissoort in de ondiepe zuidelijke Noordzee terecht komt gaat het om dwaalgasten; dieren die om onbekende redenen uit hun natuurlijke omgeving zijn weggezwommen. Vaak loopt het slecht met ze af en spoelen ze ergens aan. Als gevolg van klimaatveranderingen veranderen de stromingen in de oceanen.

Dolfijnen leven in groepen die soms wel bestaan uit meer dan 1000 dolfijnen. Dolfijnen vertonen ook cultureel gedrag. De bekendste dolfijnsoorten zijn de orka, de tuimelaar en de gewone dolfijn.

In de middeleeuwen werden bruinvissen zeevarken genoemd. Toen werden ze veel gegeten.  Het is de meest voorkomende walvisachtige van de Noordzee.


Vleermuizen (handvleugeligen)

Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren.  Hiertoe zijn hun vleugels voorzien van een vlieghuid die tussen de vingers van hun voor- en achterpoten en hun staart zit.



In Nederland zijn, de hieronder genoemde, 21 verschillende vleermuissoorten aangetroffen. Daarvan komen er 7 soorten algemeen of redelijk algemeen voor. 9 soorten worden als vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam beschouwd en 3 andere soorten zijn de afgelopen 50 jaar geheel uit Nederland verdwenen. 2 soorten zijn als dwaalgast slechts 1 keer in Nederland waargenomen.



Baardvleermuis

Bechsteins vleermuis

Bosvleermuis

Brandt's vleermuis

Bruine of gewone grootoorvleermuis

Franjestaart

Gewone dwergvleermuis

Grijze grootoorvleermuis

Grote hoefijzerneus

Grote rosse vleermuis

Ingekorven vleermuis

Laatvlieger

Meervleermuis

Mopsvleermuis

Noordse vleermuis

Rosse vleermuis

Ruige dwergvleermuis

Tweekleurige vleermuis

Vale vleermuis

Watervleermuis

Europese vleermuizen zijn veelal insecteneters. Deze insecten worden in de avondschemer in de lucht gevangen.

Vleermuizen zenden ultrasone geluiden uit die op een prooi weerkaatsen en weer opgevangen worden. Zo kan de vleermuis de afstand tot zijn prooi en omgeving inschatten en vliegt hij opmerkelijk veilig.


De echogeluiden zijn voor het menselijk oor niet waarneembaar. Om ze hoorbaar te maken gebruikt men een bedrecorder. Dit is een manier om ze aan het geluid te determineren. afbeeldingsresultaat voor vleermuizen

Vroeger dachten de mensen dat vleermuizen blind waren, misschien omdat ze 's nachts zo zigzaggend door de lucht vliegen. Tegenwoordig weten we dat insectenetende vleermuizen wel degelijk kunnen zien. Ze merken het verschil tussen licht en donker, zodat ze weten wanneer het dag of nacht is. Bovendien kunnen ze in het donker vage vormen zien, zoals bomen en huizen.



Omdat er 's winters nauwelijks insecten rondvliegen, houden ze een winterslaap, waarbij ze hun stofwisseling tot een uiterst laag pitje terugdraaien en hun lichaamstemperatuur maar net boven het vriespunt blijft.

Vleermuizen paren vóór de winter, maar de eisprong en bevruchting treden pas een paar maanden later op. Meestal is er maar één jong; dat wordt gezoogd en blijft tijdens de jacht van de moeder op de slaapplaats hangen. Vleermuizen kunnen tot tientallen jaren oud worden en planten zich maar langzaam voort. Ze zijn meestal zeer trouw aan hun standplaats en overwinteringsplaats.

Vleermuizen slapen en overwinteren vaak in grote aantallen in grotten, boomholten, gebouwen en door mensen gemaakte grotten en vleermuiskasten. Ze hangen daar overdag met hun hoofd naar beneden. 's Avonds vliegen vleermuizen uit.

Ze zijn in de schemering goed te herkennen, in de eerste plaats omdat er in de schemering weinig vogels vliegen en in de tweede plaats omdat hun vlucht nogal afwijkend is. afbeeldingsresultaat voor vleermuizen vlucht

Op jacht naar vliegende insecten hebben ze een zeer onregelmatige vlucht, ze kunnen snel hun vliegrichting aanpassen.



================================================================================== IVN Helden zoogdieren


  • Exoten
  • Insecteneters
  • Haasachtigen
  • Knaagdieren
  • Inheemse roofdieren
  • Hoefdieren
  • Zeehonden
  • Walvisachtigen
  • Vleermuizen (handvleugeligen)

  • Dovnload 53.06 Kb.